Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Coderen met kleuters - De computationele vaardigheden bij de jongste kleuters

Yentl Van Ruyskensvelde
Van jongs af aan komen kinderen in aanraking met de digitalisering. Hierdoor is het belangrijk om hen reeds vanaf jonge leeftijd kennis, inzichten en vaardigheden te laten opdoen met deze vernieuwende aspecten.

Fake news, een stevige boterham Hapklaar voor de les Nederlands?

Sam Packet Martijn Clarysse
Maar hoe komt het dat fake news zo’n hoge toppen scheert? Schiet de kritische geest van de gemiddelde burger te kort? Maatschappelijke problemen worden logischerwijs vroeg of laat teruggekaatst naar het onderwijs. Want nog effectiever dan menselijk gedrag aanpassen, is de generatie van morgen simpelweg de juiste, kritische ingesteldheid al meegeven. Wij onderzochten in hoeverre het onderwijs al mee op de kar zit in de strijd tegen fake news.

"If you put effort in, you'll have it." Een onderzoek naar de invloed van e-inclusieprojecten op burgerschap bij nieuwkomers in Antwerpen.

Elien Diels
Deze masterproef handelt over de invloed van e-inclusieprojecten op burgerschap bij nieuwkomers in Antwerpen. Op basis van een single-case onderzoek bestaande uit 22 interviews met zowel jongeren als volwassenen die als nieuwkomer in Antwerpen deelnamen aan e-inclusielessen, werden een aantal conclusies geformuleerd.

BOEKHOUDEN SPELENDERWIJS AANLEREN: DE ONTWIKKELING VAN EEN BOEKHOUDSPEL

Joran Roelandt
Het klassieke bordspel Monopoly werd herontworpen zodat het kon gebruikt worden om boekhouden aan te leren en in te oefenen.

Digitalisering en onderwijs: een exploratief onderzoek naar de sturende werking van algoritmes

Stijn Coussement
De masterproef rapporteert over een onderzoek naar digitalisering en onderwijs. Een belangrijke component hierbij die de laatste drie decennia veel aandacht geniet is het algoritme. De werking van het algoritme wordt in het eerste deel van de masterproef beschreven als resultaat van een literatuuronderzoek. In het tweede deel wordt de macht van en sturing door algoritmes in de klaspraktijk topologisch in kaart gebracht vanuit een socio-materiële benadering.

e-VOTO: ontwikkelen van een gevalideerd digitaal meetinstrument in kader van valpreventie

Ruben Haelewyn
Omwille van de vergrijzing van de bevolking komt de evolutie van de eerstelijnsgezondheidszorg in een stroomversnelling. De nood dringt zich op om efficiënter te werken. Digitalisering biedt hiervoor een oplossing. Een gestandaardiseerde digitale versie van de Valrisico’s Opsporen in de Thuissituatie van de Oudere persoon (VOTO-score) is noodzakelijk.

Synthesis of Cr-doped SrTiO3 nanocrystals for photocatalytic CO2 reduction applications

Louis Vangroenweghe
Koolstofdioxide als bron voor een nieuwe generatie brandstoffen. Een primair onderzoek in het gebruik van strontium titanaat nanokatalysatoren als mogelijkse oplossing voor ons energie- en klimaatprobleem.

De digitalisering van het oprichtingsproces van vennootschappen - Knelpunten en best practices

Marie-Julie De Merlier
Tot op vandaag is het onmogelijk om alle Belgische vennootschappen digitaal op te richten. Moet de Belgische wetgever hier verandering in brengen of houden we beter vast aan ons klassiek oprichtingsproces? Hoe pakken andere landen een digitaal oprichtingsproces aan en kunnen wij dit als inspiratiebron gebruiken?

Cut!

Olivier De Jonghe
In deze bachelorproef wordt de onderzoeksvraag ‘In welke mate kan een digitale leerkracht, in de vorm van educatieve filmpjes, bijdragen tot het leerproces van leerlingen in het lager onderwijs?’ behandeld. Vanuit eigen interesse, die kracht bij werd gezet door de nood aan kwalitatief en educatief beeldmateriaal binnen het lager onderwijs, werd een onderzoek gestart naar welke waarde zo’n filmpjes (kunnen) hebben.

