Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

MoralPersona Sandbox: A Testbed for Persona-Conditioned Moral Reasoning in LLMs

Universiteit Hasselt
2026
Ruben
Boone
Hoewel moderne grote taalmodellen (LLM's) moeiteloos verschillende persona's kunnen aannemen via prompting, worden ze streng begrensd door ingebouwde veiligheidsregels en ethische richtlijnen van ontwikkelaars. Wanneer dergelijke AI-systemen geconfronteerd worden met complexe, ethisch situaties, vallen ze vaak terug op een algemeen standaardantwoord. Dit onderzoek brengt deze kloof, die bekend staat als de "personality illusion" in kaart. Hiervoor werd de MoralPersona Sandbox ontwikkeld: een modulair softwareplatform dat de omgevingscontext, het psychologische profiel (gebaseerd op het Big Five OCEAN-model) en het onderliggende taalmodel strikt van elkaar isoleert. Om te valideren of dergelijke modellen daadwerkelijk menselijk gedrag weerspiegelen, werd een empirische gebruikersstudie uitgevoerd met 71 deelnemers. Deelnemers koppelden hun eigen psychologische profiel aan AI-configuraties en doorliepen 6 diverse morele dilemma's.
De resultaten tonen aan dat deelnemers de tegenovergestelde persoonlijkheidsagenten weliswaar betrouwbaar als 'minst overeenstemmend' aanduidden, maar dat er tegelijkertijd een sterke personality illusion optreedt: slechts een beperkte groep herkende hun eigen gepersonaliseerde agent als de beste match. Bovendien bleek de sturing minimaal; beslissingsomslagen vonden slechts in 2,35% van de gevallen plaats. Dit duidt erop dat hoewel LLM's uitblinken in stilistisch rollenspel, ze fundamentele moeite hebben met het spiegelen van authentieke menselijke, morele redeneerpatronen.
Meer lezen

ERVARINGEN VAN STRAATVERPLEEGKUNDIGEN IN DE ZORG AAN DAK- EN THUISLOZEN IN VLAANDEREN EN BRUSSEL:

Universiteit Gent
2026
Margeaux
Lefevere
  • Enya
    Neiring
Deze masterproef onderzoekt hoe straatverpleegkundigen in Vlaanderen en Brussel de zorgverlening aan dak- en thuisloze personen ervaren en welke factoren hun werk beïnvloeden. Dak- en thuislozen kampen vaak met complexe lichamelijke, psychische en sociale problemen, terwijl de toegang tot reguliere gezondheidszorg voor hen vaak moeilijk blijft.
Met een mixed-methods onderzoek werden enerzijds bestaande registratiedata geanalyseerd en anderzijds vijftien straatverpleegkundigen geïnterviewd. De resultaten tonen dat straatverpleegkundigen hun werk ervaren als betekenisvol en noodzakelijk, maar tegelijkertijd als intens, complex en onvoorspelbaar. Somatische zorg, zoals wondzorg of hygiënische ondersteuning, blijkt vaak het startpunt om vertrouwen op te bouwen en cliënten verder te begeleiden naar psychosociale en medische hulp.
De studie maakt duidelijk dat straatverpleegkundigen veel meer doen dan medische zorg verlenen. Ze fungeren als brugfiguren tussen een kwetsbare doelgroep en een gefragmenteerd zorg- en welzijnssysteem. Daarbij proberen ze niet alleen gezondheidsproblemen aan te pakken, maar ook menswaardigheid, vertrouwen en sociale verbinding te herstellen. Tegelijk botsen zij op structurele drempels zoals stigma, administratieve barrières, beperkte samenwerking tussen diensten en een gebrek aan duurzame financiering. Daarnaast toont het onderzoek aan dat de huidige registratiesystemen onvoldoende inzicht geven in de relationele en langdurige aard van straatverpleegkundige zorg. Op basis van de bevindingen worden aanbevelingen geformuleerd voor een betere registratie van dak- en thuisloosheid, meer aandacht voor deze doelgroep in zorgopleidingen en een sterkere structurele verankering van straatverpleegkunde binnen het Belgische zorglandschap.

Meer lezen

EHBH: Eerste Hulp Bij gebruik van Handpoppen

Arteveldehogeschool Gent
2026
Amber
De Decker
  • Amber
    De Decker
Deze bachelorproef onderzoekt hoe een kleuterleerkracht van de oudste kleuters ondersteund kan worden om drama op een laagdrempelige en geïntegreerde manier een plaats te geven binnen het klasaanbod. De aanleiding voor dit onderzoek kwam voort uit een verkennend gesprek met de betrokken leerkracht, waarin ze aangaf onzekerheid te ervaren rond drama en dit bovendien beschouwde als organisatorisch uitdagend, waardoor het aanbod van drama in de klas beperkt bleef, ondanks haar bereidheid om meer drama te integreren in het klasaanbod. Deze bereidheid vormde een belangrijk uitgangspunt voor dit onderzoek.

Op basis van deze probleemstelling werd de volgende ontwerpvraag geformuleerd: “Hoe kan een kleuterleerkracht van de oudste kleuters, die onzekerheid ervaart bij het integreren van drama in de klaspraktijk, ondersteund worden om drama een meer geïntegreerde plaats te geven binnen het klasaanbod?”

Met behulp van een literatuurstudie werd een theoretisch kader rond het thema opgebouwd. Vervolgens werd de eerste deelvraag onderzocht met behulp van reflectie en bevraging, waaruit bleek dat de betrokken leerkracht aanvankelijk een beperkt beeld had van drama binnen het kleuteronderwijs. Op basis van de geanalyseerde noden en drempels werd drama vervolgens verder afgebakend tot het integreren van handpoppen in de klaspraktijk.

Er werd een verdiepende literatuurstudie uitgevoerd, samen met een klasobservatie en interviews met de betrokken leerkracht om de specifieke drempels en noden verder in kaart te brengen. Daarnaast werd een bevraging afgenomen bij andere kleuterleerkrachten om hun ervaringen rond dit onderwerp te verzamelen. Deze inzichten werden verdiept en gekoppeld aan bestaande literatuur.

