Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Vi Krever Ett Hjem

Thibaut Van der Beken
Omwille van Europa’s duurste huur- en aankoopmarkt staat het Noors-bebouwde landschap onder grote druk. Het eigendomsbeleid van Gerhardsen na WOII zorgde voor een alomvattende, maar gezonde suburbanisatie die tot op vandaag 80% van de bestaande woonentiteiten omvat. Vandaag staat echter een inflexibele politieke cultuur het sociaaldemocratisch gedachtengoed in de weg om adequate stedenbouwkundige ingrepen in de verschillende Kommune’s (~semi- autonome provincies) op te bouwen.

Hoe kunnen we netwerkeconomie operationaliseren binnen de Vlaamse kmo markt? - Een onderzoek bij Vlaamse middelgrote ondernemingen.

Stef Rutsaert
In dit onderzoek operationaliseren we netwerkeconomie door deze term doorheen de tijd te onderzoeken en tot een nieuwe, moderne definitie te komen. De drie onderdelen van deze definitie, namelijk technologie, change management en niet-financiële waardecreatie, worden aan de hand van literatuur onderzocht en onderling gelinkt. De interviews uit dit onderzoek maken duidelijk dat er nog te weinig kennis is over netwerkeconomie binnen de bedrijfswereld.

UNDER THE ABAYA AN EXPLORATIVE STUDY ON THE IMPACT OF THE SAUDI 2030 MODERNIST REFORM ON WOMEN IN JEDDAH FROM A TRANSNATIONAL FEMINIST PERSPECTIVE

Margot Verleyen
Een etnografisch onderzoek naar Saudische vrouwen in de
stadskern van Jeddah teneinde de impact van de modernistische hervormingen te bestuderen. Vanuit een transnationaal feministisch perspectief wordt de invloed van de hervormingen op de sociale mobiliteit en posities van vrouwen bestudeerd. Deze studie heeft bijzondere aandacht voor de circulatie van globale discoursen, lokale autonomie en identiteitsformaties van Saudische vrouwen, anno 2020.

De verdeling na faillissement: een empirisch onderzoek

Angélique Daponte
In deze masterproef onderzoek ik de werkelijke verdeling na het faillissement. Dit deed ik aan de hand van een empirisch onderzoek aan de Ondernemingsrechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen. Het doel is te kijken welke zakelijke zekerheidsrechten de beste bescherming bieden aan schuldeisers.

The Scotland of Sassenachs, Superheroes and Filmsets

Lyssa Victor
Schotland leent zich zoals geen ander land om een volledige reis uit te werken rond de vele films en series die er opgenomen werden. Daarbovenop is het een ideale bestemming om duurzaam en bewust te reizen. The Scotland of Sassenachs, Superheroes and Filmsets is een duurzame individuele self-drive van twee weken op het vasteland en een aantal eilanden van Schotland.

Uitdagingen en kritische succesfactoren voor de lokale diensteneconomie. Een kwalitatief onderzoek naar de gevolgen van het nieuwe decreet voor ondernemingen binnen de sector

Diana Gebruers
Deze masterproef wil nagaan wat de mogelijke gevolgen van het nieuwe decreet lokale diensteneconomie zijn geweest voor de ondernemingen binnen de sector in Vlaanderen op vier vlakken: organisatie van de ondernemingen; toewijzing en bemiddeling van de doelgroepwerknemers; verplichte doorstroom; en financiering. Om de opvattingen van de respondenten over de veranderingen die de ondernemingen hebben ervaren in kaart te brengen werden zeven semigestructureerde interviews afgenomen bij medewerkers met leidinggevende functies van organisaties met verschillende dienstverleningen.

Werkbaar werk - werk op jouw maat!

Jens Longueville
Deze bachelorproef onderzoekt de werkbaarheid van het werk binnen het bedrijf 'Thon Hotels Brussels' en biedt oplossingen aan inzake werkstress.

Models of Corporate Supply Chain Liability

Penelope Aurelia Bergkamp
Dit proefschrift onderzoekt de blootstelling van in de EU gevestigde multinationale ondernemingen aan ketenaansprakelijkheid (supply chain liability) onder buitencontractuele, burgerlijke aansprakelijkheid. De verschillende theoretische modellen en rechtspraak worden geanalyseerd.

