Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

De onzichtbare ziekte die tienduizenden Belgen treft: De gevolgen van de niet-erkenning van ME/CVS als een neurologische aandoening

Charlotte Deprez
Deze masterproef onderzoekt de gevolgen van de niet-erkenning van ME als neurologische aandoening in België.

(On)beperkt (t)huis

Jill Van Doninck
De scriptie '(On)beperkt (t)huis' bestudeert de aspecten die bijdragen tot het welbevinden van meerderjarigen met een licht verstandelijke beperking in kleinschalige woonvormen. De opkomst van kleinschalige woonvormen sluit aan bij de groeiende inclusie-gedachte én de veranderingen in de zorg. Dit resulteert in de creatie van een kleinschalige woonproject voor 8 meerderjarigen met een licht verstandelijke beperking waarin het thuisgevoel en welbevinden van de bewoners centraal staat.

Statistische fysica van economische ongelijkheid en segregatie

Lennart Fernandes
Geïnspireerd door de fysica van veeldeeltjes-systemen worden agent-gebaseerde modellen voor economische uitwisselingen ontwikkeld. Segregatie tussen economische klassen wordt hierin geïntroduceerd naar analogie met modellen voor magnetisme. De gesegregeerde toestand wordt gekarakteriseerd door een grotere ongelijkheid en een groter onderscheid tussen lokale en globale maatregelen om deze tegen te gaan. Bij toevoeging van thermische fluctuaties (Metropolis algoritme) in de segregatie-dynamica blijkt bovendien een scherpe faseovergang naar lagere ongelijkheid.

De financiële impact van voedselbedeling op de inkomensadequaatheid van leefloontrekkers in België

Karen Hermans
In deze scriptie wordt onderzoek gedaan naar de belangrijkste reden waarom steeds meer mensen naar de voedselbank gaan: geldgebrek. Zo wordt de geldwaarde van voedselpakketten berekend en welke impact dit op de financiële situatie heeft van mensen in armoede, specifiek bij leefloontrekkers.

Hoe ervaren vluchtelingen hun individuele arbeidsmarktintegratietraject en welke rol kan een lokale organisatie als Rising You(th) hierbij spelen?

Robbert Leysen
Het doel van het onderzoek was om te achterhalen hoe vluchtelingen hun integratietraject zelf ervaren en welke rol een lokale organisatie kan spelen in de toeleiding naar duurzame tewerkstelling.

Lobbyen in België: een zoektocht naar meer integriteit en transparantie

Frederik Panneel
Deze scriptie probeert het Belgische lobbylandschap in kaart te brengen en de huidige Belgische lobbyregulering wordt kritisch geanalyseerd door middel van rechtsvergelijkend onderzoek.

“what rights should be granted to a citizen of a contracting parties of one of the Convention of the CoE concerning social security that moves to aEU member state? Are these rights effectively implemented?”

Giovanni Asteggiano
Dit proefschrift is een onderzoeksproject over de socialezekerheidsrechten van de europese extracomunitaria-immigranten.

A basic income for Belgium: a microsimulation of the effects on government expenditures, inequality, poverty and work incentives

Justine Soete
Deze scriptie kadert wat een basisinkomen is op basis van een aantal criteria en simuleert voor het eerst de gevolgen van de invoering van een basisinkomen voor België. De effecten op overheidsbudget, armoede, ongelijkheid en werkincentieven worden op verschillende manieren berekend en geëvalueerd.

Can evidence for Modigliani & Miller's capital structure indifference theorems be found in the context of Belgian Real Estate Investment Trusts (REITs)?

Karel Versyp
Deze scriptie gaat na of in de optimale context van REITs bewijs kan gevonden worden voor de Modigliani & Miller indifferentietheoriën. De reden voor de gekozen context vindt vooral zijn oorsprong in de afwezigheid van taxatie en de minimale informatie assymmetriën. De conclusie luidt dat de theorie in de praktijk faalt door irrationaliteit van mensen.

De opstart van een onderneming

Britt Meeusen
Het starten van een eigen onderneming wordt in België alsmaar populairder. Zowel jongeren die net een diploma behaalden, als volwassenen die voordien in werknemersverband werkten, maken de stap om een eigen onderneming op te richten. Uiteraard dient een starter rekening te houden met allerlei aspecten. Zo moet de ondernemer aan de voorwaarden van het ondernemerschap voldoen, zich fiscaal voorbereiden en een ondernemersplan opstellen.

