Verpleegkundige benadering van zelfverwondend gedrag bij adolescenten

Nele Geudens
Het optimaliseren van de verpleegkundige benadering van zelfverwondend gedrag bij adolescenten. Preventieve interventies voor verpleegkundigen en een wetenschappelijke benadering van wondzorg ten gevolge van zelfverwonding.

"Ik goot ontstopper in mijn nek om met de spanning om te kunnen gaan".

"Ik goot ontstopper in mijn nek om met de spanning om te kunnen gaan".

Hanne is een 18 jarig meisje dat in een psychiatrische instelling verblijft. Ze heeft moeilijkheden op school, een laag zelfbeeld, is depressief en denkt er vaak aan om zelfmoord te plegen. Ze heeft nooit geleerd met spanning om te kunnen gaan. In een poging om de spanning te verminderen, doet ze aan zelfverwonding. Zichzelf snijden helpt om de pijn die ze voelt draaglijk te maken. De dag dat haar hondje stierf door een aanrijding, goot ze ontstopper in haar nek om de pijn die ze voelde te stoppen. De verpleegkundigen van de afdeling stonden machteloos, hoe kunnen ze Hanne helpen om met zelfverwonding te stoppen?

image 373

 

Nog niet aan de nieuwe patatjes

“Daar zijn we nog niet mee aan de nieuwe patatjes”. Het is wellicht een uitspraak die je al eens gehoord hebt. Het is een zin die ouderen uitspreken om aan te tonen dat een jongere zich nog niet volwassen genoeg gedraagt of wel eens iets mispeutert. Maar wat als die jongere het mes om die nieuwe patatjes te snijden, gebruikt om zichzelf te snijden? Dan zijn we helemaal nog niet aan die nieuwe patatten. Integendeel zelfs, dan zitten we in de puree. Want hoe ga je daar in godsnaam mee om?

Hanne is niet alleen. Zelfverwonding komt vaak voor bij jongeren met psychische problemen.  Het is gedrag waarbij de jongere zichzelf gaat verwonden, zonder dat het daarbij de bedoeling is om zelfmoord te plegen. Wanneer je hiermee te maken krijgt wil je hulp, in een psychiatrisch ziekenhuis bijvoorbeeld. Maar wat kunnen verpleegkundigen doen? In het verhaal van Hanne lezen we dat ze machteloos stonden. Wat dan?

image 372

 

Werk voor verpleegkundigen

Dankzij Rode Neuzen Dag worden we elk jaar bewust gemaakt van psychische problemen bij jongeren. In de media delen jongeren dapper hun verhaal. Hebt u zich al eens afgevraagd wie er achter de schermen met deze jongeren werkt? En hoe doen ze dit? Ik stel u graag de verpleegkundige voor!

Verpleegkundigen zijn sterk betrokken tijdens de behandeling van jongeren met psychische problemen. Zij zijn hulpverleners die een verschil kunnen maken in het leven van de jongere. En laat dat nu net de focus zijn van deze scriptie! Door middel van literatuuronderzoek geeft deze bachelorproef weer hoe verpleegkundigen zelfverwondend gedrag bij jongeren kunnen voorkomen. Wanneer verpleegkundigen bijvoorbeeld een vragenlijst afnemen bij de jongere over zelfverwondend gedrag, neemt het gedrag met 40 % af! Verpleegkundigen machteloos?? Ik dacht het niet!

 

Hoe zit het met de wondzorg?

Het verhaal van Hanne is slechts een van de vele verhalen over jongeren die zichzelf verwonden. Zelfverwonding kan op verschillende manieren gebeuren; zichzelf krabben, verbranden, snijden of slagen, het kan allemaal. Al deze manieren hebben echter iets gemeenschappelijk, ze laten allemaal een wonde achter. Een wonde die verzorgd moet worden door verpleegkundigen. Deze verzorging vraagt een gespecialiseerde aanpak. Het zijn immers wonden die een verhaal vertellen, die de pijn laten zien die de jongere gevoeld heeft tijdens een moeilijk moment. Deze wonde is niet opgelost met een simpele pleister, verpleegkundigen moeten luisteren naar het verhaal achter de wonde.

