Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Hervorming van VSO naar CV erkend als SO: geslaagd of niet?

Selena Zwijsen
Deze scriptie tracht te beoordelen of de hervorming door het WVV van het regime van de VSO (vennootschap met sociaal oogmerk) naar de CVSO (coöperatieve vennootschap erkend als sociale onderneming) al dan niet geslaagd is. Dit doet men door middel van een bespreking van beide regimes, een vergelijking van de twee, een blik op de CVSO in de praktijk, en een formulering van alternatieven en aanbevelingen aan de wetgever.

IOS, ook voor consumentenschulden?

Justine Davidts
De uitbreiding van de Procedure voor Onbetwiste Schulden (IOS) naar consumentenschulden: staat de rechtspraak van het Hof van Justitie daaraan in de weg?

de compatibiliteit van de coronamaatregelen met het algemeen geldend strafrecht

Amber Eggermont
Waren de coronamaatregelen rechtsgeldig? De legaliteit, legitimiteit, proportionaliteit, en gelijkheid van de coronamaatregelen onder de loep.

Wettelijk en aanvullend pensioenstelsel van werknemers in het licht van de huidige samenlevingsvormen: nood aan een hervorming?

Jill Laeveren
Deze masterscriptie handelt over de impact van de samenlevingsvormen op het Belgische wettelijk en aanvullend pensioenstelsel van werknemers. De centrale vraag in deze masterscriptie is of de bevoorrechting van gehuwden inzake de wettelijke en aanvullende pensioenen vandaag nog gerechtvaardigd kan worden, en of het niet wenselijker is om de maatschappelijke evolutie, waarbij partners steeds meer kiezen voor een wettelijke of feitelijke samenwoning, te vertalen in de Belgische werknemerspensioenen. Er wordt aldus een kritische analyse uitgevoerd aangaande de invloed van de samenlevingsvormen op de pensioenen, waarna er enkele aanbevelingen aangereikt worden ter optimalisering van het Belgische recht. Ook de Nederlandse aanpak wordt besproken teneinde hieruit inspiratie te putten ter verbetering van het Belgische recht.

Impact van bestemming verzekeringsuitkering op toelaatbaarheid vordering

Michiel Roels
Deze scriptie betreft een noot bij het arrest van het Hof van Cassatie van 11 december 2020. Het Hof maakte een foutieve redenering bij de invulling van het begrip "rechtmatig belang", doordat het de fase van de toelaatbaarheid van de vordering en deze van de gegrondheid door elkaar haalde. Het rechtzetten van dergelijke fouten is cruciaal, gezien het Hof garant staat voor het bewaren van de eenheid in de Belgische rechtspraak.

De kwalitatieve omgevingsvergunningverlening in Vlaanderen. Van ‘complex’ naar ‘harmonieus’ proces.

Annelies Maes
Het proces van de omgevingsvergunningverlening staat vandaag de dag erg onder druk.

Omgevingsambtenaren die de vergunningsaanvraag bestuderen en een advies voor het politieke beslissingsorgaan voorbereiden, krijgen steeds meer taken en verantwoordelijkheden op hun bord, en blijken stilaan ‘onvindbaar’ te zijn. Politici die in het kader van het ‘politiek dienstbetoon’ hun nuttigheid willen bewijzen als ‘veredelde maatschappelijk werker’ doorkruisen het besluitvormingsproces, wat een aanzienlijke impact heeft op de werking van de dienst Omgeving. En dan is er nog de burger die vindt dat alles té traag gaat… en verontwaardigt reageert wanneer zijn droomproject uiteindelijk niet wordt vergund.

In mijn masterproef ging ik op zoek naar de beslissende factoren die het ‘complex’ proces van de omgevingsvergunningverlening verklaren…. om finaal enkele aanbevelingen te formuleren die moeten toelaten om het ‘complex’ proces om te buigen tot een ‘harmonieus’ proces, waarbij onderlinge spanningen, frustraties en teleurstellingen in hoofde van ambtenaren, politici en derden voortaan tot een ver verleden behoren.

