Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Als mensen samenleven en ruimtes delen: cohousing in de lift - een onderzoek naar cohousing in Limburg

Anke Henrotte
Deze bachelorproef presenteert adviezen om cohousing in Limburg te bevorderen. Daartoe schetst dit eindwerk eerst een gedetailleerd beeld van de vijf bestaande Limburgse cohousingprojecten en legt het vervolgens de belemmeringen voor cohousing in de provincie bloot.

Leren om te leren? Interorganisationeel leren inzake integratiebeleid tussen lokale besturen in Vlaanderen

Matilde Geuëns
“Leren om te leren? Interorganisationeel leren inzake integratiebeleid tussen lokale besturen in Vlaanderen” gaat na hoe Vlaamse steden en gemeenten van elkaar (kunnen) bijleren om het integratiebeleid dat zij voeren efficiënter en effectiever te maken. Aan de hand van kwalitatieve onderzoeksmethoden zoals diepte-interviews en focusgroepen wordt vastgesteld hoe onderlinge leerprocessen momenteel verlopen én hoe het eventueel beter kan om praktische “do’s-and-don’ts” op vlak van integratiebeleid uit te wisselen. Daarbij blijken een vijftal randvoorwaarden van belang om een dergelijke uitwisseling van goede praktijken mogelijk te maken.

Contemporary Nigerian-based Piracy: An Assessment of the Harms

Bryan Peters
This research set out to systematically and empirically assess the harms of contemporary Nigerian-based piracy across multiple bearers and interest dimensions. To do so, an innovative harm assessment framework, developed by Greenfield and Paoli (2013) was employed. The assessment framework, a multi-step exercise comprised of distinct analytical phases and processes, required the articulation of business models for each of the primary modes of Nigerian-based piracy, the identification of possible harms and bearers, the evaluation of the incidence and severity of actual harms, the rating and prioritization of harms and finally, investigating potential causes of the identified harms. To do so, a mixed-methods approach was employed relying on both primary and secondary data sources. Methods included an extensive literature review, content analysis of over 400 piracy incident reports and semi-structured interviews.

Belgisch humanitarisme: andere naam, zelfde imperialisme? Een onderzoek naar het Belgische discours rond mensenrechten en ontwikkelingssamenwerking (1960-1975)

Flo Van den Broeck
Deze masterproef onderzoekt hoe België zichzelf definieerde als humanitaire actor na de dekolonisatie van Congo. Het gaat eveneens na in hoeverre het Belgische humanitarisme van 1960 tot 1975 te begrijpen valt als een verlengstuk dan wel als een breuk ten aanzien van de koloniale praktijk.

The Civil Society is tired – Introducing a new dimension of Red Tape at the German Local Level

Max Robert Marhauer
Er is steeds vaker protest van burgers tegen voorgenomen hervormingen: “Er is genoeg hervormd, dit volstaat”. In mijn meesterproef onderzoek ik of burgers moe worden van herhaalde hervormingen van en door hun lokale overheid. Op basis van data over Duitse lokale overheden stellen we vast dat deze minder geneigd zijn hervormingen of veranderingen door te voeren, onder druk van burgers die hervormingsmoe zijn.

Lobbyen in België: een zoektocht naar meer integriteit en transparantie

Frederik Panneel
Deze scriptie probeert het Belgische lobbylandschap in kaart te brengen en de huidige Belgische lobbyregulering wordt kritisch geanalyseerd door middel van rechtsvergelijkend onderzoek.

De kostprijs van de federale politie. Een historisch onderzoek

Kenneth Neirinckx
Een historisch onderzoek naar de financiering van de federale politie. Er is gekeken naar waar de budgetten vloeien. Opvallend is de bijzonder hoger personeelskost.

