Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Let's play "who's the real victim": Het identificeren van slachtoffer -en daderframes rond seksueel grensoverschrijdend gedrag in de Vlaamse media.

Catherine Monbailliu
De scriptie bestaat uit een framing analyse waarbij op zoek wordt gegaan naar de slachtoffer- en daderframes die gebruikt worden in de Vlaamse gedrukte media inzake seksueel grensoverschrijdend gedrag. Aan de hand van inductie en deductie worden variabelen geëxtraheerd uit Vlaamse krantenartikels (De Morgen, De Standaard en Het Laatste Nieuws). Deze variabelen worden nadien geclusterd in grotere frames en getest op hun interne samenhang.

Development and preclinical evaluation of new theranostic anti-CXCR4 radiopharmaceuticals

Karen Leys
Achtergrond: Onderzoek heeft aangetoond dat de CXCR4 receptor een belangrijke rol speelt bij verschillende kankertypes. Bestaande beeldvorming en therapie zijn niet afdoende voor de nood die er vandaag is. Een theranostische aanpak die specifiek is voor deze receptor zou een waardevolle bijdrage leveren aan de opsporing en behandeling van verschillende kankertypes. DV1-K-(DV3), een peptide bestaande uit D-aminozuren en CXCR4-antagonist, is een interessant vector molecule voor de ontwikkeling van radiofarmaceutische preparaten in een “theranostische setting” en zal voor het eerst getest worden als vectormolecule.
Doel: In deze thesis werd het peptide DV1-K-(DV3) geëvalueerd als vector molecule voor de ontwikkeling van zowel diagnostische en therapeutische radiofarmaceutische preparaten. Er werden verschillende testen mee gedaan om na te gaan of DV1-K-(DV3) geschikt is als theranostische vector met CXCR4 als doelwit.
Methoden: Verschillende modificaties werden toegepast op het peptide, zoals synthese van een FITC-derivaat, een aluminiumfluoride-RESCA-derivaat, aluminiumfluoride en gallium NOTA-derivaten en lutetium en lanthanium DOTA-derivaten. Daarna werden de constructen gelyofiliseerd en werden er affiniteitstesten en calcium-binding proeven op uitgevoerd. De in vivo farmacokinetiek en CXCR4- specificiteit van [18F]AlF-NOTA-DV1-K-(DV3) werden geëvalueerd in gezonde muizen met behulp van µPET/CT en een ex vivo biodistributie studie werd uitgevoerd.
Resultaten: De verschillende modificaties werden succesvol uitgevoerd, met uitzondering van de complexatie van stabiel lanthanium met DOTA-DV1-K-(DV3) en de complexatie van stabiel aluminiumfluoride met NOTA-DV1-K-(DV3). De affiniteitstest en calcium-binding proef toonden aan dat alle geteste constructen inhibitors van CXCR4 waren, weliswaar met verschillende affiniteit en activiteit voor deze receptor. [18F]AlF-NOTA-DV1-K-(DV3) werd succesvol geproduceerd, maar het HPLC analysesysteem moet nog verder geoptimaliseerd worden. De in vivo testen op gezonde muizen toonden gunstige farmacokinetische eigenschappen van [18F]AlF-NOTA-DV1-K-(DV3), zoals snelle klaring en renale excretie. Bovendien werd opname in de lever (waar er zich CXCR4 expressie bevindt) succesvol geblokt met AMD3100, een CXCR4 antagonist, wat duidt op specificiteit van de tracer voor CXCR4 in vivo.
Conclusie: Voorlopige resultaten suggereren dat DV1-K-(DV3) een veelbelovend vectormolecule is voor de ontwikkeling van nieuwe diagnostische en therapeutische radiofarmaceutische preparaten met CXCR4 als doelwit.

tangible catalogues

Dilara Tuygar Tessa Heyninck
Een analyse van houten Art Nouveau huizen in Istanbul zowel op vlak van plan indeling als geveldecoratie. Het gebruik van hout in combinatie met de Art Nouveau stijl wordt onderzocht aan de hand van enkele tendenzen en de houten (decoratieve) elementen worden gecategoriseerd.

