Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Ouderschap, Papa ook jij telt mee!

Ahlam Yousfi
De gezinsbegeleidsters van het CKG de Hummeltjes te Hasselt wensen vadersensitiever te begeleiden. Momenteel is er op de afdeling geen specifieke aanpak om de vaders te betrekken in de begeleidingen, ondanks dat het belang ervan wetenschappelijk bewezen is. Zo blijkt uit literatuurstudie dat vaderbetrokkenheid een positief effect heeft op de ontwikkeling van het kind, de moeder en van de vader zelf. Door de vader te benaderen in zijn totaliteit en positief te bekrachtigen wordt zijn bestaan in de opvoeding erkent. Dit zorgt voor een verhoogd zelfvertrouwen in het vaderschap.

Haptonomische pre- en postnatale begeleiding van ouders en kind

Birten Pots
Binnen het perinatale zorgnetwerk zijn er heel wat alternatieve begeleidingsvormen aan een
opmars bezig, onder andere de haptonomische pre- en postnatale begeleiding van ouders en
kind. De impact en de meerwaarde hiervan worden beschreven pre, peri- en postnataal, dat zowel voor de ouders als voor het kind. Als vroedvrouw kan de haptonomische visie een andere kijk op het werkveld geven.

De ervaringen en het moreel redeneren van plusmoeders in het nieuw samengesteld gezin: Een kwalitatief onderzoek

Kato Verghote
In deze scriptie wordt er ingegaan op de unieke, individuele ervaringen van plusmoeders die leven in een nieuw samengesteld gezin. Ook enkele normatieve visies met betrekking tot plusouderschap (rechten, verantwoordelijkheden als plusouder) werden in een kwalitatieve studie bevraagd.

Donkere wolken tijdens het ouderschap: over de rol van parentificatie, motivatie en ouderlijke identiteit bij ouderlijke burn-out

Jente Depoorter
Ouderlijke burn-out is een recent opkomend fenomeen. Wij gingen op zoek naar risico- en beschermende factoren. De rol van ouderlijke identiteit, motivatie voor het ouderschap en parentificatie werden onderzocht.

Ongezien?: moeders en vaders met een visuele beperking - Een kwalitatief onderzoek naar hoe ouders met een visuele beperking ouderschap beleven

Jentel Van Havermaet
Om in beeld te brengen hoe moeders en vaders met een visuele beperking hun ouderschap beleven, werden de verhalen van dertien ouders gebundeld. Zes moeders en zeven vaders met een visuele beperking uit tien gezinnen vertellen hoe zij hun ouderschap ervaren.

Zorgverlening bij een traumatische geboorte: de ervaringen van moeders en vaders met een prematuur geboren baby in de Neonatale Intensieve Zorg

Cindy Sabbe
Bij een traumatische bevalling, zoals een premature bevalling, komen vaak verschillende gevoelens kijken. Deze gevoelens kunnen de betrokkenheid bij de zorg en de relatie met de verpleegkundigen beïnvloeden. Voor ouders is het belangrijk dat ze gezien worden als de primaire zorgverlener voor het kind en dat ze gerespecteerd worden. Doordat de ouders al zeer vroeg gescheiden worden van de baby kan dit voor de ouders allerlei vragen oproepen in verband met de hechting tussen de ouders en het kind. Daar een premature bevalling heel wat gevoelens met zich mee brengt, ervaren ouders dit als een emotionele rollercoaster. Daarnaast ervaren moeders de opname van hun kind in de Neonatale Intensieve Zorg anders dan vaders. Dit betekent dat vaders en moeders op een verschillende manier kunnen omgaan met de vroeggeboorte van hun kind. Tenslotte is het belangrijk dat de Neonatale Intensieve Zorg en de context van de ouders, de ouders ondersteunen tijdens deze ingrijpende gebeurtenis.

Mag ik nu wat rust aub?

Chloé De Borger
Kraamvrouwen hebben de eerste dagen na de bevalling nood aan rust. In deze bachelorproef wordt onderzocht wat het belang is van rust op materniteit, hoe ouders dit ervaren en welke aanpassingen er kunnen gedaan worden om de rust te doen terugkeren.

Sociale netwerken aanwenden in het ontwikkelingsproces naar competent ouderschap: Functionaliteit bij KOPP-kinderen

Anja Csincsak
Vanuit drie invalshoeken, de sociologische, de pedagogische en de psychologische, wordt onderzocht of men competent ouderschap aanhoudend kan cultiveren bij ouders met psychiatrische en/of verslavingsproblemen door sociale netwerken in te zetten. Aan de hand van een casusbespreking en diepte-interviews koppelt men de theorie aan de praktijk. Verder worden verschillende veranderingsmogelijkheden voorgesteld, waaronder een zelf ontwikkeld kinderboekje.

