Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Liver stage malaria - Investigating the interaction between the malaria circumsporozoite protein and host importin-α proteins

Busra Turan Chaymae Abouazza
Malaria is één van de vier dodelijkste infectieziekten en wordt overgebracht door de vrouwelijke Anopheles mug. Deze aandoening wordt veroorzaakt door parasieten van het Plasmodium genus. De levenscyclus begint met de aanwezigheid van sporozoïeten (SPZn) in de bloedbaan van de menselijke
gastheer als gevolg van een beet van een geïnfecteerde mug. Deze SPZn kunnen vervolgens de levercellen bereiken en deze binnendringen met behulp van de interactie tussen hun belangrijkste oppervlakte-eiwit, het circumsporozoïet proteïne (CSP), en hoog-gesulfateerde heparaansulfaatgroepen op de levercellen. Eenmaal in de levercel, wordt verondersteld dat CSP in het cytoplasma terechtkomt en het transport van de transcriptiefactoren naar de celkern verhindert. Op deze manier zou het immuunsysteem van de levercel mogelijk onderdrukt worden en de overleving van de parasiet bevorderd
worden. Pas wanneer de parasiet de bloedfase bereikt, is er sprake van ziekteverschijnselen zoals de kenmerkende koortsaanvallen. Het is van belang dat malaria goed en op tijd wordt behandeld om verdere complicaties te voorkomen. Als behandeling kan er gebruik gemaakt worden van chloroquine- en artemisine-gebaseerde therapieën. De stijgende resistentie tegen deze behandelingen is echter een stimulans voor het vinden van nieuwe middelen. Het doel van deze thesis was om te onderzoeken of er een interactie plaatsvindt tussen de importine-α eiwitten en het CSP van zowel P. falciparum als P. berghei. Om dit te bereiken werden PfaCSPFL en PbeCSPFL recombinant geproduceerd in E. coli en opgezuiverd via chromatografische methoden. Voor
het verkrijgen van de importine-α eiwitten van zowel menselijke als murine oorsprong, werden respectievelijk HepG2 en Hepa1-6 cellen gecultiveerd. Tenslotte werden pull-down assays uitgevoerd om de mogelijke interactie tussen CSP en importine-α eiwitten te onderzoeken.

THE FISCAL IMPLICATIONS ON THE NEW PHENOMENON ESPORTS

Robrecht Sauter
Deze thesis behandelt de vraag of de huidige internationale belastingregels geschikt zijn om het bloeiende fenomeen van Esports aan te pakken.

België en zijn interneringsbeleid: evolueren we eindelijk naar hoop voor de geesteszieken?

Kristel Mary Shannon
Dit werk handelt over de internering van geesteszieken die een strafbaar feit hebben gepleegd. Er wordt ingegaan op de ontwikkeling van de wetgeving, de problemen in gevangenissen, psychiatrische expertises en beslissingen tot opname. Tenslotte wordt in een hoofdstuk ingegaan op de recente FPC's, centra die voor dit doel zijn ontworpen.

Ethica, activisme en netwerken van de dierenbeschermers tijdens het fin de siècle: de casus van Belgisch activist Jules Rühl.

Lise Foket
Deze scriptie analyseert de geschiedenis van de Belgische dierenbeschermingsbeweging van 1897 tot 1914. De thesis focust op de casus van invloedrijk activist Jules Rühl, om zo de ethica, activisme en netwerken van de dierenbeschermers te bestuderen.

Development and preclinical evaluation of new theranostic anti-CXCR4 radiopharmaceuticals