BDSM: De dominerende macht van de strafwet

Louise Ippel
Er moet worden tegemoet gekomen aan de strafbaarstelling van BDSM. In deze scriptie is er daarom ook gezocht naar mogelijke regelingen, zowel juridisch als niet-juridisch, die BDSM'ers in staat zouden stellen om straffeloos hun activiteiten te kunnen uitoefenen.

Qualifying the European Carbon Border Adjustment Mechanism: a preliminary but necessary step in assessing its WTO-legality

Laure Hendrickx
Deze thesis gaat over het Commissievoorstel voor een mechanisme voor koolstofgrenscorrectie (de EU CBAM). Meer bepaald wordt in deze thesis onderzocht of het voorstel niet in strijd is met de regels opgelegd in het kader van de Wereldhandelsorganisatie. Daarbij wordt in het bijzonder ingegaan op de vraag naar de kwalificatie van het mechanisme. Om een nauwkeurige legaliteitsbeoordeling van het voorgestelde mechanisme te voeren, moet immers eerst worden bepaald of het mechanisme een belastingmaatregel of een gewone wetgevingsmaatregel uitmaakt.

Een beroep op het zwijgrecht: fundamenteel recht van verdediging of mes in eigen rug?

Camille De Ridder
Aan de hand van een literatuuronderzoek en een empirisch onderzoek werd onderzocht of rechters het zwijgen door verdachten (mogen) meenemen in de straftoemeting. Enerzijds werd nagegaan in hoeverre zwijgen juridisch gezien consequenties mag hebben in de fase van de straftoemeting (law in the books). Of anders gesteld: zijn er juridische beperkingen aan het zwijgrecht? Anderzijds werd onderzocht of rechters zich in de praktijk kunnen houden aan deze beperkingen en of zij niet verder gaan dan juridisch voorzien (law in action).

Geldt een pandemie als overmacht in het verbintenissenrecht

Caro Stuer
1. Het uitgangspunt is dat een overeenkomst die geldig wordt aangegaan, de partijen tot wet strekt. Een pandemie kan daar een voorbeeld van zijn een omstandigheid die het moeilijk of onmogelijk maakt een verbintenis na te komen. Overmacht zou ervoor kunnen zorgen dat een schuldenaar wordt bevrijd van zijn contractuele verbintenis.
2. Om na te gaan of er in de context van de coronacrisis sprake is van overmacht, dient in de eerste plaats te worden nagegaan of er sprake is van een toestand waarbij de schuldenaar kampt met een financieel onvermogen. In de meeste gevallen is dit in het kader van een handelshuurovereenkomst.
Luidt het antwoord positief, dan kan men er kort over zijn. De kans is groot dat de rechter de rechtsgrond overmacht niet zal aanvaarden. De meerderheid en de meest recente rechtspraak verwijst naar het cassatiearrest van 28 juni 2018. Het Hof van Cassatie aanvaardt namelijk niet dat financieel onvermogen een kwalificatie tot overmacht rechtvaardigt. Het Franse Hof van Cassatie aanvaardt dit evenmin.
Luidt het antwoord daarentegen negatief en is er geen sprake van een financieel onvermogen in hoofde van de schuldenaar, dan dient te worden nagegaan of aan de toepassingsvoorwaarden van overmacht is voldaan.
3. Er moet bij elke met corona verband houdende situatie geval per geval, sector per
sector, contract per contract worden nagegaan of er sprake is van overmacht.
Een schuldenaar moet zich ingevolge de coronacrisis in de onmogelijkheid bevinden de verbintenis na te komen en de contractuele fout dient ontoerekenbaar te zijn. Er is nog discussie over de vraag of het nu gaat om een absolute of een relatieve onmogelijkheid. De contractuele wanprestatie dient onvoorzienbaar en onvermijdbaar te zijn.
Indien aan de toepassingsvoorwaarden van overmacht niet voldaan is, dan is er geen sprake van overmacht. Er kan dan worden onderzocht of er beroep kan worden gedaan op de alternatieven van overmacht: de wijziging van de overeenkomst, de ontbinding, contractuele clausules of de uitvoering te goeder trouw.