You’re Not Standing Alone: Eenpersoonsprotest in Rusland

Marie Dewaegenaere
Door de restrictieve wetgeving en het gewelddadige politieoptreden tegen (on)aangekondigde demonstraties, wordt de protestruimte van Russische opposanten steeds verder ingeperkt. De opstandig stemming die de repressie wist te overleven, vond steeds meer verklanking in kleine, symbolische eenpersoonsacties. In het onderzoek gaan we op zoek hoe het eenmansprotest in de voorbije tien jaar de tactiek bij uitstek werd van vreedzaam, anti-regime protest.

Operation Vigilant Guardian en militaire openbare ordehandhaving doorgelicht: de juridische zin en onzin van militairen op straat

Jens Claerman
Een heldere duiding van de juridische aspecten van de moderne militaire openbare ordehandhaving in België.

Bloot in het straatbeeld: De relatie tussen pornografische filmposters en censuur in België in de periode 1970-1980.

Leon Janssens
Deze scriptie onderzoekt de censuur in pornografische filmposters in de periode 1970-1980. Op die manier wordt het effect van de tweede seksuele revolutie op de omgang met seksueel expliciet materiaal in de publieke ruimte onderzocht.

Mister President, Where Are Your Citizens? Statecraft and Citizen-State Relations in Post-Conflict Bosnia-Herzegovina

Leander Papagianneas
Een interdisciplinaire analyze van de relatie tussen burgers en de staat in de post-conflict context van Bosnië-Herzegovina, waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan de invloed van politiek en sociaal activisme

"Dat wij de macht in handen krijgen in Brussel". De Raad van Vlaanderen (1917-1918) als parlementair experiment

Bram De Maeyer
In volle Eerste Wereldoorlog richtte een deel van de Vlaamse Beweging met Duitse steun een Raad van Vlaanderen op. Deze instelling beoogde een parlement voor Vlaanderen te zijn. Lange tijd hebben historici de Raad weggezet als een marionettenbeweging. Deze scriptie kiest ervoor hiermee te breken door het te benaderen als zijnde een parlement. Aan de hand van een comparatief luik met de Belgische Kamer en Nederlandse Tweede Kamer wordt nagegaan wat voor parlement de Raad beoogde te zijn.

Geweld tegen politieambtenaren: de meerwaarde van de maatschappelijk werker

Ella Eshuis
Een praktijkanalyse over geweld tegen politieambtenaren binnen de context van de politie Vilvoorde-Machelen. Definiëring, gevolgen en regelgeving in België en Nederland omtrent het fenomeen geweld tegen politie worden uitgediept. In mijn praktijkanalyse heb ik een nieuw initiatief voor collegiale opvang uitgewerkt.

ANALYSIS OF THE RIGHT TO EQUALITY AND NON- DISCRIMINATION WITH REGARD TO ETHNIC PROFILING. BELGIAN PERSPECTIVES.

Laetitia Parmentier
Een breed juridisch onderzoek naar etnisch profileren vanuit het oogpunt van het recht op gelijke behandeling en non-discriminatie, met focus op België.

Vlaamse preventie tegen extremisme: een vergelijkende analyse

Michiel Praet
Dit beleidsrapport omvat een vergelijkende analyse van het Vlaamse preventiebeleid rond extremisme met hoofdzakelijk dat van het Verenigd Koninkrijk en Nederland. Hiervoor werd er een combinatie gemaakt van een literatuurstudie en interviews met diverse relevante actoren uit het veld. Door de recente aanslagen (en in het bijzonder de gebeurtenissen op 22/3) werd dit stuk relevanter dan ooit. Het maakt namelijk duidelijk dat er op vlak van samenwerking tussen de verschillende politieke niveaus, tussen de gemeenschappen, binnen de penitentiaire sector en het onderwijs nog heel wat zaken te verbeteren zijn. In het bijzonder zou er werk moeten gemaakt worden van een Nationale Coördinator Contra-Extremisme die het beleid in goede banen kan leiden, zou er meer vertrouwen moeten komen tussen verschillende lokale actoren en moet er een aanpak gezocht worden voor minderjarige terroristen. Ook moet er bekeken worden hoe veroordeelde afgezonderde terroristen in de toekomst beter kunnen begeleidt worden tijdens en na de detentieperiode.

