Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Het theater en zijn politiek. Naar een dramaturgie van de leesbaarheid

Simon Knaeps
In deze thesis wordt de dramaturgie van de leesbaarheid voorgesteld als methode om na te denken over de relaties tussen theater en politiek en dit via het denken en schrijven van theatermaker Bertolt Brecht, dramaturge Marianne Van Kerkhoven en filosoof Jacques Rancière. Na een inleiding op de
raakvlakken tussen theater en politiek volgt een korte samenvatting van de aloude discussies over
autonomie/engagement en vorm/inhoud om uit te komen bij een ‘geëngageerde autonomie’. Het brechtiaanse paradigma dat de toeschouwer via een zo leesbaar mogelijke theatrale bemiddeling bewust probeert te maken van de sociale omstandigheden om hem bijgevolg aan te sporen deze te veranderen
(Rancière 2015 [2008], 13), wordt ernstig geproblematiseerd door Jacques Rancière. Deze verwerpt namelijk elk causaal verband tussen het beoogde effect van een kunstwerk en de uitwerking ervan op de toeschouwer (i.e. hoe de toeschouwer de voorstelling leest). Rancière ziet politiek niet als
de uitoefening van, of de strijd om de macht, maar als een herconfiguratie van een delen van het zintuiglijk waarneembare (partage du sensible). Kunst wordt politiek wanneer ze een poging doet om dit zintuiglijk waarneembare te reorganiseren, zich ervan bewust dat ze niet voorop kan lopen op zijn
mogelijke effecten. Dat is bij uitstek een dramaturgische kwestie. Het is dan ook niet verwonderlijk dat dramaturge Marianne Van Kerkhoven de overgang belichaamt van de meer brechtiaanse strategieën naar een meer rancièristische kijk op de politiek van het theater. Als geen ander bepleit ze dat theater
zich niet noodzakelijk expliciet met politieke issues hoeft bezig te houden, maar dat het wel ten alle tijden een politiek bewustzijn moet cultiveren (Van Kerkhoven 2002 [1996], 169 & [1999], 203). Manieren om dat bewustzijn te communiceren aan de toeschouwer aan de hand van de formulering van
de dramaturgie van de leesbaarheid is het onderzoek van deze thesis. Leesbaarheid ontstaat op de as tussen vorm en inhoud, toegankelijkheid en complexiteit, autonomie en engagement.

Cannabisgebruik en identiteitsconstructie bij jongvolwassenen

Hans Jonker
Veel is geweten over problematisch cannabisgebruik, maar we weten nog te weinig welke betekenis gebruikers aan cannabis geven en hoe dit tot stand komt. Dit kwalitatief onderzoek toont hoe cannabisgebruikers hun gebruik laten passen in hun zelfconcept. Resultaten voor occasionele gebruikers en frequente cannabisgebruikers worden besproken.

Een kwalitatief onderzoek naar de ervaring en betekenisgeving van koppels die een kind kregen via pre-implantatie genetische diagnostiek (PGD)

Charlotte Boven
In deze masterproef wordt de ervaring en betekenisgeving van koppels bestudeerd die een succesvolle IVF-PGD procedure afgerond hebben. De centrale onderzoeksvraag vormt: “Hoe kijken koppels of individuele partners terug op hun PGD behandeltraject naar aanleiding van een mutatie in het BRCA1/2 gen na de geboorte van hun kind?”. Bovendien ligt er een focus op de volgende deelonderwerpen: het voorafgaande besluitvormingsproces, het initiële verwachtingspatroon, de zwangerschapsbeleving en het peripartum en de opvoedings- en ouderschapsvisie. Het doel van deze masterproef bestaat dus uit het vervolledigen van de kennishiaat omtrent de psychologische impact van een IVF-PGD procedure. Het huidig onderzoek tracht zowel voorzichtige meta-reflecties te formuleren als een zekere uniciteit te bewaren om zo de ervaring en betekenisgeving omtrent een PGD traject te kunnen begrijpen.