De regering heeft een positieve invloed op de jaarlijkse stijging van ondernemingen. De Vlaamse Overheid voorziet namelijk heel wat steunmaatregelen. Deze maatregelen zorgen zowel voor een aantrekkelijkere financiering van de onderneming, alsook de opstart van een onderneming door een inactieve 45-plusser. Verder schafte de regering ook het statuut van bedrijfskennis af en wordt binnenkort ook het leveren van het statuut van bedrijfsbeheer voor de meeste sectoren niet meer als verplicht aanzien. Zo ontstaat er een beter ondernemersklimaat tussen België en de Europese lidstaten.

Aan de hand van een casestudy worden hier de beste mogelijkheden voor de ondernemer bekeken. Een student die zal afstuderen in juni wenst zijn eigen onderneming op te richten en een werknemer die wenst om te schakelen naar het zelfstandige statuut in bijberoep. Zo worden de opties van de keuze van vennootschapsvorm geanalyseerd. De student wenst een onderneming in digitale marketing consulting op te richten en zal dus over weinig kapitaal moeten beschikken. De werknemer zal zelfstandige consultant in de farmaceutische sector worden. Het is voor de starters aan te raden een eenmanszaak op te richten. De ondernemers maken hiervoor geen onderscheid tussen het privévermogen en het vermogen van de onderneming. Aangezien de beperkte noodzaak van kapitaal, wordt dit aanzien als een beredeneerde keuze en vormt dit geen extra risico voor de starter.

Individueel Aangepast Curriculum in het Secundair Onderwijs

Eva Vanneste
Door het M-decreet zullen meer en meer jongeren met een beperking schoollopen in het gewoon onderwijs. Het is echter niet voor al die jongeren haalbaar om het gemeenschappelijk curriculum te volgen en de leerplandoelstellingen te behalen. Als er ondanks de redelijke aanpassingen geen mogelijkheid bestaat om het gemeenschappelijk curriculum te volgen, kan de leerling overschakelen naar fase 3 binnen het zorgcontinuüm, het individueel aangepast curriculum of IAC. Dit houdt echter zowel kansen als knelpunten in.

De oprichting van een GVV versus private equity

Gilles Dupont
Analyse en bespreking van de Belgische openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap, alsook een korte vergelijking van verschillen met de niet-beursgenoteerde operationele vastgoedvennootschap. Hierbij wordt de lezer vertrouwd gemaakt met het bestaan van voormelde vastgoedbedrijven op een breed niveau, gaande van het wetgevend kader tot de financiële aspecten. Eveneens wordt de aantrekkelijkheid van voormelde vastgoedbedrijven in kaart gebracht voor particuliere beleggers.

HERVORMING PWA-STELSEL NAAR WIJK-WERK: ONDER DE LOEP

Jolien De Hertog
Een hervorming van het PWA-stelsel naar wijk-werk, een transitie met vele gevolgen voor zowel de doelgroep, de PWA-beambten en de gebruikers. Met deze scriptie haalde ik de stem van de PWA-beambten, een belangrijke groep mensen die niet gehoord werden gedurende deze langdurige transitie naar boven.

De herziening en beëindiging van de uitkering tussen echtgenoten na echtscheiding door onderlinge toestemming

Liesbet Van Gijsel
Bij een echtscheiding door onderlinge toestemming kunnen de echtgenoten overeenkomen dat de ene een uitkering zal betalen aan de andere. Zij kunnen daarbij afspraken maken die hen rechtszekerheid bieden wanneer de betaling van de uitkering moet veranderen of stoppen, als hun levensomstandigheden gewijzigd zijn.

Samenwerkingsverbanden in de strijd tegen sociale dumping in de transportsector: een evaluatie

Cathy Steelandt
Deze masterproef onderwerpt het fenomeen sociale dumping aan een uitvoerige analyse, met bijzondere aandacht voor het fenomeen binnen de transportsector. Het inventariseert alle betrokken spelers binnen het fraudebestrijdingslandschap en omvat tevens de resultaten van een kwalitatief empirisch onderzoek naar de huidige aanpak binnen de provincie West-Vlaanderen.

Mijn patiënt kan terug naar huis... Kan hij ook terug aan het werk? Een project rond interprofessionele educatie.

Stien Hennaert
In mijn scriptie staat arbeidsre-integratie centraal. Er wordt vanuit een ergotherapeutisch standpunt besproken waarom werken zo belangrijk is voor onze patiënt en waarom het nodig is om arbeidsre-integratie meer centraal te stellen binnen het revalidatieproces. In samenwerking met de VDAB dienst arbeidsbeperking werd een survey-onderzoek opgestart. Daarin werd onderzocht of interprofessionele educatie effect heeft op kennisvergroting, perceptieverandering en visies over samenwerking als het gaat om mogelijkheden tot arbeidsre-integratie van patiënten.