Artikel 60 binnen OCMW Aalst, een goedlopende trein of een bij te sleutelen parcours?!

Karolien Devos
In dit onderzoek werd artikel 60 op mesoniveau, binnen het OCMW van Aalst, onderzocht. Dit met als doel een zo duidelijk mogelijk beeld te krijgen over hoe deze tewerkstelling loopt en waar er eventueel marge is voor verbetering.

Mijn onderzoeksopzet bestond enerzijds uit een interview met de beleidsmensen, met de ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor deze sociale tewerkstelling. Anderzijds uit een focusgesprek met ervaringsdeskundigen, met mensen die of een sociale tewerkstelling positief hebben beëindigd of nog steeds aan het werk zijn als artikel 60.

Aan de hand van mijn ervaring en mijn onderzoeksopzet heb ik mijn veranderingsdoelen opgemaakt. Gezien de ervaringsdeskundigen artikel 60 als een positieve ervaring beschouwden denk ik dat men eerst en vooral moet proberen meer tewerkstelling plaatsen te creëren. Meer plaatsen geeft ook meer kansen dus meer kwetsbare mensen die men zo kan helpen naar werkervaring of zelfs naar een doorstroom naar de reguliere arbeidsmarkt. Hiervoor zal de begeleiding anders moeten worden aangepakt en zal ook de bijhorende subsidiëring moeten herbekeken worden. Zowel op mesoniveau binnen het OCMW te Aalst als op macroniveau en dus op Vlaams, gezien dit recent is overgeheveld van Federaal naar Vlaams.

Een tweede veranderingsdoel, wat ik zou willen gerealiseerd zien, is het verbeteren van de sfeer op de werkvloer ten opzichte van de mensen in artikel 60. Het welbevinden op het werk draagt volgens mij ook bij naar enerzijds je goed voelen in je vel maar anderzijds ook het goed presteren op het werk zelf. Voor mensen in sociale tewerkstelling denk ik dat de motivatie om op zoek te gaan naar een job na artikel 60 groter zal zijn als men een positieve ervaring heeft mogen ervaren.

Ook na begeleiding moet volgens mij beter. In het focusgesprek gaf elke deelnemer aan dat men in het spreekwoordelijke zwarte gat valt na artikel 60. Ook hier zouden we door in te zetten op betere, intensievere begeleiding, de doorstroom naar de reguliere markt kunnen bevorderen.

Ik ben dit eerst en vooral juridisch gaan bekijken, wetgeving versus toepassingen die men hanteert in het OCMW te Aalst. Daaruit bleek onder andere dat een flexibel werktraject, bijvoorbeeld deeltijds werken, wettelijk wel kan. Iets wat mogelijk zou moeten zijn voor iedereen in deze hectische maatschappij, zeker voor kwetsbare mensen die geen (groot) sociaal opvangnet hebben. Ook het loon voor de artikels 60 bepaalt men zelf als OCMW. Naar privé werkgevers toe factureert men 740 euro, openbare instanties die mensen tewerk stelt in artikel 60 betalen niets. Ook het feit dat men enkel leefloon gerechtigden in artikel 60 toelaat, is specifiek voor Aalst en zou dus ook anders kunnen. Er is dus een duidelijk verschil tussen wat er wetmatig mag en wat er in Aalst wordt toegepast. De reden hiervoor ligt meestal bij de subsidiëring die men hiervoor krijgt.