Sociale documenten: wie wordt er wijzer van?

Rita Laureys
De analyse toont aan dat het geen onhaalbare kaart is om tegelijkertijd de administratieve overlast aan te pakken die de sociale documenten veroorzaken voor ondernemingen, en tevens tegemoet te komen aan de cruciale informatiebehoeften van de overheid en van de werknemers.
Een win-win situatie voor alle partijen bereiken is, mits een aantal aandachtspunten, perfect mogelijk.

Wat is de impact van de General Data Protection Regulation op de IT-processen van een internationale onderneming?

Kevin Bollengier
We leven in een digitaliserende en snel evoluerende wereld op vlak van informatica. Bij digitalisering behoren natuurlijk veel data waaronder ook persoonlijke data.
Voor het ontstaan van GDPR had elke lidstaat van de Europese Unie reeds richtlijnen en wetgeving inzake databescherming, maar deze kon per lidstaat verschillen. GDPR vervangt deze richtlijnen om ze te uniformiseren voor alle lidstaten van de Europese Unie. Ook zorgt GDPR er nu voor dat meer soorten data als persoonlijke data gezien worden. Elk bedrijf dat klantendata verwerkt en bijhoudt van Europese burgers is onderworpen aan de GDPR.
Het doel van mijn onderzoek is bekijken welke impact de GDPR heeft op verschillende vakgebieden binnen informatica zoals security, privacy en big data. Een ander doel van het onderzoek is bekijken hoe de totstandkoming van compliance aan de GDPR binnen een onderneming aangepakt dient te worden.

Wie digitaal wil zijn, moet leiden

Natasja Van Buggenhout
Een kwalitatief gebruikersonderzoek naar de attitude en verwachtingen ten aanzien van de betekenis, karakteristieken, rol en noodzaak van leiderschap tijdens de digitale transformatie van organisaties in België. In het bijzonder is de studie een exploratie, beschrijving en profilering van digitaal leiderschap.

De digitale nalatenschap en het testamentenrecht: noopt het digitale tijdperk tot een wetsherziening tegen het strenge formalisme? Een wake-up call voor de digital natives

Mariëlle Ruell
Naast de klassieke nalatenschap is er in toenemende mate ook sprake van een digitale nalatenschap. In deze masterscriptie wordt het testamentsrecht via een rechtsvergelijkend onderzoek tussen België, Nederland en Oklahoma afgetoetst aan de eigenheid van een digitale nalatenschap. Er zal een analyse gemaakt worden van de verdiensten of tekortkomingen van de in de bestudeerde rechtsstelsels reeds bestaande laatste wilsbeschikkingsmechanismen binnen de context van een digitale nalatenschapsplanning.

Outdoor education: Een Noorse utopie of toekomstmuziek voor het onderwijs in Vlaanderen?

Jolien Moorkens
Een bachelorproef over outdoor education. Wat is outdoor education? Waar verschilt het Noorse onderwijs met het Vlaamse op het gebied van outdoor education?

Feasibility of a ballistic Head-Mounted Display / Haalbaarheid van een ballistisch Head-Mounted Display

Guillaume Segaert Frederik Coghe
Door een stijgende terreurdreiging wordt in deze scriptie uitgebreid onderzoek gedaan naar analoge en digitale manieren om op een ergonomische manier de bescherming van het hoofd te verbeteren.

“Is dit nu hoe seks moet?” De rol van porno in de relatie tussen druk van leeftijdsgenoten en de seksuele attitudes en gedragingen bij jongeren.

Bo Van Lerberghe
Deze scriptie gaat in op de rol van seksueel getinte media (porno) op het gedrag en de attitudes van jongeren anno 2017. Ook de druk van leeftijdsgenoten (groepdruk) wordt nader onderzocht.

