Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Randvoorwaarden: Betaalbaar wonen in Leuven

Nand Baeten
Onderzoek naar betaalbaar wonen in Leuven.
Er wordt een strategie naar voor geschoven die het verkoopsmomentum in goed omsloten verkavelingswijken aangrijpt als unieke opportuniteit om de stadsrand te herdenken. Via een incrementele aanpak willen we deze wijken zo opnieuw laten evolueren naar veerkrachtige, aantrekkelijke en betaalbare leefomgeving voor jonge gezinnen.

Solliciteren in het Cités? De impact van etnisch en regionaal gekleurde taalvariëteiten in formele contexten: een experimentele studie

Laurens Biesmans
In dit onderzoek focust op de invloed van Citétaal in sollicitatiegesprekken. Resultaten tonen aan dat Citétaal consequent een lagere status dan het Limburgs wordt toegekend en dat sprekers ervan worden gekoppeld aan functies als arbeider.

De Betovering van Mythos en Logos: een deconstructie en reconstructie van ons moderne begrip van het tragische

Linde De Vroey
Deze verhandeling biedt een nieuwe analyse van het tragische die een correctie aanbrengt op de
nietzscheaanse interpretatie van de tragedie als het overwegend dionysische principe in de cultuur. De
deconstructie van de dionysische oorsprongsmythe van de tragedie leert dat deze nietzscheaanse visie
kadert binnen de grote breuklijnen van de moderniteit: de tegenstelling tussen Verlichting en
Romantiek, ratio en betovering, logos en mythos. Nietzsches interpretatie van het dionysisch-tragische
als het irrationele tegenprincipe van het rationalisme en de metafysica maakt zelf deel uit van de moderne
funderingsmythe, en houdt zo de moderne breuklijnen in stand.

Dit werk is een poging om de breuklijnen te doorbreken vanuit een inclusieve reconstructie van het
tragische levensgevoel van de Oude Grieken. Ik vertrek vanuit het filosofische kader van de betovering
en onttovering van de wereld om de verschillen tussen het Oudgriekse tragische en de moderniteit te
duiden, en breng de tragedie in verband met de betovering, de mythe, de filosofie, de metafysica en de
polis. Via een labyrintische zoektocht tussen mythos en logos ga ik op zoek naar een nieuw en
authentieker begrip van het tragische levensgevoel; en naar de mogelijkheden en uitdagingen voor het
authentieke tragische om opnieuw een betekenisvolle plaats op te eisen in onze (post)moderne cultuur.

Quien no reconoce su pasado, se expone a no tener futuro. De omgang met het verleden bij mijnbouwconflicten in hedendaags Peru.

Merel Overloop
In mijnbouwconflicten wordt het verleden op een verschillende manier geïnterpreteerd door de verschillende belangengroepen, dat heeft ook implicaties voor de visies op de toekomst. Deze scriptie gaat over het mijnbouwconflict in de stad Cerro de Pasco.

Vita domestica dei fiamminghi descritta in tre racconti da Enrico Conscience: un'analisi narrativa e traduttiva

Margaux Gianolla
Het figuur van Hendrik Conscience en het leven van Vlamingen in de negentiende eeuw op basis van het Italiaanse boek Vita domestica dei fiamminghi descritta in tre racconti da Enrico Conscience van de Italiaanse letterkundige Tommaso Gar.