Revalideren is veranderen: een nieuwe start met een nieuw gedrag (ondertitel: Een onderzoek naar het effect van een workshop gedragsverandering in de rug- en nekrevalidatie )

Kyana Van de Pitte
Een multicenteronderzoek naar de meerwaarde van een workshop 'gedragsverandering' binnen de rug- en nekrevalidatie. Het onderzoek werd uitgevoerd in drie verschillende settingen met een termijn van drie maanden. Ook wordt het belang van het volledige team betrekken een bij vernieuwing in kaart gebracht.

De la femme en Amérique - Lecture critique de l'instance féminine au sein de 'De la démocratie en Amérique' de Tocqueville

Sam Ooghe
Deze scriptie onderzoekt het belang van de ideale, Amerikaanse vrouw in 'De la démocratie en Amérique' van Tocqueville. Er wordt gewezen op de verborgen progressieve laag van Tocquevilles analyse, met als doel een antwoord te formuleren op de kernvraag van het onderzoek: wat kan Tocqueville de 21e-eeuwse lezer leren over feminisme en de arbeidsmarkt?

De kennis van de inschakelingsuitkering bij Vlaamse jongeren

Lies Vanneste
Onderzoek via een enquête naar de kennis van de inschakelingsuitkering bij Vlaamse jongeren.

Artikel 60 binnen OCMW Aalst, een goedlopende trein of een bij te sleutelen parcours?!

Karolien Devos
In dit onderzoek werd artikel 60 op mesoniveau, binnen het OCMW van Aalst, onderzocht. Dit met als doel een zo duidelijk mogelijk beeld te krijgen over hoe deze tewerkstelling loopt en waar er eventueel marge is voor verbetering.

Mijn onderzoeksopzet bestond enerzijds uit een interview met de beleidsmensen, met de ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor deze sociale tewerkstelling. Anderzijds uit een focusgesprek met ervaringsdeskundigen, met mensen die of een sociale tewerkstelling positief hebben beëindigd of nog steeds aan het werk zijn als artikel 60.

Aan de hand van mijn ervaring en mijn onderzoeksopzet heb ik mijn veranderingsdoelen opgemaakt. Gezien de ervaringsdeskundigen artikel 60 als een positieve ervaring beschouwden denk ik dat men eerst en vooral moet proberen meer tewerkstelling plaatsen te creëren. Meer plaatsen geeft ook meer kansen dus meer kwetsbare mensen die men zo kan helpen naar werkervaring of zelfs naar een doorstroom naar de reguliere arbeidsmarkt. Hiervoor zal de begeleiding anders moeten worden aangepakt en zal ook de bijhorende subsidiëring moeten herbekeken worden. Zowel op mesoniveau binnen het OCMW te Aalst als op macroniveau en dus op Vlaams, gezien dit recent is overgeheveld van Federaal naar Vlaams.

Een tweede veranderingsdoel, wat ik zou willen gerealiseerd zien, is het verbeteren van de sfeer op de werkvloer ten opzichte van de mensen in artikel 60. Het welbevinden op het werk draagt volgens mij ook bij naar enerzijds je goed voelen in je vel maar anderzijds ook het goed presteren op het werk zelf. Voor mensen in sociale tewerkstelling denk ik dat de motivatie om op zoek te gaan naar een job na artikel 60 groter zal zijn als men een positieve ervaring heeft mogen ervaren.

Ook na begeleiding moet volgens mij beter. In het focusgesprek gaf elke deelnemer aan dat men in het spreekwoordelijke zwarte gat valt na artikel 60. Ook hier zouden we door in te zetten op betere, intensievere begeleiding, de doorstroom naar de reguliere markt kunnen bevorderen.

Ik ben dit eerst en vooral juridisch gaan bekijken, wetgeving versus toepassingen die men hanteert in het OCMW te Aalst. Daaruit bleek onder andere dat een flexibel werktraject, bijvoorbeeld deeltijds werken, wettelijk wel kan. Iets wat mogelijk zou moeten zijn voor iedereen in deze hectische maatschappij, zeker voor kwetsbare mensen die geen (groot) sociaal opvangnet hebben. Ook het loon voor de artikels 60 bepaalt men zelf als OCMW. Naar privé werkgevers toe factureert men 740 euro, openbare instanties die mensen tewerk stelt in artikel 60 betalen niets. Ook het feit dat men enkel leefloon gerechtigden in artikel 60 toelaat, is specifiek voor Aalst en zou dus ook anders kunnen. Er is dus een duidelijk verschil tussen wat er wetmatig mag en wat er in Aalst wordt toegepast. De reden hiervoor ligt meestal bij de subsidiëring die men hiervoor krijgt.

