Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Er zit muziek in ons werk ! Muziekwerkers in de Ouderenzorg als draagvlak voor een re-actieve levenskwaliteit. Opleiding & wederzijdse ondersteuning binnen een werkgroep Muziek In Zorg.

Peter Colpaert
Muziekwerkers in de Ouderenzorg als draagvlak voor een re-actieve levenskwaliteit. Een innovatieve opleiding & wederzijdse ondersteuning binnen een werkgroep Muziek In Zorg. Positieve opwaartse spiralen creëren in de ouderenzorg van vandaag en morgen.

‘We are One’: Effects of Social Identity Leadership on Work-Related Outcomes and the Moderating Role of Leader Gender

Charlotte Edelmann
Deze scriptie richt zich op Identity Leadership (IL), gebaseerd op de Social Identity theory, en de effecten op werktevredenheid, burn-out en OCB binnen de belgische werkpopulatie. Daarnaast wordt de modererende rol van het geslacht van de leidinggevende onderzocht tussen IL en OCB.

Managing their way to the top? Een onderzoek naar de sociale dynamieken op de werkvloer bij lesbische en biseksuele leidinggevende vrouwen

Joren Buyck
Lesbische en biseksuele vrouwen zouden zich omwille van hun vrouw-zijn én hun seksuele oriëntatie in een kwetsbare positie bevinden op de werkvloer. Toch blijken ze in Vlaanderen gemiddeld meer leidinggevende functies in te nemen dan heteroseksuele vrouwen. Via diepte-interviews met 15 lesbische en 2 biseksuele leidinggevende vrouwen wordt duidelijk dat hun zichtbaarheidsmanagement een belangrijke rol speelt in hun weg naar de top.

Compassie in het onderwijs: effecten op persoonlijk welbevinden en professioneel functioneren van leerkrachten

Ludwig Peeters
Deze scriptie bracht in kaart in welke mate leerkrachten in het Vlaamse secundair onderwijs op moeilijke momenten compassie ervaren vanwege naaste collega's en directie. Er blijken belangrijke effecten te zijn op het persoonlijk welbevinden en het professioneel functioneren (bv. ziekteverzuim en burn-out).

Overcommitment, werk-familie-conflict en turnover intenties: een onderzoek naar de medierende rol van werk-familie-conflict en de modererende rol van cultuur.

Natan Hongenaert
Deze studie gaat na of werk-familie-conflict een mediërende rol speelt in de relatie tussen overcommitment en turnover intenties bij onderzoekers aan Vlaamse universiteiten. Om culturele verschillen in kaart te brengen wordt een onderscheid gemaakt tussen onderzoekers met herkomst in een overwegend individualistisch dan wel collectivistisch land. Culturele verschillen in de rapportage van werk-familie-conflict worden bekeken, en of cultuur een modererende rol speelt in de relatie tussen werk-familie-conflict en turnover intenties. Er worden hoofdeffecten teruggevonden van overcommitment en werk-familie-conflict maar geen mediatie. De twee culturele groepen verschillen in de mate waarin men werk-familie-conflict rapporteert maar de hypothese dat onderzoekers uit een overwegend collectivistische cultuur gemiddeld minder werk-familie-conflict rapporteren wordt verworpen. Daarnaast blijkt uit de resultaten dat cultuur geen modererende invloed heeft in de relatie tussen werk-familie-conflict en turnover intenties.

Afbouw in opbouw

Inke D'Hondt
Deze masterproef is op zoek gegaan naar hoe de Vlaamse entiteiten de afbouw van tijdsregistratie opbouwden en of dit invloed heeft gehad op de ervaring en omgang van werknemers. Dit vanuit het gegeven dat alle entiteiten van de Vlaamse overheid zelf verantwoordelijk zijn de opbouw van die afbouw.

Wie digitaal wil zijn, moet leiden

Natasja Van Buggenhout
Een kwalitatief gebruikersonderzoek naar de attitude en verwachtingen ten aanzien van de betekenis, karakteristieken, rol en noodzaak van leiderschap tijdens de digitale transformatie van organisaties in België. In het bijzonder is de studie een exploratie, beschrijving en profilering van digitaal leiderschap.