DE ‘ANDER’ DOOR DE OGEN VAN DE ANDER: Een exploratief onderzoek naar de morele en emotionele reacties van Vlamingen met een Marokkaanse migratieachtergrond op gemediatiseerd lijden

Nadia El Bakkali
In dit exploratief onderzoek bestuderen we de morele en emotionele reacties van Vlamingen met een Marokkaanse migratieachtergrond op gemediatiseerd lijden. Een korte literatuurstudie naar het onderzoeksveld van mediated distant suffering, een etnisch-divers publiek en het concept 'proper distance' leidt de masterproef in. Wat volgt, is een analyse van 5 focusgroepen die onthult hoe de etnisch-culturele achtergrond van de respondenten een belangrijke rol speelt in het ontstaan en de motivatie van hun reacties.

Ruimte-educatie

Lien De Saegher
Ruimte-educatie, draagvlakverbreding voor het verdichtingsdiscours
door educatie in het onderwijs

Collicular-driven stopping behavior is modulated by the posterior paralaminar nuclei of the thalamus

Dani Lemmon
This project examines the contribution of a specific brain region, the posterior paralaminar nuclei of the thalamus (PPnT), to innate stopping behavior in mice. We found that inhibition of the PPnT facilitates habituation to repeated stimulation of NTSR neurons in the superior colliculus. These results have implications for understanding and treating similar circuits involved in human disease, such as in post-traumatic stress disorder.

De reis van Karel V doorheen Frankrijk (1539-1540)

Maxim Hoffman
In de winter van 1539-1540 onderneemt Karel V een reis door het land van zijn vroegere rivaal Frans I om het rebelse Gent te gaan onderdrukken. De ontvangst van Karel in Frankrijk was zonder meer bijzonder. Twee vorsten die elkaar niet op het slagveld konden verslaan, trachtten elkaar nu in deugden te overtreffen. De ontmoeting tussen Karel V en Frans I moest niet zozeer bijdragen aan hun vriendschappelijke relaties, maar wel hun eigen beeldvorming alsook de monarchale en mystieke legende rond hun figuur versterken.

Over patriotse smoelhelden en huilende hyena's: Het verzet tijdens WO II in de spiegel van het Vlaams-nationalistische weekblad 't Pallieterke (1945-2015)

Amber Snauwaert
Beeldvorming over het verzet tijdens WO II in de spiegel van het Vlaams-nationalistische en satirische weekblad 't Pallieterke vanaf 1945 tot 2015. Aan de hand van een discoursanalyse werd nagegaan welk beeld 't Pallieterke na de oorlog creëerde over het verzet en welke strategieën het daarvoor gebruikte.

The Psychological Needs of the Fourth Age: The Role of Ego-Integrity and Contextual Need Support in Nursing Homes

Eveline Raemdonck
Een vragenlijststudie naar het psychologisch welbevinden van rusthuisbewoners in relatie tot de gehanteerde zorgstijl met aandacht voor kwetsbaarheid en veerkracht.

Een studie van remigratiemotieven van tweede en derde generatie hoogopgeleide Belgen met Turkse roots

Elif Lootens
Het migratiedebat verhit in West-Europa sinds de laatste decennia van de twintigste eeuw de gemoederen. Het debat is vooral gericht op instroom en integratie. Daarbij is emigratie een onderbelicht aspect. Zo is er weinig onderzoek gedaan naar de remigratie van migranten naar het land van herkomst.

Bij remigratie is het opleidingsniveau een relevante factor. Anders dan soms vermoed wordt, zijn het niet kansarme, laaggeschoolde jongeren die remigreren, maar eerder hoogopgeleide jonge migranten. Omdat net zij in Turkije een gedegen opleiding, meertaligheid en nuttige beroepservaring kunnen inbrengen als troef op de arbeidsmarkt.

Deze hoogopgeleiden ervaren in West-Europa beperkte vooruitzichten op zowel sociaal, persoonlijk als professioneel gebied. Hoogopgeleiden met Turkse roots hebben het gevoel dat zij in Turkije hun kansen beter kunnen benutten en zijn daardoor eerder geneigd te vertrekken.

Daarnaast wijzen onderzoekers erop dat de uitstroom van jonge hoogopgeleiden in tijden van vergrijzing en de daarmee samenhangende schaarstes op de arbeidsmarkt, nadelig kan zijn voor West-Europese economieën. Het vertrek van hoogopgeleide Turken is een ‘braindrain’ en een ‘verlies van menselijk kapitaal’. Dit veroorzaakt een onevenwicht tussen hoog- en laagopgeleiden migranten in Europa.