Op basis van deze bevindingen werden concrete ontwerpeisen opgesteld die leidden tot een ontwerp bestaande uit verschillende onderdelen. Het ontwerp omvat een toolkit EHBH: Eerste Hulp Bij gebruik van Handpoppen, met ondersteuningskaarten die afgestemd zijn op de drempels en behoeften van de betrokken leerkracht. Daarnaast werden twee handpoppen geïntegreerd binnen talige en wiskundige activiteiten met inspiratiefiches die de implementatie ondersteunen en mogelijkheden tot verdere uitwerking in de klaspraktijk bieden.

Doordat het ontwerp een geleidelijk proces is in combinatie met de korte testfase zijn de conclusies nog beperkt, maar in relatie tot het onderzoeksdoel, kan gesteld worden dat het ontwerp een sterke basis vormt om drama, en specifiek het gebruik van handpoppen, sterker te integreren in de klaspraktijk van de betrokken leerkracht.
Meer lezen

Presenilin 1 in hereditary Alzheimer's disease: The development of a capture protocol for presenilin 1 long read DNA sequencing

AP Hogeschool Antwerpen
2026
Lauren
Donche
Deze bachelorproef gaat over de ontwikkeling en optimalisatie van een specifiek protocol om mutaties in het PSEN1 gen kostenefficiënter te identificeren bij patiënten met erfelijke Alzheimer. Een betrouwbare identificatie van deze genetische varianten is cruciaal voor een tijdige diagnose, maar huidige screeningsmethoden zijn vaak erg duur en moeilijk toegankelijk.
Om een goedkoper alternatief te bieden, is in dit onderzoek een nieuwe methode ontworpen en getest. Hierbij wordt het specifieke PSEN1 gen eerst doelgericht gefilterd, waarna een techniek die lange stukken DNA in één keer afleest (long-read sequencing) wordt ingezet.
De eerste resultaten tonen aan dat deze gerichte aanpak potentie biedt om de diagnostische kosten te verlagen en het opsporen van genetische foutjes toegankelijker te maken. Wel bleek uit dit onderzoek dat er nog verdere optimalisatie van het protocol nodig is om de betrouwbaarheid en efficiëntie volledig te waarborgen.
Hiermee legt deze bachelorproef een belangrijke basis voor het vervolgonderzoek naar een betaalbare en geoptimaliseerde klinische diagnostische test voor deze zwaar getroffen patiëntengroep.
Meer lezen

The influence of decay on the load-bearing capacity of CLT-elements and connections

Universiteit Gent
2026
Johannes
Renette
  • Hannes
    Renette
Mijn scriptie onderzocht wat de invloed is van houtrot op het draagvermogen van CLT panelen en verbindingen in een Belgisch klimaat. Wat zijn de aandachtspunten, problemen en hoe reken je rot door bijvoorbeeld langdurige openstelling aan vocht in op een veilige en economische manier. Dit werd onderzocht aan de hand van een referentie gezinswoning uit Boortmeerbeek in een 'worst case' klimaat voor België.
Meer lezen

Linking microbiome and physicochemical soil parameters to optimize nitrification inhibition

Universiteit Gent
2026
Amber
Meulemeester
Deze scriptie onderzoekt hoe de werking van nitrificatie-inhibitoren verschilt per landbouwgrond in de Benelux. Omdat de effectiviteit van huidige producten in de praktijk sterk uiteenloopt, brengt dit onderzoek via een grootschalige bodemanalyse in kaart hoe specifieke bodemeigenschappen en doseringen deze stoffen beïnvloeden. Daarnaast evalueert de studie de ecologische impact van nieuwe kandidaat-nitrificatie-inhibitoren op het bredere bodemleven, om te garanderen dat toekomstige oplossingen de biologische balans en gezondheid van de bodem behouden.
Meer lezen

Integratie van AI in het softwareontwikkelproces

Hogeschool VIVES
2026
Simon
Stijnen
AI-gestuurde ontwikkeltools zoals Large Language Models (LLM's), prompt engineering en het Model Context Protocol (MCP) veranderen de softwareontwikkeling snel, maar roepen vragen op over codekwaliteit, afhankelijkheid en de rol van de ontwikkelaar. Deze bachelorproef onderzoekt hoe AI-ondersteuning het ontwikkelproces van een cloudgebaseerde applicatie kan versnellen en verbeteren, en welke risico's daarbij horen. De casestudie is Lexis, een applicatie van CERM die e-mails van drukkerijklanten met een LLM analyseert en de gegevens doorstuurt naar het ERP systeem.

Na een theoretisch overzicht van prompt engineering, MCP, skills en agents werden drie implementaties opgeleverd: een authenticatie-oplossing voor meerdere klanten, een interne tool voor testdatabeheer en een gemoderniseerde API-testinfrastructuur. AI versnelde de oplevering aanzienlijk, maar zonder gerichte sturing bleef de code niet steeds productieklaar. AI werkt het best als verlengstuk van de ontwikkelaar, niet als vervanger, binnen duidelijke processen met heldere instructies.
Meer lezen

Exploring AI Approaches to Identify Social Anxiety Disorder: A Scoping Review

KU Leuven
2026
Charlotte
Van Bogaert
  • Charlotte
    Van Bogaert
Een sociale angststoornis is een veelvoorkomende psychische aandoening die het dagelijks functioneren aanzienlijk kan beïnvloeden, maar in de praktijk vaak onopgemerkt blijft. De herkenning ervan berust traditioneel op klinische interviews en zelfrapportagevragenlijsten. Die kosten tijd en hebben beperkingen, zoals vertekening door het geheugen, beperkt inzicht in de eigen klachten en de neiging om sociaal wenselijke antwoorden te geven. Tegen deze achtergrond onderzoekt deze masterproef welke rol artificiële intelligentie (AI) kan spelen bij het herkennen van mensen met een sociale angststoornis of klinisch relevante symptomen van sociale angst.