4. Het eerste alternatief voor overmacht is de wijziging van de overeenkomst.
Een contract kan alleen gewijzigd of opgezegd worden mits wederzijdse toestemming van de partijen of op grond van de wet. Dit standpunt wordt gevolgd in het Franse recht en in het nieuwe Burgerlijk Wetboek.
5. Het tweede alternatief is de ontbinding van de overeenkomst. Wanneer de gedwongen uitvoering niet mogelijk is, kan er een keuze gemaakt worden tussen: de gerechtelijke ontbinding, de ontbinding op kennisgeving of het uitdrukkelijk ontbindend beding.
De ontbinding op kennisgeving werd recentelijk erkend door cassatierechtspraak en zal in het nieuwe Burgerlijke Wetboek een wettelijke grondslag krijgen. De ontbinding op kennisgeving is wellicht geïnspireerd op het Franse recht. Er dient bij een ontbinding op kennisgeving sprake te zijn van een wederkerig contract, een voldoende gekwalificeerde schending, een ingebrekestelling en een kennisgeving van de beslissing van de schuldeiser aan de andere contractspartij. Het klassieke voorbeeld van een wanprestatie is de niet-betaling van de huurgelden. Wanneer overmacht kan worden vastgesteld, zal er niet aanvaard worden dat er sprake is van een wanprestatie die de ontbinding rechtvaardigt.
6. Het derde alternatief voor overmacht zijn de contractuele clausules. Deze clausules zijn mogelijk nu het verbintenissenrecht van aanvullend recht is. Enerzijds zijn er de overmachtsclausules en anderzijds de imprevisieclausules. In zo een clausule kunnen contractspartijen bedingen welke omstandigheden in aanmerking komen als overmacht of imprevisie en wat de gevolgen zijn van deze kwalificatie op hun contract. Partijen kunnen dus zelf overeenkomen in welke mate een pandemie een impact zal hebben op hun overeenkomst.
In Frankrijk zijn contractuele clausules eveneens mogelijk.
7. Het vierde en laatste alternatief dat in deze thesis wordt voorgesteld voor overmacht, is de uitvoering te goeder trouw.
Er kunnen op grond van de aanvullende werking van de goede trouw bijkomende verbintenissen worden opgelegd aan partijen. Zo dienen de contractspartijen er zich van te onthouden de nakoming van de verbintenis door de wederpartij te bemoeilijken in de context van een pandemie. Er kan ook de verplichting worden afgeleid om bijkomende contractuele regelingen te treffen met het oog op de goede afloop van de basisovereenkomst. Ook het Franse recht en het nieuw Burgerlijk Wetboek geven deze betekenis aan de aanvullende werking van de goede trouw. Een contractspartij die zich in een situatie van overmacht bevindt, kan worden verhinderd zijn verplichtingen te goeder trouw na te komen. Vaak is een onderhandelde oplossing wel opportuun. Zo kan een betalingsuitstel, afbetalingsregeling of een prijsvermindering worden voorgesteld.
Het is bij de matigende werking en bij rechtsmisbruik aan een contractpartij verboden de haar uit de overeenkomt voortvloeiende rechten uit te oefenen op een manier die in strijd is met wat van een redelijke contractpartij mag worden verwacht. Wie in het kader van de coronacrisis de nakoming zou blijven eisen van een ingrijpend gewijzigde overeenkomst, kan zich schuldig maken aan rechtsmisbruik. De schuldenaar dienst daarnaast loyaal redelijke maatregelen te nemen die de schade van de niet-nakoming kunnen matigen of beperken. Deze redenering is in het Franse recht en het nieuw Burgerlijk Wetboek terug te vinden. Het ontbreken van een onderhandelde oplossing, zoals een betalingsuitstel, een afbetalingsregeling of een prijsvermindering, kan leiden tot rechtsmisbruik. De matigende werking staat de toepassing van de risicotheorie in geval van overmacht echter niet in de weg.
8. Imprevisie kan niet als alternatief worden gebruikt voor overmacht in het Belgische recht. Bij imprevisie is er, in tegenstelling tot bij overmacht, sprake van omstandigheden die de uitvoering van de overeenkomst bijzonder moeilijk of aanzienlijk zwaarder maken voor (één van) de partijen. De coronacrisis kan daar een voorbeeld van zijn. De imprevisieleer beoogt een heronderhandeling van de overeenkomst tussen de partijen. Noch het Burgerlijk Wetboek, noch het Hof van Cassatie en noch andere (corona)rechtspraak aanvaarden de imprevisieleer.
De bindende kracht van een overeenkomst blijft het uitgangspunt. Het Franse recht en het nieuwe Burgerlijk Wetboek aanvaarden de imprevisieleer wel.
Partijen kunnen wel steeds een contractuele imprevisieclausule opnemen. De imprevisieleer kan ook min of meer het recht binnensluipen via enerzijds de matigende werking van de goede trouw en de leer van het verbod op rechtsmisbruik en anderzijds door een soepele invulling van het overmachtsbegrip.
We hebben de imprevisieleer niet kunnen gebruiken tijdens de coronapandemie.
Mocht het nieuw Burgerlijk Wetboek al van kracht zijn geweest, had dit een grote invloed gehad op verschillende contracten en zou de rechtspraak vandaag anders luiden.
De aanvaarding van de imprevisieleer tijdens de coronacrisis had er wellicht toe geleid dat overmacht minder snel werd aanvaard.