Karl Jaspers' Philosophical Faith in the Face of the Problem of Nihilism

Vinsent Nollet
Once the boundaries between immanent existence and transcendence have been drawn, a typically modern undertaking, all we are left with is the sensible, whereas the supersensible becomes synonymous with the illusionary. This predicament does not have to be inherently problematic, at least from a religious point of view. For philosophy, however, it has often been understood in terms of a disaster, addressed with the ambiguous notion of nihilism. This is particularly true of post-Nietzschean philosophy, in which a holistic understanding of the notion of nihilism is often adopted to argue for the impossibility of both philosophy and transcendence. In this master’s thesis I investigate the relationship between nihilism, philosophy and transcendence as it came about in the philosophy of Karl Jaspers (1883–1969). This 20th century German thinker took great interest in the concern of the captivity of the immanence of thought and formulated creative answers to the question of transcendence after the alleged death of God. For Jaspers, the problem of nihilism was perennial to philosophy, and in the course of his life he devoted many pages to an attempt of overcoming it.
First, this thesis analyses the problem of nihilism on its own, in its pre-Nietzschean and Nietzschean manifestations, to come to terms with its alleged threat to philosophy. With regard to the vastness and richness of the notion, some topics are inevitably left out, such as the religious nihilism of Walter Benjamin and Gershom Scholem, or the extensive elaborations on nihilism in contemporary continental philosophy, for example on the divergence between the interpretations of Martin Heidegger and Emanuele Severino. Second, we turn to Jaspers’ own understanding of nihilism. Jaspers defined the nature and value of philosophy through its confrontation with nihilism, which, for him, represented a kind of anti-philosophy. Philosophy had to go through nihilism to become true philosophizing. Jaspers proposed an ingenious argument that separates nihilism from philosophy, existence from immanence and truth from knowledge. To make this case, we primarily turn to Jaspers’ Von der Wahrheit, Der philosophische Glaube and his books on Friedrich Nietzsche’s philosophy. In Nietzsche und das Christentum, for example, Jaspers argued that Nietzsche at times separated the figure of Jesus from Christianity. In this separation, Jaspers argued, a possible way of overcoming Nietzsche’s nihilism in a philosophy that originates in love was already made possible by the fundamental distinctions of Nietzsche’s own critique of Christianity, for example his dismissal of all contradictions.

De Menapii in Gallia Belgica. Onderzoek naar de grenzen van het Menapisch gebied

Sien Demuynck
Deze masterproef gaat in op de problematiek rond de grenzen van het Menapisch gebied in de vroege Keizertijd (57 v.C. - 284 n.C.). Door alle literaire, documentaire en archeologische bronnen over de Menapii samen te brengen, was het mogelijk bestaande hypothesen over de grenzen tegen het licht te houden en zelf een nieuwe hypothese te formuleren.

Een studie van remigratiemotieven van tweede en derde generatie hoogopgeleide Belgen met Turkse roots

Elif Lootens
Het migratiedebat verhit in West-Europa sinds de laatste decennia van de twintigste eeuw de gemoederen. Het debat is vooral gericht op instroom en integratie. Daarbij is emigratie een onderbelicht aspect. Zo is er weinig onderzoek gedaan naar de remigratie van migranten naar het land van herkomst.

Bij remigratie is het opleidingsniveau een relevante factor. Anders dan soms vermoed wordt, zijn het niet kansarme, laaggeschoolde jongeren die remigreren, maar eerder hoogopgeleide jonge migranten. Omdat net zij in Turkije een gedegen opleiding, meertaligheid en nuttige beroepservaring kunnen inbrengen als troef op de arbeidsmarkt.

Deze hoogopgeleiden ervaren in West-Europa beperkte vooruitzichten op zowel sociaal, persoonlijk als professioneel gebied. Hoogopgeleiden met Turkse roots hebben het gevoel dat zij in Turkije hun kansen beter kunnen benutten en zijn daardoor eerder geneigd te vertrekken.

Daarnaast wijzen onderzoekers erop dat de uitstroom van jonge hoogopgeleiden in tijden van vergrijzing en de daarmee samenhangende schaarstes op de arbeidsmarkt, nadelig kan zijn voor West-Europese economieën. Het vertrek van hoogopgeleide Turken is een ‘braindrain’ en een ‘verlies van menselijk kapitaal’. Dit veroorzaakt een onevenwicht tussen hoog- en laagopgeleiden migranten in Europa.

Wat opvalt is dat ondanks hun studies en diploma, deze hoogopgeleiden geconfronteerd worden met discriminatie op de arbeidsmarkt. Deze pessimistische toekomstperspectieven in Belgie voeden de drang tot remigratie. Etnische minderheden scoren beduident lager op vlak van jobtevredenheid. Volgens Vandevenne & Lenaers (2007) geeft ongeveer 64% van de hoogopgeleide etnische minderheden in Vlaanderen aan minder kans te hebben om door te stromen naar hogere functies en 61% meent zich door zijn afkomst extra te moeten bewijzen.