Deze masterproef is een scoping review van peerreviewde, empirische studies over het gebruik van AI om sociale angst te herkennen. De centrale vragen zijn welke AI-methoden worden gebruikt om sociale angst op basis van psychologische en gedragsgegevens te detecteren of te classificeren, welke gegevens als input dienen en hoe goed de modellen presteren. Daarnaast onderzoekt de review hoe de studies zijn opgezet, in welke populaties en contexten de methoden zijn onderzocht en welke ethische en praktische aandachtspunten uit de literatuur naar voren komen.

De review volgt de richtlijnen van het Joanna Briggs Institute en werd gerapporteerd volgens PRISMA-ScR. Er werd gezocht in APA PsycINFO, Embase, Scopus, PubMed/MEDLINE, Web of Science en Google Scholar. De selectie van studies gebeurde in Rayyan. Na het verwijderen van dubbele publicaties werden 203 studies gescreend op titel en samenvatting. Daarvan gingen er 46 door naar de beoordeling van de volledige tekst. Uiteindelijk werden 17 studies opgenomen. De gegevens werden verzameld met een gestandaardiseerd extractieformulier en vervolgens samengevat in tabellen en een beschrijvende synthese.

Deze review laat zien dat AI mogelijkheden biedt als hulpmiddel bij het herkennen van sociale angst, maar dat de huidige wetenschappelijke onderbouwing zich nog in een vroeg stadium bevindt en heterogeen is. De opgenomen studies gebruikten zowel klassieke methoden van machinaal leren als deep learning. Vragenlijstgegevens werden het vaakst als input gebruikt. Sommige modellen maakten daarnaast gebruik van complexere gegevens, zoals digitale sporen, taalgebruik tijdens interviews en oogbewegingsgegevens. Daarmee kunnen zij gedrags- en taalpatronen in kaart brengen die via traditionele vragenlijsten of interviews minder rechtstreeks zichtbaar zijn.

Tegelijkertijd hadden veel studies nog het karakter van een eerste haalbaarheidsstudie, hanteerden zij uiteenlopende definities van sociale angststoornis en gebruikten zij vooral interne validatie. Verdere vooruitgang vraagt om externe validatie, transparantere rapportage, diversere datasets en zorgvuldige aandacht voor privacy, vertekening en foutenmarges. Ook hebben clinici voldoende kennis van AI nodig om de uitkomsten van deze modellen verantwoord te kunnen interpreteren en gebruiken.
Meer lezen

The spaces of democratic self-management and collective care in cooperative student housing: Insights from Ghent and Collegium Academicum Heidelberg.

Universiteit Gent
2026
Lies
De Saegher
Studentenhuisvesting in Gent staat onder druk: het aantal studenten steeg de afgelopen twintig jaar met meer dan 34.000, terwijl er slechts 3.800 erkende kamers bijkwamen. De huurprijzen stijgen, de markt is grotendeels privaat en de homes van de UGent geven bewoners weinig inspraak.

Deze scriptie onderzoekt hoe eigendomsmodellen, universitair beheer versus coöperatief eigenaarschap, het dagelijks zelfbeheer organiseren en hoe de ruimtelijke praktijk van bewoners op haar beurt de bestuursstructuur vormgeeft. Daarvoor combineert ze een vergelijkende studie van de woonsituatie in Gent en Heidelberg met een architecturale etnografie van het Collegium Academicum (CA), een zelfbeheerde studentenwooncoöperatie in Heidelberg. Het onderzoek steunt op twee weken veldverblijf met participerende observatie, semigestructureerde interviews, beleidsdocumenten en etnografische tekeningen, en kwam tot stand in overleg met de Stad Gent.

De scriptie besluit dat eigendomsmodellen bepalend zijn voor collectief onderhoud, continuïteit en betrokkenheid van bewoners: coöperatief wonen creëert zorg en gedeelde verantwoordelijkheid die in universitair beheerde homes ontbreken. De scriptie sluit af met een kader van institutionele, organisatorische en ruimtelijke voorwaarden voor een Gentse studentenwooncoöperatie, en pleit ervoor ontwerp te zien als iets dat uit gebruik en gemeenschappelijke routines ontstaat.
Meer lezen

Taal op maat - Frans na OKAN - Jade Deseigne en Emma Kooreman

Hogeschool VIVES
2026
Emma
Kooreman
  • Emma
    Kooreman
  • Jade
    Deseigne
In onze bachelorproef ontwikkelen we lesmateriaal op maat van ex-OKAN-leerlingen die instromen in de tweede graad van het reguliere Vlaamse onderwijs en voor het eerst Frans leren. Om tegemoet te komen aan de noden van zowel leerlingen als leerkrachten, ontwikkelden we digitale leerpaden, een theoriebundel en een lerarenbundel. Het materiaal is gericht op zelfstandig leren, stapsgewijze taalverwerving en functionele communicatie.
Meer lezen

Ontwikkeling van een meet- en detectiesysteem voor spoorweg booggeluid

Hogeschool PXL
2026
Arthur
Vanlimbergen
Deze bachelorproef onderzoekt de ontwikkeling van een kosteneffectief meetsysteem voor het detecteren van piepgeluiden van treinen in spoorwegbochten, ook wel booggeluid genoemd. Het systeem combineert cameratechnologie, geluidsmetingen en automatische signaalverwerking om treinpassages te registreren en booggeluid te detecteren. Dankzij draadloze communicatie en lokale gegevensverwerking biedt het project een praktische oplossing voor het monitoren van spoorweggeluid in stedelijke omgevingen.
Meer lezen

Human Art

Hogeschool PXL
2026
Michelle
Liekens
Welke invloed heeft de hedendaagse technologische revolutie op de kunstwereld en de samenleving? Welke obstakels of valkuilen moeten we voor oppassen, en hoe kunnen we ervoor zorgen dat de overvloedige belofte van vooruitgang ons niet recht naar een ramp toe leidt? Deze scriptie onderzoekt waar de problemen liggen, contextualiseert deze aan de hand van geschiedkundige gebeurtenissen, en vormt inzichten over hoe we hoop kunnen voeden en behouden.
Meer lezen

Een zee aan informatie: overstelpt of ondersteund tijdens de eerste zwangerschap?