De invloed van een leidinggevende als rolmodel op het trapgebruik van werknemers

Sanne van Driel
In deze studie werd trapgebruik gepromoot door dit als gedragsnorm vanuit de leidinggevende van het bedrijf neer te zetten. Zowel een motivationeel bord op het keuzepunt tussen de trap en lift als een door een leidinggevende ingesproken gezondheidsvideo blijken een positieve invloed te kunnen hebbenop het trapgebruik van werknemers. Daarnaast had een motivationeel bord een groter effect op werknemers die zich sterker identificeren met het bedrijf dan op werknemers die zich zwakker geïdentificeerd met het bedrijf voelen.

Leiderschap en teamleren: Wat maakt dat leiders teamleren mogelijk maken en hoe stimuleren leiders teamleren?

Fryderyk Sevens
Wat maakt nu dat bepaalde leidinggevenden inzien dat ze afhankelijk zijn van hun teamleden en zichzelf bescheidener opstellen in plaats van de egocentrische leider te zijn? In de wetenschappelijke literatuur is al wat geweten over hoe leiders teamleren stimuleren, maar over de beweegredenen waarom ze teamleren mogelijk maken nog niet.

Artikel 60 binnen OCMW Aalst, een goedlopende trein of een bij te sleutelen parcours?!

Karolien Devos
In dit onderzoek werd artikel 60 op mesoniveau, binnen het OCMW van Aalst, onderzocht. Dit met als doel een zo duidelijk mogelijk beeld te krijgen over hoe deze tewerkstelling loopt en waar er eventueel marge is voor verbetering.

Mijn onderzoeksopzet bestond enerzijds uit een interview met de beleidsmensen, met de ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor deze sociale tewerkstelling. Anderzijds uit een focusgesprek met ervaringsdeskundigen, met mensen die of een sociale tewerkstelling positief hebben beëindigd of nog steeds aan het werk zijn als artikel 60.

Aan de hand van mijn ervaring en mijn onderzoeksopzet heb ik mijn veranderingsdoelen opgemaakt. Gezien de ervaringsdeskundigen artikel 60 als een positieve ervaring beschouwden denk ik dat men eerst en vooral moet proberen meer tewerkstelling plaatsen te creëren. Meer plaatsen geeft ook meer kansen dus meer kwetsbare mensen die men zo kan helpen naar werkervaring of zelfs naar een doorstroom naar de reguliere arbeidsmarkt. Hiervoor zal de begeleiding anders moeten worden aangepakt en zal ook de bijhorende subsidiëring moeten herbekeken worden. Zowel op mesoniveau binnen het OCMW te Aalst als op macroniveau en dus op Vlaams, gezien dit recent is overgeheveld van Federaal naar Vlaams.

Een tweede veranderingsdoel, wat ik zou willen gerealiseerd zien, is het verbeteren van de sfeer op de werkvloer ten opzichte van de mensen in artikel 60. Het welbevinden op het werk draagt volgens mij ook bij naar enerzijds je goed voelen in je vel maar anderzijds ook het goed presteren op het werk zelf. Voor mensen in sociale tewerkstelling denk ik dat de motivatie om op zoek te gaan naar een job na artikel 60 groter zal zijn als men een positieve ervaring heeft mogen ervaren.

Ook na begeleiding moet volgens mij beter. In het focusgesprek gaf elke deelnemer aan dat men in het spreekwoordelijke zwarte gat valt na artikel 60. Ook hier zouden we door in te zetten op betere, intensievere begeleiding, de doorstroom naar de reguliere markt kunnen bevorderen.

Ik ben dit eerst en vooral juridisch gaan bekijken, wetgeving versus toepassingen die men hanteert in het OCMW te Aalst. Daaruit bleek onder andere dat een flexibel werktraject, bijvoorbeeld deeltijds werken, wettelijk wel kan. Iets wat mogelijk zou moeten zijn voor iedereen in deze hectische maatschappij, zeker voor kwetsbare mensen die geen (groot) sociaal opvangnet hebben. Ook het loon voor de artikels 60 bepaalt men zelf als OCMW. Naar privé werkgevers toe factureert men 740 euro, openbare instanties die mensen tewerk stelt in artikel 60 betalen niets. Ook het feit dat men enkel leefloon gerechtigden in artikel 60 toelaat, is specifiek voor Aalst en zou dus ook anders kunnen. Er is dus een duidelijk verschil tussen wat er wetmatig mag en wat er in Aalst wordt toegepast. De reden hiervoor ligt meestal bij de subsidiëring die men hiervoor krijgt.