De digitalisering van het notariaat: mogelijkheden en moeilijkheden

Eva Van Moer
Het strikte en stroeve proces van het verlijden van een klassieke notariële akte lijkt onverenigbaar met de nieuwe 'digital way of life'. Zijn beide werelden te verenigen?

De elektronische procesvoering

Anneleen Peters
Deze scriptie beschrijft de geschiedenis van digitalisering van de gerechtelijke procedure in België en omschrijft wat vandaag de dag reeds mogelijk is. Verder wordt er in vergelijkend perspectief gekeken naar hoe digitalisering in Nederland is aangepakt. Tot slot wordt nagegaan hoe de digitalisering van justitie eventueel bots met bepaalde rechten zoals bijvoorbeeld het recht op privacy.

The Effect of Digitalisation on Corruption

Robert Haafst
Digitalisation & Corruption is analysed by means of a longitudinal study of a large cross-section of countries. Modeled through fixed effects, we present evidence that digitalisation may lower corruption.

Het sociale mediagebruik van literaire uitgeverijen in Vlaanderen en Nederland: Een verkennende studie

Diego Anthoons
Deze scriptie is een eerste verkennend onderzoek naar het sociale mediagebruik van literaire uitgeverijen in Vlaanderen en Nederland. In een veranderende boekensector kunnen sociale media uitgeverijen kansen bieden. In welke mate zijn Vlaamse en Nederlandse literaire uitgeverijen op de sociale mediakar gesprongen en hoe gebruiken ze die?

Manama in Succes

Elise Daemen
Welke zijn vanuit socio-cultureel perspectief de emotionele noden van studenten in het hoger onderwijs en welke vormen van gezondheidspromotie komen hieraan tegemoet? -
Gezondheidspromotie voor de moderne student in het hoger onderwijs.

Beyond refugee protection: me, myself and I? Een multimethodisch onderzoek naar de publieke communicatie van internationale vluchtelingenorganisaties over de Syrische vluchtelingencrisis

David Ongenaert
Deze thesis bestudeert de discursieve strategieën binnen de publieke communicatie van vluchtelingenorganisaties en de achterliggende, verklarende productie- en bredere maatschappelijke context. Gebruikmakend van een kritische discoursanalyse (Fairclough, 1995), onderzoeken we de persberichten van 2014 tot en met 2015 over de Syrische vluchtelingencrisis van drie internationale vluchtelingenorganisaties. Semi-gestructureerde diepte-interviews met pers- en regioverantwoordelijken van de onderzochte vluchtelingenorganisaties vormen aanvullend onderzoeksmateriaal. We komen tot de conclusie dat vluchtelingen binnen de onderzochte persberichten ontmenselijkt worden en ondergeschikt zijn aan de zelfontplooiing van het brede publiek en nationale staatsbelangen.

De ethische dimensie van shockvertising in een commerciële context

Justine Honoré
De uitgevoerde studie onderzoekt hoe mensen reageren op het gebruik van schokkende inhoud in commerciële boodschappen. De kwalitatieve resultaten zijn gebaseerd op de analyse van zes focusgroepen.

Artikel 60 binnen OCMW Aalst, een goedlopende trein of een bij te sleutelen parcours?!

Karolien Devos
In dit onderzoek werd artikel 60 op mesoniveau, binnen het OCMW van Aalst, onderzocht. Dit met als doel een zo duidelijk mogelijk beeld te krijgen over hoe deze tewerkstelling loopt en waar er eventueel marge is voor verbetering.

Mijn onderzoeksopzet bestond enerzijds uit een interview met de beleidsmensen, met de ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor deze sociale tewerkstelling. Anderzijds uit een focusgesprek met ervaringsdeskundigen, met mensen die of een sociale tewerkstelling positief hebben beëindigd of nog steeds aan het werk zijn als artikel 60.