Arteveldehogeschool Gent
2026
Anouk
Michiels
Tijdens de zwangerschap worden primigravidae geconfronteerd met een grote
hoeveelheid informatie afkomstig van uiteenlopende bronnen, zoals zorgverleners,
sociale media, digitale platformen en de directe omgeving. Hoewel toegang tot
informatie essentieel is binnen prenatale zorg en geïnformeerde besluitvorming, kan
deze overvloed aan informatie leiden tot informatie-overload. Deze bachelorproef heeft
als doel te onderzoeken in welke mate prenatale infosessies bijdragen aan of
beschermen tegen informatie-overload bij primigravidae. Deze bachelorproef betreft
een literatuurstudie waarbij wetenschappelijke artikels, richtlijnen en
beleidsdocumenten werden geraadpleegd met betrekking tot informatie-overload,
prenatale infosessies, gezondheidsvaardigheden en perinatale informatieverstrekking.
Daarnaast werd een praktijkdeel uitgevoerd in de vorm van informele koffiemomenten
met primigravidae voorafgaand aan prenatale infosessies. Binnen dit praktijkdeel werd
geen formele dataverzameling of wetenschappelijke analyse uitgevoerd. De
geraadpleegde literatuur toont aan dat informatie-overload tijdens de zwangerschap
een complex en multifactorieel fenomeen is. Factoren zoals de hoeveelheid en
complexiteit van informatie, digitale informatiebronnen, gezondheidsvaardigheden en
de organisatie van prenatale zorg lijken hierbij een rol te spelen. Prenatale infosessies
kunnen enerzijds bijdragen aan kennisvergroting, ondersteuning en het versterken van
self-efficacy, maar anderzijds kunnen grote hoeveelheden of onvoldoende afgestemde
informatie gevoelens van stress en cognitieve belasting versterken. Daarnaast blijkt dat
er momenteel nog beperkt rechtstreeks wetenschappelijk onderzoek beschikbaar is
naar de specifieke relatie tussen prenatale infosessies en informatie-overload bij
primigravidae. Deze bevindingen onderstrepen het belang van afgestemde, gefaseerde
en begrijpelijke informatieverstrekking binnen de prenatale zorg, met bijzondere
aandacht voor het beperken van cognitieve belasting bij primigravidae.
Meer lezen

Emotionele Intelligentie in Multicultureel leiderschap

Hogeschool VIVES
2026
Tongfa
Jeffers
Deze bachelorproef onderzoekt hoe emotionele intelligentie (EQ) en cultuur de communicatie en het leiderschap van leidinggevenden beïnvloeden in een multiculturele context. Er werden zeven semigestructureerde interviews afgenomen met mensen met een leidinggevende functie, zoals oprichters, directeuren en managers, van bedrijven die aangesloten zijn bij de Netherlands-Thai Chamber of Commerce in Bangkok. De resultaten werden geanalyseerd aan de hand van Golemans model van emotionele intelligentie en leiderschapsstijlen en Meyers culture map. Alle respondenten tonen de vier EQ-domeinen en schakelen tussen meerdere leiderschapsstijlen. Zes van de zeven bevinden zich aan de indirecte kant van Meyers communicatieschaal, wat wijst op een "culturele pull": de Thaise omgeving trekt leidinggevenden naar een vergelijkbare communicatiestijl, ongeacht hun herkomst. Opvattingen over hiërarchie, autonomie en besluitvorming blijven sterk persoonlijk bepaald. EQ helpt leiders om culturele verschillen te herkennen en er bewust mee om te gaan.
Meer lezen

Tussen drukte en afstand: Sociale Micro Scenario's als medium in een gefragmenteerde samenleving

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Daphné
De Waele
Deze thesis onderzoekt hoe tijdelijke, zintuiglijke interventies in de publieke ruimte spontane ontmoeting en sociale verbondenheid kunnen stimuleren. Aan de hand van de Hoedhaar wijk te Lokeren werden verschillende ‘Sociale Micro Scenario’s’ ontworpen en getest. Hoe kunnen kleine ingrepen rond geur, beeld, aanraking en beweging mensen uitnodigen om te vertragen, te blijven en contact te maken met anderen, zonder dat ontmoeting wordt opgelegd.
Meer lezen

The symbolic legal protection of the environment in armed conflict: Form, function and reform of Articles 35(3) and 55(1) of Additional Protocol I

KU Leuven
2026
Simon
Sterck
Gewapende conflicten vernietigen meer dan mensen en infrastructuur. Ze vervuilen ook water, bodem en lucht, beschadigen ecosystemen, en maken daardoor regio’s decennialang minder leefbaar. Conflicten in Vietnam, Koeweit, Oekraïne of Gaza illustreren dit duidelijk.

Het internationaal humanitair recht regelt dergelijke milieuschade in artikelen 35(3) en 55(1) van het Eerste Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève (1977). Deze bepalingen verbieden oorlogvoering waarvan verwacht wordt dat ze “wijdverspreide, langdurige en ernstige” milieuschade veroorzaakt. Op papier lijkt dat een bijzonder sterke bescherming. Toch werd in bijna vijftig jaar nooit gezaghebbend vastgesteld dat deze drempel werd overschreden, ook niet in conflicten die bekend staan om hun ecologische gevolgen.

De rechtsleer beschouwt dat doorgaans als een mislukking en focust vooral op hervormingsvoorstellen. Mijn masterproef zet echter een stap terug en vraagt eerst wat voor soort norm dit eigenlijk is. Met twee theoretische kaders die niet eerder op deze bepalingen werden toegepast, analyseer ik hun juridische vorm, maatschappelijke functie en mogelijke hervorming.

