Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Language Learning Motivation of Flemish Secondary-School Students

Aaricia Herygers
Motivatie is een belangrijke factor voor het leren van een vreemde taal. Deze masterproef vergelijkt daarom de motivatie van Vlaamse leerlingen in de derde graad om Duits en Engels te leren. Bovendien wordt de invloed van gender, socio-economische status en onderwijstype op de motivatie bekeken.

De Impact Van Slimme Verkeerslichten In België Voor Vrachtverkeer Op De Weg

Caro Gaethofs
In deze masterthesis worden tal van experts ter zake ingeroepen voor hun deskundige inzichten en exclusieve documentatie. Er wordt gekeken naar de implementatie van slimme verkeerslichten in ander landen, en nadien in België, met daaraan gekoppeld de implementatiecriteria voor België. Naast de reeds gerealiseerde projecten in België, wordt dieper ingegaan op het CITRUS-project te Halle, het C-the-difference-project in Helmond en Bordeaux en het VLCC te Antwerpen. Hieruit blijkt dat deze projecten positieve resultaten tewerkstellen, doch wordt er een kritische noot gegeven. Ondanks het VLCC te Antwerpen het vrachtverkeer niet heeft opgenomen in de doelgroep, blijkt dit hoogtechnologisch dynamische verkeersregelingssysteem een realistisch uitgewerkt idee om vrachtverkeer ook te betrekken in andere toekomstige projecten. Echter de toekomst zal ons een grotere diversiteit in het mobiliteitssysteem brengen aan de hand van nieuwe innovaties en biedt ons opnieuw stof tot nadenken in verband met het management van het verkeer.

België en zijn interneringsbeleid: evolueren we eindelijk naar hoop voor de geesteszieken?

Kristel Mary Shannon
Dit werk handelt over de internering van geesteszieken die een strafbaar feit hebben gepleegd. Er wordt ingegaan op de ontwikkeling van de wetgeving, de problemen in gevangenissen, psychiatrische expertises en beslissingen tot opname. Tenslotte wordt in een hoofdstuk ingegaan op de recente FPC's, centra die voor dit doel zijn ontworpen.

Optimization of isolation, maintenance and phalloidin staining of skeletal muscle cell populations

Mathieu Vandamme
De gelijkenissen en de verschillen tussen de bekende bloedtransfusies en orgaantransplantaties. Wat de valkuilen zijn bij spierweefseltransplantaties en hoe deze valkuilen kunnen worden aangepakt.

Data-efficient reinforcement learning for low-voltage grid optimization using transfer learning

Davy Didden Nadia Wiesé
Een data-efficiënte controle-eenheid is ontworpen met behulp van reinforcement learning en gebruik makend van transfer learning om zo een optimale controle te realiseren op het laagspanningsnetwerk. Als flexibiliteitsbronnen worden batterijen en zonnepanelen gebruikt.

VERA: een integratieworkshop om maatschappelijk verantwoord ondernemen en consumeren aan te leren binnen het vak Mens en Samenleving

Ulrike Van Coppernolle Laura De Backer Lien Hoornaert Jonna De Schryver
'VERA' is een integratieworkshop om maatschappelijk verantwoord ondernemen en consumeren aan te leren binnen het vak Mens en Samenleving. De workshop komt tegemoet aan de noden van leerkrachten en leerlingen door de implementatie van activerend, gestructureerd, bewegingsrijk en differentiërend lesmateriaal, dat online tools integreert.

tangible catalogues

Dilara Tuygar Tessa Heyninck
Een analyse van houten Art Nouveau huizen in Istanbul zowel op vlak van plan indeling als geveldecoratie. Het gebruik van hout in combinatie met de Art Nouveau stijl wordt onderzocht aan de hand van enkele tendenzen en de houten (decoratieve) elementen worden gecategoriseerd.

(On)beperkt (t)huis

Jill Van Doninck
De scriptie '(On)beperkt (t)huis' bestudeert de aspecten die bijdragen tot het welbevinden van meerderjarigen met een licht verstandelijke beperking in kleinschalige woonvormen. De opkomst van kleinschalige woonvormen sluit aan bij de groeiende inclusie-gedachte én de veranderingen in de zorg. Dit resulteert in de creatie van een kleinschalige woonproject voor 8 meerderjarigen met een licht verstandelijke beperking waarin het thuisgevoel en welbevinden van de bewoners centraal staat.