In een tweede invalshoek heb ik de psychosociale bril opgezet. Daar bleek, door de analyse van verschillende theorieën met betrekking tot het welbevinden en het hebben van een job, dat er wel effectief gevolgen kunnen zijn door het al dan niet hebben van een job. Zeker naar kwetsbare mensen toe moeten we hiermee rekening houden, zij hebben misschien bepaalde werkattitudes niet meegekregen van thuis. Doordat ze niet aan het werk zijn, worden ze uitgesloten uit de maatschappij. Men verliest zijn status en heeft niet het gevoel ergens bij te horen, ergens deel vanuit te maken. Aan het werk zijn zal hen dus empoweren, zal hun psychosociaal welzijn erop verbeteren.

Een laatste invalshoek is de hulpverlening. Doordat onze maatschappij volop in transitie is, dient de hulpverlening herbekeken te worden. Sleutelwoord bij hulpverlening is empoweren. Niet enkel doen wat wetmatig moet maar mensen helpen hun doelen te laten stellen en deze te verwezenlijken. De houding van de hulpverlener moet op voet van gelijkwaardigheid zijn en met een onvoorwaardelijke positieve houding ten opzichte van de cliënt met als doel zijn eigenwaarde te versterken.

Ik breng aan de hand van mijn onderzoeksopzet en theoretische staving vijf veranderingsstrategieën naar voor. Eerst en vooral moet artikel 60 voor iedereen kunnen en niet enkel voor mensen met een leefloon. Zo sluiten we mensen uit die ook zouden geholpen zijn door op deze manier aan het werk te kunnen. Ik denk bijvoorbeeld van een vrouw op leeftijd die van haar man is gescheiden en jaren voor de kinderen heeft gezorgd. Iemand van een iets oudere leeftijd, met een ‘black hole’ in haar CV van enkele jaren, zal niet makkelijk werk vinden.

Een tweede veranderingsstrategie is de mogelijkheid naar een flexibeler traject. Zeker nu we langer zullen moeten werken, is dit geen overbodige luxe. Zoals we ook in Finland zien, werkt zo’n systeem. Meer en meer mensen nemen ook hier ouderschapsverlof, tijdskrediet of loopbaanonderbreking om voor hun gezin of voor zichzelf te kunnen zorgen. Ook en zelfs vooral kwetsbare mensen die weinig of geen ervaring hebben en vaak niet beschikken over een sociaal opvangnet, zouden dit dus zeker moeten kunnen doen. Meer mensen zullen slagen in hun te presteren dagen in de opgegeven referteperiode en mensen gaan ook meer gemotiveerd zijn aan het werk te blijven in deze drukke geluksmaatschpapij.

Een derde strategie is de begeleiding van de mensen op de werkvloer die met mensen in artikel 60 moeten werken. Het stigmatiseren van deze groep tegen gaan door preventief de mensen op de werkvloer zelf grondig te informeren en hen te duiden wat de intentie is. Zo kunnen we taboes en vooroordelen wegwerken en eventuele pesterijen voorkomen. Een ‘workbuddy’, een gezinswetenschapper die niet alleen de mensen in sociale tewerkstelling maar ook de collega’s hierin begeleidt.

Een vierde strategie is het herbekijken van de kosten die men factureert aan privé firma’s. Zij krijgen een factuur van 740 euro per maand voor een werknemer, openbare instanties en vzw’s niet. Men hanteert dit omdat dit de kost is die het OCMW zelf zou moeten bijleggen, die men dus niet krijgt via subsidieringen. Op macroniveau zouden we dus moeten inzetten in het herbekijken van deze subsidieringen om deze gelijk te stellen. Maar ook OCMW Aalst zou zelf de beslissing kunnen nemen dit niet als grondvoorwaarde te hanteren. Zo creëren we meer tewerkstellingsplaatsen en vergroten we ook de doorstroom.

Een laatste voorstel naar verandering is de betere (na)begeleiding. Mensen in de laatste weken goed toeleiden naar het einde van hun tewerkstelling en al klaarstomen naar solliciteren op de reguliere arbeidsmarkt. Ook een betere samenwerking met onder andere VDAB is opportuun zijn. Ook hier is een rol weggelegd die perfect zou zijn voor een gezinswetenschapper.