Wat opvalt is dat ondanks hun studies en diploma, deze hoogopgeleiden geconfronteerd worden met discriminatie op de arbeidsmarkt. Deze pessimistische toekomstperspectieven in Belgie voeden de drang tot remigratie. Etnische minderheden scoren beduident lager op vlak van jobtevredenheid. Volgens Vandevenne & Lenaers (2007) geeft ongeveer 64% van de hoogopgeleide etnische minderheden in Vlaanderen aan minder kans te hebben om door te stromen naar hogere functies en 61% meent zich door zijn afkomst extra te moeten bewijzen.

Hierbij komen we tot de integratieparadox die als een pushfactor meespeelt voor remigratie: hoogopgeleide Belgische Turken komen meer in aanraking met autochtonen, waardoor ze hun eigen posities op de arbeidsmarkt vergelijken en bijgevolg een ‘relatieve deprivatie’ ervaren waardoor hun eigen jobtevredenheid afneemt. Deze hooggeschoolden met een migratieachtergrond hebben immers vaak een baan onder hun opleidingsniveau, ervaren meer moeite om werk te vinden en krijgen minder promotiekansen. Hoogopgeleide en ondernemende migranten ervaren deze discriminatie intenser en zijn daarom sterker geneigd om elders het geluk te zoeken.

Bovendien hebben deze hoogopgeleiden de perceptie, met hun verworven competenties, betere jobkansen en doorgroeimogelijkheden te kunnen krijgen in Turkije. Vrouwen bevinden zich in een extra benadeelde positie doordat ze dubbel gediscrimineerd worden: naast het behoren tot een etnische minderheid, behoren ze ook tot de symbolische minderheid op vlak van gender. Hierdoor zou de wil om te migreren bij vrouwen eveneens hoger liggen, in de hoop op een gunstiger positie in het land van herkomst.

Uit resultaten van het onderzoek dat uitgevoerd werd bij kandidaat remigranten in België en effectieve remigranten in Turkije is er een duidelijke discrepantie te vinden in hun motivaties. Uit het onderzoek blijkt dat de economische factoren minder belangrijk geacht worden als drijfveer bij de hoogopgeleide aspirant-remigranten dan bij de effectieve remigranten, omdat ze min of meer tevreden zijn met hun huidige arbeidsmarktpositie in België. Bij aspirant-remigranten draait het vooral rond maatschappelijke beweegredenen. Ten eerste zijn er gevoelens van frustratie doordat de participanten zich aanvankelijk als deel van de Belgische samenleving beschouwen, maar anderzijds continu geconfronteerd worden met hun ‘anders’ zijn en steeds het gevoel kregen niet volledig aanvaard te worden als deel van de Belgische samenleving. De negatieve beeldvorming over etnische minderheden en moslims in de media lijkt hierin een katalysator te zijn.

Een tweede, opvallend resultaat, is dat de angst voor assimilatiedruk en het risico op verlies van de Turkse cultuur bij hun kinderen een veel gebruikt argument vormt om te overwegen om naar Turkije te verhuizen.

Het ervaren van een identiteitsconflict maakt de aantrekkingskracht van Turkije als toevluchtsoord bovendien groter. Remigratie biedt de mogelijkheid om voortaan tot de meerderheid te behoren. Door remigratie heft de remigrant zijn minderheidsstatus op.

Asprianten blijven in België tot zich een krachtige combinatie van negatieve en positieve acute gebeurtenissen voordoet die een kentering in hun leven te weeg brengt. Acute pushfactoren zoals ontslag, gemiste promotiekansen of een relatiebreuk stimuleren de aspirant-remigrant om de remigratiewens om te zetten in concrete plannen. Van zodra acute pullfactoren zich aandienen, zoals een aantrekkelijke werkaanbieding of een huwelijk, wordt het voornemen waargemaakt.

Bij de effectieve regimgranten zien we wel jobgerelateerde motieven zoals de ongunstige posities op de Belgische arbeidsmarkt en de ruimere carrièremogelijkheden in het land van origine. Het was voor hen niet evident om een job te vinden op het niveau van hun behaalde diploma, en ze maakten zich zorgen over hun loopbaanperspectieven. Daarenboven uiten deze hoogopgeleide participanten die op de sociale ladder willen opklimmen een gevoel van onbehagen. Vandaar dat deze groep zich niet langer uitsluitend op de Belgische arbeidsmarkt focuste en na ontslag of gefnuikte carrièrekansen tot het besef kwam dat ze beschikt over een alternatief, namelijk de arbeidsmarkt in Turkije. Na het maken van een kostenbatenanalyse verkoos deze groep te verhuizen naar Turkije, omdat zij daar een beter perspectief op werk en carrière zage. Een aantrekkelijke jobaanbieding in Turkije zorgde er uiteindelijk voor dat men daadwerkelijk de stap onderneemt.

