Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Het langdurig nuchter houden van patiënten voor endoscopische onderzoeken: eenvoud of noodzaak?

An-Sofie Iser
Onderzoek naar het nuchterbeleid (nuchter blijven vanaf middernacht) omtrent endoscopische onderzoeken. Confronterend verschil tussen de aanbevelingen van de literatuur en wat er in de praktijk gebeurd. Raadpleging van wetenschappelijke artikels en interview met assistent-arts om de problematiek te bespreken.

Een observationeel onderzoek om de determinanten fysieke omgeving, sociale omgeving en intentie van snacken in kaart te brengen bij 60-plussers: het gebruik van ecological momentary assessment (EMA).

Kim Cnudde
De eerste onderzoeksvraag is het in kaart brengen van het snackgedrag bij de doelgroep 60-plussers. Ook wordt er beoogd om meer diepgaand inzicht te verwerven in de snackconsumptie van ouderen door de invloed van verschillende determinanten op snackgedrag te onderzoeken. In de tweede onderzoeksvraag wordt nagegaan of determinanten zoals de fysieke omgeving, sociale omgeving, intentie en emoties de snackconsumptie van 60-plussers beïnvloeden.

Welzijn tijdens de COVID-lockdown en mogelijke reddingsboeien. Een onderzoek naar de rol van emotieregulatie en de mediërende rol van zelfmotivatie op verveling, levenstevredenheid en lockdown-volharding.

Laura Belgrado
Mijn scriptie gaat het verband na tussen emotieregulatie tijdens de eerste lockdown en de welzijnsindicatoren verveling, levenstevredenheid en lockdown-volharding tijdens de tweede lockdown. Tevens wordt er nagegaan in welke mate dit eventuele verband (deels )gemedieerd wordt door zelfmotivatie.

Blended Food. Where food and social life blend together.

Lena Jacobs Lena Jacobs Sofie Van Beek Lotte Verhoeven
We focuste ons tijdens onze bachelorproef op het onderwerp blended food. Dit is gewone voeding die gebeld wordt tot een consistentie die door een sonde te spuiten is. Deze manier van voeding blijkt verschillende gezondheidsvoordelen met zich mee te brengen. We ontwikkelden hierbij ook twee tools.

ONDERHANDE(LE)N: Een mixed methods onderzoek naar consent in een BDSM-context

Dries Slootmans
In deze thesis werd onderzocht hoe consent door homoseksuele mannen wordt beleefd, in een BDSM-
context. Er wordt geprobeerd om een antwoord te bieden op de onderzoeksvraag: “Wat is de betekenis
van consent en hoe beleven homoseksuele mannen met een voorkeur voor BDSM consent in een
BDSM-context?” die werd bekomen aan de hand van een literatuurstudie waaruit blijkt dat consent een
centrale plaats heeft binnen BDSM.

Het eerste deel van het onderzoek bestaat uit een literatuurstudie, waarin de literatuur rond BDSM en
consent in kaart wordt gebracht. In het tweede deel van het onderzoek wordt de methodologie
behandeld waarin het opzet van een mixed methods onderzoek wordt beschreven.

Het derde deel van het onderzoek geeft de resultaten weer die werden bekomen aan de hand van een
vragenlijst en een interview. De vragenlijst werd ingevuld door 142 participanten en is opgebouwd uit
zes secties: demografische kenmerken (1), persoonlijkheidskenmerken (2), seksuele geschiedenis en
activiteit (3), BDSM (4), relationele en seksuele tevredenheid (5) en consent (6). Het interview werd
afgenomen bij 9 participanten en is opgebouwd uit drie secties: BDSM (1), consent (2) en seksueel
grensoverschrijdend gedrag (3). Deze thema’s worden uitvoerig beschreven in het resultatenhoofdstuk.

In het vierde deel van het onderzoek worden de resultaten gelinkt aan de literatuur en worden de
beperkingen van het onderzoek geformuleerd. In het vijfde deel van het onderzoek wordt er een
antwoord geformuleerd op de onderzoeksvraag. In het zesde deel van het onderzoek worden
aanbevelingen voor toekomstig onderzoek geformuleerd.

De participanten hechten aanzienlijk veel waarde aan consent. Ze proberen steeds expliciet te
communiceren over grenzen om tot harde spelregels te komen waaraan iedereen verwacht wordt zich
te houden. Met deze regels wordt toegestemd, en vanaf dat moment wordt er een relationeel contract
ondertekend tussen twee of meerdere personen. Enkel een stopwoord kan op ieder moment het
contract beëindigen. Echter, met behulp van verbale en non-verbale communicatie wordt het contract
volgens het principe van trial en error voortdurend bijgeschaafd.

