Hoe kan een leerkracht in een vierde leerjaar omgaan met mentale problemen in de klas?

Lynn Cornelis
Een onderzoek over mentaal welzijn en hoe je mentale problemen herkent bij kinderen, waaraan een lessenreeks van tien lessen uit is gevloeid over een jongen met mentale problemen die hulp zoekt via een klas.

Aandacht voor mentale problemen in de klas met “een wesp”.

Mentaal welbevinden, mentaal welzijn, mentale problemen, psychische problemen… De kans is dat je één van deze termen al eens hebt horen vallen in dezelfde zin als “leerlingen”, “kinderen” of “jongeren”. Een op vijf Vlaamse jongeren kampt met psychische problemen. Maar hoe zie je die mentale problemen, en sterker nog: hoe ga je daar mee om in de basisschool?
Na enkele tienerjaren zelf gekampt te hebben met een depressie, faalangst, paniekaanvallen en zelfmutilatie besloot ik jaren later, in de hogeschool een eindwerk te creëren over het omgaan en herkennen van mentale problemen in de klas. De voornaamste reden was mijn eigen ervaring en hoe weinig hulp en aandacht eraan werd gegeven in school. Een andere reden was: als er al zo weinig aandacht aan wordt gegeven in het secundair, wordt er dan wel naar gekeken in het lager onderwijs?

image 344

Een wesp in mijn hoofd

Het resultaat van mijn onderzoek bestond uit een lessenreeks van tien lessen over een jongen die te kampen had met mentale problemen. Zonder echt depressie te benoemen in het vierde leerjaar, vertelde ik de leerlingen over Anthon die een wesp in zijn hoofd had leven. Wespen zijn niet aangenaam, toch? Ze steken, vallen je lastig en doen je pijn. Ze zoemen steeds rond je hoofd – net zoals de wesp in Anthon’s hoofd: hij houdt maar niet op en belemmert Anthon’s dagelijkse leven.

Van filosoferende lessen over die wesp en wat hij kan betekenen voor Anthon, tot creatieve lessen spelend met verf en van een vlek een kunstwerk maken om te zien dat ook iets onbewust iets moois kan worden. Om te laten zien dat niet alle monsters lelijk zijn, maar ook om de leerlingen te laten nadenken over welk monster in Anthon’s hoofd leeft. Ik gaf lessen die “mentaal ziek zijn” en “fysiek ziek zijn” vergeleken met elkaar, lessen die de talenten van leerlingen benadrukten, en lessen die leerlingen openhartig over hun gevoelens lieten schrijven zoals Anthon in brieven naar hen schrijft.

“Ik heb een ook een wesp in mijn hoofd, juf.”

 

image-20191005174905-2

Niet voor iedereen

Het was niet voor iedereen interessant. De ene geloofde niet dat Anthon echt was. En wat zeg je tegen die kinderen? Je zegt eerlijk: “Nee, je hebt gelijk. Anthon is niet echt. Maar zijn gedachten wel, zijn wesp wel.” Het verhaal van de juf kan in privé met dat kind aan bod komen: zij heeft namelijk ook met zo’n wesp gezeten, net zoals Anthon. Maar kijk eens waar de juf nu staat, en denk eens na hoe wij kinderen zoals Anthon zouden kunnen helpen. Net zoals dat andere kind in de klas die steeds zucht zodra er een les over Anthon begon, ik hoorde hem al denken: “Moeten we nu weer over hem te horen krijgen?”. Het is dat kind dat ik net een tikkeltje meer in het oog hield, want wie weet dat hij – ondanks hij het niet wil toegeven – ook een wesp in zijn hoofd heeft, en er niet mee geconfronteerd wil worden.

 

Ze wisten dat Anthon in zichzelf moet geloven – wij deden dit alvast voor hem.

Een rollercoaster van gedachten

Een moeilijk begrip: mentaal ziek zijn. Maar de wesp in zijn hoofd is duidelijk en de leerlingen wisten na de helft van de lessen wat er aan de hand was met Anthon. Ook wisten ze dat een wesp in je hoofd hebben niet normaal is, maar dachten ze ook na over hun eigen hoofd: “Ik heb een ook een wesp in mijn hoofd, juf,” begon een van de leerlingen op een dag, “maar deze wesp is lief. Als ik denk dat ik iets niet kan, dan zegt die wesp dat ik het wel kan. En dan doe ik het ook.” Dat was het begin van een interessante gedachtenwaaier: leerlingen die deze gedachten ook hadden en verhalen deelden over de wesp in hun hoofd, en hoe graag ze wilden dat Anthons wesp wat liever zou worden. Is dit dan zo makkelijk, om Anthons wesp lief te maken, vroeg ik op een dag. Nee, vonden de kinderen. Na opnieuw een gedachtewisseling, een openhartig klasgesprek en veel luisterende oren wisten ze te zeggen dat Anthon in zichzelf moet geloven – en wij deden dit alvast voor hem.

image-20191005174905-3

Toekomstgedachten

Ik hoop in de toekomst mentale problemen in het lager onderwijs meer aandacht krijgen. Ik ben in ieder geval blij dat ik, al was het maar een heel klein deel, leerlingen iets heb kunnen bijleren over mentale problemen. Ik hoop dan ook dat als zij later te maken krijgen met een negatieve wesp in hun hoofd, ze terugblikken op Anthon en zijn wesp en weten dat ze niet alleen zijn.

Bibliografie