Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Betrokkenheid van anderstalige ouders bij het onderwijs van hun kind

Shana De Keyser
De rol die scholen kunnen spelen in het stimuleren van de ouderbetrokkenheid van hun anderstalige ouders. Een analyse van een lopend project in vijf Antwerpse basisscholen.

Hoe wij kijken naar Congo - impact van de onafhankelijkheid, de staatsverontschuldigingen en de BLM beweging op de representatie van Congo in Vlaamse kranten.

Indra Albrecht
Analyse van Vlaamse kranten naar discours betreffende Congo.

ARCHEOLOGIE VAN DE LAATMIDDELEEUWSE ‘HETEROSEKSUALITEIT’ Onderzoek naar ‘heteroseksualiteit’ in de late middeleeuwen in de Lage Landen aan de hand van seksuele insignes.

Lisa Fenucci
Onderzoek naar ‘heteroseksualiteit’ in de late middeleeuwen in de Lage Landen aan de hand van seksuele insignes.

Verbinding in tijden van afzondering: de coronacrisis als initiator in werkelijke verbondenheid

Rosanne Buyle
Ik onderzocht op welke manieren je de (ervaring van) verbinding kan versterken in het algemeen en
specifiek tijdens een feitelijke afzondering zoals quarantaine of lockdown vanuit een psychologische, biologische en levensbeschouwelijke invalshoek.

Circus Therapy: Research into the use of Circus as a Therapeutic Medium in Child and Adolescent Psychiatry.

Victoria Pompe
Kan circus gebruikt worden als therapie? Wat houdt dat in en waar schuilt de therapeutische waarde?

Les malheureux Juifs! Aandacht voor de Jodenvervolging in de Belgische verzetspers (1940-1944)

Manon Mortier
Via een kritische discoursanalyse van acht Belgische verzetskranten probeert deze scriptie om tools aan te reiken om een beter inzicht te verkrijgen in de berichtgeving rond de Jodenvervolging. Op de vraag waarom de sluikbladen er zo weinig over berichten, is het belangrijk om bij de basis te beginnen: de eigenschappen en doelstellingen van de verzetspers, frames als bouwstenen van discours en de mechanismen van nieuwsselectie.

The reappearance of logic in Flemish secondary mathematics education

Alexander Holvoet
Nu logica opgenomen is in de eindtermen voor wiskunde, zitten wiskundeleerkrachten met de handen in het haar. Deze thesis onderzoekt de theoretische aard en didactische functie van logica. De nieuwe eindtermen worden tegen een academisch licht gehouden, en voorstellen tot verbetering worden opgelijst. De thesis culmineert in het ontwerpen van extra ondersteunend lesmateriaal, gefundeerd op de beschikbare literatuur.

HOE KUNNEN WE TAALSTIMULATIE BEVORDEREN BIJ MINDERJARIGE VIB’S, MET OOG VOOR EEN HOGE OUDERLIJKE BETROKKENHEID, IN HET ASIELOPVANGCENTRUM IN HOUTHALEN-HELCHTEREN? ONTWIKKELING VAN THEMATISCHE TAALBOXEN VOOR HET GEZIN

Annika Steensels
Deze scriptie focust op de doelgroep van anderstalige gezinnen die verblijven in een asielopvangcentrum. Met deze scriptie wil ik anderstalige ouders ondersteunen en aansporen om samen met hun kinderen met taal bezig te zijn. De taalboxen die ik ontwikkelde, hebben als doel de gezinnen educatief materiaal aan te bieden dat ze samen met hun kinderen kunnen ontdekken ter bevordering van taalstimulatie.

De meerwaarde van meditatie bij de behandel- en herstelfase van kanker

Silke Duym Jolien Wieme Silke Duym Margot De Bruyn
De meerwaarde van meditatie bij de behandel- en herstelfase bij kanker. Bachelorproef geschreven in 2020-2021 door studenten ergotherapie.

ARCHEOLOGIE VAN DE LAATMIDDELEEUWSE ‘HETEROSEKSUALITEIT’ Onderzoek naar ‘heteroseksualiteit’ in de late middeleeuwen in de Lage Landen aan de hand van seksuele insignes.

Lisa Fenucci
Onderzoek naar ‘heteroseksualiteit’ in de late middeleeuwen in de Lage Landen aan de hand van seksuele insignes.

A site of power imbalance or political potential? A comparative case study of the accommodation infrastructure for illegalized migrants in Brussels

Soline Ballet
De scriptie onderzoekt burgerinitiatieven die opvang verlenen aan migranten in doortocht naar Engeland. Ik vergeleek het politiek potentieel en de machtsdynamieken tussen twee soorten burgerinitiatieven, namelijk het Burgerplatform en kraakbewegingen.