Levenstevredenheid meten, geluk weten? De geschiktheid van levenstevredenheidsenquêtes voor het meten van geluk

Nathan Herrebosch
Het meeste wetenschappelijk onderzoek naar geluk maakt gebruik van levenstevredenheidsenquêtes. Deze masterproef onderzoekt hoe dat precies in zijn werk gaat, en of dat wel zo'n goede methode is om geluk te meten.

Samenwerken met een robot, zie ik dat wel zitten? - Een kwantitatief onderzoek naar de invloed van service robots op werknemers in de retailsector.

Maxime Van Erps
Deze thesis beschrijft een kwantitatief onderzoek aan de hand van een online survey. Respondenten werden bevraagd naar verschillende aspecten van hun job en wat zij verwachten dat een service robot hieraan zou veranderen. Zo krijgen we een zicht op de impact van de implementatie van service robots op front-line werknemers in de retailsector.

Bachelorproef kwaliteit van zorg en ondernemerschap

Ella Dethier
Deze scriptie gaat over communicatie binnen de gezondheidszorg. Meer specifiek over de patiëntoverdracht tussen verpleegkundigen op een ziekenhuisafdeling neonatologie. De literatuur werd doorzocht naar een geschikte methode om de overdracht te structuren, zodat er minder communicatiefouten worden gemaakt. Het eindresultaat is een flowchart volgens de SBARR en ABCDE methodiek.

Safety and feasibility of S‐Caine patch use in children under the age of three: a pilot study

Britt Anciaux
Kinderen jonger dan drie jaar die pijnlijke prikken of procedures moeten ondergaan zouden baat hebben bij adequate pijnverlichting, zoals de opwarmende S-Caine pleister die lidocaïne en tetracaïne bevat.

Welbevinden van cognitief sterke leerlingen in het basisonderwijs. Bevindingen in gespecialiseerd lager onderwijs tegenover traditioneel onderwijs

Kathleen Vander Cruyssen
Er werd een online cross-sectioneel onderzoek uitgevoerd naar het welbevinden bij 187 leerlingen in het Vlaamse basisonderwijs met een vermoeden of diagnose van hoogbegaafdheid en hun ouders.
Onderzoeksvraag: “Is het welbevinden van cognitief sterke leerlingen die naar een gespecialiseerde lagere school (GS) gaan hoger dan dat van vergelijkbare leerlingen in traditionele scholen?” Aanvullend werd het verschil onderzocht in een gewone school: zonder extra ondersteuning (GO), individueel aangepast moeilijker leeraanbod (IA), deeltijds les met ontwikkelingsgelijken (‘peer grouping’) (PG) en individueel leeraanbod met ook ‘peer grouping’ (IP). Ten slotte werden leerlingen die één of meer leerjaren overgeslagen hebben vergeleken met niet-versnelde leerlingen.
Deze studie toont d.m.v. ANOVA en contrasten grote en positieve effecten aan van ondersteuningsmaatregelen (GS+IA+PG+IP) aan cognitief sterke leerlingen (versus GO) op algemeen welbevinden (d=2.369), tevredenheid algemeen (d=2.819), dingen die je hebt (d=1.825), waar je goed in wil zijn (d=2.616), die je dagelijks doet (d=1.42), relaties (d=1.589)) en schools welbevinden (welbevinden (d=2.977), tevredenheid (d=2.72), betrokkenheid (d=2.472), sociale relaties (d=1.823), pedagogisch klimaat (d=2.906)) en prestaties op rekenen (d=2.638). Volgens de ouders gaat meer aandacht naar kennis verwerven (d=1.623), sociaal emotioneel welzijn (d=3.187), differentiatie en persoonlijke aanpak (d=5.369) en creativiteit (d=2.179) dan in andere scholen.
Wanneer cognitief sterke leerlingen in een gespecialiseerde school (GS) les volgen, zijn er bijkomende positieve en grote effecten tegenover ondersteuning in gewone school (IA+PG+IP) op totaal schools welbevinden (d=.983), schoolse tevredenheid (d=.98), betrokkenheid (d=.994), sociale relaties (d=2.177) en pedagogisch klimaat (d=.98). Op academisch zelfconcept, prestaties voor rekenen (d=-1.354) en begrijpend lezen (d=-1.048) is er een negatief effect (referentiegroep verschilt). Er gaat meer aandacht naar kennis verwerven (d=3.402), sociaal emotioneel welzijn (d=3.916), differentiatie en persoonlijke aanpak (d=3.464) en creativiteit (d=2.820).
Er werden geen significante verschillen aangetoond tussen leerlingen in een gewone school met beide maatregelen versus één maatregel (IP vs IA+PG) en tussen versnelde leerlingen versus niet-versnelde leerlingen.