Referentielijst:

Adriaens, C. L. (2013). Praktisch handboek voor OCMW-recht. 612 Loopbaan met zorg. (2015). Betekenis van werk. Betekenis van werk.

Tine Van Regenmortel, K. H. (2013. Het concept ‘empowerende academische werkplaats’. Een innovatieve vorm van samenwerken aan werkzame kennis. Tijdschrift voor Welzijnswerk, 36-48 Van Regenmortel, S. (2015, april). Sociaal werk moet anders in de nieuwe samenleving. Entry-media

Vlieger, S. D. (2008, Juni). Schuld en schaamte: een vergelijkende studie tussen werkenden en werklozen. Gent: Universiteit Gent.

Vries, S. D. (2010). Basismethodiek psychosociale hulpverlening. In S. D. Vries, Basismethodiek psychosociale hulpverlening (p. 425). Hoten, Nederland: Bohn Stafleu van Loghum.

Dringend hulp nodig? Vraag raad aan een toegankelijke en betrouwbare collega!

Hanne Verbraeken
Literatuur omtrent het leren van werknemers, biedt meer en meer bevestiging voor het feit dat hulpzoekgedrag een positieve invloed kan hebben op de prestaties van werknemers én dat het een sociaal proces is. Verschillende onderzoekers stellen echter dat nog te weinig geweten is over de relationele kenmerken die hulpzoekgedrag faciliteren. Met deze studie dragen we bij tot dit tekort. We onderzoeken immers het effect van een aantal relationele kenmerken op het hulpzoekgedrag van werknemers in hun netwerk. Uit voorgaand onderzoek blijkt dat ‘zicht hebben op kennis van’, ‘vertrouwen hebben in’ en ‘toegang hebben tot’ een mogelijke hulpbieder een positieve invloed hebben op de frequentie van het hulpzoekgedrag. Daarnaast zou het hiërarchische verschil tussen hulpzoeker en –bieder een effect hebben op de hoeveelheid hulpzoekgedrag. Daarenboven suggereert de literatuur om naast de frequentie ook de kwaliteit van de geboden hulp te monitoren. Ook op dit vraagstuk bieden we met deze studie een antwoord. We gaan na of er een positief effect is van de relationele kenmerken op de kwaliteit van de geboden hulp. De methodologie die we hierbij hanteren, is gebaseerd op de principes van de sociale netwerk analyse. We verzamelden sociale netwerk data via vragenlijsten bij 85 zorgverleners van één woonzorgcentrum. We testten de beide modellen vijf keer, op organisatie- en afdelingsniveau. Resultaten tonen aan dat collega’s inderdaad veel hulp vragen aan elkaar, maar niet zomaar bij de eerste de beste. Uit de studie blijkt immers dat de perceptie van de respondenten op ‘vertrouwen hebben in’ en ‘toegang hebben tot’ een mogelijke hulpbieder zowel de frequentie als ook de kwaliteit van het hulpzoekgedrag bevorderen. Hulp van iemand waarvan de respondent ‘weet wat hij weet’ en van iemand in een ‘hogere positie’ levert daarnaast ook meer kwaliteit op. Als werkgever investeren in werkrelaties tussen collega’s blijkt dus de moeite waard.

Wat is de noodzaak aan psychologische bijstand voor de familie na een cardio arrest reanimatie van de patiënt op de afdeling hartbewaking in het Ziekenhuis Oost-Limburg?

Stijn Peeters An Coenen
De vooruitgang van de geneeskunde zorgt ervoor dat steeds meer gereanimeerde patiënten overleven en opgenomen worden in het ziekenhuis. Terwijl de patiënt alle nodige zorgen krijgt, blijft de familie vaak in de kou staan. De vraag of zij nood hebben aan psychologische begeleiding dringt zich op.

Reanimatie in breedbeeld

Bram Dispa Seffi Vleugels Sofie Van Houdt Farah Stroobants
Deze literatuurstudie, in kader van het behalen van de bijzondere beroepstitel (BBT) Intensieve Zorgen en Spoedgevallenzorg, focust op een aantal verschillende deelaspecten in de brede kijk rond reanimatie: vroege detectie, bijscholingsbeleid, materiaal- en ruimtegebruik, communicatie tussen hulpverleners, opvang van familie en opvang van verpleegkundigen.Early warning score (EWS) werd ontwikkeld ter preventie van een reanimatie. Door gebruik te maken van een EWS kan een deteriorerende patiënt tijdig gedetecteerd en doorverwezen worden.