Locked Up, Logged Off: A closer look at protection and provision of Internet access for prisoners within the ECHR framework

Felix Blommaert
Deze masterproef analyseert en bekritiseert de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens inzake internettoegang voor gevangenen op een grondige wijze. Daarenboven trekt het werk een link tussen deze bevindingen en een gelijkaardige zaak hangende voor Belgische rechtbanken.

De belasting op tweede verblijven, een doorn in het oog van tweedeverblijvers en gemeentebesturen

Morgane De Pourcq
Mijn scriptie geeft een duidelijk overzicht in de totstandkoming en evolutie van het belastingreglement op tweede verblijven met inachtneming van de rechtspraak en rechtsleer. Een aanzienlijk deel van de juridische aspecten betreft de belasting op tweede verblijven van de Vlaamse kustgemeenten.

De uitzonderingen op auteursrecht in de EU en copyright in de VS: De implementatie van en overeenstemming met de internationaalrechtelijke driestappentoets

Paulien Wymeersch
De driestappentoets is een rechtsnorm die de uitzonderingen op het auteursrecht reguleert. Ondanks vele vermeldingen in internationale en EU-rechtsinstrumenten, is er nog onduidelijkheid over de precieze inhoud en draagwijdte van de driestappentoets.

Algemene vervoersvoorwaarden: een analyse van de verhouding tussen de algemene voorwaarden van Belgische transportmaatschappijen en het consumentenrecht

Alexander Debouck
Onderzoek naar de algemene vervoersvoorwaarden van de Belgische transportmaatschappijen. In de scriptie is nagegaan of de bepalingen voldoen aan alle vereisten die opgelegd worden ter bescherming van de consument-reiziger.

Vraagstukken rond privacy: de zoektocht naar een wettelijk kader voor het gebruik van live facial recognition door de geïntegreerde politie in België

Lotte De Graeve
Enkele problematieken lijken de zoektocht naar een wettelijk kader rond live facial recognition te belemmeren. Deze masterproef onderzoekt wat deze inhouden en formuleert enkele vraagstukken die cruciaal lijken opdat de proportionaliteit en wenselijkheid van de technologie kan worden beoordeeld.