Aan de hand van mijn ervaring en mijn onderzoeksopzet heb ik mijn veranderingsdoelen opgemaakt. Gezien de ervaringsdeskundigen artikel 60 als een positieve ervaring beschouwden denk ik dat men eerst en vooral moet proberen meer tewerkstelling plaatsen te creëren. Meer plaatsen geeft ook meer kansen dus meer kwetsbare mensen die men zo kan helpen naar werkervaring of zelfs naar een doorstroom naar de reguliere arbeidsmarkt. Hiervoor zal de begeleiding anders moeten worden aangepakt en zal ook de bijhorende subsidiëring moeten herbekeken worden. Zowel op mesoniveau binnen het OCMW te Aalst als op macroniveau en dus op Vlaams, gezien dit recent is overgeheveld van Federaal naar Vlaams.

Een tweede veranderingsdoel, wat ik zou willen gerealiseerd zien, is het verbeteren van de sfeer op de werkvloer ten opzichte van de mensen in artikel 60. Het welbevinden op het werk draagt volgens mij ook bij naar enerzijds je goed voelen in je vel maar anderzijds ook het goed presteren op het werk zelf. Voor mensen in sociale tewerkstelling denk ik dat de motivatie om op zoek te gaan naar een job na artikel 60 groter zal zijn als men een positieve ervaring heeft mogen ervaren.

Ook na begeleiding moet volgens mij beter. In het focusgesprek gaf elke deelnemer aan dat men in het spreekwoordelijke zwarte gat valt na artikel 60. Ook hier zouden we door in te zetten op betere, intensievere begeleiding, de doorstroom naar de reguliere markt kunnen bevorderen.

Ik ben dit eerst en vooral juridisch gaan bekijken, wetgeving versus toepassingen die men hanteert in het OCMW te Aalst. Daaruit bleek onder andere dat een flexibel werktraject, bijvoorbeeld deeltijds werken, wettelijk wel kan. Iets wat mogelijk zou moeten zijn voor iedereen in deze hectische maatschappij, zeker voor kwetsbare mensen die geen (groot) sociaal opvangnet hebben. Ook het loon voor de artikels 60 bepaalt men zelf als OCMW. Naar privé werkgevers toe factureert men 740 euro, openbare instanties die mensen tewerk stelt in artikel 60 betalen niets. Ook het feit dat men enkel leefloon gerechtigden in artikel 60 toelaat, is specifiek voor Aalst en zou dus ook anders kunnen. Er is dus een duidelijk verschil tussen wat er wetmatig mag en wat er in Aalst wordt toegepast. De reden hiervoor ligt meestal bij de subsidiëring die men hiervoor krijgt.

In een tweede invalshoek heb ik de psychosociale bril opgezet. Daar bleek, door de analyse van verschillende theorieën met betrekking tot het welbevinden en het hebben van een job, dat er wel effectief gevolgen kunnen zijn door het al dan niet hebben van een job. Zeker naar kwetsbare mensen toe moeten we hiermee rekening houden, zij hebben misschien bepaalde werkattitudes niet meegekregen van thuis. Doordat ze niet aan het werk zijn, worden ze uitgesloten uit de maatschappij. Men verliest zijn status en heeft niet het gevoel ergens bij te horen, ergens deel vanuit te maken. Aan het werk zijn zal hen dus empoweren, zal hun psychosociaal welzijn erop verbeteren.

Een laatste invalshoek is de hulpverlening. Doordat onze maatschappij volop in transitie is, dient de hulpverlening herbekeken te worden. Sleutelwoord bij hulpverlening is empoweren. Niet enkel doen wat wetmatig moet maar mensen helpen hun doelen te laten stellen en deze te verwezenlijken. De houding van de hulpverlener moet op voet van gelijkwaardigheid zijn en met een onvoorwaardelijke positieve houding ten opzichte van de cliënt met als doel zijn eigenwaarde te versterken.

Ik breng aan de hand van mijn onderzoeksopzet en theoretische staving vijf veranderingsstrategieën naar voor. Eerst en vooral moet artikel 60 voor iedereen kunnen en niet enkel voor mensen met een leefloon. Zo sluiten we mensen uit die ook zouden geholpen zijn door op deze manier aan het werk te kunnen. Ik denk bijvoorbeeld van een vrouw op leeftijd die van haar man is gescheiden en jaren voor de kinderen heeft gezorgd. Iemand van een iets oudere leeftijd, met een ‘black hole’ in haar CV van enkele jaren, zal niet makkelijk werk vinden.