Karen Leys
Achtergrond: Onderzoek heeft aangetoond dat de CXCR4 receptor een belangrijke rol speelt bij verschillende kankertypes. Bestaande beeldvorming en therapie zijn niet afdoende voor de nood die er vandaag is. Een theranostische aanpak die specifiek is voor deze receptor zou een waardevolle bijdrage leveren aan de opsporing en behandeling van verschillende kankertypes. DV1-K-(DV3), een peptide bestaande uit D-aminozuren en CXCR4-antagonist, is een interessant vector molecule voor de ontwikkeling van radiofarmaceutische preparaten in een “theranostische setting” en zal voor het eerst getest worden als vectormolecule.
Doel: In deze thesis werd het peptide DV1-K-(DV3) geëvalueerd als vector molecule voor de ontwikkeling van zowel diagnostische en therapeutische radiofarmaceutische preparaten. Er werden verschillende testen mee gedaan om na te gaan of DV1-K-(DV3) geschikt is als theranostische vector met CXCR4 als doelwit.
Methoden: Verschillende modificaties werden toegepast op het peptide, zoals synthese van een FITC-derivaat, een aluminiumfluoride-RESCA-derivaat, aluminiumfluoride en gallium NOTA-derivaten en lutetium en lanthanium DOTA-derivaten. Daarna werden de constructen gelyofiliseerd en werden er affiniteitstesten en calcium-binding proeven op uitgevoerd. De in vivo farmacokinetiek en CXCR4- specificiteit van [18F]AlF-NOTA-DV1-K-(DV3) werden geëvalueerd in gezonde muizen met behulp van µPET/CT en een ex vivo biodistributie studie werd uitgevoerd.
Resultaten: De verschillende modificaties werden succesvol uitgevoerd, met uitzondering van de complexatie van stabiel lanthanium met DOTA-DV1-K-(DV3) en de complexatie van stabiel aluminiumfluoride met NOTA-DV1-K-(DV3). De affiniteitstest en calcium-binding proef toonden aan dat alle geteste constructen inhibitors van CXCR4 waren, weliswaar met verschillende affiniteit en activiteit voor deze receptor. [18F]AlF-NOTA-DV1-K-(DV3) werd succesvol geproduceerd, maar het HPLC analysesysteem moet nog verder geoptimaliseerd worden. De in vivo testen op gezonde muizen toonden gunstige farmacokinetische eigenschappen van [18F]AlF-NOTA-DV1-K-(DV3), zoals snelle klaring en renale excretie. Bovendien werd opname in de lever (waar er zich CXCR4 expressie bevindt) succesvol geblokt met AMD3100, een CXCR4 antagonist, wat duidt op specificiteit van de tracer voor CXCR4 in vivo.
Conclusie: Voorlopige resultaten suggereren dat DV1-K-(DV3) een veelbelovend vectormolecule is voor de ontwikkeling van nieuwe diagnostische en therapeutische radiofarmaceutische preparaten met CXCR4 als doelwit.

The effect of somatosensory targeted memory reactivation during post-learning wakefulness on motor memory consolidation

Anke Van Roy
Dit bewegingswetenschappelijk onderzoek onderzocht het effect van taak-specifieke tactiele stimulatie op het motorisch geheugen. Naast het waarnemen van gedragsveranderingen, werd evenals de hersenactiviteit geregistreerd om zo de onderliggende neurale mechanismen van dit proces te ontrafelen.

Arbeidsmarktre-integratie na burn-out: Mixed-method onderzoek naar determinanten van kwalitatieve re-integratie na burn-out

Annelies Van Royen
Vragenlijstonderzoek en interviewstudie bij ex-burn-out patiënten die opnieuw aan het werk zijn naar factoren die kwalitatieve arbeidsre-integratie bevorderen en belemmeren

The follow-up of alterations in gait pattern and muscle strength in ambulant growing children with Duchenne muscular dystrophy

Susan Song Amber Scheers
Wat zijn de veranderingen in het gangpatroon en spierkracht van de onderste ledematen bij ouder worden kinderen met de ziekte van Duchenne? En hoe is het pathologische gangpatroon gelinkt aan de onderliggende spiermechanismes? Deze vragen bestudeerden we in onze masterproef met een longitudinaal design.

Synaptrode: Creating neural interfaces with axon guidance and synapse induction

Jorik Waeterschoot
In deze thesis worden 2 technieken onderzocht voor het scheiden van de synaps van het soma van een neuron. Dit heeft als doel metingen ter hoogte van de synaps te faciliteren. Bij de eerste techniek wordt gebruik gemaakt van microkanalen geproduceerd via een molding techniek met PDMS. Bij de tweede techniek worden groeven geteched in een silicon substraat.

Design of aerobic granular sludge reactors: batch versus continuous systems

Margot Pennewaerde
Aeroob korrelslib is een interessante nieuwe waterzuiveringstechniek waarbij sterk bespaard kan worden op energie, oppervlak en kost door betere bezinkbaarheid van de korrels. Aeroob korrelslib wordt tot op heden in praktijk echter enkel gebruikt in batch reactoren. Onderzoeksvraag: Zouden onze huidige continue installaties verbeterd kunnen worden m.b.t. behandelingscapaciteit en energieverbruik door er aeroob korrelslib in te introduceren?

Collicular-driven stopping behavior is modulated by the posterior paralaminar nuclei of the thalamus

Dani Lemmon
This project examines the contribution of a specific brain region, the posterior paralaminar nuclei of the thalamus (PPnT), to innate stopping behavior in mice. We found that inhibition of the PPnT facilitates habituation to repeated stimulation of NTSR neurons in the superior colliculus. These results have implications for understanding and treating similar circuits involved in human disease, such as in post-traumatic stress disorder.