Is er nood aan het sensibiliseren van de vroedvrouw om een postpartum depressie beter te detecteren en te begeleiden?

Lindsay De Groote Evelyne Heyerick
Wij hebben onderzocht of de vroedvrouw gesensibiliseerd wil worden omtrent postpartum depressie.

Zwanger na een fertiliteitstraject - Impact op de beleving van zwangerschap, postpartum en pril ouderschap

Hilke Vervenne
In deze literatuurstudie werd nagegaan wat de gevolgen zijn van een behandeling met artificiële reproductieve technieken, specifiek in het kader van fertiliteitsproblematiek, op de beleving van zwangerschap, bevalling en postpartum/ouderschap. Aanvullend werd er uitgezocht hoe de vroedvrouw deze beleving positief kan beïnvloeden.

Gekende eiceldonatie: Een kwalitatief onderzoek naar de ervaring van donoren

Mauro Kerckhof
Een kwalitatief onderzoek naar de betekenis van eiceldonatie voor donoren die doneren aan hun zus. De donoren werden bevraagd meerdere jaren na hun donatie. Hoe kijken ze terug op hun donatie?

Exitheffingen bij outbound zetelverplaatsingen van vennootschappen binnen de Europese Unie vanuit Belgisch en Europees perspectief

Eva Conix
Exitheffingen op niet-gerealiseerde meerwaarden worden beschouwd als beperkingen van het principe van vrijheid van vestiging. Deze heffing kan gerechtvaardigd worden door een evenwichtige verdeling van de heffingsbevoegdheid, overeenkomstig het fiscaal territorialiteitsbeginsel verbonden met de temporele component. Hiernaast kunnen lidstaten bijkomende voorwaarden stellen waardoor de verenigbaarheid met de vrijheid van vestiging onzeker is.

Voor de vader een zegen, voor de moeder een vloek? Een veldexperiment naar ongelijke behandeling in de Vlaamse arbeidsmarkt op basis van ouderschap

Lauren Aers
Correspondentieonderzoek naar de impact van ouderschap op de aanwervingskansen van mannen en vrouwen en de heterogeniteit van dit effect naar aantal kinderen, opleidingsniveau, gendervertegenwoordiging, sector en tewerkstellingsregime.

Een kwalitatieve studie naar de betekenissen die wensouders construeren rond hun (toekomstige) donor

Marjoleine De Clercq
In deze studie werden op basis van een grondige analyse van tien koppelinterviews, elf thema's gevonden die een antwoord kunnen zijn op de vraag welke betekenissen koppels geven aan hun sperma- of eiceldonor.

Artikel 60 binnen OCMW Aalst, een goedlopende trein of een bij te sleutelen parcours?!

Karolien Devos
In dit onderzoek werd artikel 60 op mesoniveau, binnen het OCMW van Aalst, onderzocht. Dit met als doel een zo duidelijk mogelijk beeld te krijgen over hoe deze tewerkstelling loopt en waar er eventueel marge is voor verbetering.

Mijn onderzoeksopzet bestond enerzijds uit een interview met de beleidsmensen, met de ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor deze sociale tewerkstelling. Anderzijds uit een focusgesprek met ervaringsdeskundigen, met mensen die of een sociale tewerkstelling positief hebben beëindigd of nog steeds aan het werk zijn als artikel 60.

Aan de hand van mijn ervaring en mijn onderzoeksopzet heb ik mijn veranderingsdoelen opgemaakt. Gezien de ervaringsdeskundigen artikel 60 als een positieve ervaring beschouwden denk ik dat men eerst en vooral moet proberen meer tewerkstelling plaatsen te creëren. Meer plaatsen geeft ook meer kansen dus meer kwetsbare mensen die men zo kan helpen naar werkervaring of zelfs naar een doorstroom naar de reguliere arbeidsmarkt. Hiervoor zal de begeleiding anders moeten worden aangepakt en zal ook de bijhorende subsidiëring moeten herbekeken worden. Zowel op mesoniveau binnen het OCMW te Aalst als op macroniveau en dus op Vlaams, gezien dit recent is overgeheveld van Federaal naar Vlaams.