Arbeidsmarktre-integratie na burn-out: Mixed-method onderzoek naar determinanten van kwalitatieve re-integratie na burn-out

Annelies Van Royen
Vragenlijstonderzoek en interviewstudie bij ex-burn-out patiënten die opnieuw aan het werk zijn naar factoren die kwalitatieve arbeidsre-integratie bevorderen en belemmeren

Het OKAN-onderwijs onder de loep: de schoolomgevingen en haar invloeden op de OKAN-leerling

Souad Senhaji Mouhib
Binnen deze bachelorproef wordt er gekeken naar door wat en hoe de integratie van OKAN-leerlingen wordt beïnvloed. Gebruikmakend van een literatuurstudie wordt er vanuit holistische benadering naar de verschillende aspecten en factoren gekeken, die een rol spelen binnen het schooltraject van anderstalige nieuwkomers.

Gerecycled of niet-gerecycled plastic? Een kwantitatief onderzoek naar de invloed van verpakkingsmateriaal op natuurlijkheids-, gezondheids- en kwaliteitsperceptie en aankoopintentie.

Sarah Hofman Griet De Vrieze
Dit onderzoek gaat na welke invloed gerecycled plastic uitoefent op enerzijds kwaliteits-, natuurlijkheids- en gezondheidsperceptie en anderzijds op aankoopintentie. Deze invloed wordt onderzocht op twee niveaus, zijnde verpakkings- en productniveau. Verder maakt dit onderzoek een onderscheid tussen een neutraal, gezonder gepercipieerd snack, zijnde een mueslireep, en een ongezond gepercipieerd snack, zijnde een chocoladereep.

De taalvaardigheid van kinderen met spinale musculaire atrofie type 2 tijdens de differentiatiefase

Delphine Cools
Deze masterproef behandelt de taalvaardigheid van kinderen met spinale musculaire atrofie type 2 tijdens de differentiatiefase (2;06 tot 5;00 jaar).

STRAFDOELEN IN DE UITVOERING VAN DE GEVANGENISSTRAF: een kwalitatief onderzoek bij penitentiair personeel en externe diensten

Amber Zahr
In de literatuur bestaat er heel wat kritiek over de effectiviteit van de gevangenisstraf. Er wordt zelfs gesteld dat de straf zinloos zou zijn. Deze masterproef stelde de proef op de som. Meer specifiek poogde dit onderzoek na te gaan in hoeverre er aan de vooropgestelde strafdoelen wordt voldaan tijdens de uitvoering van de gevangenisstraf. Bovendien werd ook het aanbod van diensten om deze strafdoelen te ondersteunen onderzocht. Om dit te onderzoeken werden er interviews afgenomen bij het penitentiair personeel en externe diensten van Brussel en Leuven.

Op zoek naar de elite: Hooggeschoolde immigranten aantrekken via het Belgische migratiebeleid.

Claire Nardon
Hooggeschoolde immigranten vormen een belangrijke troef voor een groeiende economie. In tegenstelling tot Canada en Australië, slaagt België er echter niet in om deze gegeerde groep aan te trekken. Via een comparatieve analyse tussen het Belgische, Canadese en Australische migratiebeleid gaat deze masterproef na hoe België hier verandering in kan brengen.

Samenleven in diversiteit ten tijde van een gepolariseerde maatschappij: Een case study binnen een Gentse secundaire school

Annelien Peeters
In de huidige cultureel gepolariseerde maatschappij is het voor scholen geen gemakkelijke opdracht om samenleven in diversiteit vorm te geven en erkenning te geven aan de culturele identiteit van jongeren. Via een case study onderzoek werd een beeld geschetst hoe een Gentse secundaire school met deze uitdagingen omgaat en vorm geeft aan samenleven in diversiteit.

Intra-site variabiliteit van de hydraulische eigenschappen van lianen: een case study in Horizontes, Costa Rica

simon dequeker
Lianen verlagen de koolstofopslag in tropische bossen en versnellen zo de klimaatverandering. Er is echter nog maar weinig gekend over de droogtetolerantie van lianen. De onderzochte lianen maken gebruik van een spectrum aan overlevingsmechanismen en blijken sterk gewapend te zijn tegen droogte. De integratie van het heterogene en droogtetolerante karakter van lianen in klimaatmodellen is noodzakelijk om de klimaatverandering nauwkeuriger te gaan voorspellen.