Ik besluit dat het huidige kader vooral symboolwetgeving is. Het erkent het belang van
milieubescherming tijdens oorlogen, zonder militaire acties in de praktijk sterk te beperken. Vanuit dat inzicht ontwikkel ik een nieuwe manier om het hervormingsdebat te benaderen
Meer lezen

ALTIJD AAN, OOK NA DE LAATSTE SCHOOLBEL. EEN ONDERZOEK NAAR DIGITALE BEREIKBAARHEID EN HET RECHT OP DECONNECTIE BIJ LEERKRACHTEN IN HET SECUNDAIR ONDERWIJS

Universiteit Gent
2026
Mattice
Suetens
Mijn onderzoek gaat over hoe leerkrachten omgaan met digitale bereikbaarheid buiten de schooluren. Ik kijk vooral naar de vraag hoe zij omgaan met mails, Smartschool en andere werkgerelateerde communicatie wanneer hun werkdag eigenlijk voorbij is. Daarnaast onderzoek ik hoe leerkrachten het recht op deconnectie ervaren en of dit hen helpt om een betere grens tussen werk en privé te behouden. Uit de gesprekken blijkt dat leerkrachten hier heel verschillend mee omgaan: sommigen reageren snel omdat ze dat zelf handig vinden, terwijl anderen bewust meldingen uitschakelen of hun laptop dichtklappen. Mijn onderzoek laat vooral zien dat deconnectie niet alleen gaat over technologie uitzetten, maar ook over werkdruk, verwachtingen en het mentaal kunnen loslaten van je werk.
Meer lezen

An Istanbul Tale - A Research on Identity and Belonging

Hogeschool PXL
2026
Busra
Kilisli
Dit project en deze scriptie zijn geïnspireerd door migratie en hebben geleid tot onderzoek naar identiteit en wat erbij horen inhoudt. Dit bracht mij ertoe deze onderwerpen te verkennen via het vertellen van verhalen en het weven. Een verhaal vertellen over Istanbul toen de stad nog heel was. Aan de hand van de vraag ‘Hoe kan de praktijk van het vertellen van verhalen worden verweven met culturele identiteit?’ werd een poging gedaan om een interpretatie van identiteit te bieden. De eerste stap was te begrijpen wat elk woord betekent. De verbanden tussen de sleutelwoorden ‘praktijk, vertelling, verhalen vertellen, weven, culturele identiteit’ werden onderzocht aan de hand van de vrije associatiemethode. Vervolgens werd elk woord op zijn betekenis geanalyseerd. De scriptie is opgebouwd uit drie hoofdhoofdstukken. Het eerste hoofdstuk behandelt de historische achtergrond van Istanbul, aangevuld met enkele persoonlijke citaten die van invloed zijn geweest op dit project. Aangezien Istanbul centraal staat in dit project, is het belangrijk om eerst over de stad te lezen alvorens zich te verdiepen in het literatuuronderzoek. Het tweede hoofdstuk analyseert het literatuuronderzoek. Het onderzoek wordt ondersteund door de benaderingen van kunstenaars ten aanzien van deze onderwerpen, geïllustreerd met voorbeelden van hun werken. Het derde hoofdstuk beschrijft de toegepaste methodologie.
Eerst werd het verhaal geschreven; vervolgens werden, door middel van een stapsgewijze analyse van het verhaal, de kleuren en patronen voor het weven onderzocht. Het hele project staat symbool voor de tijd die zowel aan het verhaal als aan het weven is besteed. Elke geweven draad en elke geschreven regel vertelt het verhaal van een deel van een onvervangbaar moment – of dat nu uitgesproken of beleefd is.
Een element dat alle trefwoorden met elkaar verbond, was de traditionele Turkse volkskunst, namelijk weven en verhalen vertellen. Een ondergewaardeerd onderzoeksgebied in Turkije. In hoofdstuk twee wordt uitgelegd wat deze praktijken inhouden en in hoofdstuk drie wordt getoond hoe ze in het project zijn verwerkt. Er zijn maar weinig kunstenaars zoals CANAN, Bedri Rahmi Eyüboğlu en Sabahattin Eyüboğlu die volkskunst waarderen en in hun praktijk integreren. Behalve CANAN zijn twee van hen overleden; er zijn dan ook geen hedendaagse toepassingen van volkskunst, noch in de literatuur, noch in de beeldende kunst. Literaire werken gaan niet veel verder dan een verzameling verhalen. Kunstwerken – weven, miniatuurschilderijen – worden, vooral onder de huidige politieke omstandigheden, gemaakt in het kader van ‘islamitische kunst’. In dit onderzoek is getracht traditionele vertelmethoden aan te passen aan een hedendaags verhaal. Bij dit project vormden het met de hand weven en het onderzoeken van verschillende weefpatronen, in een poging een manier te vinden om deze via het ritme van het verhaal met elkaar te verbinden, de grootste uitdaging. Het was tevens een manier om de traditionele manier van weven te doorbreken. Bij de traditionele werkwijze kiest de wever doorgaans een weefschets, selecteert hij de kleuren, spant hij het weefgetouw op en weeft hij volgens de enkele kleuren die hij heeft gekozen. Hier verandert het weefpatroon voortdurend, net als de tijd.
Meer lezen

Op zoek naar de mentale littekens van een val in het profwielrennen

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Rien
Debaere
In de wielerwereld gaat veel aandacht uit naar de fysieke revalidatie, maar het mentale aspect blijft vaak onderbelicht. Profploegen investeren steeds meer in psychosociale begeleiding door mental coaches en sportpsychologen aan te werven. Al blijft de stap zetten naar een psycholoog voor veel renners nog een taboe. De videoreportage onderzoekt dan ook de mentale impact van een val in het profwielrennen. Wedstrijd- en trainingsbeelden en interviews met profwielrenner Xandro Meurisse en zijn vrouw Steffi Dervaux, profwielrenner Jasper De Buyst, osteopaat Pieter De Niel en sportpsycholoog Inez Swinnen maken deel uit van mijn eindwerk.
Meer lezen

(St)Rolling with: Onderweg met vaders met een fysieke beperking naar wat vaderschap voor hen betekent.

Universiteit Gent
2026
Loredana
Cremery
In westerse samenlevingen wordt vaderschap sterk gekenmerkt door normatieve verwachtingen rond autonomie, zelfredzaamheid en fysieke competentie. Binnen deze context blijven vaders met een beperking grotendeels onderbelicht in zowel wetenschappelijk onderzoek als maatschappelijke discoursen. Deze studie onderzoekt hoe vaders met een fysieke beperking betekenis geven aan hun vaderschap in Vlaanderen, vertrekkend vanuit een Disability Studies-perspectief waarin ervaringskennis centraal staat.