Hoe kan VOKA Vlaams-Brabant hybride werkvormen en nieuwe mobiliteitsmodi faciliteren om de tevredenheid van zijn werknemers te verhogen?

Hannelore Van Biesbroeck
In deze scriptie werd onderzocht of hybride werken en nieuwe mobiliteitsmodi, vanuit het charter baanbrekende werkgever, VOKA Vlaams-Brabant zou helpen om de werknemerstevredenheid te vergroten.

Levenseinde in België, Verpleegkundigen als sleutelfiguur

Ruben Van Rooy Ruben Van Rooy
Hoe kan een levenseinde in België eruitzien ?
Waar botsen veel zorgverleners en vooral verpleegkundigen op, wanneer zij levenseinde zorg bieden.
Wat kunnen we doen om toekomstige verpleegkundigen beter voor te bereiden op de confrontatie met het levenseinde

Weaponized Social Media: How the Online Far-Right Reaches the Youth

Talia Fernandez
There has been countless research on why well-integrated European youth become interested in radical Islam. This research will explore what radicalism and extremism mean within the context of far-right radicalisation. Extreme right figures and their ideologies have gained prominence in Western society. The journey towards upholding these ideologies isn't easy to document. We speak of a 'far-right pipeline'. An individual isn’t instantly converted but rather nudged into a direction until they freefall. These new populist movements are different from the traditional radical right: They like to provoke and their spread happens entirely online. The author puts our current social media and political climate, and its effect on the young generation, in perspective. This research aims to build an understanding of how teenagers can be exposed to thinly veiled online radicalisation.

Digitaal leren tijdens detentie: De visie op een digitaal leeraanbod in de Belgische gevangenissen

Silke Marynissen
Deze masterscriptie onderzocht de visie van justitiële en gemeenschapsactoren op een digitaal leeraanbod in de Belgische gevangenissen. Concreet werd er bestudeerd hoe deze actoren het huidig digitaal leeraanbod in de gevangenissen ervaren, welke meerwaarde een digitaal leer- aanbod met zich meebrengt en hoe zo’n leeraanbod ideaal ingevuld wordt.

De waarde van ervaren leraren in Brussel

Robin Van der Cammen
Door ervaren leraren uit de Brusselse context te bevragen, is er een brochure ontworpen die als doel heeft
startende leraren te ondersteunen bij de aanvangsbegeleiding. Via diepte-interviews, die zijn opgesteld
a.d.h.v. een literatuuronderzoek, wordt gericht bevraagd welke factoren ervaren leraren motiveren en hoe
deze startende leraren kunnen inspireren.

COVID-19 accentueert de knelpunten van de locoregionale ziekenhuisnetwerken

ortwin top Ann Van den Broeck
De COVID-19 crisis heeft belangrijke pijnpunten binnen de ziekenhuisnetwerken blootgelegd. De wetgeving met de definiëring van de zorgopdrachten, de financiering, de samenwerking met andere zorgactoren en de bevoegdheidsverdeling zijn de meest urgente problemen. Ziekenhuizen en bij uitbreiding de gehele gezondheidszorg vragen aan de overheid om hier prioritair werk van te maken.

Optimization of isolation, maintenance and phalloidin staining of skeletal muscle cell populations

Mathieu Vandamme
De gelijkenissen en de verschillen tussen de bekende bloedtransfusies en orgaantransplantaties. Wat de valkuilen zijn bij spierweefseltransplantaties en hoe deze valkuilen kunnen worden aangepakt.

Poor work designs created by: bad or dumb managers?

Amandine Julie Van Dooren
Onderzoek toont aan dat rijkere jobs veel voordelen met zich meebrengen, toch zien we dat jobs van beperkte kwaliteit nog veel voorkomen. Mijn thesis beoogt te achterhalen waarom managers al dan niet gemotiveerd zijn om jobs met mogelijkheden voor autonomie te voorzien voor hun ondergeschikten. Hiervoor werd een schaal ontworpen op basis van de verwachtingstheorie en de theorie van gepland gedrag.