“Door onze hulp werden ze arbeiders. Ik heb vier jaar voor hen gezorgd.” Turkse migrantenvrouwen van de eerste generatie over moederschap, arbeid en netwerken in Gent, 1960 – 1979

Neslihan Dogan
In deze thesis worden de rollen, die 10 Turkse vrouwen van de eerste generatie onderzocht met behulp van de methode van de mondelinge geschiedenis. Zowel de rollen kort voor, als de rollen na de migratie worden onderzocht. Zo komt de auteur tot een totaal van vijf rollen: tijdelijk gescheiden vrouw, arbeider, huishoudster, opvoeder en netwerker. Via deze intersectionele benadering wordt de agency van de Turkse vrouwen van de eerste generatie in de migratiegeschiedenis belicht.

Riglo - Improving Neuromuscular Monitoring

Hugo Carvalho Michael Verdonck Patrice Forget Johan Berghmans Lieselot Geerts Wilfried Cools
De scriptie gaat over Neuromusculaire monitoring binnenin de anesthesie domein. Hiervoor werd een specifieke smartphone app ontwikkeld die de anesthesisten helpen om de spierslapte van patienten te meten tijdens een operatie. De scriptie houdt simultaan een meta-analyse (met analyse van confidence in network meta-analysis) van de effect van neuromusculaire monitoring in post-operatieve residuele paralyse, alsook een published enquete van de confidence van anesthesisten in mobile applications en peripherals voor anesthesie gebruik.

How can we evolve a harmonious integration of an isolated historical defence infrastructure within a current society? A recipe in which a burial site, a green landscape and a public character are blended into a seamless unity.

Silke Vandeputte
Een belangrijk deel van de Belgische geschiedenis en een uniek stukje architectuur, namelijk een verdedigingsfort, herbestemmen tot een begraafplaats en een locatie om afscheid te nemen van dierbaren. Het gaat over het integreren van een fort in de huidige samenleving.

Internet in de gevangenis: risico of opportuniteit?

Anouchka Cool
Deze masterproef onderzoekt of een toelating van internet in de Vlaamse gevangenissen een risico of opportuniteit betreft. Hiervoor werden 29 interviews afgenomen met gedetineerden en personeelsleden. Daarnaast werden ook nog gekeken welke beperkingen mogelijk waren, zoals tijdsbeperkingen, afstemming per gedetineerde.

Het Pilootproject Transitiehuizen in de praktijk: Een kwalitatief onderzoek naar de samenwerking tussen gevangenis en transitiehuis in Mechelen

Anton Hunink
Het onderzoek betrof een verkennende studie naar de samenwerking tussen het transitiehuis van Mechelen en de gevangenis van Mechelen. Het doel van dit onderzoek was om deze samenwerking op een diepgaande manier te beschrijven en na te gaan hoe het juridisch kader zich vertaalt in de praktijk.

Suppressed desire - A qualitative study about how trajectories of sexual identity, legal migration procedure and integration among male homosexual asylum seekers are intertwined during the flight

Zoë Fransen
Deze scriptie onderzocht hoe mannelijke homoseksuele asielzoekers tijdens de vlucht geconfronteerd worden met drie essentiële trajecten (seksualiteitstraject, juridische procedure en integratietraject) die ze verplicht moeten ondergaan om beschermd te worden als vluchteling en hoe ze hier mee omgaan.

Virtual Reality als tussenstap van de psychiatrie naar de maatschappij voor mensen met een eestoornis

Myrthe Logist
Vanuit het werkveld komt de vraag om op zoek te gaan naar een manier om meer te werken richting het dagelijks functioneren, meer specifiek het handelen in de drie handelingsgebieden. Hieronder kunnen de ADL-handelingen zoals boodschappen doen, huishoudelijke activiteiten, … vallen. Met de focus op het dagelijks functioneren wordt er verwacht dat de transfer naar het dagelijks leven wordt vergemakkelijkt. In deze bachelorproef bespreekt men de mogelijkheden van Virtual Reality (VR) in ergotherapeutische interventies bij mensen in behandeling voor een eetstoornis. Verder wordt onderzocht wat de houding van de cliënten is tegenover de implementatie van deze technologie in de ergotherapeutische interventies.

Eetstoornissen zijn psychopathologieën met verschillende symptomen waarbij een verstoord eetpatroon centraal staat. De eetstoornissen die in deze bachelorproef aan bod komen zijn anorexia nervosa (AN) en boulimia nervosa (BN). Technologieën zoals VRsystemen kunnen een ideale oplossing aanreiken om cliënten op een veilige manier te confronteren met hun problematiek, niet alleen door te praten met therapeuten, maar ook door middel van virtuele omgevingen met goed gecontroleerde zintuiglijke prikkels. Deze toepassing kan leiden tot cognitieve en gedragsveranderingen bij cliënten met psychiatrische stoornissen. VR kan ergotherapeuten de mogelijkheid geven om therapie te geven in een gecontroleerde context met als gevolg een betere re-integratie in de maatschappij. Het onderzoek van Greenwood (2017) geeft een belangrijke aanzet voor het gebruik van VR in ergotherapeutische interventies.