Via een kwalitatieve en belichaamde methodologie, namelijk (st)rolling-with, werden ontmoetingen georganiseerd tussen de onderzoeker en vijf vaders op betekenisvolle plekken in hun dagelijks leven. Deze methodologische benadering maakte het mogelijk om vaderschap niet enkel verbaal, maar ook relationeel, ruimtelijk en belichaamd te benaderen. Op basis van een assemblage analyse wordt vaderschap benaderd als een dynamisch proces van becoming waarin voortdurend wordt onderhandeld tussen persoonlijke betekenisgeving, lichamelijke mogelijkheden en maatschappelijke verwachtingen.

Hoewel de vaders geconfronteerd worden met normatieve kaders die hun ouderschap in vraag stellen, ontwikkelen zij alternatieve invullingen van vaderschap gebaseerd op relationaliteit, afstemming, creativiteit en ‘goed genoeg’. Door de geleefde ervaringen centraal te stellen kreeg deze studie een kritisch-emancipatorisch karakter gezien de vaders dagelijks (onbewust) bezig zijn met het doorbreken van deficitgerichte perspectieven op disability en vaderschap. Ervaringskennis wordt benadrukt als een volwaardige bron van inzicht voor inclusievere praktijken, ondersteuning en beleidsvorming rond vaderschap.
Meer lezen

Perditum in Translatione: Culturele overdracht in de handen van AI.

KU Leuven
2026
Kobe
Geerts
De snelle opkomst van Large Language Models (LLM's) roept vragen op over hun omgang met low-resource-talen en het daarin vervatte culturele gedachtegoed. Deze studie onderzoekt hoe general-purpose LLM's culturele concepten uit het Latijn vertalen, met de epigrammen van Martialis als casus. Om de aard van deze vertaalverschuivingen te kwantificeren, is een handmatige annotatie uitgevoerd volgens het Multidimensional Quality Metrics (MQM)-framework, gefaciliteerd door aangepaste categorieën en een speciaal hiertoe ontwikkelde applicatie. Hierbij worden de vertalingen door de modellen Gemini 3.1 Pro, M365 Copilot Chat en Kimi-K2.6 vergeleken met de brontekst en twee menselijke referentievertalingen. Uit de analyse blijkt enerzijds een duidelijke tendens naar letterlijkere, generiekere vertalingen die culturele nuance missen, anderzijds een assimilerende vertaalstrategie, vermoedelijk gedreven door een Engelstalige bias in de trainingsdata. Bij de modelvergelijking produceerde Gemini 3.1 Pro significant minder verschuivingen dan de andere twee modellen. Ten slotte tonen de resultaten aan dat langere bronteksten resulteren in een proportioneel hoger aantal verschuivingen per vers.
Meer lezen

People, Play & the City : een uitnodiging aan de niet-spelende volwassene in Brugge

KU Leuven
2026
Hannah
Van Vlimmeren
People, Play & the City: Circus Modulair komt naar de stad!
Het moderne circus als stedelijk attribuut voor de niet-spelende mens in Brugge.

Naarmate we ouder worden, verdwijnt spelen bijna ongemerkt uit ons leven. Volwassenen leren dat spel iets is wat je moet verdienen of verbergen, en in de publieke ruimte blijven we liever in onze rol van de 'serieuze' volwassene dan dat we echt ongeremd spelen. Mijn masterproef onderzoekt hoe spel opnieuw een plek kan krijgen in Brugge, vanuit de blik van de interieurarchitect.

Brugge profileert zich als circusstad, maar circus blijft er vooral programmering voor wie er bewust voor kiest. Het moderne circus is nochtans een van de meest toegankelijke vormen van groepsspel: niet competitief, zonder voorkennis, gebouwd op de dialoog tussen mens, object en beweging. Via historische mapping, observaties in de stad en gesprekken met Circusatelier Woesh zoek ik naar 'latente plekken' die die logica kunnen dragen.

Het resultaat is Circus Modulair: een bouwpakket van betonstenen, houten planken, banden en draadstangen dat in één aanhangwagen past. Bouwen is de eerste vorm van spel. Een 1:1-test op een kerkplein toonde dat spel zich niet laat organiseren, alleen uitnodigen. Of zoals een deelnemer zei, met twee planken in de hand: "Ik heb een paard!"
Meer lezen

Van chatbot naar reclame: een praktijkgericht onderzoek naar de verwerking van persoonsgegevens via commerciële klantenservice-chatbots / Tussen datamonetarisatie en regulering: een analyse van datahandelaren onder de AVG

KU Leuven
2026
Birgit
Mathuvis
Het juridische luik van dit onderzoek analyseert in welke mate commerciële klantenservice-chatbots fungeren als instrument voor gegevensverzameling en of de daaruit voortvloeiende inzet van persoonsgegevens voor direct marketing verenigbaar is met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Centraal staat de vraag of dergelijk hergebruik het doelbindingsbeginsel schendt en of betrokkenen hierover toereikend worden geïnformeerd.
Om het theoretische kader empirisch te toetsen, worden de privacyverklaringen van acht ondernemingen uit de retail- en dienstensector aan een kritische analyse onderworpen. Daarbij wordt nagegaan hoe de beginselen van artikel 5 AVG in de praktijk worden vertaald, in welke mate direct marketing uitdrukkelijk als verwerkingsdoel wordt vermeld en of de gehanteerde toestemmingsmechanismen voldoen aan de vereisten van artikel 7 AVG.
De bevindingen tonen aan dat de praktijk structureel tekortschiet. Transparantie over de werking van chatbots en de verdere aanwending van verzamelde gegevens ontbreekt vaak, toestemming voor marketingdoeleinden wordt zelden op een vrije en geïnformeerde wijze verkregen en de verenigbaarheid van verdere verwerking voor marketingdoeleinden met het doelbindingsbeginsel in veel gevallen twijfelachtig blijkt. Op basis daarvan worden concrete aanbevelingen geformuleerd voor een AVG- en e-Privacyconforme inrichting van klantenservice-chatbots, waarbij transparantie, doelbinding en rechtmatigheid als leidende beginselen worden gehanteerd.