Een tweede veranderingsstrategie is de mogelijkheid naar een flexibeler traject. Zeker nu we langer zullen moeten werken, is dit geen overbodige luxe. Zoals we ook in Finland zien, werkt zo’n systeem. Meer en meer mensen nemen ook hier ouderschapsverlof, tijdskrediet of loopbaanonderbreking om voor hun gezin of voor zichzelf te kunnen zorgen. Ook en zelfs vooral kwetsbare mensen die weinig of geen ervaring hebben en vaak niet beschikken over een sociaal opvangnet, zouden dit dus zeker moeten kunnen doen. Meer mensen zullen slagen in hun te presteren dagen in de opgegeven referteperiode en mensen gaan ook meer gemotiveerd zijn aan het werk te blijven in deze drukke geluksmaatschpapij.

Een derde strategie is de begeleiding van de mensen op de werkvloer die met mensen in artikel 60 moeten werken. Het stigmatiseren van deze groep tegen gaan door preventief de mensen op de werkvloer zelf grondig te informeren en hen te duiden wat de intentie is. Zo kunnen we taboes en vooroordelen wegwerken en eventuele pesterijen voorkomen. Een ‘workbuddy’, een gezinswetenschapper die niet alleen de mensen in sociale tewerkstelling maar ook de collega’s hierin begeleidt.

Een vierde strategie is het herbekijken van de kosten die men factureert aan privé firma’s. Zij krijgen een factuur van 740 euro per maand voor een werknemer, openbare instanties en vzw’s niet. Men hanteert dit omdat dit de kost is die het OCMW zelf zou moeten bijleggen, die men dus niet krijgt via subsidieringen. Op macroniveau zouden we dus moeten inzetten in het herbekijken van deze subsidieringen om deze gelijk te stellen. Maar ook OCMW Aalst zou zelf de beslissing kunnen nemen dit niet als grondvoorwaarde te hanteren. Zo creëren we meer tewerkstellingsplaatsen en vergroten we ook de doorstroom.

Een laatste voorstel naar verandering is de betere (na)begeleiding. Mensen in de laatste weken goed toeleiden naar het einde van hun tewerkstelling en al klaarstomen naar solliciteren op de reguliere arbeidsmarkt. Ook een betere samenwerking met onder andere VDAB is opportuun zijn. Ook hier is een rol weggelegd die perfect zou zijn voor een gezinswetenschapper.

Referentielijst:

Adriaens, C. L. (2013). Praktisch handboek voor OCMW-recht. 612 Loopbaan met zorg. (2015). Betekenis van werk. Betekenis van werk.

Tine Van Regenmortel, K. H. (2013. Het concept ‘empowerende academische werkplaats’. Een innovatieve vorm van samenwerken aan werkzame kennis. Tijdschrift voor Welzijnswerk, 36-48 Van Regenmortel, S. (2015, april). Sociaal werk moet anders in de nieuwe samenleving. Entry-media

Vlieger, S. D. (2008, Juni). Schuld en schaamte: een vergelijkende studie tussen werkenden en werklozen. Gent: Universiteit Gent.

Vries, S. D. (2010). Basismethodiek psychosociale hulpverlening. In S. D. Vries, Basismethodiek psychosociale hulpverlening (p. 425). Hoten, Nederland: Bohn Stafleu van Loghum.

Hoe kan je als leerkracht digital storytelling in de klas gebruiken om de schoolbuurt beter te leren kennen?

Kelly Verhack
Digital storytelling is in deze bachelorproef een middel om als leerkracht de schoolbuurt (en de leefwereld) van de leerlingen beter te leren kennen en om leerlingen een stukje mediawijzer te maken. Tijdens het project maken leerlingen een digital story over een plaats waar ze graag en vaak komen. De leerkrachten en de school leren op deze manier nieuwe interessante plaatsen in de schoolbuurt kennen en kunnen eventueel op zoek gaan naar (nieuwe) samenwerkingsverbanden.