Voor het praktijkgedeelte van deze bachelorproef wordt er naar een manier gezocht om VR te introduceren bij ergotherapeuten en cliënten op de afdeling Mind-Body-Unit van het Universitair Psychiatrische Centrum te Gasthuisberg. De implementatie van een nieuwe technologie kan alleen slagen wanneer deze client-centered uitgevoerd wordt. Het vooropgestelde plan voor de uitvoering van het praktijkdeel was het opstellen en uitdelen van een informatieve folder, samen met het geven van een educatieve presentatie aan de cliënten op de afdeling. Omwille van de coronacrisis in 2020 is deze uitvoering niet kunnen doorgaan zoals gepland. Daardoor wordt er een onderzoeksprojectplan opgesteld voor verder onderzoek met behulp van de opgestelde folder met daarin de manier waarop ergotherapeuten VR kunnen implementeren in interventies bij cliënten met een eetstoornis. Verder wordt er ook een plan opgesteld met een voorbeeld van hoe deze implementatie er kan uitzien.

Vanuit de literatuur en praktijk is er een nood aan de integratie van ADLactiviteiten in de ergotherapeutische sessies bij personen met een eetstoornis. De implementatie van VR kan deze integratie vergemakkelijken en ervoor zorgen dat de ergotherapeut de sessies nog meer op maat van de cliënt kan maken. Met als resultaat dat de re-integratie in de maatschappij gemakkelijker loopt. Om dit te bevestigen zal er echter meer onderzoek gedaan moeten worden in de praktijk om de wensen en behoeften van de cliënten omtrent de implementatie van VR na te gaan en te onderzoeken op welke manier de cliënten het beste geïnformeerd moeten worden. Om volledigere resultaten te bekomen kan verder onderzoek gedaan worden in een andere ergotherapeutische setting en bij cliënten met andere eetstoornissen dan AN en BN.

Automatisering van The Smart Lab of The Future met KNX

Jeffrey Laleman
In deze bachelorproef wordt beoogd het opleidingslokaal B332 van de co-hogeschool Odisee met KNX volwaardig te automatiseren. Zodoende wordt het energieverbruik efficiënt beheerd met respect voor het milieu en duurzaamheid.

Een studie van remigratiemotieven van tweede en derde generatie hoogopgeleide Belgen met Turkse roots

Elif Lootens
Het migratiedebat verhit in West-Europa sinds de laatste decennia van de twintigste eeuw de gemoederen. Het debat is vooral gericht op instroom en integratie. Daarbij is emigratie een onderbelicht aspect. Zo is er weinig onderzoek gedaan naar de remigratie van migranten naar het land van herkomst.

Bij remigratie is het opleidingsniveau een relevante factor. Anders dan soms vermoed wordt, zijn het niet kansarme, laaggeschoolde jongeren die remigreren, maar eerder hoogopgeleide jonge migranten. Omdat net zij in Turkije een gedegen opleiding, meertaligheid en nuttige beroepservaring kunnen inbrengen als troef op de arbeidsmarkt.

Deze hoogopgeleiden ervaren in West-Europa beperkte vooruitzichten op zowel sociaal, persoonlijk als professioneel gebied. Hoogopgeleiden met Turkse roots hebben het gevoel dat zij in Turkije hun kansen beter kunnen benutten en zijn daardoor eerder geneigd te vertrekken.

Daarnaast wijzen onderzoekers erop dat de uitstroom van jonge hoogopgeleiden in tijden van vergrijzing en de daarmee samenhangende schaarstes op de arbeidsmarkt, nadelig kan zijn voor West-Europese economieën. Het vertrek van hoogopgeleide Turken is een ‘braindrain’ en een ‘verlies van menselijk kapitaal’. Dit veroorzaakt een onevenwicht tussen hoog- en laagopgeleiden migranten in Europa.

Wat opvalt is dat ondanks hun studies en diploma, deze hoogopgeleiden geconfronteerd worden met discriminatie op de arbeidsmarkt. Deze pessimistische toekomstperspectieven in Belgie voeden de drang tot remigratie. Etnische minderheden scoren beduident lager op vlak van jobtevredenheid. Volgens Vandevenne & Lenaers (2007) geeft ongeveer 64% van de hoogopgeleide etnische minderheden in Vlaanderen aan minder kans te hebben om door te stromen naar hogere functies en 61% meent zich door zijn afkomst extra te moeten bewijzen.