In een tweede invalshoek heb ik de psychosociale bril opgezet. Daar bleek, door de analyse van verschillende theorieën met betrekking tot het welbevinden en het hebben van een job, dat er wel effectief gevolgen kunnen zijn door het al dan niet hebben van een job. Zeker naar kwetsbare mensen toe moeten we hiermee rekening houden, zij hebben misschien bepaalde werkattitudes niet meegekregen van thuis. Doordat ze niet aan het werk zijn, worden ze uitgesloten uit de maatschappij. Men verliest zijn status en heeft niet het gevoel ergens bij te horen, ergens deel vanuit te maken. Aan het werk zijn zal hen dus empoweren, zal hun psychosociaal welzijn erop verbeteren.

Een laatste invalshoek is de hulpverlening. Doordat onze maatschappij volop in transitie is, dient de hulpverlening herbekeken te worden. Sleutelwoord bij hulpverlening is empoweren. Niet enkel doen wat wetmatig moet maar mensen helpen hun doelen te laten stellen en deze te verwezenlijken. De houding van de hulpverlener moet op voet van gelijkwaardigheid zijn en met een onvoorwaardelijke positieve houding ten opzichte van de cliënt met als doel zijn eigenwaarde te versterken.

Ik breng aan de hand van mijn onderzoeksopzet en theoretische staving vijf veranderingsstrategieën naar voor. Eerst en vooral moet artikel 60 voor iedereen kunnen en niet enkel voor mensen met een leefloon. Zo sluiten we mensen uit die ook zouden geholpen zijn door op deze manier aan het werk te kunnen. Ik denk bijvoorbeeld van een vrouw op leeftijd die van haar man is gescheiden en jaren voor de kinderen heeft gezorgd. Iemand van een iets oudere leeftijd, met een ‘black hole’ in haar CV van enkele jaren, zal niet makkelijk werk vinden.

Een tweede veranderingsstrategie is de mogelijkheid naar een flexibeler traject. Zeker nu we langer zullen moeten werken, is dit geen overbodige luxe. Zoals we ook in Finland zien, werkt zo’n systeem. Meer en meer mensen nemen ook hier ouderschapsverlof, tijdskrediet of loopbaanonderbreking om voor hun gezin of voor zichzelf te kunnen zorgen. Ook en zelfs vooral kwetsbare mensen die weinig of geen ervaring hebben en vaak niet beschikken over een sociaal opvangnet, zouden dit dus zeker moeten kunnen doen. Meer mensen zullen slagen in hun te presteren dagen in de opgegeven referteperiode en mensen gaan ook meer gemotiveerd zijn aan het werk te blijven in deze drukke geluksmaatschpapij.

Een derde strategie is de begeleiding van de mensen op de werkvloer die met mensen in artikel 60 moeten werken. Het stigmatiseren van deze groep tegen gaan door preventief de mensen op de werkvloer zelf grondig te informeren en hen te duiden wat de intentie is. Zo kunnen we taboes en vooroordelen wegwerken en eventuele pesterijen voorkomen. Een ‘workbuddy’, een gezinswetenschapper die niet alleen de mensen in sociale tewerkstelling maar ook de collega’s hierin begeleidt.

Een vierde strategie is het herbekijken van de kosten die men factureert aan privé firma’s. Zij krijgen een factuur van 740 euro per maand voor een werknemer, openbare instanties en vzw’s niet. Men hanteert dit omdat dit de kost is die het OCMW zelf zou moeten bijleggen, die men dus niet krijgt via subsidieringen. Op macroniveau zouden we dus moeten inzetten in het herbekijken van deze subsidieringen om deze gelijk te stellen. Maar ook OCMW Aalst zou zelf de beslissing kunnen nemen dit niet als grondvoorwaarde te hanteren. Zo creëren we meer tewerkstellingsplaatsen en vergroten we ook de doorstroom.

Een laatste voorstel naar verandering is de betere (na)begeleiding. Mensen in de laatste weken goed toeleiden naar het einde van hun tewerkstelling en al klaarstomen naar solliciteren op de reguliere arbeidsmarkt. Ook een betere samenwerking met onder andere VDAB is opportuun zijn. Ook hier is een rol weggelegd die perfect zou zijn voor een gezinswetenschapper.

Referentielijst:

Adriaens, C. L. (2013). Praktisch handboek voor OCMW-recht. 612 Loopbaan met zorg. (2015). Betekenis van werk. Betekenis van werk.