Hierbij komen we tot de integratieparadox die als een pushfactor meespeelt voor remigratie: hoogopgeleide Belgische Turken komen meer in aanraking met autochtonen, waardoor ze hun eigen posities op de arbeidsmarkt vergelijken en bijgevolg een ‘relatieve deprivatie’ ervaren waardoor hun eigen jobtevredenheid afneemt. Deze hooggeschoolden met een migratieachtergrond hebben immers vaak een baan onder hun opleidingsniveau, ervaren meer moeite om werk te vinden en krijgen minder promotiekansen. Hoogopgeleide en ondernemende migranten ervaren deze discriminatie intenser en zijn daarom sterker geneigd om elders het geluk te zoeken.

Bovendien hebben deze hoogopgeleiden de perceptie, met hun verworven competenties, betere jobkansen en doorgroeimogelijkheden te kunnen krijgen in Turkije. Vrouwen bevinden zich in een extra benadeelde positie doordat ze dubbel gediscrimineerd worden: naast het behoren tot een etnische minderheid, behoren ze ook tot de symbolische minderheid op vlak van gender. Hierdoor zou de wil om te migreren bij vrouwen eveneens hoger liggen, in de hoop op een gunstiger positie in het land van herkomst.

Uit resultaten van het onderzoek dat uitgevoerd werd bij kandidaat remigranten in België en effectieve remigranten in Turkije is er een duidelijke discrepantie te vinden in hun motivaties. Uit het onderzoek blijkt dat de economische factoren minder belangrijk geacht worden als drijfveer bij de hoogopgeleide aspirant-remigranten dan bij de effectieve remigranten, omdat ze min of meer tevreden zijn met hun huidige arbeidsmarktpositie in België. Bij aspirant-remigranten draait het vooral rond maatschappelijke beweegredenen. Ten eerste zijn er gevoelens van frustratie doordat de participanten zich aanvankelijk als deel van de Belgische samenleving beschouwen, maar anderzijds continu geconfronteerd worden met hun ‘anders’ zijn en steeds het gevoel kregen niet volledig aanvaard te worden als deel van de Belgische samenleving. De negatieve beeldvorming over etnische minderheden en moslims in de media lijkt hierin een katalysator te zijn.

Een tweede, opvallend resultaat, is dat de angst voor assimilatiedruk en het risico op verlies van de Turkse cultuur bij hun kinderen een veel gebruikt argument vormt om te overwegen om naar Turkije te verhuizen.

Het ervaren van een identiteitsconflict maakt de aantrekkingskracht van Turkije als toevluchtsoord bovendien groter. Remigratie biedt de mogelijkheid om voortaan tot de meerderheid te behoren. Door remigratie heft de remigrant zijn minderheidsstatus op.

Asprianten blijven in België tot zich een krachtige combinatie van negatieve en positieve acute gebeurtenissen voordoet die een kentering in hun leven te weeg brengt. Acute pushfactoren zoals ontslag, gemiste promotiekansen of een relatiebreuk stimuleren de aspirant-remigrant om de remigratiewens om te zetten in concrete plannen. Van zodra acute pullfactoren zich aandienen, zoals een aantrekkelijke werkaanbieding of een huwelijk, wordt het voornemen waargemaakt.

Bij de effectieve regimgranten zien we wel jobgerelateerde motieven zoals de ongunstige posities op de Belgische arbeidsmarkt en de ruimere carrièremogelijkheden in het land van origine. Het was voor hen niet evident om een job te vinden op het niveau van hun behaalde diploma, en ze maakten zich zorgen over hun loopbaanperspectieven. Daarenboven uiten deze hoogopgeleide participanten die op de sociale ladder willen opklimmen een gevoel van onbehagen. Vandaar dat deze groep zich niet langer uitsluitend op de Belgische arbeidsmarkt focuste en na ontslag of gefnuikte carrièrekansen tot het besef kwam dat ze beschikt over een alternatief, namelijk de arbeidsmarkt in Turkije. Na het maken van een kostenbatenanalyse verkoos deze groep te verhuizen naar Turkije, omdat zij daar een beter perspectief op werk en carrière zage. Een aantrekkelijke jobaanbieding in Turkije zorgde er uiteindelijk voor dat men daadwerkelijk de stap onderneemt.