Easy-to-use diagnostic assays for thrombotic thrombocytopenic purpura

Quintijn Bonnez
Eenvoudige en snelle testen zijn noodzakelijk voor de diagnose van immuun-gemedieerde trombotische trombocytopenische purpura (iTTP). Optische glasvezels bieden perspectief om alle kenmerken van het ADAMTS13-schaarmolecule te evalueren om deze diagnose te stellen. Hierdoor verkleint niet alleen het risico op een verkeerde diagnose, maar ook op een foute behandeling van iTTP-patiënten.

Evaluating the structural effects of High Frequency spinal cord stimulation over time in patients with Failed Back Surgery Syndrome: A voxel-based morphometric study.

Félix Buyck
Ruggenmergstimulatie wordt steeds vaker gebruikt omwille van zijn gunstige effect op lage rugpijn. Maar heeft het ook een effect op de herseninhoud? De onderzoeksgroep van de VUB-UZ Brussel zocht het als eerste uit.

Het verband tussen voedingsgewoonten bij patiënten met een bariatrische chirurgie en de evolutie van NAFLD: Pre- en postoperatieve vergelijking

Mariem Chiairi
Dit onderzoek gaat over het verband tussen de voedingsgewoontes van patiënten die een bariatrische chirurgie ondergaan en de evolutie van non alcohol fatty lever disease (NAFLD).

Het doel van dit onderzoek is om bij patiënten die een bariatrische chirurgie ondergaan naast het gewichtsverlies, ook de pre- en postoperatieve voedingsgewoonten in verband te brengen met de evolutie van NAFLD.

Gecombineerde lever-niertransplantaties, resultaten in UZ Leuven

Seliene Van Laer
Deze masterthesis gaat over gecombineerde lever-niertransplantaties in UZ Leuven. De complicaties en overleving na deze transplantatie werden onderzocht.

Orgaandonatie na euthanasie. Een literatuurstudie naar de mogelijkheden en beperkingen van orgaandonatie na euthanasie

Hanne Michielsen
Een literatuurstudie naar de mogelijkheid om de euthanasieprocedure te combineren met orgaandonatie. Een overzicht van de grenzen, mogelijkheden en beperkingen van deze opeenvolging van procedures.

Denk nu ook aan later. Fertiliteitspreservatie in de kinderoncologie.

Katrien Markey
De verschillende fertiliteitspreservatiemogelijkheden voor kinderen met kanker en barrières in de zorg worden besproken en onderzocht, zodoende wordt duidelijk waarom dit onderwerp nog te weinig aan bod komt.

Nieuwe melkparameter voor een verbeterde opvolging van uiergezondheid bij melkkoeien, differentiële somatische celtelling

Lieze Coemans
Mastitis is een ontsteking van het uierweefsel die kan worden veroorzaakt door verschillende
micro-organismen, zoals schimmels, gisten, algen en virussen, maar bacteriën blijven de
belangrijkste ziekteverwekkers. De huidige methodes detecteren uierontsteking meestal pas als er al aanzienlijke
schade is aangericht, daarom is er nood aan een nieuwe parameter: het gedifferentieerd celgetal (DSCC) kan deze parameter zijn. De DSCC
splitst het somatisch celgetal op in neutrofielen en lymfocyten enerzijds en macrofagen
anderzijds. Het detecteert aldus veranderingen in relatieve celpopulaties voordat het totale
celgetal toeneemt.

Ecologische zoekhonden: noden en toekomstplannen

Laura de Kort
Ecologische zoekhonden zouden een groot hulpmiddel kunnen betekenen in de wereld van conservatie en monitoring van bedreigde soorten. Een overzicht van bestaande zoekhondenorganisaties en de moeilijkheden die zij momenteel ervaren in de ecologische zoekhondensector.
Wat zijn de toekomstplannen met deze honden en wat is er nodig om ze op grotere schaal in te kunnen zetten?

Virtual Reality als tussenstap van de psychiatrie naar de maatschappij voor mensen met een eestoornis

Myrthe Logist
Vanuit het werkveld komt de vraag om op zoek te gaan naar een manier om meer te werken richting het dagelijks functioneren, meer specifiek het handelen in de drie handelingsgebieden. Hieronder kunnen de ADL-handelingen zoals boodschappen doen, huishoudelijke activiteiten, … vallen. Met de focus op het dagelijks functioneren wordt er verwacht dat de transfer naar het dagelijks leven wordt vergemakkelijkt. In deze bachelorproef bespreekt men de mogelijkheden van Virtual Reality (VR) in ergotherapeutische interventies bij mensen in behandeling voor een eetstoornis. Verder wordt onderzocht wat de houding van de cliënten is tegenover de implementatie van deze technologie in de ergotherapeutische interventies.

