Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Language Learning Motivation of Flemish Secondary-School Students

Aaricia Herygers
Motivatie is een belangrijke factor voor het leren van een vreemde taal. Deze masterproef vergelijkt daarom de motivatie van Vlaamse leerlingen in de derde graad om Duits en Engels te leren. Bovendien wordt de invloed van gender, socio-economische status en onderwijstype op de motivatie bekeken.

Meisjes van de Delta: Agency van prostituees in Egypte (323 v.C. - 7de eeuw n.C.)

Leen Bokken
Deze thesis gaat over de agency van prostituees in Egypte. Met agency bedoelen onderzoekers de zelfstandige keuzes en handelingen van individuen binnen opgelegde structuren. Prostituees worden binnen bepaalde groeperingen in het onderzoek vaak gezien als slachtoffers, maar na analyse van een exhaustief bronnencorpus tracht deze thesis die slachtofferrol te nuanceren.

Viajes espaciales en la novela María Magdalena de Matilde Cherner

Casper Cogen
Mijn scriptie analyseert de representaties van ruimtes, gender en klasse aanwezig in de roman María Magdalena van Matilde Cherner. Vertrekkend vanuit drie reizen analyseren we de auteur, de protagonist en de bourgeoisie.

The contribution of volunteering in a cultural centre to the development of young adults in Salvador, Brazil. Overcoming obstacles related to race, gender, religion and class oppression.

Manon Coulon
In a highly unequal society, many young Brazilians suffer oppression based on their class, race, gender, sexual orientation and religion. In the transition to adulthood, a period that is already marked by important changes, this brings along specific needs that need to be met. This research answers how ICBIE, a cultural centre in Salvador da Bahia, tries to meet those needs by providing a
space for young people to participate in activities and volunteer. Young adults from the region and volunteers of ICBIE have participated in a survey and in-depth interviews to find the answer to the central question of this thesis:
“How does volunteering at ICBIE contribute to the personal and professional development of young adults living on the Itapagipe Peninsula of Salvador, Bahia?”. Their answers, insights and stories were complemented by observations and were compared with, and analyzed through the lens of
national data and concepts from Robert Havighurst, Social Justice Theory and Anti-Oppressive Practises. The results show that young adults face a multitude of obstacles, mostly related to oppressive practises. Classism is the form of
oppression that stood out, connecting almost all of the respondents. And while ICBIE can’t directly change the root of these oppressive practises, it mitigates the harmful effects caused by them, by creating a place where volunteers can
learn, take up responsibility, open their view on the world, create meaningful bonds, feel safe and loved, and cultivate hope and resilience for the future.

Solliciteren in het Cités? De impact van etnisch en regionaal gekleurde taalvariëteiten in formele contexten: een experimentele studie

Laurens Biesmans
In dit onderzoek focust op de invloed van Citétaal in sollicitatiegesprekken. Resultaten tonen aan dat Citétaal consequent een lagere status dan het Limburgs wordt toegekend en dat sprekers ervan worden gekoppeld aan functies als arbeider.

Analyse juridique du conflit autour du détroit de Taïwan et de son évolution selon le droit international

Ismaël Corrêa de Sa
De hoofdveronderstelling van deze thesis is dat de huidige status van de relatie tussen China en Taiwan (i.e. de continuatie van de status quo) alleen maar tijdelijk is en dat het conflict uiteindelijk zal evolueren. Het doel van deze thesis is (om) de toekomstige potentiële maritiem gerelateerde problemen die kunnen volgen uit de evolutie van het China-Taiwan-conflict te beoordelen (naast de beoordelingen die al reeds bestaan), gebaseerd op enkele scenario’s en daarop nieuwe oplossingen te vinden, voornamelijk gebaseerd op de toepassing van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 1982.

Democratization of Leninist Parties: Causes for the Chinese Communist Party and Chinese Nationalist Party's Divergence of Reform Outcomes during the Late 20th Century

Jasper Roctus
Dit proefschrift richt zich op het verklaren van de sterk verschillende uitkomsten van de democratiseringsprocessen in de Volksrepubliek China en de Republiek China (Taiwan) in de late 20ste eeuw. Hierbij is de vraag gesteld waarom de Chinese Nationalistische Partij (KMT) slaagde in haar democratische hervormingen, terwijl de Chinese Communistische partij tot op de dag van vandaag vasthoudt aan haar monopolie op politieke macht.