Familiale bedrijfsopvolging in het Vlaams Gewest

Matthias De Coninck
Deze scriptie omschrijft de Vlaamse gunstmaatregel voor de overdracht van familiale bedrijven. Daarnaast bevat de thesis ook een korte vergelijking van verschillende technieken voor het behoud van controle van de onderneming na de overdracht.

HET VERSTUREN VAN E-NEWSLETTERS NAAR BESTAANDE KLANTEN: EEN STUDIE NAAR EEN EFFECTIEVE STRATEGIE VAN CONTENT MARKETING VOOR CONSUMENTENRETENTIE BIJ JONGVOLWASSENEN

Jolien Van Praet
Het doel van deze studie is om de effectiviteit van e-newsletters voor het behouden van bestaande klanten na te gaan. Meer specifiek werd er onderzocht wat het effect van het format van de e-newsletter is op consumentenretentie en zijn we nagegaan aan de hand van een experiment of er een verschil is in merkgeloofwaardigheid, merkbewustzijn, merkattitude en koopintentie.

Sociale documenten: wie wordt er wijzer van?

Rita Laureys
De analyse toont aan dat het geen onhaalbare kaart is om tegelijkertijd de administratieve overlast aan te pakken die de sociale documenten veroorzaken voor ondernemingen, en tevens tegemoet te komen aan de cruciale informatiebehoeften van de overheid en van de werknemers.
Een win-win situatie voor alle partijen bereiken is, mits een aantal aandachtspunten, perfect mogelijk.

Waarom economie studeren?

Derya Ay
De centrale onderzoeksvraag in mijn bachelorproef is: Hoe kan ik leerlingen uit de tweede graad motiveren om economie te kiezen als studierichting? Ik heb een project uitgewerkt voor leerlingen uit de tweede graad waarbij zowel de leerlingen die een economische achtergrond hebben als leerlingen die geen economische achtergrond hebben, kunnen aan deelnemen. Het is belangrijk dat iedereen het nodige basispakket beheerst.

Het hoofddoel van mijn bachelorproef is leerlingen uit de tweede graad bewust maken van de economische studierichtingen. Economie is een brede richting waar grotendeels het dagelijks leven aan bod komt. Dit heb ik ook aangetoond tijdens mijn praktijkuitvoering. De leerlingen hebben toen kunnen beseffen dat ze economie al kennen uit hun ervaringen in het dagelijkse leven. Mijn bedoeling is die kennis te laten gebruiken om de interesse van de leerlingen aan te wakkeren en hun eventueel overtuigen om een economische studierichting te kiezen.

Mijn bachelorproef gaat dus over wat economie is en vooral hoe ik leerlingen kan overtuigen om te kiezen voor een economische studierichting.

Economisch gebruik van persoonsgegevens in België: Invloed van de (nieuwe) gegevensbescherming op de vrijheid van ondernemen.

Arno De Bois
Een juridische analyse van de weerslag van de nieuwe AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) op de vrijheid van ondernemen.

Actuele trends in de fysieke vergaderomgeving: een interpretatie binnen Honda Motor Europe Logistics NV

Serge Ribas
Deze bachelorproef gaat na of de vergaderlocatie en haar fysieke eigenschappen een positieve impact kunnen hebben op de efficiëntie en rendabiliteit van een vaak gebruikt bedrijfsproces als vergaderen in het algemeen en op de vergaderbeleving en fysiek of mentale gezondheid van elke deelnemer in het bijzonder

Inernet en social mediagebruik door zelfstandige retail ondernemers van Maastricht

Sven Jongen
Situatieanalyse van het huidig internet- en social mediagebruik door zelfstandige retailondermemers in Maastricht. Wat zijn de voorspellingen en welke trends zijn er en in hoeverre daarin voorop dan wel achterop gelopen wordt.

De politieke strategie van Union Minière du Haut-Katanga tussen 1945 en 1960

Jeroen Laporte
Deze scriptie onderzoekt of het mijnbouwbedrijf Union Minière du Haut-Katanga (UMHK) een politieke strategie hanteerde in de laatste jaren voorafgaand aan de Congolese onafhankelijkheid.