Een tweede veranderingsdoel, wat ik zou willen gerealiseerd zien, is het verbeteren van de sfeer op de werkvloer ten opzichte van de mensen in artikel 60. Het welbevinden op het werk draagt volgens mij ook bij naar enerzijds je goed voelen in je vel maar anderzijds ook het goed presteren op het werk zelf. Voor mensen in sociale tewerkstelling denk ik dat de motivatie om op zoek te gaan naar een job na artikel 60 groter zal zijn als men een positieve ervaring heeft mogen ervaren.

Ook na begeleiding moet volgens mij beter. In het focusgesprek gaf elke deelnemer aan dat men in het spreekwoordelijke zwarte gat valt na artikel 60. Ook hier zouden we door in te zetten op betere, intensievere begeleiding, de doorstroom naar de reguliere markt kunnen bevorderen.

Ik ben dit eerst en vooral juridisch gaan bekijken, wetgeving versus toepassingen die men hanteert in het OCMW te Aalst. Daaruit bleek onder andere dat een flexibel werktraject, bijvoorbeeld deeltijds werken, wettelijk wel kan. Iets wat mogelijk zou moeten zijn voor iedereen in deze hectische maatschappij, zeker voor kwetsbare mensen die geen (groot) sociaal opvangnet hebben. Ook het loon voor de artikels 60 bepaalt men zelf als OCMW. Naar privé werkgevers toe factureert men 740 euro, openbare instanties die mensen tewerk stelt in artikel 60 betalen niets. Ook het feit dat men enkel leefloon gerechtigden in artikel 60 toelaat, is specifiek voor Aalst en zou dus ook anders kunnen. Er is dus een duidelijk verschil tussen wat er wetmatig mag en wat er in Aalst wordt toegepast. De reden hiervoor ligt meestal bij de subsidiëring die men hiervoor krijgt.

In een tweede invalshoek heb ik de psychosociale bril opgezet. Daar bleek, door de analyse van verschillende theorieën met betrekking tot het welbevinden en het hebben van een job, dat er wel effectief gevolgen kunnen zijn door het al dan niet hebben van een job. Zeker naar kwetsbare mensen toe moeten we hiermee rekening houden, zij hebben misschien bepaalde werkattitudes niet meegekregen van thuis. Doordat ze niet aan het werk zijn, worden ze uitgesloten uit de maatschappij. Men verliest zijn status en heeft niet het gevoel ergens bij te horen, ergens deel vanuit te maken. Aan het werk zijn zal hen dus empoweren, zal hun psychosociaal welzijn erop verbeteren.

Een laatste invalshoek is de hulpverlening. Doordat onze maatschappij volop in transitie is, dient de hulpverlening herbekeken te worden. Sleutelwoord bij hulpverlening is empoweren. Niet enkel doen wat wetmatig moet maar mensen helpen hun doelen te laten stellen en deze te verwezenlijken. De houding van de hulpverlener moet op voet van gelijkwaardigheid zijn en met een onvoorwaardelijke positieve houding ten opzichte van de cliënt met als doel zijn eigenwaarde te versterken.

Ik breng aan de hand van mijn onderzoeksopzet en theoretische staving vijf veranderingsstrategieën naar voor. Eerst en vooral moet artikel 60 voor iedereen kunnen en niet enkel voor mensen met een leefloon. Zo sluiten we mensen uit die ook zouden geholpen zijn door op deze manier aan het werk te kunnen. Ik denk bijvoorbeeld van een vrouw op leeftijd die van haar man is gescheiden en jaren voor de kinderen heeft gezorgd. Iemand van een iets oudere leeftijd, met een ‘black hole’ in haar CV van enkele jaren, zal niet makkelijk werk vinden.

Een tweede veranderingsstrategie is de mogelijkheid naar een flexibeler traject. Zeker nu we langer zullen moeten werken, is dit geen overbodige luxe. Zoals we ook in Finland zien, werkt zo’n systeem. Meer en meer mensen nemen ook hier ouderschapsverlof, tijdskrediet of loopbaanonderbreking om voor hun gezin of voor zichzelf te kunnen zorgen. Ook en zelfs vooral kwetsbare mensen die weinig of geen ervaring hebben en vaak niet beschikken over een sociaal opvangnet, zouden dit dus zeker moeten kunnen doen. Meer mensen zullen slagen in hun te presteren dagen in de opgegeven referteperiode en mensen gaan ook meer gemotiveerd zijn aan het werk te blijven in deze drukke geluksmaatschpapij.