Wordt de Relatie tussen Gendertokenisme en Mentale Gezondheid Gemodereerd door een Feminine/Masculine Organisatiecultuur? Masterproef II

Elien Moereels
Voelt een man zich goed in zijn vel tussen alleen maar vrouwen? Vrouwen houden graag een koffieklets op het werk, bespreken de laatste modetrends en maken zich samen zorgen over hun kinderen. Allemaal heel gezellig maar voelt een mannelijke collega zich hierdoor uitgesloten? Mannen daarentegen praten graag over sport en halen weleens een grap uit met elkaar. Heeft een vrouwelijke collega daardoor gevoel dat ze niet geaccepteerd wordt?Uit een onderzoek van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid1 uit 2008 blijkt dat één op vier Belgen een slechte mentale gezondheid heeft.

Hogere werkbereidheid bij 50+ werknemers op de Vlaamse arbeidsmarkt. Een toepassing van het ‘Motivation-Ability-Opportunity’ model op de vervroegde uittredingskwestie.

Dorien Verckist
Werken tot 67 jaar: “het is van de moetens”, maar hoe?59,6 jaar. Dat is de gemiddelde leeftijd waarop Belgen hun werk inruilen voor het pensioen. Het maakt van België een land met één van de jongste uittredingsleeftijden van de Europese Unie. Samen met een werkzaamheidsgraad (dit is het aandeel werkenden in de actieve bevolking  van zo’n 42% voor de 50-plussers in ons land resulteert dit cijfer in een hoog kostenplaatje voor de sociale zekerheid. Om de financiële dam te stutten, heeft de regering beslist om de wettelijke pensioenleeftijd op te trekken tot 67.

Authentiek leiderschap, authenticiteit en burnout bij ziekenhuisverpleegkundigen: een kwantitatief onderzoek

Shannen De Vos
Authentiek leiderschap: De sleutel tot minder burnout?Heeft u al eens gehoord over een probleem met de naam burnout? U weet wel, dat moment waarop een persoon zich helemaal opgebrand voelt en het werk niet meer ziet zitten. Waarschijnlijk al meer dan eens en waarschijnlijk zal ook deze keer niet de laatste zijn. De hype over burnout is immers nog lang niet uitgestorven. Niet verwonderlijk natuurlijk, aangezien zo velen er mee te maken krijgen. Ook verpleegkundigen zijn daar geen uitzondering op.

Kortcyclische arbeid in België: terug van nooit weggeweest

Sander Smouts
Artikel KUL Blogt: http://kuleuvenblogt.be/2015/04/20/repetitieve-taken-behouden-is-dweilen-met-de-kraan-open/DOOR SANDER SMOUTS. Repetitieve taken zijn nog steeds in verschillende sectoren alomtegenwoordig en maatregelen om dit te verbeteren lijken sterk te falen. Teamwerk, meer autonomie en verantwoordelijkheid lijken de ideale instrumenten om de kwaliteit van de arbeid te verbeteren.Geschreven door Sander Smouts op basis van zijn masterthesis.

Dove leerkrachten als motor voor verandering? Een etnografisch onderzoek naar de beleving van dove leerkrachten in Vlaanderen.

Marieke Kusters
Dove leerkrachten als motor voor verandering? “Education is the most powerful weapon which you can use to change the world”, luidt een krachtig citaat van wijlen Nelson Mandela. Via onderwijs kan je de wereld veranderen. Beter onderwijs leidt tot een betere wereld. Het huidige onderwijs voor dove kinderen wordt vandaag, in Vlaanderen, hoofdzakelijk door horende mensen ingevuld.

Loont talentmanagement? Een onderzoek naar de beleving van talentmanagement bij Vlaamse ambtenaren

Joost Vandoninck
 Talentmanagement creëert gemotiveerde ambtenaren in tijden van personeelsbesparingen"Wat staat er op de grafsteen van een ambtenaar?"- "Hier rust ik verder."Ambtenaren hebben niet bepaald het imago de meest gemotiveerde werknemers te zijn.  Nochtans worden overheidsorganisaties vandaag geconfronteerd met een krappe arbeidsmarkt en met personeelsbesparingen die ervoor zorgen dat meer complexe taken zullen moeten worden uitgevoerd door een kleiner aantal personeelsleden.

