Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Toward a performative understanding of sex/gender in law: considering genderless identity documents

Mattias Decoster
Dit onderzoek toont aan dat de wet culturele gendernormen in stand helpt houden zolang die verplicht tot gender- en/of geslachtsregistratie op de geboorteakte of identiteitskaart. Bijgevolg is de wet verantwoordelijk voor de negatieve gevolgen die deze gendernormen met zich meebrengen. Deze interdisciplinaire thesis pleit dan ook voor de afschaffing van gender- en/of geslachtsregistratie.

Belgium in Bretton Woods, 1944-1971

rogier van vaerenbergh
This dissertation has as subject the Bretton Woods System and the Bretton Woods Conference. The Bretton Woods Conference happened during the Second World War, whereas the Allies reached towards each other to mold the new world order. For the first time in history, the international monetary system was constructed by rules. The interwar years and the Great Depression wanted the Allies to be avoided. The international monetary system during the interwar years was defined by the gold-exchange standard. This was a reconstruction of the classical gold standard from the nineteenth century. That gold standard system was broken down by the First World War. The gold-exchange standard functioned less than the classical gold standard. This dissertation has diplomacy also as subject: the financial and monetary relations during the Second World War and during the Bretton Woods System, 1944 to 1971. In Belgium there is not much attention for financial or monetary relations. The works of the NBB wanted to fill this void as I want to do. This work fills a void in the Belgian research history. The Bretton Woods System worked well from the 1958 convertibility of the European currencies. This milestone of convertibility was an undermining of the System too. As the System developed more elements became known to be flawed: Triffin and Rueff discovered some errors. The System was further undermined by elements that wanted to fix the faults: the GAB, the SDR and the gold pool. As whereas these elements to fix the System, the Bretton Woods Order came by its end because of a new ideology that came to be known as monetarism and by the Nixon – shock. The Bretton Woods System ended when the fixed currencies came to be floated, something economists, politicians and experts wanted to avoid during the interwar years.

Oblivion or Prosecution? The Search for the International Legal Framework on Individual Criminal Responsibility for Cultural Heritage Crimes in Armed Conflict

Kit De Vriese
Deze thesis beantwoordt de vraag of er een consistent, duidelijk en efficiënt rechtskader bestaat voor misdaden tegen cultureel erfgoed.

The legal nature of the EU-Turkey Statement: putting NF, NG and NM v. European Council in perspective

Julie De Vrieze
Deze scriptie analyseert de juridische aard van de EU-Turkije Verklaring met als doel de beschikkingen van het Gerecht in perspectief te plaatsen. Het belangrijkste argument dat in deze scriptie wordt ontwikkeld is dat de EU-Turkije Verklaring moet beschouwd worden als een internationaal akkoord, gesloten tussen de Europese Raad en Turkije. Deze scriptie onderzoekt vervolgens de gevolgen van de beschikkingen van het Gerecht en formuleert een aantal bedenkingen bij deze beschikkingen.

An eye in the sky is watching you Een rechtsvergelijkend onderzoek tussen België en Nederland over het politioneel gebruik van drones op evenementen, na een plots incident of voor langdurige surveillance ter preventie van criminaliteit en de verhouding v