Een derde strategie is de begeleiding van de mensen op de werkvloer die met mensen in artikel 60 moeten werken. Het stigmatiseren van deze groep tegen gaan door preventief de mensen op de werkvloer zelf grondig te informeren en hen te duiden wat de intentie is. Zo kunnen we taboes en vooroordelen wegwerken en eventuele pesterijen voorkomen. Een ‘workbuddy’, een gezinswetenschapper die niet alleen de mensen in sociale tewerkstelling maar ook de collega’s hierin begeleidt.

Een vierde strategie is het herbekijken van de kosten die men factureert aan privé firma’s. Zij krijgen een factuur van 740 euro per maand voor een werknemer, openbare instanties en vzw’s niet. Men hanteert dit omdat dit de kost is die het OCMW zelf zou moeten bijleggen, die men dus niet krijgt via subsidieringen. Op macroniveau zouden we dus moeten inzetten in het herbekijken van deze subsidieringen om deze gelijk te stellen. Maar ook OCMW Aalst zou zelf de beslissing kunnen nemen dit niet als grondvoorwaarde te hanteren. Zo creëren we meer tewerkstellingsplaatsen en vergroten we ook de doorstroom.

Een laatste voorstel naar verandering is de betere (na)begeleiding. Mensen in de laatste weken goed toeleiden naar het einde van hun tewerkstelling en al klaarstomen naar solliciteren op de reguliere arbeidsmarkt. Ook een betere samenwerking met onder andere VDAB is opportuun zijn. Ook hier is een rol weggelegd die perfect zou zijn voor een gezinswetenschapper.

Referentielijst:

Adriaens, C. L. (2013). Praktisch handboek voor OCMW-recht. 612 Loopbaan met zorg. (2015). Betekenis van werk. Betekenis van werk.

Tine Van Regenmortel, K. H. (2013. Het concept ‘empowerende academische werkplaats’. Een innovatieve vorm van samenwerken aan werkzame kennis. Tijdschrift voor Welzijnswerk, 36-48 Van Regenmortel, S. (2015, april). Sociaal werk moet anders in de nieuwe samenleving. Entry-media

Vlieger, S. D. (2008, Juni). Schuld en schaamte: een vergelijkende studie tussen werkenden en werklozen. Gent: Universiteit Gent.

Vries, S. D. (2010). Basismethodiek psychosociale hulpverlening. In S. D. Vries, Basismethodiek psychosociale hulpverlening (p. 425). Hoten, Nederland: Bohn Stafleu van Loghum.

De zin en onzin van meerouderschap

Irgen De Preter
Kinderen worden steeds vaker opgevoed in meeroudergezinnen: naast juridische ouders staan ook niet-juridische ouders in voor de opvoeding van het kind. Tussen deze niet-juridische ouders en kinderen ontstaan gezagsrelaties die niet wettelijk beschermd worden. Uit rechtsvergelijkend onderzoek bieden zich twee mogelijke manieren om deze gezagsrelaties te beschermen.

Ervaringen van alleenstaande pleegouders in Vlaanderen: pleegzorg als uitdrukking van een electieve biografie

Emma Degroote
In dit exploratief kwalitatief onderzoek worden alleenstaande pleegouders via diepte-interviews gevraagd naar hun ervaringen als alleenstaande pleegouder, naar de rol die ze binnen het pleeggezin opnemen en hoe ze omgaan met de uitdagingen die het alleenstaand pleegouderschap stelt.

Afstammingsrechtelijke gevolgen van de juridische geslachtsverandering in rechtsvergelijkend perspectief

Eline Souffriau
Mijn masterproef behandelt de bestaande problematiek betreffende het Belgische afstammingsrecht voor transgenders (art. 62bis, § 8 BW) en probeert via rechtsvergelijkende analyse een oplossing te bieden voor de bestaande problemen.

De 'cyclus van seksueel misbruik' bij geïnterneerden met een verstandelijke beperking: een dossier-analyse binnen werking 'Ontgrendeld' - Centrum OBRA vzw.

Annelien Genbrugge
 Personen met een beperking: wat maakt een slachtoffer ook dader van seksueel misbruik?  “Ik besef nu dat het niet mijn fout is dat ik als kind misbruikt werd. En dat het dus ook niet de fout is van mijn slachtoffer dat ik haar misbruikt heb.”- participant uit het onderzoek van Ricci en Clayton (2008).Seksualiteit is vandaag de dag een aantrekkelijk en veelbesproken thema. De taboesfeer errond is reeds verlaten, maar het betrekken op personen met een verstandelijke beperking is een onderwerp dat nog vaak ontkent of genegeerd wordt.