Zwangerschap na gastric bypass: Aandachtspunten en meest voorkomende complicaties

Zoë Frans
Een zwangerschap na gastric bypass gaat gepaard met aandachtspunten en mogelijke complicaties. Er wordt verwacht dat vroedvrouwen meer en meer in contact gaan komen met zwangeren met een gastric bypass in de voorgeschiedenis. Wat is de taak van de vroedvrouw binnen een multidisciplinaire opvolging?

Let's play "who's the real victim": Het identificeren van slachtoffer -en daderframes rond seksueel grensoverschrijdend gedrag in de Vlaamse media.

Catherine Monbailliu
De scriptie bestaat uit een framing analyse waarbij op zoek wordt gegaan naar de slachtoffer- en daderframes die gebruikt worden in de Vlaamse gedrukte media inzake seksueel grensoverschrijdend gedrag. Aan de hand van inductie en deductie worden variabelen geëxtraheerd uit Vlaamse krantenartikels (De Morgen, De Standaard en Het Laatste Nieuws). Deze variabelen worden nadien geclusterd in grotere frames en getest op hun interne samenhang.

Development and preclinical evaluation of new theranostic anti-CXCR4 radiopharmaceuticals

Karen Leys
Achtergrond: Onderzoek heeft aangetoond dat de CXCR4 receptor een belangrijke rol speelt bij verschillende kankertypes. Bestaande beeldvorming en therapie zijn niet afdoende voor de nood die er vandaag is. Een theranostische aanpak die specifiek is voor deze receptor zou een waardevolle bijdrage leveren aan de opsporing en behandeling van verschillende kankertypes. DV1-K-(DV3), een peptide bestaande uit D-aminozuren en CXCR4-antagonist, is een interessant vector molecule voor de ontwikkeling van radiofarmaceutische preparaten in een “theranostische setting” en zal voor het eerst getest worden als vectormolecule.
Doel: In deze thesis werd het peptide DV1-K-(DV3) geëvalueerd als vector molecule voor de ontwikkeling van zowel diagnostische en therapeutische radiofarmaceutische preparaten. Er werden verschillende testen mee gedaan om na te gaan of DV1-K-(DV3) geschikt is als theranostische vector met CXCR4 als doelwit.
Methoden: Verschillende modificaties werden toegepast op het peptide, zoals synthese van een FITC-derivaat, een aluminiumfluoride-RESCA-derivaat, aluminiumfluoride en gallium NOTA-derivaten en lutetium en lanthanium DOTA-derivaten. Daarna werden de constructen gelyofiliseerd en werden er affiniteitstesten en calcium-binding proeven op uitgevoerd. De in vivo farmacokinetiek en CXCR4- specificiteit van [18F]AlF-NOTA-DV1-K-(DV3) werden geëvalueerd in gezonde muizen met behulp van µPET/CT en een ex vivo biodistributie studie werd uitgevoerd.
Resultaten: De verschillende modificaties werden succesvol uitgevoerd, met uitzondering van de complexatie van stabiel lanthanium met DOTA-DV1-K-(DV3) en de complexatie van stabiel aluminiumfluoride met NOTA-DV1-K-(DV3). De affiniteitstest en calcium-binding proef toonden aan dat alle geteste constructen inhibitors van CXCR4 waren, weliswaar met verschillende affiniteit en activiteit voor deze receptor. [18F]AlF-NOTA-DV1-K-(DV3) werd succesvol geproduceerd, maar het HPLC analysesysteem moet nog verder geoptimaliseerd worden. De in vivo testen op gezonde muizen toonden gunstige farmacokinetische eigenschappen van [18F]AlF-NOTA-DV1-K-(DV3), zoals snelle klaring en renale excretie. Bovendien werd opname in de lever (waar er zich CXCR4 expressie bevindt) succesvol geblokt met AMD3100, een CXCR4 antagonist, wat duidt op specificiteit van de tracer voor CXCR4 in vivo.
Conclusie: Voorlopige resultaten suggereren dat DV1-K-(DV3) een veelbelovend vectormolecule is voor de ontwikkeling van nieuwe diagnostische en therapeutische radiofarmaceutische preparaten met CXCR4 als doelwit.