In een tweede invalshoek heb ik de psychosociale bril opgezet. Daar bleek, door de analyse van verschillende theorieën met betrekking tot het welbevinden en het hebben van een job, dat er wel effectief gevolgen kunnen zijn door het al dan niet hebben van een job. Zeker naar kwetsbare mensen toe moeten we hiermee rekening houden, zij hebben misschien bepaalde werkattitudes niet meegekregen van thuis. Doordat ze niet aan het werk zijn, worden ze uitgesloten uit de maatschappij. Men verliest zijn status en heeft niet het gevoel ergens bij te horen, ergens deel vanuit te maken. Aan het werk zijn zal hen dus empoweren, zal hun psychosociaal welzijn erop verbeteren.

Een laatste invalshoek is de hulpverlening. Doordat onze maatschappij volop in transitie is, dient de hulpverlening herbekeken te worden. Sleutelwoord bij hulpverlening is empoweren. Niet enkel doen wat wetmatig moet maar mensen helpen hun doelen te laten stellen en deze te verwezenlijken. De houding van de hulpverlener moet op voet van gelijkwaardigheid zijn en met een onvoorwaardelijke positieve houding ten opzichte van de cliënt met als doel zijn eigenwaarde te versterken.

Ik breng aan de hand van mijn onderzoeksopzet en theoretische staving vijf veranderingsstrategieën naar voor. Eerst en vooral moet artikel 60 voor iedereen kunnen en niet enkel voor mensen met een leefloon. Zo sluiten we mensen uit die ook zouden geholpen zijn door op deze manier aan het werk te kunnen. Ik denk bijvoorbeeld van een vrouw op leeftijd die van haar man is gescheiden en jaren voor de kinderen heeft gezorgd. Iemand van een iets oudere leeftijd, met een ‘black hole’ in haar CV van enkele jaren, zal niet makkelijk werk vinden.

Een tweede veranderingsstrategie is de mogelijkheid naar een flexibeler traject. Zeker nu we langer zullen moeten werken, is dit geen overbodige luxe. Zoals we ook in Finland zien, werkt zo’n systeem. Meer en meer mensen nemen ook hier ouderschapsverlof, tijdskrediet of loopbaanonderbreking om voor hun gezin of voor zichzelf te kunnen zorgen. Ook en zelfs vooral kwetsbare mensen die weinig of geen ervaring hebben en vaak niet beschikken over een sociaal opvangnet, zouden dit dus zeker moeten kunnen doen. Meer mensen zullen slagen in hun te presteren dagen in de opgegeven referteperiode en mensen gaan ook meer gemotiveerd zijn aan het werk te blijven in deze drukke geluksmaatschpapij.

Een derde strategie is de begeleiding van de mensen op de werkvloer die met mensen in artikel 60 moeten werken. Het stigmatiseren van deze groep tegen gaan door preventief de mensen op de werkvloer zelf grondig te informeren en hen te duiden wat de intentie is. Zo kunnen we taboes en vooroordelen wegwerken en eventuele pesterijen voorkomen. Een ‘workbuddy’, een gezinswetenschapper die niet alleen de mensen in sociale tewerkstelling maar ook de collega’s hierin begeleidt.

Een vierde strategie is het herbekijken van de kosten die men factureert aan privé firma’s. Zij krijgen een factuur van 740 euro per maand voor een werknemer, openbare instanties en vzw’s niet. Men hanteert dit omdat dit de kost is die het OCMW zelf zou moeten bijleggen, die men dus niet krijgt via subsidieringen. Op macroniveau zouden we dus moeten inzetten in het herbekijken van deze subsidieringen om deze gelijk te stellen. Maar ook OCMW Aalst zou zelf de beslissing kunnen nemen dit niet als grondvoorwaarde te hanteren. Zo creëren we meer tewerkstellingsplaatsen en vergroten we ook de doorstroom.

Een laatste voorstel naar verandering is de betere (na)begeleiding. Mensen in de laatste weken goed toeleiden naar het einde van hun tewerkstelling en al klaarstomen naar solliciteren op de reguliere arbeidsmarkt. Ook een betere samenwerking met onder andere VDAB is opportuun zijn. Ook hier is een rol weggelegd die perfect zou zijn voor een gezinswetenschapper.