Lara Boonen
Drones zijn onbemande vanop afstand bestuurde luchtvaartuigen. Deze toestellen kunnen een payload dragen waaronder camera’s met een zeer hoge resolutie. In dit onderzoek wordt gefocust op het houden van cameratoezicht door de politie met behulp van drones in drie situaties, namelijk voor crowd control-doeleinden op evenementen, om situational awareness te verkrijgen na een plots onvoorzienbaar incident en als langdurig surveillancemiddel ter preventie van criminaliteit. De beelden die de politie hierbij verzamelt kunnen persoonsgegevens zijn. Daarom kan het gebruik van drones een inbreuk uitmaken op het recht op privacy in de zin van artikel 8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Dit artikel stelt minimumvoorwaarden waaraan het gerechtvaardigd gebruik van een drone moet voldoen. De inbreuk mag enkel uitgaan van een openbaar gezag, zoals de politie, voor bepaalde doelstellingen waaronder het waarborgen van de nationale of openbare veiligheid en het voorkomen van strafbare feiten of ordeverstoringen. De inbreuk moet een nationale wettelijke basis kennen, in verhouding zijn tot één van deze doelstellingen, die niet met minder ingrijpende middelen te bereiken zijn.
In deze scriptie is ervoor gekozen om een functionele microrechtsvergelijking uit te voeren tussen de Belgische en Nederlandse wetgeving die het politioneel gebruik van drones omkadert voor de drie bovenstaande situaties. Er wordt nagegaan aan welke voorwaarden voldaan moet zijn, welke procedure gevolgd moet worden en impliciet welke actoren hierbij komen kijken. Hierbij wordt gefocust op de nationale rechtsgronden en de bepalingen met betrekking tot de privacy. Het luchtverkeersrecht wordt buiten beschouwing gelaten.
Uit dit onderzoek kwam naar voren dat wetstechnisch gezien zowel de Belgische als de Nederlandse politie drones kunnen inzetten op evenementen en na een plots incident, maar dat België hiervoor slechts één rechtsgrond kent en Nederland meerdere. Een belangrijk verschil is dat sinds een wetswijziging van 2016 de Nederlandse burgemeester ook kan beslissen om vaste straatcamera’s te vervangen door drones om langdurig toezicht te houden in probleemgebieden, terwijl dit in België niet toegestaan is. In Nederland werd tot op het heden nog geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Het is belangrijk om te benadrukken dat zowel op nationaal vlak in België als op Europees vlak het toepasselijk wettelijk kader onder hervorming is.

Application of activity-based bioassays for the detection of synthetic cannabinoid receptor agonists in Emergency Department serum samples from drug-related cases

Marthe Vandeputte
In deze scriptie werd een nieuwe test voor de detectie van synthetische cannabinoïden geëvalueerd door toepassing op een grote set bloedstalen. De test is gebaseerd op het detecteren van het effect van de drugs in plaats van hun chemische structuur. De veelbelovende resultaten wijzen op het enorme potentieel van deze activiteits-gebaseerde test als alternatieve screeningsmethode voor het opsporen van synthetische cannabinoïden.

Orgaantransplantatie in Japan - De wetsherziening van 2009

Jana Hermans
Orgaantransplantatie in Japan is bij wet vastgelegd sinds 1997. Deze wetgeving is pas in 2009 herzien ook al was een herziening reeds in 2000 verwacht. Wat was de oorzaak dat het zo lang duurde?

Het nut van en mogelijke alternatieven voor de Europese vennootschap (SE) in het kader van grensoverschrijdende samenwerking

Emmy Tonoli
Op 4 mei 2018 is de Europese vennootschap North Sea Port opgericht door Havenbedrijf Gent en Zeeland Seaports. Meer en meer wordt er grensoverschrijdend samengewerkt tussen vennootschappen uit verschillende EU-lidstaten. Hierbij stelt men onmiddellijk de vraag in welke rechtsvorm dit het best gebeurt. Waarom kozen de havenbedrijven van North Sea Port voor de unieke rechtsvorm, de Europese vennootschap?

Is het "time-over" voor de werkelijke zetelleer in het internationaal vennootschapsrecht?

Wouter Dister
België volgt sinds jaar en dag de werkelijke zetelleer. Deze staat echter sterk onder druk door de rechtspraak van het Hof van Justitie. In deze thesis wordt onderzocht of de werkelijke zetelleer nog verder kan bestaan in België.

The principle of conferral and the principle of sincere cooperation in the light of recent case-law of the CJEU: Are the Member States (post-Lisbon) Masters of the Treaties in the external relations of the EU?