De versplintering van het streaminglandschap en de mogelijke heropleving van illegaal downloaden

Brecht Somers
In deze bachelorproef kijkt men kritisch en op lange termijn naar de evolutie van VOD (Video On Demand) diensten en de wisselwerking tussen deze diensten en de verspreiding van auteursrechtelijk beschermd werk via het internet.

De media als strijdtoneel? Een frameanalyse van Vlaamse krantenberichtgeving over klimaatjongeren

Freija Poot
Een framingonderzoek naar de mediaberichtgeving over Youth for Climate in vier Vlaamse kranten. Meer specifiek, werden 121 artikelen verschenen tussen 1 januari en 31 maart 2019 in De Morgen, De Standaard, Het Laatste Nieuws en Het Nieuwsblad geanalyseerd. Het onderzoek resulteerde in zes mediaframes van de jonge demonstranten.

Technostress, burn-out en het effect op verloopintentie: Een cross-sectioneel onderzoek bij werknemers in België

Yasmine Sparidans
Dit onderzoek bestudeert de relatie tussen technostress en verloopintentie. Gebaseerd op theoretische (Job Demands-Resources model) en empirische evidentie werd er een positieve, rechtstreekse, samenhang verwacht tussen de vijf technostressoren (techno-overlading, techno-invasie, techno-complexiteit, techno-onzekerheid en techno-onduidelijkheid) en verloopintentie. We voorspelden dat burn-outklachten deze samenhang medieerden.

The road less traveled: A comparative study of PhD holders’ sector of employment

Lucas Dierickx
Een onderzoek naar de tewerkstellingssector van mannelijke en vrouwelijke doctoraathouders in vier verschillende Europese landen.

Genderverschillen aan de uitstroomzijde van de politieke arena

Maartje Du Pont
Hoe verschillen mannen en vrouwen bij het verlaten van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers? Zijn er verschillen tussen de lengte van de ambtstermijn? Hebben mannen en vrouwen andere motieven om de politiek te verlaten en zijn er verschillen tussen partijen?

Een studie van remigratiemotieven van tweede en derde generatie hoogopgeleide Belgen met Turkse roots

Elif Lootens
Het migratiedebat verhit in West-Europa sinds de laatste decennia van de twintigste eeuw de gemoederen. Het debat is vooral gericht op instroom en integratie. Daarbij is emigratie een onderbelicht aspect. Zo is er weinig onderzoek gedaan naar de remigratie van migranten naar het land van herkomst.

Bij remigratie is het opleidingsniveau een relevante factor. Anders dan soms vermoed wordt, zijn het niet kansarme, laaggeschoolde jongeren die remigreren, maar eerder hoogopgeleide jonge migranten. Omdat net zij in Turkije een gedegen opleiding, meertaligheid en nuttige beroepservaring kunnen inbrengen als troef op de arbeidsmarkt.

Deze hoogopgeleiden ervaren in West-Europa beperkte vooruitzichten op zowel sociaal, persoonlijk als professioneel gebied. Hoogopgeleiden met Turkse roots hebben het gevoel dat zij in Turkije hun kansen beter kunnen benutten en zijn daardoor eerder geneigd te vertrekken.

Daarnaast wijzen onderzoekers erop dat de uitstroom van jonge hoogopgeleiden in tijden van vergrijzing en de daarmee samenhangende schaarstes op de arbeidsmarkt, nadelig kan zijn voor West-Europese economieën. Het vertrek van hoogopgeleide Turken is een ‘braindrain’ en een ‘verlies van menselijk kapitaal’. Dit veroorzaakt een onevenwicht tussen hoog- en laagopgeleiden migranten in Europa.

Wat opvalt is dat ondanks hun studies en diploma, deze hoogopgeleiden geconfronteerd worden met discriminatie op de arbeidsmarkt. Deze pessimistische toekomstperspectieven in Belgie voeden de drang tot remigratie. Etnische minderheden scoren beduident lager op vlak van jobtevredenheid. Volgens Vandevenne & Lenaers (2007) geeft ongeveer 64% van de hoogopgeleide etnische minderheden in Vlaanderen aan minder kans te hebben om door te stromen naar hogere functies en 61% meent zich door zijn afkomst extra te moeten bewijzen.