(ge)zicht

Evie Ellen Lippens
Op welke manier komen beelden tot stand bij een eerste ontmoeting met blinden? En welke rol speelt mijn angst om blind te worden tijdens deze reis? Wat als het visueel waarnemen wegvalt en het enige houvast mijn mentale foto’s blijken te zijn? Hoe kijken mensen met een visuele beperking naar mij en hoe vormen zij zich een beeld?

The influence of task complexity during bimanual coordination training on behavioural performance and functional connectivity between left dorsal premotor cortex and the entire brain system

Laura Maes Shanti Van Malderen
In deze scriptie wordt de invloed van taak complexiteit op het motorisch leren onderzocht. Meer specifiek wordt het gedrag en de functionele connectiviteit in het brein bij jongeren geanalyseerd. Hierbij wordt een bepaalde hersenregio onder de loep genomen, namelijk de dorsale premotorische cortex.

Het gebruik van Computer Vision API's voor de beschrijving van cultureel-erfgoedcollecties

Nastasia Vanderperren
In deze bachelorproef werd onderzocht of Computer Vision API’s zoals Clarifai, Google Cloud Vision of Microsoft Computer Vision gebruikt kunnen worden om museummedewerkers te ondersteunen bij het beschrijven van cultureel-erfgoedobjecten. Het registreren van beelden vraagt immers veel werk. Computer Vision API’s zijn sneller dan menselijke registratoren en kunnen een inhaalbeweging realiseren. Die API’s worden echter getraind met hedendaagse beelden waardoor het niet geweten is hoe goed ze zijn in het beschrijven van historische beelden.

“The Africa you have always dreamed of”. De evolutie van de Britse toeristische beeldvorming over Tanzania, 1958-2017

Lente Van Hee
Een onderzoek naar het beeld dat Britse reisgidsen over Tanzania schetsen vanaf de jaren vijftig tot nu. De masterproef onderzoekt aan de hand van de "unmyths" van onderzoekers Pushkala Prasad en Charlotte Echtner hoe het toeristisch beeld van Tanzania evolueerde en of het dekoloniseerde sinds de jaren vijftig.

Kwaliteitsvolle medische beeldvorming bij kleine proefdieren

Flore Stappers
Bij het stellen van een klinische diagnose is een goede beeldkwaliteit bij een scan essentieel. Preklinische in vivo imaging wordt vaak in de medische wereld gebruikt, zoals bij onderzoek naar kanker, hart- en vaatziekten, orthopedie … Door een correcte monitoring van de proefdieren zijn de bekomen resultaten betrouwbaar en bruikbaar.

The in vivo quantification of iron deposition in the brain and its relation to pathological hallmarks of Alzheimer’s disease

Eva Wachtelaer
De ziekte van Alzheimer blijft een uitdaging voor hersenspecialisten over de hele wereld. Een recente vondst stelt voor dat afwijkende ijzerwaarden in de hersenen kunnen bijdragen aan het ontstaan en de progressie van deze ziekte. In deze thesis worden de ijzerwaarden van 180 deelnemers, inclusief gezonde personen en patiënten, onderzocht.

Computer vision guided Monte Carlo dose calculations in interventional radiology

Nick Staut
Bij deze thesis werd een prototype gebouwd en getest dat volledig automatisch, snel en nauwkeurig de stralingsdosis bij interventionele radiologie kan bepalen. Dit door gebruik te maken van Microsoft Kinect camera's en Monte Carlo berekeningen

Rouwen om een onzichtbaar verlies: Over het rouwproces bij ongewilde kinderloosheid