ANALYSE EN EVALUATIE VAN DE WIJZIGINGEN AANGEBRACHT AAN HET FISCAAL STRAFRECHT DOOR DE WET VAN 5 MEI 2019 EN HET KB VAN 9 FEBRUARI 2020

Justine Hendrickx
Deze masterproef analyseert en evalueert de wijzigingen door de wet van 5 mei 2019 en het Koninklijk Besluit van 9 februari 2020 in het licht van de door de wetgever opgestelde doelstellingen. Meer bepaald worden de eerste drie wijzigingen (una via-overleg, strategisch overleg en meldingsplicht van de procureur des Konings) in detail behandeld. Er wordt summier ingegaan op de nieuwe rol van de strafrechter.

Een criminele kamer ter vervanging van een hof van assisen: tussen ambitie en traditie

Emilie Hermans
Het hof van assisen is een instelling die sinds oudsher uitwerking kent in het Belgische rechtssysteem en de hervorming ervan is een gegeven dat al gedurende ruime tijd de politieke gemoederen verhit. Eén van de meest recente voorstellen is het initiatief van voormalig minister van Justitie Koen Geens om het huidige hof van assisen te vervangen door criminele kamers. Mijn masterthesis tracht een ontwerptekening te maken van hoe dergelijke criminele kamers vormgegeven kunnen worden, rekening houdend met specifieke kenmerken alsook waarborgen die de huidige assisenprocedure kentekenen.

The Rape of the Rohingya: Road towards Gender Justice?

Clara Van Thillo
De scriptie onderzoekt of het seksueel geweld dat tegen de Rohingya in Myanmar werd gepleegd, kan worden vervolgd voor het Internationaal Strafhof in Den Haag.

Is er nood aan een algemene wettelijke regeling met betrekking tot de contractuele aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken?con

Nikki Vermeylen
De contractuele aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken

Big brother is watching you! How online police infiltration and online systemic police observation have to be balanced with fundamental rights and freedoms. A comparative analysis between Belgium and the United States.

Sylvia Lissens
In deze masterscriptie worden de opsporingstechnieken van (online) politie-infiltratie en (online)
stelselmatige politieobservatie afgewogen tegen de fundamentele rechten op privacy, het recht op een eerlijk proces en de vrijheid van meningsuiting. Deze onderwerpen zijn in dit functioneel rechtsvergelijkende onderzoek geanalyseerd voor België en de Verenigde Staten. Dit onderzoek werd uitgevoerd aan de universiteiten van KU Leuven (België) en Duke University (Verenigde Staten), onder supervisie van een Belgische en Amerikaanse Professor, in samenwerking met Venice International University (Italië).

Eenheid in verscheidenheid: Een vergelijkend onderzoek van Belgische en Britse rechtspraak inzake wapenuitvoer naar Saoedi-Arabië