Paulien Van de Velde-Van Rumst
Deze masterproef bespreekt en onderzoekt de vraag of de lidstaten (post-Lissabon) ‘Meesters der Verdragen’ zijn in de externe betrekkingen van de Europese Unie en dit in het licht van de recente rechtspraak van het Europees Hof van Justitie. Zijn de lidstaten van de Europese Unie in staat de controle over de externe bevoegdheden van de Europese Unie te behouden op basis van het principe van toegekende bevoegdheden dat bepaalt dat het de lidstaten zijn die de Europese Unie haar bevoegdheden toekennen? Welke rol speelt het principe van loyale samenwerking in deze kwestie?

Nucleaire Ontwapening: De Impact van het 'Humanitair Initiatief'

Felix Desmyttere
Een juridisch onderzoek dat startende van uit humanitaire overwegingen een dubbele problematiek tracht aan te pakken. Enerzijds wordt ingegaan op de verplichting voor staten hun nucleaire arsenalen te vernietigen. Anderzijds wordt de wettigheid van het gebruik van nucleaire wapens onderzocht.

Infant industry protection in negentiende-eeuws België en de transitie van protectionisme naar vrijhandel

Florenz Volkaert
De scriptie behandelt de economische ontwikkeling van België vanuit rechtshistorisch perspectief. De auteur beschrijft gedetailleerd de wettelijke maatregelen die de overheid neemt in de periode 1794-1865 ter stimulering van de industrie, met ruime aandacht voor de ideologische en economische context. Het verhaal wordt geplaatst binnen het kader van het internationaal recht en de internationale betrekkingen.

Maritiem terrorisme: naar een internationaalrechtelijk kader de lege ferenda?

Ruben Dewiele
Het bekijken van de toepasselijkheid van bestaande juridische instrumenten in de strijd tegen maritiem terrorisme en het voorstellen van verbeteringen om de tekortkomingen op te vangen.

De rol van de Verenigde Naties in de strijd tegen terrorisme

Devin Kumpen
Doorheen de scriptie wordt u geloodst doorheen een kluwen van wetgevende VN antiterrorisme-instrumenten, alsook wordt u een duidelijk overzicht gegeven van het amalgaam aan actoren en instituten die ter zake zijn betrokken.

Het principe van "common but differentiated responsibilities" in het internationaal milieurecht.

Ségolène de Borchgrave
Analyse en vergelijking van de toepassingen van het "common but differentiated responsibilities" principe in het internationaal milieurecht. Onderzoek naar een mogelijke kwalificatie als algemeen principe van internationaal milieurecht.

Perioperative rehabilitation in patients with lumbar arthrodesis: A systematic review

Charlotte Amerijckx Helena Boonen
Een systematische review over bio-psycho-sociale revalidatieprogramma's bij personen na een rugoperatie (lumbale arthrodese).

Scouting: verkennende impuls voor een diversere en gelijkere samenleving?

Sander Van Isacker
Een historisch onderzoek naar internationalisme, diversiteit en gender in de Vlaamse katholieke Scouts- en Gidsenbeweging (1955-1980)

Managing their way to the top? Een onderzoek naar de sociale dynamieken op de werkvloer bij lesbische en biseksuele leidinggevende vrouwen

Joren Buyck
Lesbische en biseksuele vrouwen zouden zich omwille van hun vrouw-zijn én hun seksuele oriëntatie in een kwetsbare positie bevinden op de werkvloer. Toch blijken ze in Vlaanderen gemiddeld meer leidinggevende functies in te nemen dan heteroseksuele vrouwen. Via diepte-interviews met 15 lesbische en 2 biseksuele leidinggevende vrouwen wordt duidelijk dat hun zichtbaarheidsmanagement een belangrijke rol speelt in hun weg naar de top.

Naar een zuivere conceptueel-theoretische toepassing van het belang van het kind in het strafrecht. De strafrechtelijke toepassing van artikel 3 IVRK in de kinderschoenen.