Hierbij komen we tot de integratieparadox die als een pushfactor meespeelt voor remigratie: hoogopgeleide Belgische Turken komen meer in aanraking met autochtonen, waardoor ze hun eigen posities op de arbeidsmarkt vergelijken en bijgevolg een ‘relatieve deprivatie’ ervaren waardoor hun eigen jobtevredenheid afneemt. Deze hooggeschoolden met een migratieachtergrond hebben immers vaak een baan onder hun opleidingsniveau, ervaren meer moeite om werk te vinden en krijgen minder promotiekansen. Hoogopgeleide en ondernemende migranten ervaren deze discriminatie intenser en zijn daarom sterker geneigd om elders het geluk te zoeken.

Bovendien hebben deze hoogopgeleiden de perceptie, met hun verworven competenties, betere jobkansen en doorgroeimogelijkheden te kunnen krijgen in Turkije. Vrouwen bevinden zich in een extra benadeelde positie doordat ze dubbel gediscrimineerd worden: naast het behoren tot een etnische minderheid, behoren ze ook tot de symbolische minderheid op vlak van gender. Hierdoor zou de wil om te migreren bij vrouwen eveneens hoger liggen, in de hoop op een gunstiger positie in het land van herkomst.

Uit resultaten van het onderzoek dat uitgevoerd werd bij kandidaat remigranten in België en effectieve remigranten in Turkije is er een duidelijke discrepantie te vinden in hun motivaties. Uit het onderzoek blijkt dat de economische factoren minder belangrijk geacht worden als drijfveer bij de hoogopgeleide aspirant-remigranten dan bij de effectieve remigranten, omdat ze min of meer tevreden zijn met hun huidige arbeidsmarktpositie in België. Bij aspirant-remigranten draait het vooral rond maatschappelijke beweegredenen. Ten eerste zijn er gevoelens van frustratie doordat de participanten zich aanvankelijk als deel van de Belgische samenleving beschouwen, maar anderzijds continu geconfronteerd worden met hun ‘anders’ zijn en steeds het gevoel kregen niet volledig aanvaard te worden als deel van de Belgische samenleving. De negatieve beeldvorming over etnische minderheden en moslims in de media lijkt hierin een katalysator te zijn.

Een tweede, opvallend resultaat, is dat de angst voor assimilatiedruk en het risico op verlies van de Turkse cultuur bij hun kinderen een veel gebruikt argument vormt om te overwegen om naar Turkije te verhuizen.

Het ervaren van een identiteitsconflict maakt de aantrekkingskracht van Turkije als toevluchtsoord bovendien groter. Remigratie biedt de mogelijkheid om voortaan tot de meerderheid te behoren. Door remigratie heft de remigrant zijn minderheidsstatus op.

Asprianten blijven in België tot zich een krachtige combinatie van negatieve en positieve acute gebeurtenissen voordoet die een kentering in hun leven te weeg brengt. Acute pushfactoren zoals ontslag, gemiste promotiekansen of een relatiebreuk stimuleren de aspirant-remigrant om de remigratiewens om te zetten in concrete plannen. Van zodra acute pullfactoren zich aandienen, zoals een aantrekkelijke werkaanbieding of een huwelijk, wordt het voornemen waargemaakt.

Bij de effectieve regimgranten zien we wel jobgerelateerde motieven zoals de ongunstige posities op de Belgische arbeidsmarkt en de ruimere carrièremogelijkheden in het land van origine. Het was voor hen niet evident om een job te vinden op het niveau van hun behaalde diploma, en ze maakten zich zorgen over hun loopbaanperspectieven. Daarenboven uiten deze hoogopgeleide participanten die op de sociale ladder willen opklimmen een gevoel van onbehagen. Vandaar dat deze groep zich niet langer uitsluitend op de Belgische arbeidsmarkt focuste en na ontslag of gefnuikte carrièrekansen tot het besef kwam dat ze beschikt over een alternatief, namelijk de arbeidsmarkt in Turkije. Na het maken van een kostenbatenanalyse verkoos deze groep te verhuizen naar Turkije, omdat zij daar een beter perspectief op werk en carrière zage. Een aantrekkelijke jobaanbieding in Turkije zorgde er uiteindelijk voor dat men daadwerkelijk de stap onderneemt.