Phaedra Couchez
Deze bachelorproef onderzoekt wat de noden en behoeften zijn tijdens het rouwproces van koppels die definitief ongewild kinderloos zijn. Dergelijke, concrete informatie blijkt tot op heden nog te ontbreken. Deze doelgroep blijft nog te vaak een ‘vergeten’ groep. Tevens focust dit onderzoek op wat de mogelijke belemmerende en stimulerende factoren zijn om al dan niet beroep te doen op professionele hulpverlening. In de methode zullen koppels aan het woord worden gelaten en worden ze bevraagd over hun ervaringen met zowel de omgeving als professionele instanties waarmee ze in aanraking zijn gekomen tijdens hun weg van rouw en verwerking. De literatuurstudie beschrijft onder andere het rouwproces, de mogelijke professionele begeleiding hierbij en hoe de omgeving een steunbron kan zijn. Met zicht op de besproken literatuur wordt het onderzoek uitgevoerd dat de benodigde inhoud omvat om met als doelstelling een inventaris te bekomen dat volledig vertrekt vanuit het perspectief van de koppels. Het resultaat bestaat uit een brochure die de noden en behoeften van deze doelgroep omvat en tevens tot stand is gekomen in samenspraak met de doelgroep.

"Stereo"-tiep? Een historisch-pedagogisch onderzoek naar de representatie van de vrouw in de katholieke televisieomroep 1962-1989

Angela Jonckheere
Deze masterproef onderzoekt de representatie van de vrouw in de katholieke televisieomroep tijdens de tweede feministische golf. De vraag rijst hoe de Rooms-Katholieke Kerk met die ontwikkelingen omging. Hiervoor werd het archief van de Katholieke Televisie – en Radio Centrum/Oproep (KTRC-KTRO) geraadpleegd.

Ongezien?: moeders en vaders met een visuele beperking - Een kwalitatief onderzoek naar hoe ouders met een visuele beperking ouderschap beleven

Jentel Van Havermaet
Om in beeld te brengen hoe moeders en vaders met een visuele beperking hun ouderschap beleven, werden de verhalen van dertien ouders gebundeld. Zes moeders en zeven vaders met een visuele beperking uit tien gezinnen vertellen hoe zij hun ouderschap ervaren.

Racisme: de kop van jut in de opvoedingsondersteuning. Hoe kunnen we ouders ondersteunen om in de relatie met hun kinderen om te gaan met racisme, stereotypen en discriminatie?

Inge Hechtermans
Inge Hechtermans stortte zich in de wereld van racisme en discriminatie.
Kinderen worden geconfronteerd met trauma en heftige emoties, ouders met een migratie-achtergrond vinden vandaag niet de steun die zij nodig hebben en hulpverleners hebben niet de tools om hieraan tegemoet te komen.

Deze scriptie biedt een evidence-based antwoord op de noden van kinderen, ouders en hulpverleners.

'Vervallen in clichés?': Een kwalitatief onderzoek naar de representatie van lesbiennes in Vlaamse tv-fictie.

Rani Liekens
Deze masterproef gaat over de representatie van lesbiennes in Vlaamse fictiereeksen, uitgezonden tussen 2005 en 2019. Er werden vier reeksen geselecteerd, namelijk: Kinderen van Dewindt, Marsman, Gent-West en Professor T. Deze reeksen werden onderworpen aan een narratieve inhoudsanalyse, waarbij de focus lag op de lesbische personages. Daarnaast werden ook de actrices in kwestie geïnterviewd ter nuancering.

De media: vriend of vijand van extreemrechts? Framing in twee Vlaamse kranten

Joren Wollants
Sinds de jaren 1990 is er in Europa een heropleving van extreemrechts zichtbaar. Onderzoekers bestuderen de invloed van de media op dit succes en kwamen tot de conclusie dat de beeldvorming in de media extreemrechts kan helpen. Deze studie wil achterhalen of dit ook in Vlaanderen het geval is.

De regierol van lokale besturen in het lokaal integratiebeleid: Een case study van de stad Mechelen

Elien Diels
Deze scriptie handelt over de regierol van lokale besturen in het lokaal integratiebeleid. Op basis van een case-study van de stad Mechelen bestaande uit zowel een documentanalyse, negentien interviews met actoren op politiek-, ambtelijk- en middenveldniveau, als een netwerkanalyse, werd het mogelijk om een aantal conclusies te formuleren.

Karakterisering van een hogesnelheids-X-stralen beeldvormingsopstelling voor gebruik in tomografie

Joaquim Sanctorum
Een nieuwe opstelling om aan hoge snelheden X-stralen computertomografie te doen, wordt gekarakteriseerd. De ruimtelijke resolutie van het systeem en de geometrie worden afgeschat. Met behulp van laser doppler vibrometrie en marker tracking wordt de stabiliteit van het nieuw ontworpen draaiplatform getest. Aan de hand van simulaties worden fouten in de gereconstrueerde beelden opgespoord.