Het eerste deel betreft een literatuurstudie waarbij de huidige bevindingen over PGD en IVF besproken wordt. De conclusie luidt dat er sprake is van zowel een verhoogd maar ook omvangrijker gebruik van PGD, waardoor een kennistoename erg zinvol kan zijn bij het vormgeven van de klinische praktijk. Momenteel focust de literatuur zich voornamelijk op de aanvaardbaarheid, ethische bedenkingen en het complexe besluitvormingsproces, terwijl de emotionele dimensie onderbelicht blijft.

In het tweede deel wordt het onderzoeksdesign, met inbegrip van de methodologische en ethische verantwoording en de onderzoeksprocedure, besproken. Er wordt gekozen voor een narratieve onderzoeksbenadering waarbij de data via semigestructureerde interviews, bij koppels of individuele partners, verzameld wordt. Vervolgens wordt de audio- en visuele data verwerkt a.h.v. thematische analyse. Tot slot wordt het onderzoek getoetst op de interne en externe validiteit en betrouwbaarheid.

Het derde deel bevat een beschrijving van de belangrijkste resultaten geïllustreerd met behulp van citaten. Dit hoofdstuk is opgebouwd a.h.v. drie thema’s: ‘de impact en betekenis van het dragerschap van een BRCA1/2 mutatie’, ‘de impact van de geboorte op de kleuring van het PGD verhaal’ en ‘het PGD traject als een bron van onzekerheid en gradueel verlies van controle’. Tot slot volgen er nog aanvullende (non-verbale) observaties van de interviews.

In het vierde deel volgt de discussie waarbij eerst de resultaten gekoppeld worden aan reeds bestaande literatuur. Hierna wordt zowel de waarde als kritiek ten aanzien van het huidig onderzoek geformuleerd. Ten slotte volgen nog enkele aanbevelingen voor toekomstig onderzoek en het huidig beleid.

De conclusie luidt dat de koppels tijdens hun traject diverse mijlpalen bereikten, waarbij ze hun verwachtingen dienden bij te stellen. Echter slaagden ze erin het traject succes te voltooien dankzij hun veerkrachtige persoonlijkheid, een flexibel gebruik van individuele en dyadische coping strategieën en ondersteuning vanuit de naaste omgeving, die gradueel en selectief ingelicht werd. De geboorte van hun kind vormde de ultieme succeservaring en meteen ook de afronding van hun IVF-PGD traject. Dit keerpunt leidde, mogelijks door cognitieve dissonantie, tot een algemeen positieve terugblik op het doorlopen traject waarbij er een overgang plaatsvond naar een geprefereerd verhaal. Hoewel PGD door beide koppels als een afgesloten hoofdstuk beschouwd wordt, blijft het toch enigszins een invloed uitoefenen op hun dagelijkse leven en gezin, zoals opvoedings- en ouderschapsvisie.

Sustainability of Information Systems in Developing Countries

Aurélie Vercaempt Siemen Dhooghe
This research assesses the most occurring problems and challenges as well as environmental influences on an information system’s success in developing areas. It produces and applies a model based on the theories of IS Success by DeLone & McLean, the Technology Acceptance Model (TAM), the Unified Theory of Acceptance and Use of Technology (UTAUT) and the Integrated Model of Business Value (IGB). This model gives an answer to the need of more research in the domain of sustainability through multi-case research in developing contexts. It generates new insight on the literature, confirms and questions some existing statements and proposes new hypotheses for future research. A checklist for future IS designers or researchers was added to incorporate the most important elements found in this research. The paper concludes on the importance of the IS’ perceived usefulness, the social influences and the IS’ locality, as well as daring to think outside the box so to work with the available resources and to foster creativity.

Patients’ perceptions of frequent hospital admissions: A qualitative study with elderly above 65 years

Carolien Van der Borght
Mijn scriptie gaat over 'frequent flyers'. Dit zijn patiënten die meer dan 4 keer per jaar zijn opgenomen geweest in het ziekenhuis. Bij deze patiëntengroep zijn wij op zoek gegaan naar de oorzaken en de ervaringen van de patiënten op hun herhaalde ziekenhuisopnames.

De Boracay Clean-Up, duurzame stap vooruit of vruchteloze poging?

Marjan Nauwelaert
De populaire Filippijnse bestemming Boracay werd in 2018 voor zes maanden gesloten voor toerisme omdat het te lijden had onder vervuiling en waterverontreiniging. Dit onderzoek ging na of er na de sluiting op korte en lange termijn verbetering in zicht is.