Het economische luik analyseert het businessmodel van datahandelaren binnen de context van datamonetarisatie en privacy-economie. Data vormt een cruciale economische grondstof, waarbij ondernemingen waarde creëren door persoonsgegevens te verzamelen, te analyseren en commercieel te exploiteren. Datahandelaren vertegenwoordigen een doorgedreven vorm van datamonetarisatie, aangezien zij persoonsgegevens en afgeleide profielen rechtstreeks verhandelen.
Eerst wordt de economische betekenis van privacy besproken, waarbij privacy wordt gekaderd als een complex economisch goed dat gepaard gaat met informatie-asymmetrie, onzekerheid en intertemporele afwegingen. Vervolgens wordt het proces van datamonetarisatie toegelicht aan de hand van de dataketen (creatie, aggregatie en consumptie), met bijzondere aandacht voor klantenservice-chatbots als bron van waardevolle data.
Daarna worden datahandelaren geanalyseerd, waarbij aandacht wordt besteed aan hun definities, activiteiten en verdienmodellen, waaronder gegevensverrijkingsdiensten en marketinglijsten voor directmarketingdoeleinden. Daarnaast wordt een analyse gemaakt van de jaarrekeningen van geselecteerde ondernemingen om de economische impact van veroordelingen en regulatoire ingrepen te onderzoeken. Tot slot wordt de impact van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) onderzocht. Recente beslissingen tonen aan dat datahandel vaak moeilijk verenigbaar is met de beginselen van transparantie, doelbinding en rechtmatigheid.
De paper concludeert dat, ondanks toenemende regulering, datahandel economisch relevant blijft, maar dat transparantie en compliance steeds belangrijker worden als competitieve factoren.
Meer lezen

Past Experiences Shape Attentional Priorities: The Combined Effects of Reward and Statistical Learning

Universiteit Gent
2026
Remko
Eeckhout
Visuele aandacht wordt niet enkel geleid door bottom-up- of top-down-geleide processen,
maar ook door selectiegeschiedenis – wat mechanismen omvat die aandachtscontrole (AC)
beïnvloeden op basis van eerdere ervaringen met stimuli. We focussen op twee
mechanismen die onder selectiegeschiedenis vallen: beloningsleren, waarbij aandacht wordt
gestuurd via associaties tussen prikkels en beloningen, en statistisch leren, waarbij de
aandacht wordt gestuurd op basis van veelvoorkomende patronen in de omgeving. Hoewel
beide mechanismen AC beïnvloeden, blijft het onduidelijk hoe ze gezamenlijk de prioriteit
van aandacht bepalen wanneer ze met dezelfde stimulus worden geassocieerd. De huidige
studie onderzoekt of beloningsleren en statistisch leren additieve of interactieve effecten op
AC uitoefenen wanneer ze op hetzelfde kenmerk van een doelstimulus convergeren en of
het ene mechanisme een sterkere invloed heeft op AC dan het andere. Deelnemers
voltooiden een visuele zoektaken waarin ze een doel identificeerden op basis van de
oriëntatie ervan, terwijl de kleur van het doel werd geassocieerd met een unieke combinatie
van beloningsgrootte en presentatiefrequentie. Resultaten toonden snellere reacties aan
voor doelen met een hoge beloning en frequentie. Belangrijk is dat de effecten van
beloningsleren en statistisch leren elkaar beïnvloedden, wat de snelste reactietijden
opleverde voor doelen met zowel een hoge beloning als een hoge frequentie. Deze
bevindingen suggereren dat beloningsleren en statistisch leren gezamenlijk de prioriteit van
aandacht bepalen, maar dat dit niet noodzakelijkerwijs op een onafhankelijke manier
gebeurt. In plaats daarvan stellen we dat hun gezamenlijke invloed lijkt af te hangen van hoe
de geleerde associaties zich tot elkaar verhouden in de visuele scène. Deze resultaten
dragen bij aan een genuanceerd begrip van hoe verschillende bronnen van
selectiegeschiedenis aandacht sturen in complexe visuele omgevingen.
Meer lezen

Optimizing Interclub Badminton Competitions: Team Grouping, Multi-League Scheduling, and an Incomplete Round Robin Alternative

Universiteit Gent
2026
Noa
Swinnen
Elk seizoen stelt Badminton Vlaanderen de interclubkalender op voor meer dan 300 ploegen, verdeeld over talrijke groepen. Die planning moet met tal van voorwaarden tegelijk rekening houden, zoals de beschikbare terreinen, verboden data, en de spreiding van ploegen van eenzelfde club. Deze masterproef onderzoekt hoe die kalender met wiskundige optimalisatie beter kan, met bijzondere aandacht voor de reisafstand van de ploegen. Met behulp van een optimalisatiemodel worden drie deelproblemen aangepakt: een slimmere groepsindeling, een kwalitatievere kalender, en een alternatief competitieformat gebaseerd op een Incomplete Round Robin Tournament. De resultaten tonen een aanzienlijke daling van het aantal gereden kilometers, terwijl de sportieve eerlijkheid en alle voorwaarden behouden blijven.
Meer lezen

AI detection of damage and faults in concrete slabs using an LDV and projectile excitation.

Universiteit Antwerpen
2026
Jasper
Laforce
  • Michiel
    Arnouts
Hoe kunnen we verborgen schade in beton opsporen zonder het materiaal te beschadigen? In deze studie wordt een geautomatiseerd meetsysteem gecombineerd met artificiële intelligentie om defecten, zoals holtes en delaminaties, te detecteren en te lokaliseren. Met behulp van trillingsmetingen en een neuraal netwerk werden de defecten onder gecontroleerde laboratoriumomstandigheden met een nauwkeurigheid van 97,7% geclassificeerd. De resultaten tonen hoe deze technologie kan bijdragen aan een snellere en meer geautomatiseerde inspectie van betonnen constructies, en zo de weg vrijmaakt voor gerichter onderhoud.
Meer lezen

Hoe kan De Wijkpraktijk haar patiëntenpopulatie heroriënteren naar de afgebakende werkzone zonder de continuïteit of toegankelijkheid van zorg in het gedrang te brengen?