Tine Van Regenmortel, K. H. (2013. Het concept ‘empowerende academische werkplaats’. Een innovatieve vorm van samenwerken aan werkzame kennis. Tijdschrift voor Welzijnswerk, 36-48 Van Regenmortel, S. (2015, april). Sociaal werk moet anders in de nieuwe samenleving. Entry-media

Vlieger, S. D. (2008, Juni). Schuld en schaamte: een vergelijkende studie tussen werkenden en werklozen. Gent: Universiteit Gent.

Vries, S. D. (2010). Basismethodiek psychosociale hulpverlening. In S. D. Vries, Basismethodiek psychosociale hulpverlening (p. 425). Hoten, Nederland: Bohn Stafleu van Loghum.

Kapitaalvermindering in natura - onbekend is onbemind?

Thomas Vandercruysse
Er zijn zowel fiscale als familiale redenen te bedenken om onroerend goed dat zich in het vermogen van een vennootschap bevindt aan dat vennootschapsvermogen te onttrekken. Ofwel kiest men voor de liquidatie van de vennootschap, ofwel kiest men voor een onttrekking tijdens het “leven” van de vennootschap. Dit kan op diverse mogelijkheden: verkoop, ruil, inbreng in een andere vennootschap, inbetalinggeving en als een kapitaalvermindering in natura. Het is deze laatste manier die in deze meesterproef onder de loep wordt genomen. Is deze vorm van uitbreng van onroerend goed terecht zo onbekend en schuilen hier interessante mogelijkheden voor de vennoten?

Bedreigt immigratie de steun voor de welvaartsstaat? Een comparatief onderzoek naar immigratie en welvaartsstaatlegitimiteit in Europa.

Sascha Spikic
Meer immigratie = minder solidariteit?Steeds meer en meer nieuwkomers maken van Europa hun thuis. Maar betekent meer ‘vreemden’ ook minder solidariteit? Is immigratie een bedreiging voor de Europese welvaartsstaten?WelvaartsstaatSolidariteit is een mooi woord, maar wat betekent het eigenlijk? In zijn letterlijke betekenis is het steun bieden aan iemand waarmee men zich verbonden voelt. Maar voor ons Europeanen is het veel meer dan dat. Sinds de 19de eeuw ontwikkelde wij systemen van solidariteit waarmee wij wensen zorg te dragen voor elkaar.

“Ce n’est pas uniquement avec des briques et du béton que l’on reconstruit des villes.” Sociale en politieke discussies tijdens de wederopbouw van Leuven en België na de Eerste Wereldoorlog

Sofie Schoonjans
De Leuvense wederopbouw na de Eerste Wereldoorlog: niet gewoon een kwestie van bakstenen en betonLeuven kreeg in 1914 wereldwijde aandacht toen het Duitse leger de stad en haar befaamde universiteitsbibliotheek in lichterlaaie zette. De stad figureerde prominent in propagandacampagnes, die de boodschap van Brave Little Belgium en Duitse barbarij verspreidden. Gezien de symbolische waarde van de vernieling van deze stad, werd in deze thesis gekeken naar de berichtgeving over haar wederopbouw.

Mythische Zorgverzekering ontrafeld: cui bono?

Angélique Landuyt
De Zorgverzekering, de Vlaamse Achilleshiel?De Vlaamse Zorgverzekering… . De zoveelste verzekering die moet worden betaald. Je hoort de gemiddelde Vlaming mopperen wanneer deze rekening opnieuw in de bus valt. Sterker nog, begin dit jaar werd de bijdrage zelfs verdubbeld! Doch staat er niemand stil bij het feit dat je ze in de toekomst wel eens nodig kan hebben. De Vlaamse Zorgverzekering is dan ook een verzekering die het merendeel van de bevolking aanbelangt. Deze surplus van 130 kan degelijk het verschil maken… .Na de Tweede Wereldoorlog breidde België prompt uit tot een verzorgingsstaat.

Arbeid achter gesloten deuren: naar een volwaardig sociaal statuut?

Julie Van thienen
SOCIALEZEKERHEIDSRECHTEN: EEN MENSENRECHT, OOK ACHTER DE TRALIES.Dit onderzoek focust op de gevangenis, dat toch wel een heel bijzonder deel van de samenleving is. Als we de inwoners van de gevangenis bekijken, zien we vooral maatschappelijk zwakkere groepen. Velen bevonden zich voor de detentie reeds in een moeilijke situatie: ze leven van een werkloosheidsuitkering of een leefloon, ze hebben schulden, ... Deze grote kwetsbaarheid voor de veroordeling, gaat bovendien gepaard met een grotere kwetsbaarheid door de vrijheidsberoving.