Samenwerkingsverbanden in de strijd tegen sociale dumping in de transportsector: een evaluatie

Cathy Steelandt
Deze masterproef onderwerpt het fenomeen sociale dumping aan een uitvoerige analyse, met bijzondere aandacht voor het fenomeen binnen de transportsector. Het inventariseert alle betrokken spelers binnen het fraudebestrijdingslandschap en omvat tevens de resultaten van een kwalitatief empirisch onderzoek naar de huidige aanpak binnen de provincie West-Vlaanderen.

Dienstverlening van de overheid aan de burger: hoe ervaren mensen met een chronische aandoening de overheidsdienstverlening?

Paulin Van Biesen
Kwalitatief onderzoek naar de ervaring van chronisch zieke burgers met de overheidsdienstverlening. In het kader van service design en vereenvoudiging aan de hand van levensgebeurtenissen.

Mutirão | Collective Autoconstruction in São Paulo

Loranne Colla Clementien Peeters Caroline Preud'homme
Mutirão is een omstreden Braziliaanse term die verschillende vormen van coöperatieve hulp en collectieve initiatieven beschrijft. Hoewel het oorspronkelijk voornamelijk verwees naar collectieve landbouwpraktijken beslaat de term intussen een brede waaier aan gemeenschapspraktijken, met coöperatieve bouwprojecten als de meest opmerkelijke. Precies deze vorm van mutirão vormt het onderwerp van dit onderzoeks- en ontwerpproject. Het tracht enerzijds de omstreden geschiedenis van collectieve autoconstructie in São Paulo nader te belichten, en anderzijds een toekomstperspectief te verbeelden vanuit een extensieve veldwerkervaring en nauwe samenwerking in lopende mutirão projecten.

Hoe ondernemend zijn Gentse studenten?

Sasha Herssens
Onderzoek van het Gentse ecosysteem voor student-ondernemers. Hoe ondernemend zijn deze studenten en wie doet wat voor hen?

De ontwikkeling en verspreiding van trends

Camille Mortier
Dagelijks worden we, of we het nu willen of niet, geconfronteerd met modetrends. Maar hoe ontstaan die modetrends eigenlijk en hoe komen ze tot bij ons? Op deze vragen probeer ik een antwoord te geven in mijn scriptie.

Artikel 60 binnen OCMW Aalst, een goedlopende trein of een bij te sleutelen parcours?!

Karolien Devos
In dit onderzoek werd artikel 60 op mesoniveau, binnen het OCMW van Aalst, onderzocht. Dit met als doel een zo duidelijk mogelijk beeld te krijgen over hoe deze tewerkstelling loopt en waar er eventueel marge is voor verbetering.

Mijn onderzoeksopzet bestond enerzijds uit een interview met de beleidsmensen, met de ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor deze sociale tewerkstelling. Anderzijds uit een focusgesprek met ervaringsdeskundigen, met mensen die of een sociale tewerkstelling positief hebben beëindigd of nog steeds aan het werk zijn als artikel 60.

Aan de hand van mijn ervaring en mijn onderzoeksopzet heb ik mijn veranderingsdoelen opgemaakt. Gezien de ervaringsdeskundigen artikel 60 als een positieve ervaring beschouwden denk ik dat men eerst en vooral moet proberen meer tewerkstelling plaatsen te creëren. Meer plaatsen geeft ook meer kansen dus meer kwetsbare mensen die men zo kan helpen naar werkervaring of zelfs naar een doorstroom naar de reguliere arbeidsmarkt. Hiervoor zal de begeleiding anders moeten worden aangepakt en zal ook de bijhorende subsidiëring moeten herbekeken worden. Zowel op mesoniveau binnen het OCMW te Aalst als op macroniveau en dus op Vlaams, gezien dit recent is overgeheveld van Federaal naar Vlaams.