Onderzoek heeft uitgewezen dat verpleegkundigen jongeren moeten leren om zelf hun wonden te verzorgen. Ze leren op deze manier zelf voor hun lichaam te zorgen, wat zal leidden tot een afname van zelfverwondend gedrag. De verpleegkundige moet de familie bij de wondzorg betrekken en hen inlichten wanneer de jongere aan zelfverwonding heeft gedaan. Sociale steun van vrienden en familie zal zelfverwonding ook doen afnemen.

Hoe zit het dan met littekens? Littekens zijn blijvend aanwezig en kunnen de jongere doen herinneren aan een moeilijk moment dat ze hebben doorgemaakt. Ook op dit gebied hebben de verpleegkundigen werk. Ze moeten de jongeren informeren over de behandeling van littekens maar ook met de acceptatie ervan. Zoals het meisje dat dit jaar meedoet met de Miss Elegance verkiezing. Ze accepteert haar littekens en is mooi zoals ze is. Ze praat moedig over haar verleden en is een prachtig voorbeeld voor jongeren met psychische problemen.

 

image 371

 

Verpleegkundigen of superhelden?

Verpleegkundigen dragen dus veel verantwoordelijkheid, ze moeten veel kunnen om zelfverwonding aan te pakken. Ze doen dit met 1 doel: mensen helpen. Op deze manier kunnen ze vergeleken worden met superhelden. Batman en Robin willen ook maar gewoon mensen helpen. Verpleegkundigen hebben echter de steun van de wetenschap. Zo zegt die dat zelfverwonding zal afnemen wanneer de verpleegkundige een vertrouwensband met de jongere opbouwt. Ook een gesprek is een krachtig hulpmiddel om zelfverwonding te doen afnemen. De verpleegkundige bekijkt samen met de jongere de redenen achter de zelfverwonding en praat over de gebeurtenis. Zelfverwonding zal ook afnemen wanneer de verpleegkundige en de jongere samen naar andere manieren zoeken om met spanning om te gaan zoals wandelen, een gesprek of een serie kijken.

Ook de jongere kan aan de slag met opdrachten. Zo is het helpend om de voor en nadelen van zelfverwonding te bespreken. Jongeren kunnen ook een “hope box” maken. Dit is een doos met persoonlijke spullen zoals een knuffel, foto’s, parfum of een boek. Het bekijken van die spullen geeft hoop aan de jongere tijdens moeilijke momenten. De drang om zichzelf te verwonden zal hierdoor afnemen.

image 370

 

Batman en Robin vechten met hun handen, verpleegkundigen hebben hun hoofd als wapen. Deze bachelorproef heeft het wapen van de verpleegkundige sterker gemaakt. De resultaten van het literatuuronderzoek zijn gebundeld in een kaft voor verpleegkundigen. De kaft zit vol opdrachten en tips die gebruikt kunnen worden om zelfverwonding te voorkomen. Ook de werkwijze rond de wondzorg is in een praktische handleiding gegoten. Take that Batman en Robin, want jullie hebben geen kaft!  Verpleegkundigen hoeven dus helemaal niet machteloos te staan tegenover zelfverwondend gedrag. Integendeel zelfs, samen met de jongere, hun familie en de wetenschap staan ze sterk!

Sterk zijn ook de woorden van een jongere die op een afdeling verbleef waar er reeds met de kaft gewerkt is. “Jullie zijn de eerste waarbij ik me altijd begrepen voelde nadat ik mezelf had gesneden. Bedankt, jullie zitten allemaal in mijn hope box”.

Bibliografie

Andreasson, K., Krogh, J., Bech, P., Frandsen, H., Buus, N., Stanley, B., . . . Erlangsen, A. (2017). MYPLAN –mobile phone application to manage crisis of persons at risk of suïcide: study protocol for a randomized controlled trial. Andreasson et al. Trials, 1-7.

Beckman, K. M.-R. (2018). Method of self-harm in adolescents and young adultsand risk of subsequent suÏcide. The journal of child and psychology and psychiatry, 2-9.

Benbow, M., & Deacon, M. (2011). Helping people who self-harm to care for their wounds. Mental Health practice, 28-31.

Brickell, M. C., & Jellinek, S. M. (2014). Self-injury: Why teens do it, how to help. contemporarypediatrics.com, 24-27.

Bryon, E., Van Bos, L., & Wilbers, E. (2018-2019). YG0767-Evidence Based Nursing 2. Acco.

Burton, M. ( 2014). Self-harm: working with vulnerable adolescents. Practice Nursing, 245-251.