Verstilde sentimenten. Een onderzoek naar de juwelen van Louise-Marie d'Orléans

Charlotte Vanhoubroeck
Dit onderzoek in de kunsten gaat uit van de Inventaris na Overlijden van eerste Belgische koningin Louise-Marie d’Orléans, waarin meer dan honderd sentimentele juwelen worden beschreven. Hoe deze juwelen als objects of memory meespeelden in de mythevorming rond Louise, wordt vanuit het perspectief van onder andere (material) memory studies onderzocht. Dit theoretisch luik staat daarbij in wisselwerking met een artistiek luik. Omdat zo goed als al Louises juwelen verloren gingen, worden deze vanuit contemporain oogpunt artistiek gereactiveerd met behulp van de methodiek van het confabuleren. Uitgaande van materiële sporen en artefacten wordt zo in woord, beeld en object een alternatieve versie van de mythe Louise geconstrueerd.

It's just a game! Een blik op het wat, wie en waarom van e-sportsgokken.

Maarten Denoo
Deze scriptie onderzoekt het opkomende fenomeen van e-sportsgokken onder Nederlandstalige jongemannen. Door middel van diepte-interviews wordt gepeild naar de redenen om aan weddenschappen op e-sports (door middel van zowel echt geld als 'skins') deel te nemen.

De Hongaarse Vizsla: een prevalentiestudie binnen de Europese, Noord-Amerikaanse en Oceanische hondenpopulaties

Amber Braekman
Onderzoek naar de geschiedenis en de meest voorkomende aandoeningen bij de Hongaarse Vizsla en de mogelijke invloeden op deze aandoeningen. Met de kennis zouden fokkers deze aandoeningen beter moeten kunnen terugdringen.

Le rêve d'un roi: Congo Free State and Its Unlikely Existence in 19th-Century International Law

Maxim Smets
Onderzoek naar de status van Kongo-Vrijstaat in het negentiende-eeuwse internationaal recht. De thesis beschrijft ook hoe de kolonisatie op juridische wijze werd gerealiseerd.

Women: the disenfranchised of the Flemish film industry

Samira Abid
Een beschrijvend onderzoek naar genderongelijkheid en intersectionaliteit in de Vlaamse filmsector. Een gesprek mét vrouwelijke filmmakers en niet louter over vrouwelijke filmmakers.

Samenleven in diversiteit ten tijde van een gepolariseerde maatschappij: Een case study binnen een Gentse secundaire school

Annelien Peeters
In de huidige cultureel gepolariseerde maatschappij is het voor scholen geen gemakkelijke opdracht om samenleven in diversiteit vorm te geven en erkenning te geven aan de culturele identiteit van jongeren. Via een case study onderzoek werd een beeld geschetst hoe een Gentse secundaire school met deze uitdagingen omgaat en vorm geeft aan samenleven in diversiteit.

Wanneer slachtoffers van partnergeweld doden: naar een effectieve vertaling naar het Belgisch strafrecht

Noémie Verbeke
Deze scriptie behandelt de strafrechtelijke kant van partnermoorden gepleegd door slachtoffers van partnergeweld. Een literatuurstudie, vignettenstudie en interviews met advocaten werden gecombineerd. Dit had als doel het nagaan of aanpassingen aan ons Belgisch strafrecht nodig zijn in functie van het geleden partnergeweld door die slachtoffers.

“Door onze hulp werden ze arbeiders. Ik heb vier jaar voor hen gezorgd.” Turkse migrantenvrouwen van de eerste generatie over moederschap, arbeid en netwerken in Gent, 1960 – 1979

Neslihan Dogan
In deze thesis worden de rollen, die 10 Turkse vrouwen van de eerste generatie onderzocht met behulp van de methode van de mondelinge geschiedenis. Zowel de rollen kort voor, als de rollen na de migratie worden onderzocht. Zo komt de auteur tot een totaal van vijf rollen: tijdelijk gescheiden vrouw, arbeider, huishoudster, opvoeder en netwerker. Via deze intersectionele benadering wordt de agency van de Turkse vrouwen van de eerste generatie in de migratiegeschiedenis belicht.

Which masculine and feminine character traits make successful Account Managers? Awin Benelux in focus.