Gender(on)gelijkheid in de sportwereld (1950-1980) "Moet hen onmiddellijk voldoening worden geschonken?" Belgische sportvrouwen en de instituties van het wielrennen, de atletiek en het voetbal

Maura De Troyer
Belgische sportbonden weigerden voor een lange tijd om vrouwensport te erkennen. In 1950 mochten vrouwen voor het eerst officieel aan atletiek doen. Wielrennen kon pas in 1959 en voetbal in 1970. Op welke manier werden deze sporten georganiseerd? Wie waren de vrouwelijke pioniers in deze sporten en wat waren hun ervaringen met de sportbonden, feminisme, en de bredere samenleving?

Hiphop en Terrorisme

Merel Van Wambeke
In deze thesis wordt onderzocht hoe hiphopartiesten uit Brussel en New York reageren op terrorisme in hun stad.

De belasting op tweede verblijven, een doorn in het oog van tweedeverblijvers en gemeentebesturen

Morgane De Pourcq
Mijn scriptie geeft een duidelijk overzicht in de totstandkoming en evolutie van het belastingreglement op tweede verblijven met inachtneming van de rechtspraak en rechtsleer. Een aanzienlijk deel van de juridische aspecten betreft de belasting op tweede verblijven van de Vlaamse kustgemeenten.

This is ME traject -Preventieve holistische workshops op de werkvloer voor medewerkers van ZNA met verhoogde stress en/of angst en/of spierpijnen in tijden van COVID- 19

Marie Ernalsteen
Preventieve holistische workshops op de werkvloer voor medewerkers van ZNA met verhoogde stress en/of angst en/of spierpijnen in tijden van Covid-19.

Inzet van zoekhonden op detectie van wolven: ontwikkelen certificeringsmethode

Katrien Vrijdag
Speurhonden in het algemeen en ecologische zoekhonden in het bijzonder worden ook in Europa steeds vaker ingezet bij wetenschappelijk onderzoek naar beschermde en zeldzame fauna en flora. Ze inzetten in het onderzoek naar de wolf, een soort die sinds kort opnieuw zijn intrede deed in Vlaanderen, lijkt dus een logische stap. Aangezien de wolf een beschermde diersoort is, is het immers noodzakelijk om de soort op een niet-invasieve manier te bestuderen. Aangezien de zoekhond al succesvol werd ingezet bij het zoeken naar andere beschermde diersoorten in Vlaanderen, is het interessant om te bekijken of hij er ook in slaagt om wolvenmest te vinden. Maar hoe kan men bepalen of een hond in staat is om ingezet te worden als ecologische zoekhond voor het speuren naar wolvenmest? In deze bachelorproef wordt een gemotiveerd antwoord geformuleerd op die vraag. Er worden vier soorten praktijktesten georganiseerd binnen en buiten, zowel in een gecontroleerde omgeving als in een gebied waar effectief wilde wolven leven. Enerzijds wordt aangetoond dat een ecologische zoekhond efficiënter is in het zoeken naar wolvenmest dan de mens. Anderzijds worden de tests zelf kritisch bekeken om zo tot een ultieme testmethode te komen die zal bepalen of een hond kan gecertificeerd worden als ‘ecologische zoekhond voor wolvenmest’.

Safety and feasibility of S‐Caine patch use in children under the age of three: a pilot study

Britt Anciaux
Kinderen jonger dan drie jaar die pijnlijke prikken of procedures moeten ondergaan zouden baat hebben bij adequate pijnverlichting, zoals de opwarmende S-Caine pleister die lidocaïne en tetracaïne bevat.

Game Based Learning

Eline Stuer Eline Stuer Amber Hermans Xamira Haeck Ine Hapers Evelien Hermans
In ons onderzoek gingen we na wat leerkrachten nodig hebben om game-based learning in te zetten in de klas.
We kwamen hieraan tegemoet door hen gebruiksklare sjablonen aan te bieden.

Leven met dementie

Lisa Christiaens Roxanne Pensaert
Het belang van kwaliteitsvolle zorg in de gezondheidszorg neemt toe, ook in de woonzorgcentra. In deze bachelorproef komen de factoren aan bod die een invloed hebben op de kwaliteit van leven voor bewoners met dementie en op de kwaliteit van het werk van zorgverleners.

Hoe kunnen we mensen in kwetsbare situaties menswaardig en als participant empoweren richting e-inclusiviteit?

Zozan Kilic
Met dit onderzoek wil Zozan Kilic nagaan hoe de digitale ongelijkheid verkleind kan worden door gebruik
te maken van grondrechten, om professionals en organisaties tools te kunnen meegeven
voor een empowerende ondersteuning waarbij vertrouwen centraal staat.

Reflections on Violence and Death in Critical War Games

Samuel Lutters
In deze scriptie verzamelde ik online reflecties over geweld en de dood van spelers die kritische oorlogsgames speelden. Daarbij focuste ik op drie games. Opvallend waren de negatieve emoties die spelers ervaarden. Deze bleken een bron te zijn voor eventuele kritisch reflectie.