Structurele jongerenwerkingen: vrij ondernemen in een vertrouwde omgeving

Eulaly Vanroelen
Structurele jongerenwerkingen in Vlaamse musea schieten als paddenstoelen uit de grond, maar hoe participatief en co-creatief gaan ze te werk? Ontdek in dit onderzoek niet enkel de structuur en inhoud van zo'n structurele jongerenwerking, maar ook hun toekomst in het Vlaamse landschap.

Het gebruik van Computer Vision API's voor de beschrijving van cultureel-erfgoedcollecties

Nastasia Vanderperren
In deze bachelorproef werd onderzocht of Computer Vision API’s zoals Clarifai, Google Cloud Vision of Microsoft Computer Vision gebruikt kunnen worden om museummedewerkers te ondersteunen bij het beschrijven van cultureel-erfgoedobjecten. Het registreren van beelden vraagt immers veel werk. Computer Vision API’s zijn sneller dan menselijke registratoren en kunnen een inhaalbeweging realiseren. Die API’s worden echter getraind met hedendaagse beelden waardoor het niet geweten is hoe goed ze zijn in het beschrijven van historische beelden.

Schermen met geschiedenis. De programmering en productie van historische documentaires op de VRT, 1997-2017

Elias Degruyter
Ik onderzocht de productie en programmering van historische documentaires op Canvas en Eén, sinds de start van Canvas in 1997 tot en met 2017. Welke thema’s, periodes en regio’s komen aan bod? Hoe presenteren en vertellen documentaires geschiedenis? En hoe kwamen de keuzes rond inhoud en vorm tot stand?

(Standaard)nederlands: de sleutel tot integratie in Vlaanderen?

Ella van Hest
'(Standaard)nederlands: de sleutel tot integratie in Vlaanderen?' is een sociolinguïstisch-etnografische studie naar de implementatie van het NT2-beleid bij volwassen nieuwkomers en de effecten ervan op hun interacties met moedertaalsprekers.

"She who is stepping from time into endless eternity" The social function of Scottish 'last speeches' on infanticide concerning women (1650-1800)

Tabea Hochstrasser
This master’s thesis examines the gendered constructions carried out by eighteenth-century Scottish gallows speeches from women condemned for infanticide. By analysing Lowland broadsides it argues that broadsides could contain authentic traces of lower class women’s voices. By confessing and making a ‘last speech’, women simultaneously made themselves subservient to authorities and acquired an agency to articulate their own opinions on their crime and sentencing. Moreover, they acquired a spiritual authority on the brink of their death, serving as an example on the gibbet which should not be followed, being able to warn others as they had confessed their sins and were about to face a higher judgement. Thus, this thesis argues, Scottish gallows speeches did not only serve to reinforce the judgement of authorities, but also to spread lower class, female opinions on the early modern justice system.

STADSACADEMIE - Ontwerpend onderzoek: het metropolitaan park in de stadsrand van Gent

Elke Duvillers Emma Bierens
Deze masterproef voert ontwerpend onderzoek naar een meer duurzame toekomst uit in de oostelijke stadsrand van Gent. Verschillende kwesties en toekomstige scenario's rond wonen, mobiliteit, economie, water- en groenstructuren worden in kaart gebracht in deze suburbane zone.

STADSACADEMIE - Ontwerpend onderzoek: het metropolitaan park in de stadsrand van Gent

Emma Bierens Elke Duvillers
Deze masterproef voert ontwerpend onderzoek naar een meer duurzame toekomst uit in de oostelijke stadsrand van Gent. Verschillende kwesties en toekomstige scenario's rond wonen, mobiliteit, economie, water- en groenstructuren worden in kaart gebracht in deze suburbane zone.

Infant industry protection in negentiende-eeuws België en de transitie van protectionisme naar vrijhandel

Florenz Volkaert
De scriptie behandelt de economische ontwikkeling van België vanuit rechtshistorisch perspectief. De auteur beschrijft gedetailleerd de wettelijke maatregelen die de overheid neemt in de periode 1794-1865 ter stimulering van de industrie, met ruime aandacht voor de ideologische en economische context. Het verhaal wordt geplaatst binnen het kader van het internationaal recht en de internationale betrekkingen.

De rol van de Verenigde Naties in de strijd tegen terrorisme

Devin Kumpen
Doorheen de scriptie wordt u geloodst doorheen een kluwen van wetgevende VN antiterrorisme-instrumenten, alsook wordt u een duidelijk overzicht gegeven van het amalgaam aan actoren en instituten die ter zake zijn betrokken.