Leren om te leren? Interorganisationeel leren inzake integratiebeleid tussen lokale besturen in Vlaanderen

Matilde Geuëns
“Leren om te leren? Interorganisationeel leren inzake integratiebeleid tussen lokale besturen in Vlaanderen” gaat na hoe Vlaamse steden en gemeenten van elkaar (kunnen) bijleren om het integratiebeleid dat zij voeren efficiënter en effectiever te maken. Aan de hand van kwalitatieve onderzoeksmethoden zoals diepte-interviews en focusgroepen wordt vastgesteld hoe onderlinge leerprocessen momenteel verlopen én hoe het eventueel beter kan om praktische “do’s-and-don’ts” op vlak van integratiebeleid uit te wisselen. Daarbij blijken een vijftal randvoorwaarden van belang om een dergelijke uitwisseling van goede praktijken mogelijk te maken.

Kwaliteitsmanagement in de thuiszorg in Vlaanderen

Dimitri Heyndrickx
Dit onderzoek verkent
bestaande praktijken op vlak van
kwaliteitsmanagement in de thuiszorg
en weegt af of dat
kwaliteitsmanagement veerkrachtig is ten
aanzien van de evoluties die zich in dat
verband voltrekken. Het beoogt hiermee
een bijdrage te leveren aan praktijk,
wetenschap en beleid.

Wat maakt een stad kindvriendelijk? Op verkenning met kinderen

Céline Ramioul
In deze masterproef wordt onderzoek gedaan naar een kindvriendelijke stad. Wat maakt nu net een stad kindvriendelijk? Daar blijkt nog geen helder antwoord op te bestaan en dikwijls wordt deze term ingevuld door volwassenen, in plaats van samen met kinderen zelf. Centraal in deze masterproef stond het onderzoek naar het perspectief van kinderen op kindvriendelijke steden. Aanvullend werden andere perspectieven onderzocht, zoals het perspectief van het Child Friendly Cities Initiative (1996) van UNICEF en de Vlaamse versie hiervan: Kindvriendelijke Steden en Gemeenten. Daarnaast werd het perspectief van de stad Leuven onderzocht, alsook dat van twee ouders. Ten slotte werden al deze perspectieven in verband gebracht met het perspectief van kinderen.

De leaky pipeline: een blijvend fenomeen in de academische wereld. Een onderzoek naar de ondervertegenwoordiging van vrouwen in hogere posities in de Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van UGent.

Ine Van Balen
Een onderzoek naar de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de hogere posities in de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen UGent. Er werd een kwalitatieve studie uitgevoerd met semigestructureerde vragen bij postdoctorale onderzoekers en professor. De resultaten tonen dat barrières voorkomen op verschillende niveaus in de faculteit.

Renovation of residential post-war high-rise: understanding the design process and impact of reversible design tools and strategies

Margaux Lespagnard
Hoe worden architecturale beslissingen gemaakt? Wie of wat beïnvloedt ze? Deze scriptie tracht ontwerpprocessen te ontrafelen en te ontdekken wanneer een zekere ontwerpkeuze de circulariteit en milieu impact van een project kan bevorderen.

At the intersection of culture and forced family separation. An explorative study of lived experiences and dealing with transnational family separation after forced migration.

Nore Jans
Een verkennende studie naar beleefde ervaringen en omgaan met transnationale familieseparatie na gedwongen migratie. In het bijzonder ligt de klemtoon op het snijpunt van cultuur en gedwongen familieseparatie.

Gender en sport: Een exploratief onderzoek naar de sportparticipatie van transgender personen in Vlaanderen

Sien Heirweg
Een mixed methods onderzoek, bestaande uit een online survey en diepte-interviews, dat een eerste blik werpt op de sportervaringen van transgender personen in Vlaanderen.

Achter de schermen bij de Belgische douane in verandering

Simon Gysbrecht
Deze masterproef onderzoekt of de constante veranderingen in de organisatiestructuur van de Algemene Administratie van Douane en Accijnzen dreigen te complex te worden om de beleidsdoelstellingen efficiënt te kunnen realiseren op het terrein als douanier.