Obinna Odenigbo
In deze scriptie wordt onderzocht welke mannelijke en vrouwelijke kenmerken een goede accountmanager maken of zijn prestaties verbeteren. Het doel is om een ​​lezer een idee te geven van welke eigenschappen hij het beste naar voren brengt bij het werken als accountmanager. Het kan ook helpen bij het aanwerven van een geschikte accountmanager.

Een studie van remigratiemotieven van tweede en derde generatie hoogopgeleide Belgen met Turkse roots

Elif Lootens
Het migratiedebat verhit in West-Europa sinds de laatste decennia van de twintigste eeuw de gemoederen. Het debat is vooral gericht op instroom en integratie. Daarbij is emigratie een onderbelicht aspect. Zo is er weinig onderzoek gedaan naar de remigratie van migranten naar het land van herkomst.

Bij remigratie is het opleidingsniveau een relevante factor. Anders dan soms vermoed wordt, zijn het niet kansarme, laaggeschoolde jongeren die remigreren, maar eerder hoogopgeleide jonge migranten. Omdat net zij in Turkije een gedegen opleiding, meertaligheid en nuttige beroepservaring kunnen inbrengen als troef op de arbeidsmarkt.

Deze hoogopgeleiden ervaren in West-Europa beperkte vooruitzichten op zowel sociaal, persoonlijk als professioneel gebied. Hoogopgeleiden met Turkse roots hebben het gevoel dat zij in Turkije hun kansen beter kunnen benutten en zijn daardoor eerder geneigd te vertrekken.

Daarnaast wijzen onderzoekers erop dat de uitstroom van jonge hoogopgeleiden in tijden van vergrijzing en de daarmee samenhangende schaarstes op de arbeidsmarkt, nadelig kan zijn voor West-Europese economieën. Het vertrek van hoogopgeleide Turken is een ‘braindrain’ en een ‘verlies van menselijk kapitaal’. Dit veroorzaakt een onevenwicht tussen hoog- en laagopgeleiden migranten in Europa.

Wat opvalt is dat ondanks hun studies en diploma, deze hoogopgeleiden geconfronteerd worden met discriminatie op de arbeidsmarkt. Deze pessimistische toekomstperspectieven in Belgie voeden de drang tot remigratie. Etnische minderheden scoren beduident lager op vlak van jobtevredenheid. Volgens Vandevenne & Lenaers (2007) geeft ongeveer 64% van de hoogopgeleide etnische minderheden in Vlaanderen aan minder kans te hebben om door te stromen naar hogere functies en 61% meent zich door zijn afkomst extra te moeten bewijzen.

Hierbij komen we tot de integratieparadox die als een pushfactor meespeelt voor remigratie: hoogopgeleide Belgische Turken komen meer in aanraking met autochtonen, waardoor ze hun eigen posities op de arbeidsmarkt vergelijken en bijgevolg een ‘relatieve deprivatie’ ervaren waardoor hun eigen jobtevredenheid afneemt. Deze hooggeschoolden met een migratieachtergrond hebben immers vaak een baan onder hun opleidingsniveau, ervaren meer moeite om werk te vinden en krijgen minder promotiekansen. Hoogopgeleide en ondernemende migranten ervaren deze discriminatie intenser en zijn daarom sterker geneigd om elders het geluk te zoeken.

Bovendien hebben deze hoogopgeleiden de perceptie, met hun verworven competenties, betere jobkansen en doorgroeimogelijkheden te kunnen krijgen in Turkije. Vrouwen bevinden zich in een extra benadeelde positie doordat ze dubbel gediscrimineerd worden: naast het behoren tot een etnische minderheid, behoren ze ook tot de symbolische minderheid op vlak van gender. Hierdoor zou de wil om te migreren bij vrouwen eveneens hoger liggen, in de hoop op een gunstiger positie in het land van herkomst.

Uit resultaten van het onderzoek dat uitgevoerd werd bij kandidaat remigranten in België en effectieve remigranten in Turkije is er een duidelijke discrepantie te vinden in hun motivaties. Uit het onderzoek blijkt dat de economische factoren minder belangrijk geacht worden als drijfveer bij de hoogopgeleide aspirant-remigranten dan bij de effectieve remigranten, omdat ze min of meer tevreden zijn met hun huidige arbeidsmarktpositie in België. Bij aspirant-remigranten draait het vooral rond maatschappelijke beweegredenen. Ten eerste zijn er gevoelens van frustratie doordat de participanten zich aanvankelijk als deel van de Belgische samenleving beschouwen, maar anderzijds continu geconfronteerd worden met hun ‘anders’ zijn en steeds het gevoel kregen niet volledig aanvaard te worden als deel van de Belgische samenleving. De negatieve beeldvorming over etnische minderheden en moslims in de media lijkt hierin een katalysator te zijn.