Eetstoornissen zijn psychopathologieën met verschillende symptomen waarbij een verstoord eetpatroon centraal staat. De eetstoornissen die in deze bachelorproef aan bod komen zijn anorexia nervosa (AN) en boulimia nervosa (BN). Technologieën zoals VRsystemen kunnen een ideale oplossing aanreiken om cliënten op een veilige manier te confronteren met hun problematiek, niet alleen door te praten met therapeuten, maar ook door middel van virtuele omgevingen met goed gecontroleerde zintuiglijke prikkels. Deze toepassing kan leiden tot cognitieve en gedragsveranderingen bij cliënten met psychiatrische stoornissen. VR kan ergotherapeuten de mogelijkheid geven om therapie te geven in een gecontroleerde context met als gevolg een betere re-integratie in de maatschappij. Het onderzoek van Greenwood (2017) geeft een belangrijke aanzet voor het gebruik van VR in ergotherapeutische interventies.

Voor het praktijkgedeelte van deze bachelorproef wordt er naar een manier gezocht om VR te introduceren bij ergotherapeuten en cliënten op de afdeling Mind-Body-Unit van het Universitair Psychiatrische Centrum te Gasthuisberg. De implementatie van een nieuwe technologie kan alleen slagen wanneer deze client-centered uitgevoerd wordt. Het vooropgestelde plan voor de uitvoering van het praktijkdeel was het opstellen en uitdelen van een informatieve folder, samen met het geven van een educatieve presentatie aan de cliënten op de afdeling. Omwille van de coronacrisis in 2020 is deze uitvoering niet kunnen doorgaan zoals gepland. Daardoor wordt er een onderzoeksprojectplan opgesteld voor verder onderzoek met behulp van de opgestelde folder met daarin de manier waarop ergotherapeuten VR kunnen implementeren in interventies bij cliënten met een eetstoornis. Verder wordt er ook een plan opgesteld met een voorbeeld van hoe deze implementatie er kan uitzien.

Vanuit de literatuur en praktijk is er een nood aan de integratie van ADLactiviteiten in de ergotherapeutische sessies bij personen met een eetstoornis. De implementatie van VR kan deze integratie vergemakkelijken en ervoor zorgen dat de ergotherapeut de sessies nog meer op maat van de cliënt kan maken. Met als resultaat dat de re-integratie in de maatschappij gemakkelijker loopt. Om dit te bevestigen zal er echter meer onderzoek gedaan moeten worden in de praktijk om de wensen en behoeften van de cliënten omtrent de implementatie van VR na te gaan en te onderzoeken op welke manier de cliënten het beste geïnformeerd moeten worden. Om volledigere resultaten te bekomen kan verder onderzoek gedaan worden in een andere ergotherapeutische setting en bij cliënten met andere eetstoornissen dan AN en BN.

Deep learning voor autosegmentatie van computertomografie (CT) beelden in radiotherapie

Jeffrey De Rycke
Dit onderzoek gebruikt een diep neuraal netwerk om de organen van een patiënt in te tekenen op een CT-scan. Hiermee wordt het werk van de radiotherapeut-oncoloog in de radiotherapie sterk verligt.

De rol van verschillende hersengebieden bij handbewegingen

Sybren Van Hoornweder Ruben Debeuf
In deze studie werd de invloed van een specifieke hersenregio op een andere hersenregio onderzocht in het kader van handbewegingen. De studie maakte gebruik van transcraniale magnetische stimulatie.

Characteristics of single women signing up for fertility treatment with donor sperm - A cross-sectional study in a Flemish university hospital

Helena Demey Stephanie Dekempe
Wereldwijd heerst controverse rond alleenstaande vrouwen met een kinderwens. Vrouwen zonder partner zouden psychologisch niet in staat zijn om hun kind de juiste opvoeding te geven. Dit onderzoek toont echter aan dat alleenstaande vrouwen met een kinderwens gemiddeld minder psychologische problemen vertonen dan de doorsnee populatie.

Wolk in mijn hoofd. Gezinsondersteunend werken bij postpartum depressie

Friedl Teirlinck
Voor 10 tot 20% van de kersverse moeders en hun partners wordt de periode na de bevalling overschaduwd door een postpartum depressie. Hoe kunnen de partners van deze mama's die vaak aangeven zich machteloos te voelen, beter geïnformeerd en ondersteund worden? En hoe kan het taboe rond dit thema doorbroken worden zodat moeders met een hulpvraag (sneller) de weg vinden naar de juiste hulpverlening?

Oral health and oral health care promotion in Nepalese schoolchildren (Kerung, Nepal)

Astrid Capoen Deborah Depestel
Een prospectief onderzoek naar mondgezondheid bij Nepalese kinderen en de ontwikkeling van een educatief programma (6 maanden follow-up).