Referentielijst:

Adriaens, C. L. (2013). Praktisch handboek voor OCMW-recht. 612 Loopbaan met zorg. (2015). Betekenis van werk. Betekenis van werk.

Tine Van Regenmortel, K. H. (2013. Het concept ‘empowerende academische werkplaats’. Een innovatieve vorm van samenwerken aan werkzame kennis. Tijdschrift voor Welzijnswerk, 36-48 Van Regenmortel, S. (2015, april). Sociaal werk moet anders in de nieuwe samenleving. Entry-media

Vlieger, S. D. (2008, Juni). Schuld en schaamte: een vergelijkende studie tussen werkenden en werklozen. Gent: Universiteit Gent.

Vries, S. D. (2010). Basismethodiek psychosociale hulpverlening. In S. D. Vries, Basismethodiek psychosociale hulpverlening (p. 425). Hoten, Nederland: Bohn Stafleu van Loghum.

Herstel voor nabestaanden van slachtoffers van levensdelicten. Kwalitatief onderzoek naar factoren die een rol (kunnen) spelen bij secundaire victimisatie.

Yinthe Feys
Alhoewel nabestaanden van slachtoffers van levensdelicten (moord en doodslag) ook slachtoffers zijn, krijgen zij vaak niet de aandacht die zij verdienen. In dit onderzoek werd dan ook getracht om, via kwalitatieve interviews, in kaart te brengen hoe dergelijke nabestaanden hun slachtofferschap ervaren. Hierbij werd nagegaan of er, naast een primaire victimisatie (de directe gevolgen van het misdrijf), ook sprake is van een secundaire victimisatie (ten gevolge van de houding van allerlei actoren waarmee de desbetreffende personen in contact komen).

De pensioenproblematiek in België en het politieke beleid.

Mahmut Alp Mahmut Alp
Het aanslepende probleem in België: de pensioenproblematiek! Het onderwerp dat we tegenwoordig vaak te zien krijgen op het nieuws, in wetenschappelijke tijdschriften en kranten, in dagbladen enz. is de pensioenproblematiek. Iedereen zal wel eens gelezen of gehoord hebben dat de pensioenen in het gedrang komen en dat er dringende maatregelen moeten genomen vanuit het politieke beleid. Al vaker hebben we in onze postbus brochures gekregen van bankmaatschappijen die ons overrompelen met actueel economisch nieuws, allerlei beleggingsmogelijkheden en de voordelen van pensioensparen.

Radicaal sociaal werk in Kaapstad: Werken aan structurele verandering in Philippi High School

Floris Bombeke
Ongelijke educatie in KaapstadMeer dan twintig jaar na het afschaffen van apartheid wordt Zuid-Afrika gezien als het meest ongelijke land ter wereld. Een land waar geen verschil bestaat tussen mensen op basis van ras of afkomst, is voor vele Zuid-Afrikanen nog steeds een droom. Die ongelijkheid weerspiegelt zich ook in het onderwijs waar jonge mensen geen toegang hebben tot basisvoorzieningen en het verschil met rijkere scholen immens is.

“Ce n’est pas uniquement avec des briques et du béton que l’on reconstruit des villes.” Sociale en politieke discussies tijdens de wederopbouw van Leuven en België na de Eerste Wereldoorlog

Sofie Schoonjans
De Leuvense wederopbouw na de Eerste Wereldoorlog: niet gewoon een kwestie van bakstenen en betonLeuven kreeg in 1914 wereldwijde aandacht toen het Duitse leger de stad en haar befaamde universiteitsbibliotheek in lichterlaaie zette. De stad figureerde prominent in propagandacampagnes, die de boodschap van Brave Little Belgium en Duitse barbarij verspreidden. Gezien de symbolische waarde van de vernieling van deze stad, werd in deze thesis gekeken naar de berichtgeving over haar wederopbouw.