Buser, J. T., & Buser, K. J. (2013). The HIRE Model: A Tool for the Informal Assessment of Nonsuicidal Self-Injury. Journal of Mental Health Counseling, 262-281.

Buser, J. T., Pitchko, A., & Buser, K. J. (2014). Naturalistic Recovery From Nonsuicidal Self-Injury: A Phenomenological Inquiry. Journal of Counseling & Development, 438-446.

Donohue, W., Benuto, L., & Woodward Tolle, L. (2013). Handbook of Adolescent Health Psychology. New York: Springer Science+Business Media.

Doyle, L. (2018). Attitudes toward adolescent self-harm and its prevention: The views of those who self-harm and their peers. Wiley, 142-148.

Garisch, A. J., Wilson, S. M., O’Connell, A., & Robinson, K. (2017). Overview of assessment and treatment of nonsuicidal self-injury among adolescents. New Zealand Journal of Psychology, 98-105.

Gonzales, A. H., & Bergstrom, L. (2013). Adolescent Non-Suicidal Self-Injury (NSSI) Interventions. Journal of Child and Adolescent Psychiatric Nursing, 124-130.

Grol, M., & Kool, N. (2019). Achter de littekens. Hulpverlenen bij zelfbeschadiging. Amsterdam: SWP.

Guerreiro, D., Figueira, M. L., Cruz, D., & Sampaio, D. (2015). Coping strategies in adolescents who self-harm: A community sample study. Crisis: The Journal of Crisis Intervention and Suïcide Prevention, 31-37.

Gullotta, T., Plant, R., & Evans, M. (2015). Handbook of Adolescent behavioral problems. New York: Springer Science+Business Media.

Ho, W., Jones, D. C., & Anderson, W. (2018). Deliberate self-harm scars: Review of the current literature. JPRAS Open, 109-116.

Kapur, N., Steeg, S., Webb, R., Haigh, M., Bergen, H., Hawton, K., . . . Cooper, J. (2013). Does Clinical Management Improve Outcomes following Self-Harm? Results from the Multicentre Study of SelfHarm in England. Plos 1, 1-7.

Karman, P., Kool, N., Poslawsky, E., & Van Meijel, B. (2015). Nurses’ attitudes towards self-harm: a literature review. Journal of Psychiatric and Mental Health Nursing, 65-75.

Kiekens, G., Bruffaerts, R., Mortier, P., Demyttenaere, K., & Laurence, C. (2015). Zelfverwondend gedrag bij adolescenten. Neuron Vol 20-Nr 10, 1-4.

Ougrin, D., Tranah, T., Leigh, E., Taylor, L., & Rosenbaum, A. J. (2012). Practitioner Review: Self-harm in adolescents. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 337–350.

Ousey, C., & Ousey, K. (2012). Management of self-harm wounds. Nursing Standard, 58-66.

Pauwels, K., Aerts, S., Muijzers, E., De Jaegere, E., Van Heeringen, K., & Portzky, G. (2017). BackUp: Development and evaluation of a smart-phone application for coping with suicidal crises. PLOS One, 1-16.

Plener, P. P., Brunner, R., Fegert, M. J., Groschwitz, C. R., In‑Albon, T., Kaess, M., . . . Becker, K. (2016). Treating nonsuicidal self-injury (NSSI) in adolescents: consensus based German guidelines. Child and Adolescent Psychiatry and Mental Health, 1-9.

Rissanen, M.-L., Kylma, J., Hintikka, J., Honkalampi, K., & Tolmunen, T. E. (2013). Factors helping adolescents to stop self-cutting: descriptions of 347. Journal of clinical nursing, 2011–2019.

Shapiro, E. L. (2016). Hoe krijg ik grip op zelfbeschadiging? Een hulpboek voor jongeren. Amsterdam: Uitgeverij SWP.

Timson, D. P.-C. (2012). Adolescents who self-harm: proffessional staff knowledge, attidudes and training needs. Journal of Adolescence , 1307–1314.

Washburn, J. J., Richardt, L. S., Styer, M. D., Gebhardt, M., Juzwin, K. R., Yourek, A., & Aldridge, D. (2012). Psychotherapeutic approaches to non-suicidal self-injury in adolescents. Child & Adolescent Psychiatry & Mental Health, 2-8.

 

Universiteit of Hogeschool
Brugopleiding bachelor in de verpleegkunde
Publicatiejaar
2019
Promotor(en)
Wendy De Vaal
Kernwoorden
Share this on: