Wanneer het kantoor te luid wordt: waarom prikkels niet voor iedereen even zwaar wegen

Maaike
Grootaert

Rinkelende telefoons, felle verlichting, bewegende collega’s en gesprekken op de achtergrond: een gewone werkdag zit vol prikkels. Uit mijn onderzoek blijkt dat hoogsensitieve werknemers daar vaker door overbelast raken. Angstgevoeligheid verklaart een deel van dat verband, maar lang niet alles.

Stel je voor: je probeert een belangrijke tekst af te werken, terwijl naast je twee collega’s overleggen. Iemand loopt voortdurend heen en weer, een telefoon blijft rinkelen en het licht boven je bureau flikkert. Voor de ene werknemer is dat niet meer dan achtergrondruis. Voor de andere wordt elke prikkel een extra taak voor het brein.

Wanneer iemand geluiden, licht, geuren, bewegingen of sociale interacties niet langer voldoende kan filteren, kan sensorische overprikkeling ontstaan. Dat kan zich uiten in vermoeidheid, irritatie, concentratieproblemen of een sterke behoefte om zich terug te trekken. Toch verdwijnt die ervaring in onderzoek vaak onder de brede noemer ‘werkstress’. Daardoor blijft onduidelijk waarom dezelfde werkplek voor de ene persoon goed werkt en voor de andere uitputtend is.

Een gevoeliger afgestelde antenne

Een mogelijk deel van de verklaring is hoogsensitiviteit. Dat is geen ziekte of diagnose, maar een persoonlijkheidskenmerk. Hoogsensitieve mensen merken subtiele signalen sneller op en verwerken informatie doorgaans diepgaander. Ze kunnen daardoor opmerkzaam, empathisch en nauwkeurig zijn, maar raken in drukke omstandigheden ook sneller overbelast.

Je zou het kunnen vergelijken met een gevoeliger afgestelde antenne. Die vangt niet alleen meer waardevolle details op, maar ook meer ruis. Toch betekent hoogsensitiviteit niet automatisch dat iemand overprikkeld raakt. Ook de manier waarop iemand prikkels interpreteert en de omgeving waarin die persoon werkt, spelen mee.

Daarom onderzocht ik in mijn masterproef niet alleen de relatie tussen hoogsensitiviteit en sensorische overprikkeling op het werk. Ik ging ook na welke rol angstgevoeligheid daarin speelt.

Niet bang maar sneller op je hoede

Met angstgevoeligheid bedoel ik niet dat iemand voortdurend bang is. Het gaat om een relatief stabiele neiging om situaties sneller als bedreigend, moeilijk controleerbaar of zorgwekkend te beoordelen. Een onverwacht geluid of een onderbreking kan daardoor niet alleen worden opgemerkt, maar ook sneller spanning oproepen.

Voor mijn onderzoek verzamelde ik via een online enquête gegevens bij werknemers uit uiteenlopende sectoren. Na het opschonen van de gegevens bleven 872 respondenten over. Voor de uiteindelijke analyse beschikte ik over volledige scores van 580 werknemers.

De deelnemers vulden vragen in over hoogsensitiviteit, angstgevoeligheid en sensorische overprikkeling tijdens het werk. Daarnaast onderzocht ik de meetkwaliteit van een samengestelde schaal voor sensorische overprikkeling. De vier gebruikte vragen bleken duidelijk hetzelfde onderliggende verschijnsel te meten en vormden samen een betrouwbare schaal.

Hoogsensitiviteit is niet gewoon angst

De resultaten lieten een duidelijk patroon zien. Werknemers die hoger scoorden op hoogsensitiviteit rapporteerden gemiddeld meer sensorische overprikkeling op het werk. Hoogsensitiviteit hing bovendien samen met een hogere angstgevoeligheid. Werknemers met een sterkere angstgevoeligheid ervoeren op hun beurt eveneens meer overprikkeling.

Angstgevoeligheid vormde daarbij een schakel tussen hoogsensitiviteit en overprikkeling. Een deel van de relatie tussen hoogsensitiviteit en overprikkeling verliep via de neiging om prikkels sneller als bedreigend of overweldigend te beoordelen.

Maar daarmee was niet het hele verhaal verteld. Ook nadat rekening werd gehouden met angstgevoeligheid, bleef hoogsensitiviteit rechtstreeks samenhangen met sensorische overprikkeling. Hoogsensitiviteit is dus niet eenvoudigweg ‘angst in een ander jasje’. Het intensiever opmerken en verwerken van prikkels lijkt op zichzelf relevant te blijven.

Samen verklaarden hoogsensitiviteit en angstgevoeligheid vijftien procent van de verschillen in sensorische overprikkeling. Dat is betekenisvol, maar toont ook dat andere factoren belangrijk zijn. Denk aan de inrichting van de werkplek, het aantal onderbrekingen, de hoeveelheid sociale interactie en de mogelijkheden om tussendoor te herstellen.

Ook het beroep speelt mee

Sommige jobs vragen bijna voortdurend waakzaamheid. Leerkrachten, verpleegkundigen en politieagenten moeten bijvoorbeeld veel signalen tegelijk volgen en snel reageren wanneer er iets verandert.

Daarom controleerde ik of het gevonden verband alleen te verklaren was doordat bepaalde deelnemers zo’n alertheidsberoep uitoefenden. Werknemers in die beroepen rapporteerden inderdaad meer sensorische overprikkeling. Toch bleven de verbanden tussen hoogsensitiviteit, angstgevoeligheid en overprikkeling overeind. De aard van het beroep is dus belangrijk, maar verklaart de individuele verschillen niet volledig.

Geen glazen stolp, wel een werkbare omgeving

De oplossing is niet om hoogsensitieve werknemers onder een spreekwoordelijke glazen stolp te plaatsen. Werkgevers kunnen wel bewuster kijken naar concrete prikkelbronnen. Slechte akoestiek, fel licht, voortdurende onderbrekingen en een gebrek aan rustige werkplekken zijn geen loutere details wanneer ze dagelijks energie vragen.

Dat betekent niet dat ieder kantoor muisstil moet worden. Keuzevrijheid kan al een verschil maken: afwisselen tussen gezamenlijke en rustige werkruimtes, controle over verlichting, duidelijke afspraken over onderbrekingen en voldoende herstelmomenten. Mijn onderzoek testte zulke maatregelen niet afzonderlijk, maar wijst wel aan waar organisaties naast de klassieke werkdruk naar kunnen kijken.

Tegelijk moeten de resultaten voorzichtig worden geïnterpreteerd. De gegevens werden op één moment verzameld en zijn gebaseerd op zelfrapportage. Daardoor kan ik spreken over samenhang, maar niet bewijzen dat hoogsensitiviteit of angstgevoeligheid overprikkeling veroorzaakt. Verder onderzoek moet werknemers gedurende langere tijd volgen en ook concrete kenmerken zoals geluidsniveau, visuele drukte en onderbrekingen meten.

Een goede werkplek hoeft niet volledig prikkelvrij te zijn. Ze moet wel erkennen dat niet ieder brein dezelfde hoeveelheid achtergrondruis als ‘achtergrond’ ervaart.

Bibliografie

Zie hoofdstuk 7: referentielijst 

Download scriptie (817.6 KB)
Universiteit of Hogeschool
Universiteit Gent
Thesis jaar
2026
Promotor(en) en begeleiders
Prof. dr. Peter Vlerck, Prof. dr. Bert Weijters en Kato Colombet