Legalisering van draagmoederschap in België op grond van mensenrechtelijke argumenten

Levi Sanders
Het huidige draagmoederschapsrecht in België: een kind overboord?Levi Sanders – Student aan de Rechtenfaculteit KULVelen vertelden me dat schrijven over draagmoederschapslegalisering heel interessant is omdat het een actueel onderwerp is. Dat is het eigenlijk niet: al zo’n twintig jaar kent België problemen met het inpassen van draagmoederschap in het recht en komen tragische draagmoederschapsgevallen in de media. Aangezien draagmoederschap nog steeds niet wettelijk geregeld is, moeten de huidige regels ook op draagmoederschapsgevallen toegepast worden.

Kwalitatief onderzoek naar de ervaringen van ouders van een kind met downsyndroom: de eerste stappen in de hulpverlening

Nieke Deleu
Een kind met downsyndroom: een kwestie van dubbel klikken. “Ons leven is voorbij dachten we. Ik kende dat totaal niet dus je gaat meteen uit van het ergste. Je denkt ‘oh my god’, wat moet ik hier mee doen? Ik kan dat niet.”Jaarlijks worden ongeveer honderd mensen in België ouder van een kind met downsyndroom. Voor zo goed als elke ouder is de geboorte van zijn of haar kind een speciaal moment. Wanneer dit kind echter een beperking blijkt te hebben, kan deze heuglijke tijd onder druk staan.   Downsyndroom is een beperking die meestal rond de geboorte van het kind gediagnosticeerd wordt.

To school or not to school: Jonge moeders over omgevingsfactoren die ertoe doen

Rigoberta Mejia Sian
“Ik gedraag me thuis als een moeder en op school als een leerling”Jonge moeders; bijna iedereen heeft er een beeld bij. Tv-programma’s over meisjes die jong zwanger zijn geraakt zoomen in op de vaak turbulente wereld van jong moederschap. De komst van een kind verandert inderdaad veel. Jonge moeders staan voor moeilijke keuzes die een grote impact kunnen hebben op de rest van hun leven. Eén van die beslissingen is het al dan niet naar school blijven gaan tijdens en na de zwangerschap. Ouders, partner en vrienden, maar ook leraren op school kunnen hen hierbij ondersteunen.

Facebook mama's. Een kwalitatieve studie naar het Facebookgebruik van moeders met tieners

Viktorien van Loon
Facebook mama's. De rol van Facebook binnen het moederschap.De masterproef 'Facebook mama's' onderzocht welke rol Facebook speelt binnen het moederschap van moeders met tieners. Facebook lijkt al een tijdje niet enkel meer gebruikt te worden om contacten te onderhouden met familie en (uit het oog verloren) vrienden. Facebook is een vaste waarde geworden binnen het dagelijks leven.

Professionele hulp van een gezinswetenschapster aan een lesbisch koppel met relatiedruk bij gezinsuitbreiding en opvoeding van hun zoon.

Diane Borghmans
Als studente gezinswetenschappen heb ik geprobeerd om een antwoord te vinden op mijn veranderingsdoel.  Mijn veranderingsdoel luidde als volgt:Hoe kan ik als gezinswetenschapster het gezin helpen met wat het voor hen als koppel betekent om een tweede kind te hebben of niet.  Daarnaast oog hebben voor signalen van hun eerste zoon wanneer deze met vragen zit in verband met de gezinsvorm waarin hij opgroeit.  Hoe je als een volwassenen hier een antwoord op kan geven.Brengt het eenzijdige verlangen naar een tweede kind het verantwoord ouderschap van Liesbet en Marie niet in gevaar?Deze probleemste

Zorgeloos naar huis, een beschrijvende studie omtrent de informatiebehoefte van kersverse ouders.

Charlotte Cocquyt
Zorgeloos naar huis“Het krijgen van een baby kan je vergelijken met een reis. Een reis die vertrekt vanuit de ‘comfort zone’ uit een leven waarin ouders ‘experten’ waren in alles wat ze deden. Deze reis gaat naar een oord van het onbekende. Een onbekend gebied waarin ze helemaal onervaren zijn, het gebied van het ouderschap (Wilkins, 2005)."We worden in ons leven dagelijks geconfronteerd met het ouderschap, bij vrienden, familie of bij onszelf. In Vlaanderen hebben ouders inspraak in de verblijfsduur op de materniteit. De tendens van het verkorten van de ligdagen komt naar boven.