AP Hogeschool Antwerpen
2026
Sarah
Van Camp
Mijn bachelorproef onderzoekt hoe De Wijkpraktijk haar patiëntenpopulatie opnieuw kan afstemmen op de vooropgestelde werkzone, zonder de continuïteit en toegankelijkheid van zorg in het gedrang te brengen.
Uit analyses blijkt dat een aanzienlijk deel van de patiënten buiten deze werkzone woont, waardoor de draagkracht van de praktijk en de wijkgerichte werking onder druk komen te staan.
Aan de hand van een analyse van de patiëntenpopulatie, literatuuronderzoek en gesprekken binnen de praktijk werd onderzocht welke patiënten prioriteit krijgen en hoe een geleidelijke heroriëntering kan verlopen. Hierbij werden onder meer afstand, kwetsbaarheid, de therapeutische relatie en de beschikbaarheid van huisartsen in de regio meegenomen.
Het resultaat is een concreet en gefaseerd actieplan waarbij nieuwe patiënten buiten de werkzone niet langer worden aangenomen en bestaande patiënten geleidelijk worden begeleid naar een huisarts dichter bij hun woonplaats. Daarbij wordt aandacht besteed aan communicatie, opvolging, begeleiding, overdracht van medische gegevens en duidelijke verantwoordelijkheden binnen het praktijkteam.
De bachelorproef wil zo bijdragen aan een duurzame organisatie van de huisartsenzorg, waarbij de praktijk haar wijkgerichte opdracht kan blijven waarmaken en tegelijk de continuïteit en de toegankelijkheid van zorg voor bestaande patiënten zoveel mogelijk waarborgt.
Meer lezen

Observational signatures of higher-curvature effects in black hole ringdown

KU Leuven
2026
Stef
Husken
Einsteins theorie van algemene relativiteit doorstaat al meer dan een eeuw elke experimentele test. Toch zijn we er steeds meer van overtuigd dat Einstein niet volledig gelijk had. Zwarte gaten zijn een uitstekend laboratorium om naar die afwijkingen te zoeken, en dat is precies wat ik heb onderzocht: hoe het luisteren naar zwarte gaten kan verraden waar Einstein mis ging, welke zwarte gaten daarvoor het meest geschikt zijn, en hoe dat zou klinken. Met toekomstige detectoren, zoals de Einstein Telescope die mogelijks naar België komt, horen we dan misschien eindelijk iets dat Einstein nooit voorspeld heeft.
Meer lezen

Design and Analysis of an AI-Class Solar Boat Race Hull for Performance, Stability & Competition Compliance

Universiteit Antwerpen
2026
Bram
Dupré
Al vele jaren neemt het UAntwerp Solar Boat Team het op tegen universiteiten van over de hele wereld in de Solar Class tijdens de jaarlijkse Monaco Energy Boat Challenge. Sinds 2025 is deze klasse vervangen door de AI-Class, waarin alle vaartuigen autonoom moeten opereren in meerdere disciplines. De inzichten die het team tijdens het eerste jaar in de AI-klasse heeft opgedaan, vormden een solide basis voor een systematische ontwerpbenadering gericht op het ontwikkelen van een geoptimaliseerde romp en het verbeteren van de huidige ontwerpen door middel van uitgebreide simulaties, iteratieve tests en validatie, waardoor ze meer vermogen aankunnen, hogere kruissnelheden halen en zeewaardiger zijn.
De analyse van bestaande ontwerpen biedt inzicht in het potentieel en de tekortkomingen en suggereert aanpassingen om de prestaties te verbeteren en de levensduur te verlengen. Het nieuwe rompontwerp leert van de tekortkomingen in eerdere ontwerpen en houdt rekening met zowel hydrodynamische als aerodynamische effecten om de efficiëntie, wendbaarheid en stabiliteit tijdens races op zee te maximaliseren. Bijzondere nadruk werd gelegd op het bereiken van een moderne, hoogwaardige, snelle en zeewaardige configuratie die veilig snelheden tot 30-50
knopen kan halen op rechte banen. Lessen uit eerdere ontwerpen en industrienormen werden zorgvuldig geanalyseerd om bekende tekortkomingen te elimineren, en een modulaire en gemakkelijk te vervaardigen architectuur te bereiken met een hogere sponsor en mediawaarde. Bovendien is de romp ontworpen met het oog op aanpasbaarheid op lange termijn, waardoor ze toekomstbestendig is voor gebruik tijdens meerdere wedstrijdcycli.
Meer lezen

Mannen en vrouwen in datagedreven geneeskunde: een onderzoek naar seksevertegenwoordiging in medische machine learning-datasets

Universiteit Gent
2026
Elien
Van de Rostyne
  • Raphaël
    Boitquin
Artificiële intelligentie (AI) speelt een steeds grotere rol in de gezondheidszorg. Veel medische AI-toepassingen maken gebruik van Machine Learning (ML), waarbij de kwaliteit en samenstelling van de gebruikte data bepalend zijn voor de prestaties van het model.

In deze masterproef onderzochten we de vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in medische ML-datasets. Via een systematische literatuurstudie analyseerden we 221 studies over vier aandoeningen: Acute Kidney Injury (AKI), Traumatic Brain Injury (TBI), Out-of-Hospital Cardiac Arrest (OHCA) en Systemic Lupus Erythematosus (SLE).

Onze resultaten tonen aan dat de sekseverdeling soms niet wordt gerapporteerd en dat datasets regelmatig niet representatief zijn voor de populatie waarop de aandoening voorkomt. Bovendien besteden slechts weinig onderzoekers expliciet aandacht aan de mogelijke gevolgen van deze ongelijkheid voor verschillen in modelprestaties tussen mannen en vrouwen.

Deze bevindingen benadrukken het belang van representatieve datasets, transparante rapportering en een nauwe samenwerking tussen clinici en AI-ontwikkelaars om medische AI betrouwbaar en veilig te kunnen inzetten voor alle patiënten.
Meer lezen