Hierbij komen we tot de integratieparadox die als een pushfactor meespeelt voor remigratie: hoogopgeleide Belgische Turken komen meer in aanraking met autochtonen, waardoor ze hun eigen posities op de arbeidsmarkt vergelijken en bijgevolg een ‘relatieve deprivatie’ ervaren waardoor hun eigen jobtevredenheid afneemt. Deze hooggeschoolden met een migratieachtergrond hebben immers vaak een baan onder hun opleidingsniveau, ervaren meer moeite om werk te vinden en krijgen minder promotiekansen. Hoogopgeleide en ondernemende migranten ervaren deze discriminatie intenser en zijn daarom sterker geneigd om elders het geluk te zoeken.

Bovendien hebben deze hoogopgeleiden de perceptie, met hun verworven competenties, betere jobkansen en doorgroeimogelijkheden te kunnen krijgen in Turkije. Vrouwen bevinden zich in een extra benadeelde positie doordat ze dubbel gediscrimineerd worden: naast het behoren tot een etnische minderheid, behoren ze ook tot de symbolische minderheid op vlak van gender. Hierdoor zou de wil om te migreren bij vrouwen eveneens hoger liggen, in de hoop op een gunstiger positie in het land van herkomst.

Uit resultaten van het onderzoek dat uitgevoerd werd bij kandidaat remigranten in België en effectieve remigranten in Turkije is er een duidelijke discrepantie te vinden in hun motivaties. Uit het onderzoek blijkt dat de economische factoren minder belangrijk geacht worden als drijfveer bij de hoogopgeleide aspirant-remigranten dan bij de effectieve remigranten, omdat ze min of meer tevreden zijn met hun huidige arbeidsmarktpositie in België. Bij aspirant-remigranten draait het vooral rond maatschappelijke beweegredenen. Ten eerste zijn er gevoelens van frustratie doordat de participanten zich aanvankelijk als deel van de Belgische samenleving beschouwen, maar anderzijds continu geconfronteerd worden met hun ‘anders’ zijn en steeds het gevoel kregen niet volledig aanvaard te worden als deel van de Belgische samenleving. De negatieve beeldvorming over etnische minderheden en moslims in de media lijkt hierin een katalysator te zijn.

Een tweede, opvallend resultaat, is dat de angst voor assimilatiedruk en het risico op verlies van de Turkse cultuur bij hun kinderen een veel gebruikt argument vormt om te overwegen om naar Turkije te verhuizen.

Het ervaren van een identiteitsconflict maakt de aantrekkingskracht van Turkije als toevluchtsoord bovendien groter. Remigratie biedt de mogelijkheid om voortaan tot de meerderheid te behoren. Door remigratie heft de remigrant zijn minderheidsstatus op.

Asprianten blijven in België tot zich een krachtige combinatie van negatieve en positieve acute gebeurtenissen voordoet die een kentering in hun leven te weeg brengt. Acute pushfactoren zoals ontslag, gemiste promotiekansen of een relatiebreuk stimuleren de aspirant-remigrant om de remigratiewens om te zetten in concrete plannen. Van zodra acute pullfactoren zich aandienen, zoals een aantrekkelijke werkaanbieding of een huwelijk, wordt het voornemen waargemaakt.

Bij de effectieve regimgranten zien we wel jobgerelateerde motieven zoals de ongunstige posities op de Belgische arbeidsmarkt en de ruimere carrièremogelijkheden in het land van origine. Het was voor hen niet evident om een job te vinden op het niveau van hun behaalde diploma, en ze maakten zich zorgen over hun loopbaanperspectieven. Daarenboven uiten deze hoogopgeleide participanten die op de sociale ladder willen opklimmen een gevoel van onbehagen. Vandaar dat deze groep zich niet langer uitsluitend op de Belgische arbeidsmarkt focuste en na ontslag of gefnuikte carrièrekansen tot het besef kwam dat ze beschikt over een alternatief, namelijk de arbeidsmarkt in Turkije. Na het maken van een kostenbatenanalyse verkoos deze groep te verhuizen naar Turkije, omdat zij daar een beter perspectief op werk en carrière zage. Een aantrekkelijke jobaanbieding in Turkije zorgde er uiteindelijk voor dat men daadwerkelijk de stap onderneemt.

Emocratie? Een kwantitatieve analyse van de samenhang tussen emotie en democratie in België

Benjamin Blanckaert
Emotie en democratie:
Een exploratief kwantitatief onderzoek naar de invloed van emoties ten aanzien van de Belgische politiek op de tevredenheid van de kiezer over de werking van de democratie in België.