Elias Viaene
In deze masterproef worden twee onderzoeksvragen beantwoord aan de hand van de functionele rechtsvergelijkende methode. Enerzijds wordt er onderzocht op welke manier de Belgische en Britse rechtspraak inzake wapenuitvoer naar Saoedi-Arabië kan worden beschreven, en anderzijds op welke manier deze rechtspraak kan worden vergeleken. De relevantie van deze onderzoeksvragen kan vanuit juridisch standpunt onderschreven worden door inhoudelijke en pragmatische lacunes in de rechtsleer, en vanuit maatschappelijk standpunt kan er een bijdrage geargumenteerd worden aan een verantwoordelijk wapenuitvoerbeleid. De conclusie van deze masterproef is vierledig, en bestaat uit twee globale conclusies en twee conclusies ter beantwoording van de onderzoeksvragen. Een eerste globale conclusie is dat de rechtspraak inzake wapenuitvoer naar Saoedi-Arabië opvallend onderbelicht blijft in de rechtsleer. Ten tweede kan er een incrementele regelgevende en bindende tendens worden waargenomen in de internationale en Europese regelgeving inzake wapenhandel, hoewel de tweespalt in Europees wapenuitvoerbeleid naar Saoedi-Arabië illustreert dat soevereiniteit (gemotiveerd door economische en geostrategische belangen) nog steeds primeert in deze juridische context. Ter beantwoording van de eerste onderzoeksvraag kan er besloten worden dat de Belgische en Britse rechtspraak best beschreven wordt als gekenmerkt door drie incrementele tendensen: receptief, (beperkt) publiek, en humanitair. Daarmee wordt bedoeld dat respectievelijk de ontvankelijkheid incrementeel receptief werd beoordeeld, de vertrouwelijkheid van de vergunningsdossiers benaderd werd met een beperkte publieke tendens, en de beoordelingen ten gronde gekenmerkt worden door een incrementele humanitaire tendens in verwijzing naar het internationaal humanitair recht. Ter beantwoording van de tweede onderzoeksvraag kan besloten worden dat er sprake is van eenheid in verscheidenheid wanneer de Belgische en Britse rechtspraak in vergelijkend perspectief wordt geplaatst. De eenheid blijkt uit de gelijkenissen die voortkomen uit de vergelijking, zoals de vergelijkbare receptieve tendens en de gelijkende mate waarin het internationaal humanitair recht een struikelblok vormde voor de wapenuitvoer naar Saoedi-Arabië, en de verscheidenheid wordt ingebed door de verschillen in de rechtspraak die maken dat de gelijkenissen niet absoluut zijn. Voorbeelden daarvan zijn de verschillende mate waarin de vertrouwelijkheid van de vergunningsdossiers werd gehandhaafd en het onderscheid in de visies betreffende de bindende kracht van Europese regelgeving inzake wapenhandel. De masterproef wordt besloten met enkele vooruitblikken op toekomstige gerechtelijke procedures evenals enkele juridische en beleidsmatige aanbevelingen. Op juridisch vlak wordt aandacht voor dit thema in de rechtsleer aangemoedigd, en beleidsmatig wordt er onder meer gepleit voor minder ambiguïteit in de regelgeving betreffende wapenhandel.

Schadevergoeding tot herstel bij de Raad van State: noodzakelijkheid en doeltreffendheid van de procedure

Luka Geurts
Deze scriptie, geschreven in het kader van de opleiding Rechtspraktijk, handelt rond de procedure van schadevergoeding tot herstel bij de Raad van State. De hoofdvraag is de noodzakelijkheid en doeltreffendheid van de invoering van deze procedure.

De Alabamavorderingen Arbitrage - Hoe een oorlogsschip vaart bracht in de ontwikkeling van internationale arbitrage in de Moderne Tijd

Corneel Debusscher
Onderzoek naar de invloed van de Alabamavorderingen arbitrage op de ontwikkeling van internationale arbitrage in de Moderne Tijd.

The Role of the CJEU in Ensuring that the Principles of Mutual Trust and Recognition Enshrined in the FDEAW Stay in Line with the CFR

Rodrigo Belle Gubbins
Een analyse van de ontwikkeling van de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie met betrekking tot het mechanisme van het Europees arrestatiebevel om te bepalen of de justitiële samenwerking tussen de lidstaten voorrang krijgt boven de bescherming van de grondrechten of omgekeerd.

Het recht op zelfbeschikking na Dekolonisatie: Feit of fictie?

Mathieu Fiers
Het recht op zelfbeschikking van volkeren. De vraag blijft: wanneer spreekt men van een volk? Deze scriptie gaat dieper in op het volksbegrip, en vaart over de verschillende kanalen die bijdragen tot het afbakenen van dit begrip.