Gaan smartphone-afhankelijkheid en gevoelens van eenzaamheid hand in hand? Een multimethodisch onderzoek bij Vlamingen tussen 16 en 34 jaar

Sarah Michiels
De smartphone heeft op enkele jaren tijd een centrale plaats veroverd in ons leven. Niet alleen het bezit ervan neemt toe, ook het gebruik gaat nog jaarlijks de hoogte in. Maatschappelijk minstens even relevant is de toenemende eenzaamheid in onze samenleving. Deze masterproef focust op een mogelijk positief verband tussen smartphone-afhankelijkheid en gerapporteerde gevoelens van eenzaamheid bij Vlamingen tussen 16 en 34 jaar.

Want al ben ik zwart als roet, 'k meen het wel goed. De evoluerende representatie van de knecht van Sinterklaas in Belgische kranten (1850-1970).

Anke Van den Broek
De scriptie gaat in op de evolutie van de Belgische knecht van Sinterklaas. De Belgische Zwarte Piet kwam anders tot stand dan de Nederlandse. Bovendien geeft de scriptie inzichten in de weergave en toenemende racialisering van Zwarte Piet.

ECO-ANXIETY, IS IT TABOO OR NOT? A closer look at the impact of climate change on people’s well-being and behavior

Mélicia Casneuf
Klimaatverandering is niet meer te ontkennen, maar wat is de impact hiervan op ons mentaal welzijn en gedrag. Via een kwalitatieve studie werd de term eco-anxiety onderzocht.

Slachtoffers van onwetendheid: de kennisverspreiding van het DES-hormoon in België sinds 1971

Antje Van Kerckhove
In 1947 veroverde het DES-hormoon de wereld. Het middel had als doel om miskramen te voorkomen en werd wereldwijd voorgeschreven aan miljoenen zwangere vrouwen. In 1971 werd echter aangetoond dat DES schadelijk was voor de baby’s – zogenaamde DES-kinderen – die als foetus werden blootgesteld aan het hormoon. Vooral DES-dochters liepen ernstige medische risico’s. Bovendien bleek jaren later dat ook DES-kleinkinderen vatbaar zijn voor de gevolgen van DES. Dat het middel in België nog zeker tot 1977 – zes jaar nadat de schadelijkheid formeel werd bewezen – is toegediend aan zwangere vrouwen, doet onderzoeksjournaliste Greet Pluymers en enkele DES-dochters vermoeden dat er sprake is van een dofpotoperatie. Een mogelijke doofpotaffaire zou inderdaad verklaren waarom DES op de markt bleef tussen 1971 en 1977, maar het vormt geen antwoord op de vraag waarom er vandaag in België – in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Nederland – nog steeds weinig kennis bestaat of circuleert over de schadelijke gevolgen van het hormoon. Dit onderzoek gaat daarom na hoe de late en gebrekkige kennisverspreiding van DES binnen de Belgische context verklaard kan worden. Daarbij neemt deze studie afstand van een mogelijke doofpotaffaire door op zoek te gaan naar een lange termijn verklaring voor de relatieve onwetendheid over DES in België. Om een licht te werpen op het gebrek aan kenniscirculatie vanaf 1971 steunt dit onderzoek op inzichten uit de agnotologie, een theorie die ervan uitgaat dat onwetendheid het gevolg is van culturele constructies.
Zo bood deze studie – aan de hand van interviews met DES-dochters en gynaecologen – inzicht in de langdurige mechanismen en processen die aan de basis liggen van de gebrekkige kennisverspreiding van het DES-hormoon in België. De rol van ouders en artsen – die golden als de belangrijkste informatieverstrekkers in het kennisproces van DES-dochters – bleek daarbij cruciaal. Indien zij niet optraden als kennisverspreiders, bleven DES-dochters vaak jarenlang in het ongewisse over hun DES-identiteit. Verder wees de analyse uit dat DES-dochters in grote mate afhankelijk waren van toeval voor een juiste diagnostisering. Daarnaast bleek dat de schuldgevoelens van sommige DES-moeders – zeker in huishoudens waar een sterk taboe rustte op infertiliteit – het stilzwijgen van DES in de hand werkte. Op die manier toonde ik aan dat het stigma rond onvruchtbaarheid bijdroeg aan de onwetendheid over DES en niet alle ouders zomaar fungeerden als doorgeefluiken van kennis. Tot slot toonde dit onderzoek aan dat ook gynaecologen hun rol als informatieverstrekkers niet systematisch opnamen. Zo bleek dat artsen – ondanks het feit dat ze sinds het begin van de jaren 1970 geïnformeerd waren over de schadelijkheid van DES – het probleem leken te onderschatten. Deze onderschatting was het gevolg van de overtuiging dat het DES-probleem vanaf het einde van de jaren 1980 verleden tijd was. Maar deze opvatting alleen kon het kennistekort niet verklaren. Andere redenen waren de onzichtbaarheid van het DES-probleem in combinatie met de moeilijkheid om congenitale afwijkingen te linken met het hormoon, de exclusieve focus op fertiliteitsproblemen, het gebrek aan ondervraging
94
en de mogelijk nauwe relaties tussen UCB en de medische wereld. Op die manier ontstond er een algemeen gebrek aan belangstelling voor het DES-probleem in medische kringen in België waar DES-dochters tot op heden het slachtoffer van zijn.