Verklaringen voor het al dan niet gebruiken van prestatie-informatie in de beleids- en beheerscyclus van de Vlaamse lokale besturen. Een gevalstudie van een middelgrote centrumstad.

Tom Cottem
Onderzoek naar factoren die het gebruik van prestatie-informatie in Vlaamse lokale besturen belemmeren en faciliteren.

Moederschap in detentie

Astrid Vermaelen
In deze scriptie wordt de ervaring van moeders in detentie nagegaan wanneer ze in co-detentie leven met hun kind alsook wanneer moeder en kind gescheiden leven. Hiernaast wordt het beslissingsproces over co-detentie in België bestudeerd. Meer specifiek, welke instanties hiervoor verantwoordelijk zijn en welke factoren er in rekening gebracht worden bij deze beslissing.

Voelen online gamers zich eenzaam? Een exploratieve studie naar sociale verbondenheid bij personen die online gamen.

Tine Vandamme
Deze masterproef is het resultaat van kwalitatieve diepte-interviews, met als doel om via een kwalitatieve methode meer inzicht te krijgen in de wereld van online multiplayer gamers en hun sociale verbondenheid tot andere online gamers. Hiervoor werden 14 volwassenen (11 mannen en drie vrouwen) geïnterviewd, met een leeftijd range van 21 tot 34 jaar. Voor deze studie werden enkel massively multiplayer online role playing games (MMORPG) spelers gerekruteerd die minstens meer als één jaar frequent gamen. Personen met een huidige of eerdere gameverslaving werden niet opgenomen. Deze studie exploreerde de vraag van sociale verbondenheid tussen online gamers. Met bijkomende, meer specifieke exploratie naar gevoelens van eenzaamheid van deze online gamers. Op basis van een thematische analyse van de verzamelde onderzoeksgegevens werden twee hoofdthema’s weerhouden: het thema online gamen en het thema sociaal welbevinden. In elk hoofdthema werden nog een aantal sub-thema’s weerhouden. Gamegedrag is geen gefixeerd eenheidsverhaal. De deelnemers zijn meer dan alleen ‘gamers’: het gamen vormt (een belangrijk) deel van hun leefwereld, maar geen enkele vereenzelvigt zich een identiteit als gamer. Gamen is voor hen een (vrije)tijdsbesteding zoals een hobby of een passie. Het sociale aspect in online gamen is erg belangrijk, alle deelnemers onderhouden zowel online als offline betekenisvolle contacten. De meerderheid van de deelnemers ervaren of zien een wisselwerking tussen online gamen en het zich eenzaam voelen. Opvallend is dat geen enkele deelnemer zich aanzienlijk eenzaam voelde, algemeen waren de deelnemers tevreden over hun welbevinden. Tot slot concludeerden ze dat wanneer een gamer zich eenzaam voelt, hij of zij online contact gaat (op)zoeken tijdens het gamen, waardoor het gevoel van eenzaamheid mindert. Anderzijds werd er ook aangegeven dat wanneer er te veel wordt gegamed (extreem gamen of verslaving) het een negatieve impact kan hebben waardoor het eenzame gevoel net kan optreden.

PeaceCraft en 21st century skills

Maya Pannier
Dit kwalitatief onderzoek bespreekt de ervaringen van leerlingen, leerkrachten en experts met spelvormen zoals games en theater, die de houding tegenover maatschappelijke onderwerpen zoals vluchtelingen willen verbeteren. Specifiek wordt ingezoomd op de mogelijkheden ervan in het onderwijs en de rol van leerkrachten en scholen.

Relatie- en seksualiteitsbeleving bij partners van personen met jongdementie

Frauke Claes
Deze scriptie bevraagt aan de hand van interviews bij zes vrouwelijke partners van een man met jongdementie hoe zij de impact van de aandoening op de relatie, intimiteit en seksualiteit ervaren. De resultaten worden weergegeven in vijf thema's die deze ervaringen weerspiegelen. Er is variatie tussen participanten, maar over het algemeen geldt dat jongdementie een grote psychosociale impact heeft die in de klinische zorg en in het wetenschappelijk onderzoek meer aandacht verdient.