Haunting Representations: Exploration of Trauma in Virginia Woolf's Mrs. Dalloway and Pat Barker's Regeneration

Eline Van laethem
Deze scriptie onderzoekt op welke manier de auteurs Virginia Woolf en Pat Barker schrijven over psychisch trauma in werken die focussen op de Eerste Wereldoorlog. Is er een continuïteit te bemerken tussen het verhaal van Woolf, dat vlak na de oorlog werd geschreven, en het verhaal van Barker, dat aan het einde van de eeuw werd gepubliceerd?

De Vlaamse Technische Kring - Vorming van een Vlaamse, katholieke elite? (1920-1970)

Arne Dolhain
In deze masterproef wordt de geschiedenis van de opeenvolgende generaties ingenieursstudenten actief binnen de Vlaamse Technische Kring van Leuven vanaf de stichting in november 1920 tot het begin van de jaren 1970 onderzocht. Er wordt daarbij meer bepaald gekeken naar de (dis)continuïteiten in de werking en doelstellingen van de ingenieurskring en hoe de leden vanuit hun unieke sociale positie als studenten hun latere rol in de samenleving waarnamen. Er wordt ook onderzocht of de overgang van een ’klassieke’ naar ’nieuwe’ studentenbeweging plaatsvond binnen de kring.

“And melodrama has become the prosiest realism” Representations of wartime masculine heroism and romanticism in John Buchan’s Great War Spy Novels

Lien Delabie
De thesis onderzoekt representaties van helden in de spionageromans van John Buchan geschreven tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het doel is om de romantische ideologie eronder bloot te leggen en te onderzoeken hoe die de barre oorlog overleefde.

Queer Visions and Curious Magazines: A Comparison of the Yellow Book and the Protagonist Magazine

Dries Debackere
Deze scriptie vergelijkt het laat negentiende-eeuwse artistiek-literaire tijdschrift The Yellow Book met het hedendaagse modetijdschrift The Protagonist Magazine. Hierbij wordt enerzijds aandacht besteed aan de algemene genrekenmerken van beide publicaties. Anderzijds wordt gekozen voor een specifieke vergelijking van hoe beide omgaan met het thema homoseksualiteit.

DODENSTEDEN: van grondconsumerend ritueel tot actuele typologie

Jakob Ghijsebrechts
Vanuit historisch en architectuur theoretisch onderzoek wordt in deze masterscriptie het huidig grond consumerende ruimtelijk model van de begraafplaats in vraag gesteld. ‘Dodensteden’ is een theoretische, grafische en ontwerpmatige zoektocht naar een actueel relevant typologisch model voor de het ritueel van de dood in de eenentwintigste eeuw. Als synthese van dit onderzoek wordt een concreet ontwerp van een nieuw begraafplaats uitgewerkt waar de rituelen van de dood en carnaval, sereniteit en feest samen komen in het verlengde van de stedelijke publieke ruimte van Maastricht.

Vertaling als didactische methode in het secundair onderwijs in Vlaanderen

Laura Rombaut
De rol van vertaling in het Vlaams secundair vreemdetalenonderwijs. Masterproef die voortbouwt op het onderzoek van de Europese Commissie 'Translation and language learning: The role of translation in the teaching of languages in the European Union. A Study.'

New Museology in het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika: van een koloniale lieu de mémoire naar een postkoloniale lieu de rencontre

Raf Schuljin
Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika sloot in het jaar 2013 voor een langdurige renovatie van haar infrastructuur en inhoud. Deze renovatie bleek een lang en moeizaam parcours te worden, waarbij rekening moest worden gehouden met tal van maatschappelijke uitdagingen. Een museum uit de twintigste eeuw laat zich niet zomaar de binnenloodsen in de volgende.

Invloed van de Antropologische Film op de Afrikaanse Auteurscinema: culturele uitwisseling, tempo-spatiale patronen en de aanzet voor een neurobiologisch model

David Vanden Bossche
De invloed van het modernisme in de antropologische cinema op de ontwikkeling van de vroege Afrikaanse auteurscinema en het linken van de tempo-spatiale patronen eigen aan deze filmtaal aan de nieuwe bevindingen van de neurokunstwetenschappen.