Een tweede veranderingsdoel, wat ik zou willen gerealiseerd zien, is het verbeteren van de sfeer op de werkvloer ten opzichte van de mensen in artikel 60. Het welbevinden op het werk draagt volgens mij ook bij naar enerzijds je goed voelen in je vel maar anderzijds ook het goed presteren op het werk zelf. Voor mensen in sociale tewerkstelling denk ik dat de motivatie om op zoek te gaan naar een job na artikel 60 groter zal zijn als men een positieve ervaring heeft mogen ervaren.

Ook na begeleiding moet volgens mij beter. In het focusgesprek gaf elke deelnemer aan dat men in het spreekwoordelijke zwarte gat valt na artikel 60. Ook hier zouden we door in te zetten op betere, intensievere begeleiding, de doorstroom naar de reguliere markt kunnen bevorderen.

Ik ben dit eerst en vooral juridisch gaan bekijken, wetgeving versus toepassingen die men hanteert in het OCMW te Aalst. Daaruit bleek onder andere dat een flexibel werktraject, bijvoorbeeld deeltijds werken, wettelijk wel kan. Iets wat mogelijk zou moeten zijn voor iedereen in deze hectische maatschappij, zeker voor kwetsbare mensen die geen (groot) sociaal opvangnet hebben. Ook het loon voor de artikels 60 bepaalt men zelf als OCMW. Naar privé werkgevers toe factureert men 740 euro, openbare instanties die mensen tewerk stelt in artikel 60 betalen niets. Ook het feit dat men enkel leefloon gerechtigden in artikel 60 toelaat, is specifiek voor Aalst en zou dus ook anders kunnen. Er is dus een duidelijk verschil tussen wat er wetmatig mag en wat er in Aalst wordt toegepast. De reden hiervoor ligt meestal bij de subsidiëring die men hiervoor krijgt.

In een tweede invalshoek heb ik de psychosociale bril opgezet. Daar bleek, door de analyse van verschillende theorieën met betrekking tot het welbevinden en het hebben van een job, dat er wel effectief gevolgen kunnen zijn door het al dan niet hebben van een job. Zeker naar kwetsbare mensen toe moeten we hiermee rekening houden, zij hebben misschien bepaalde werkattitudes niet meegekregen van thuis. Doordat ze niet aan het werk zijn, worden ze uitgesloten uit de maatschappij. Men verliest zijn status en heeft niet het gevoel ergens bij te horen, ergens deel vanuit te maken. Aan het werk zijn zal hen dus empoweren, zal hun psychosociaal welzijn erop verbeteren.

Een laatste invalshoek is de hulpverlening. Doordat onze maatschappij volop in transitie is, dient de hulpverlening herbekeken te worden. Sleutelwoord bij hulpverlening is empoweren. Niet enkel doen wat wetmatig moet maar mensen helpen hun doelen te laten stellen en deze te verwezenlijken. De houding van de hulpverlener moet op voet van gelijkwaardigheid zijn en met een onvoorwaardelijke positieve houding ten opzichte van de cliënt met als doel zijn eigenwaarde te versterken.

Ik breng aan de hand van mijn onderzoeksopzet en theoretische staving vijf veranderingsstrategieën naar voor. Eerst en vooral moet artikel 60 voor iedereen kunnen en niet enkel voor mensen met een leefloon. Zo sluiten we mensen uit die ook zouden geholpen zijn door op deze manier aan het werk te kunnen. Ik denk bijvoorbeeld van een vrouw op leeftijd die van haar man is gescheiden en jaren voor de kinderen heeft gezorgd. Iemand van een iets oudere leeftijd, met een ‘black hole’ in haar CV van enkele jaren, zal niet makkelijk werk vinden.

Een tweede veranderingsstrategie is de mogelijkheid naar een flexibeler traject. Zeker nu we langer zullen moeten werken, is dit geen overbodige luxe. Zoals we ook in Finland zien, werkt zo’n systeem. Meer en meer mensen nemen ook hier ouderschapsverlof, tijdskrediet of loopbaanonderbreking om voor hun gezin of voor zichzelf te kunnen zorgen. Ook en zelfs vooral kwetsbare mensen die weinig of geen ervaring hebben en vaak niet beschikken over een sociaal opvangnet, zouden dit dus zeker moeten kunnen doen. Meer mensen zullen slagen in hun te presteren dagen in de opgegeven referteperiode en mensen gaan ook meer gemotiveerd zijn aan het werk te blijven in deze drukke geluksmaatschpapij.