Authentiek leiderschap en burnout: een onderzoek bij leidinggevenden

Lisa Dewulf
Authentiek leiderschap stimuleren = burnout liquiderenDe masterproef ‘Authentiek leiderschap en burnout: een onderzoek bij leidinggevenden’ onderzocht de relatie tussen authentiek leiderschap en burnout en de mogelijke invloed van piekeren op deze relatie. Uit dit onderzoek blijkt dat authentieke leiders minder burnout rapporteren. Ook blijkt dat een leidinggevende die zichzelf overschat op vlak van authentiek leiderschap minder burnout rapporteert.

De Relatie tussen Appreciative Inquiry en Bevlogenheid Verklaard vanuit de Psychologische Basisbehoeften

Bert Verleysen
Verbinden en waarderen op de werkvloer als hefboom voor meer bevlogenheid. Binnen de hedendaagse economische situatie is het belangrijk dat bedrijven het verschil kunnen maken. Bedrijven moeten excelleren en floreren! Met de regelmaat van de klok worden hiertoe nieuwe methodes ontwikkeld. Appreciative Inquiry (AI) is een methodiek die opgang maakt en overigens succesvol blijkt. Maar, wat maakt dat AI erin slaagt om organisaties te laten floreren?

De impact van de feedbackomgeving op jobtevredenheid: De rol van ‘self-efficacy’ als moderator

Lenie De Wilde
Een gunstige feedbackomgeving:een ‘must’ om tevreden te zijn op het werk?De laatste jaren is er in werkomgevingen een evolutie geweest van de traditionele personeelsevaluatie naar een modern systeem waarin de medewerker integraal wordt benaderd (Aguinis & Pierce, 2008). Het gebruik van de kwaliteitscirkel van Deming (1986) met de elementen ‘plannen’, ‘uitvoeren’, ‘evalueren’, ‘plan bijsturen’ wordt hierbij als essentieel gezien.  De praktijken die hierbij aansluiten zoals doelen formuleren en feedback geven, zijn dan ook zeer belangrijk op de werkplaats.

Het centraal onthaal op de urgentiedienst en de relatie met het decentraal onthaal op de dienst medische beeldvorming

Kristien Croeckaert
Patiëntvriendelijk onthaal: topprioriteit voor de ziekenhuizen?Ziekenhuizen begrijpen steeds meer dat een patiëntvriendelijk onthaal een belangrijk onderdeel is van de kwaliteitsbeoordeling -en beleving van de patiënt. Dit heeft een directe invloed op de algemene tevredenheid. De onthaalfunctie en onthaalomgeving worden meer en meer een prioriteit in de ziekenhuisorganisatie en de strategie, wil men als ziekenhuis het verschil maken met de concurrentie.Patiënten zijn kritischer en mondiger geworden, en vergelijken ziekenhuizen met elkaar.

Faciliterende en belemmerende factoren bij het gebruik van een e-learning module over medisch rekenen door verpleegkundigen

Ilse Leman Ilse Leman Ann Van Hecke Franky Buyle
Afgestudeerd en nu nog leren rekenen… ik dacht het niet!Onder het motto levenslang leren worden veel initiatieven genomen om personeelsleden te motiveren tot bijscholing. In het UZ Gent werd een e-learning module Medisch Rekenen geïntroduceerd, want verpleegkundigen blijken nu eenmaal geen echte rekenknobbels te zijn… Twee jaar na de opstart van de e-learning module zijn er maar weinig hulpverleners die deze module gevolgd hebben.  Hoe komt dit? Blijkbaar is de module helemaal niet goed gekend onder het verpleegkundig personeel.

Vrijwillige openbaarmaking van financiële informatie bij Belgische kmo’s gedurende de periode 2009-2011

Evi Vervoort
Welke factoren moedigen Belgische kmo’s aan tot vrijwillige openbaarmaking van financiële informatie?Belgische kmo’s mogen hun jaarrekening rapporteren via het verkorte schema dat opgesteld is door de Nationale Bank van België. In dit verkorte schema is onder meer het vermelden van de omzet niet verplicht. Heel wat kmo’s kiezen er echter voor om vrijwillig meer informatie openbaar te maken dan wettelijk verplicht is. Uit onderzoek blijkt dat startende ondernemingen eerder geneigd zijn vrijwillige openbaarmaking te verrichten.