Elise Blondeel
Deze masterproef handelt over de huidige problematische wisselwerking tussen enerzijds het strafrechtskader en anderzijds de implementatie van artikel 3 van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind.
Het is actueel onduidelijk welke mogelijkheden diverse actoren van de strafrechtsketen hebben om beide kaders op elkaar af te stemmen en op die manier te komen tot strafrechtelijke beslissingen die ‘het belang van het kind’ waarborgen. De casus van internationale parentale ontvoering wordt gebruikt om deze problematiek te concretiseren.

'All frontiers closed, all territories forbidden': the emergence of statelessness on the international legal stage (1918-1961)

Camille Van Peteghem
Deze scriptie gaat over de opkomst van staatloosheid als onderwerp in het internationaal recht in de periode 1918-1961. Na de uiteenzetting van een theoretisch kader voor staatloosheid in het algemeen, wordt in chronologische volgorde zowel de opkomst en ontwikkeling van het internationale probleem van staatloosheid enerzijds en de opkomst en ontwikkeling van de internationale oplossingen voor staatloosheid anderzijds uiteengezet.

Are family firms more inclined to be zero-levered than non-family firms? Evidence of the Belgian economy

Ben Van Overloop
This study investigates the relation between the zero-leverage phenomenon and family firms. The sample is based on the Belgian economy and counts 62 631 year observations between 2008 and 2016, collected from the database Belfirst. Family firms represent 77% of all companies with employees in the Belgian economy and 45% of the labour market is associated with Belgian family firms. Logit and tobit panel analyses show that family firms are less inclined to adopt a zero-leverage policy as they do not want to dilute their ownership. Furthermore, old family firms are less motivated to be zero-levered as they do not need additional funding to expand their business. Overall, Belgian family firms are less inclined to be zero-levered than non-family firms.

Kindhuwelijken en het internationaal privaatrecht

Frederik Welvaert
Deze masterproef bespreekt de problematiek van kindhuwelijken vanuit internationaal privaatrechtelijk perspectief. Hierbij wordt een rechtsvergelijkende analyse gemaakt van de regelgevingen in België, Zweden en Duitsland. Deze regelgevingen worden daarna getoetst aan enkele fundamentele rechtsbeginselen, zoals het belang van het kind (art. 3 IVRK) en het recht op familieleven (art. 8 EVRM) om finaal tot een eigen, weloverwogen visie te komen betreffende de aanpak van deze problematiek.

Seksueel misbruik in het judo: Waarom slaagt de Vlaamse Judofederatie er niet in om krachtig op te treden tegen seksueel misbruik in het judo?

Valerie Van Avermaet
Eind mei 2017 wordt de Vlaamse Judofederatie (VJF) bedolven onder getuigenissen over seksueel misbruik in het judo. Het beleid van de federatie schiet duidelijk te kort. Een jaar later slaagt de er wel in om krachtig op te treden tegen seksueel misbruik. Een overzicht van wat waar fout liep, een bundeling van de getuigenissen en een analyse van het beleid een jaar na de getuigenissen.

De bescherming van cultureel erfgoed in conflictgebieden

Mika Camps
Hoe kan cultureel erfgoed in conflictgebieden beter beschermd worden? Voor het antwoord op die vraag wordt gekeken naar de bestaande beschermingsinstrumenten en hun sterktes en zwaktes, alvorens een aantal verbeteringsmogelijkheden aan re reiken.

Notice and Takedown: onderzoek naar de baanbrekende rol van Child Focus in de online bestrijding tegen Child Sexual Abuse Material in een nog klassiek strafrechtelijk denkkader.

Camille De Brabant-Bibi
Het onderzoek naar nieuwe samenwerkingsvormen tussen een gespecialiseerde burgerlijke organisatie, met name Child Focus, en de gerechtelijke en politionele autoriteiten in de strijd tegen online beelden van kindermisbruik.