Een tweede, opvallend resultaat, is dat de angst voor assimilatiedruk en het risico op verlies van de Turkse cultuur bij hun kinderen een veel gebruikt argument vormt om te overwegen om naar Turkije te verhuizen.

Het ervaren van een identiteitsconflict maakt de aantrekkingskracht van Turkije als toevluchtsoord bovendien groter. Remigratie biedt de mogelijkheid om voortaan tot de meerderheid te behoren. Door remigratie heft de remigrant zijn minderheidsstatus op.

Asprianten blijven in België tot zich een krachtige combinatie van negatieve en positieve acute gebeurtenissen voordoet die een kentering in hun leven te weeg brengt. Acute pushfactoren zoals ontslag, gemiste promotiekansen of een relatiebreuk stimuleren de aspirant-remigrant om de remigratiewens om te zetten in concrete plannen. Van zodra acute pullfactoren zich aandienen, zoals een aantrekkelijke werkaanbieding of een huwelijk, wordt het voornemen waargemaakt.

Bij de effectieve regimgranten zien we wel jobgerelateerde motieven zoals de ongunstige posities op de Belgische arbeidsmarkt en de ruimere carrièremogelijkheden in het land van origine. Het was voor hen niet evident om een job te vinden op het niveau van hun behaalde diploma, en ze maakten zich zorgen over hun loopbaanperspectieven. Daarenboven uiten deze hoogopgeleide participanten die op de sociale ladder willen opklimmen een gevoel van onbehagen. Vandaar dat deze groep zich niet langer uitsluitend op de Belgische arbeidsmarkt focuste en na ontslag of gefnuikte carrièrekansen tot het besef kwam dat ze beschikt over een alternatief, namelijk de arbeidsmarkt in Turkije. Na het maken van een kostenbatenanalyse verkoos deze groep te verhuizen naar Turkije, omdat zij daar een beter perspectief op werk en carrière zage. Een aantrekkelijke jobaanbieding in Turkije zorgde er uiteindelijk voor dat men daadwerkelijk de stap onderneemt.

Sociale klasse en duurzaamheid. Naar een verklaring voor sociale stratificatie in duurzaam gedrag

Robbe Geerts
De scriptie gaat over sociale klassenverschillen in duurzaam gedrag. Wat zijn de verschillen en hoe zijn ze te verklaren?

LONG-TERM AUDITORY EFFECTS IN PATIENTS TREATED FOR BRAIN TUMORS DURING CHILDHOOD

Laura Bollé Astrid Rycx
Overlevenden van hersentumoren tijdens de kindertijd lopen het risico om late termijn effecten, zoals gehoorverlies te ontwikkelen. Het doel van deze studie is het bepalen van late termijn auditieve effecten bij volwassenen die tijdens de kindertijd voor een hersentumor werden behandeld.

Becoming Dagongmei: Liminal Identity Practices in Migrant Women's Autobiographies

Moira De Graef
Deze thesis biedt een meer genuanceerde blik op arbeidsmigratie in China, door te vertrekken vanuit individuele en online gepubliceerde verhalen. Het idee dat arbeidsmigratie zou kunnen leiden tot persoonlijke transformatie wordt in vraag gesteld, en er wordt gekeken naar de effecten van migratie en discriminatie op identiteitsvorming.

Wandelen tussen Wolkenkrabbers: Sociaal geheugen en identiteit in de context van Black History Month

Jef Cauwenberghs
In welke context wordt voor jonge Afro-Vlamingen een 'zwarte identiteit' geboren en hoe wordt deze door middel van sociaal geheugen in stand gehouden?

Excellentie versus gelijke kansen: convergerende of conflicterende doelstellingen?

Jan Schoukens
Als in de definitie van 'excellentie' rekening wordt gehouden met achtergrond en thuistaal, krijgen we excellerende scholen uit alle onderwijsvormen met leerlingen van diverse achtergrond. Deze scholen scoren bovendien ook goed op gelijke onderwijskansen.