De identiteit van Marokkaanse joden in België en Nederland

Amal Ihkan
Een onderzoek naar de betekenis van de Marokkaans-joodse identiteit voor Marokkaanse joden die in België of Nederland wonen. Aan de hand van zeven diepte-interviews met Marokkaanse joden van verschillende leeftijden en geslacht wordt getracht een antwoord te vinden op deze onderzoeksvraag.

Do’s and Don’ts na een spoedkeizersnede

Sarah Vandewalle
Wat zijn de pijnpunten in de zorgverlening bij een spoedkeizersnede en hoe kunnen zorgverleners beter omgaan met deze problematiek.

Rouwen om een onzichtbaar verlies: Over het rouwproces bij ongewilde kinderloosheid

Phaedra Couchez
Deze bachelorproef onderzoekt wat de noden en behoeften zijn tijdens het rouwproces van koppels die definitief ongewild kinderloos zijn. Dergelijke, concrete informatie blijkt tot op heden nog te ontbreken. Deze doelgroep blijft nog te vaak een ‘vergeten’ groep. Tevens focust dit onderzoek op wat de mogelijke belemmerende en stimulerende factoren zijn om al dan niet beroep te doen op professionele hulpverlening. In de methode zullen koppels aan het woord worden gelaten en worden ze bevraagd over hun ervaringen met zowel de omgeving als professionele instanties waarmee ze in aanraking zijn gekomen tijdens hun weg van rouw en verwerking. De literatuurstudie beschrijft onder andere het rouwproces, de mogelijke professionele begeleiding hierbij en hoe de omgeving een steunbron kan zijn. Met zicht op de besproken literatuur wordt het onderzoek uitgevoerd dat de benodigde inhoud omvat om met als doelstelling een inventaris te bekomen dat volledig vertrekt vanuit het perspectief van de koppels. Het resultaat bestaat uit een brochure die de noden en behoeften van deze doelgroep omvat en tevens tot stand is gekomen in samenspraak met de doelgroep.

Een (t)huis als (g)een ander

Tessa Verreth
Deze masterscriptie doet onderzoek naar de manier waarop we architecten kunnen ondersteunen tijdens het ontwerpproces in het creëren van een thuis voor personen met Cerebrale Parese (CP) in kleinschalige woonprojecten.

De nierdialysepatiënt en zijn/haar ervaren impact van de behandeling op het dagelijks functioneren.

Stephanie en Eline Van Duyse en Van Samang Stephanie Van Duyse Eline Van Samang
Een combinatie van kwalitatief en kwantitatief onderzoek naar de kwaliteit van leven bij nierdialysepatiënten. Het onderzoek heeft als doel de behandeling voor deze patiënten te optimaliseren via revalidatie.

Niet Alles is onmo(g)Helijk Het sociaal-emotioneel welbevinden van kinderen met een niet-aangeboren hersenletsel bevorderen op school door het sensibiliseren van medeleerlingen.

Phaedra Gryp
Voor kinderen met een niet-aangeboren hersenletsel (NAH) is de terugkeer op school na een periode van revalidatie niet altijd even gemakkelijk. Door de vele gevolgen die een niet-aangeboren hersenletsel kan teweegbrengen, kunnen zij diverse problemen ervaren tijdens hun schoolcarrière zoals lichamelijke problemen, visuele- en gehoorproblemen, motorische problemen, sociaal- emotionele gevolgen... Tijdens dit onderzoek wordt er onderzocht wat de noden en behoeften van kinderen met een niet-aangeboren hersenletsel zijn.
Via een semigestructureerd interview worden kinderen met een niet-aangeboren hersenletsel bevraagd, over de problemen die zij ervaren in de klas en welke veranderingen het sociaal-emotioneel welzijn van deze kinderen kan verbeteren.
Op basis van de informatie die verkregen werd uit de semigestructureerde diepte-interviews en tekeningen werd het al snel duidelijk dat deze kinderen vaak nog problemen ondervinden op school. Ze voelen zich vaak “anders”, hebben het gevoel dat klasgenootjes niet begrijpen wat een NAH is. Daarom is er een psycho-educatie boekje ontwikkeld voor de medeleerlingen in de klas, met als doel de klasgenootjes meer begrip en kennis bij te brengen over een niet-aangeboren hersenletsel.