Gewelddadig extremisme en extremistische overtuigingen: Individuele verschillen en determinanten vanuit geïntegreerd perspectief

Anja Hermans
Gewelddadig extremisme: directe en indirecte oorzaken“Ingrijpen op factoren die in werkelijkheid geen oorzaken zijn van gewelddadig extremisme, maakt preventie zinloos”.Radicalisering en extremisme. Deze begrippen zijn quasi niet meer uit het nieuws weg te slagen. Maar hoe valt gewelddadig extremisme te verklaren? Kunnen de blootstelling aan extremistische boodschappen via nieuwe sociale media en iemands persoonlijke neiging tot gewelddadig extremisme ons iets wijzer maken? En hoe komt iemands persoonlijke neiging tot gewelddadig extremisme tot stand?

Een lokaal beleid voor Vlaamse Syriëstrijders

Kato Van Broeckhoven
’t Stad IS van IedereenDe Vlaamse Syriëstrijders en het Belang van een Lokaal BeleidKato Van Broeckhoven5 oktober 2014Op 11 juni 2014 verlieten Lucas (18) en Abdelmalek (19) hun huis in Kortrijk. Zonder medeweten van vrienden en familie reisden ze naar Turkije om van daaruit de grens met Syrië over te steken en zich aan te sluiten bij de strijders van IS (Islamitische Staat).  Ze zijn niet de enigen. Sinds de zomer van 2012 hebben naar schatting meer dan 350 Vlaamse jongeren hun thuis ingeruild voor de Syrische burgeroorlog.

Het optreden ten aanzien van cannabisgebruik en bezit voor persoonlijk gebruik in Vlaamse steden

Ulrike Seynaeve
Het Belgisch cannabisbeleid onder de loep: gedoogbeleid te ondoorzichtig?!Cannabis, althans de discussie over welk beleidsmodel het best gehanteerd wordt bij cannabis, is een actueel thema. De recente voorbeelden van legalisering van cannabis in Washington en Colorado hebben het debat over hoe idealiter zou moeten opgetreden worden bij cannabis opnieuw doen oplaaien. Zoals men een blikje cola uit de automaat kan halen is het nu zelfs mogelijk in bepaalde staten van de VS om cannabis te verkrijgen door middel van een wietautomaat.

Pensionering wegens medische ongeschiktheid bij ambtenaren. De rol van Medex.

Petra Leysen
Pensionering wegens medische ongeschiktheid bij ambtenarenStel je bent ambtenaar en je wordt ziek, zwaar ziek, zo erg zelfs dat je verplicht met pensioen moet. In 2012 en 2013 zijn er zo oorspronkelijk 5651 ambtenaren op pensioen gesteld. Zes van deze ambtenaren waren jonger dan 30 jaar. Aangezien dit cijfer zo hoog ligt, werd er in deze masterscriptie op zoek gegaan naar een oplossing om arbeidsongeschikte ambtenaren terug aan het werk te krijgen.Pensioencommissie van MedexWanneer een ambtenaar lange tijd arbeidsongeschikt is, moet hij voor de pensioencommissie van Medex verschijnen.

Loont talentmanagement? Een onderzoek naar de beleving van talentmanagement bij Vlaamse ambtenaren

Joost Vandoninck
 Talentmanagement creëert gemotiveerde ambtenaren in tijden van personeelsbesparingen"Wat staat er op de grafsteen van een ambtenaar?"- "Hier rust ik verder."Ambtenaren hebben niet bepaald het imago de meest gemotiveerde werknemers te zijn.  Nochtans worden overheidsorganisaties vandaag geconfronteerd met een krappe arbeidsmarkt en met personeelsbesparingen die ervoor zorgen dat meer complexe taken zullen moeten worden uitgevoerd door een kleiner aantal personeelsleden.