Een derde strategie is de begeleiding van de mensen op de werkvloer die met mensen in artikel 60 moeten werken. Het stigmatiseren van deze groep tegen gaan door preventief de mensen op de werkvloer zelf grondig te informeren en hen te duiden wat de intentie is. Zo kunnen we taboes en vooroordelen wegwerken en eventuele pesterijen voorkomen. Een ‘workbuddy’, een gezinswetenschapper die niet alleen de mensen in sociale tewerkstelling maar ook de collega’s hierin begeleidt.

Een vierde strategie is het herbekijken van de kosten die men factureert aan privé firma’s. Zij krijgen een factuur van 740 euro per maand voor een werknemer, openbare instanties en vzw’s niet. Men hanteert dit omdat dit de kost is die het OCMW zelf zou moeten bijleggen, die men dus niet krijgt via subsidieringen. Op macroniveau zouden we dus moeten inzetten in het herbekijken van deze subsidieringen om deze gelijk te stellen. Maar ook OCMW Aalst zou zelf de beslissing kunnen nemen dit niet als grondvoorwaarde te hanteren. Zo creëren we meer tewerkstellingsplaatsen en vergroten we ook de doorstroom.

Een laatste voorstel naar verandering is de betere (na)begeleiding. Mensen in de laatste weken goed toeleiden naar het einde van hun tewerkstelling en al klaarstomen naar solliciteren op de reguliere arbeidsmarkt. Ook een betere samenwerking met onder andere VDAB is opportuun zijn. Ook hier is een rol weggelegd die perfect zou zijn voor een gezinswetenschapper.

Referentielijst:

Adriaens, C. L. (2013). Praktisch handboek voor OCMW-recht. 612 Loopbaan met zorg. (2015). Betekenis van werk. Betekenis van werk.

Tine Van Regenmortel, K. H. (2013. Het concept ‘empowerende academische werkplaats’. Een innovatieve vorm van samenwerken aan werkzame kennis. Tijdschrift voor Welzijnswerk, 36-48 Van Regenmortel, S. (2015, april). Sociaal werk moet anders in de nieuwe samenleving. Entry-media

Vlieger, S. D. (2008, Juni). Schuld en schaamte: een vergelijkende studie tussen werkenden en werklozen. Gent: Universiteit Gent.

Vries, S. D. (2010). Basismethodiek psychosociale hulpverlening. In S. D. Vries, Basismethodiek psychosociale hulpverlening (p. 425). Hoten, Nederland: Bohn Stafleu van Loghum.

Het effect van overnames op skill upgrading

Laure Coppens
Dit onderzoek gaat aan de hand van vier scholingscategorieën na of er een wijziging is in het scholingsniveau bij werknemers in targetbedrijven na een overname. Er is een subtiel skill upgradend effect te zien. Daarnaast worden hierin Belgische overnames ook vergeleken met buitenlandse overnames.

Is prevention better than cure? An anthropological rethinking of prevention in the context of the Ghanaian health care discourse and the daily lives of its patients

Axelle Meyermans
Een antropologische blik op preventie en sensibilisering in de Ghanese gezondheidszorg. Waarom werken biomedische preventiecampagnes vaak niet goed, en wat zijn de lokale Ghanese manieren om aan ziektepreventie te doen?

Diabetes bij adolescenten: een dubbele uitdaging

Sandra Martens
Diabetes type 1 is een chronische aandoening die niet te behandelen is met een eenvoudig pilletje. Er komt heel wat meer bij kijken. De laatste jaren zijn er al heel wat nieuwe technologieën op de markt gekomen en fabrikanten zoeken nog dagelijks naar verbeteringen. Maar ondanks deze evolutie blijft een consequente diabetesopvolging voor jongeren vaak niet evident. In deze bachelorproef wordt duidelijk beschreven wat diabetes is en welke impact deze aandoening heeft op het leven van een adolescent.