Het kinderboek en de avant-garde: Status quaestionis

Jasmine Lemmens
Deze masterproef wil het bestaande onderzoek op het domein van avant-garde kinderliteratuur in kaart brengen. Daarbij wordt onder meer gekeken naar het kindbeeld in de avant-garde, voorlopers en invloeden, kenmerken van avant-garde kinderboeken en internationale beïnvloedingen en bewegingen.

Het kinderboek en de avant-garde: de zoektocht naar een nieuwe stem

Er was eens een haas, die de hoek om liep ook als er geen hoek was. Een haas die eigenlijk geen haas was, maar een varkentje. Een varkentje? Een nijlpaard. Of eigenlijk geen nijlpaard, maar een stoomboot. Zo ongeveer gaat Die Geschichte vom Hasen  (Het verhaal van de haas, 1934) van Kurt schwitters… al is er misschien wel helemaal geen verhaal.

Op zoek naar een nieuwe kunst

Kurt Schwitters’ verhaal over de haas doet waarschijnlijk de wenkbrauwen fronsen, en dat is op zich niet verwonderlijk. Het kinderverhaal kwam tot stand in de (historische) avant-garde, een verzamelnaam voor tal van kunstgroepen die rond het begin van de 20e eeuw op zoek gingen naar een nieuwe kunst. Avant-gardisten verzetten zich tegen de rigide regels die gedicteerd werden aan de academie en tegen oude, vastgeroeste burgerlijke conventies. De afbraak van vroegere betekenissystemen en de zoektocht naar nieuwe alternatieven leidde in veel gevallen tot radicaal experiment, zowel op vormelijk als inhoudelijk vlak.

Kurt Schwitters behoort tot de bekendst gebleven namen van de avant-garde. Toch zal Het verhaal van de haas vermoedelijk bij slechts weinigen een belletje doen rinkelen. Wie Schwitters kent, kent hem wellicht niet omwille van zijn werk voor kinderen. Hetzelfde geldt voor andere bekende namen uit de periode. De vraag of er zoiets als avant-garde literatuur voor kinderen kan hebben bestaan, wordt doorgaans zelfs niet gesteld. Toch hebben vele avant-gardisten aan kinderboeken (mee)gewerkt.

Tussen oud en nieuw, onschuld en geweld

Om het fenomeen van het avant-garde kinderboek te kunnen begrijpen, is het eerst nodig een beter begrip te krijgen van het beeld van het kind in de avant-garde. De band tussen het kind en de avant-garde was sterk, maar tegelijk erg complex en veelzijdig. Voor een nieuwe kunst als de avant-garde, leende het kind zich uitstekend als metafoor. De avant-garde was immers jong, jeugdig en dynamisch, en een “hergeboorte” van de kunst. De nieuwe kunst moest opnieuw leren stappen en opnieuw leren kijken met een kinderlijke blik, nog onbezoedeld door opvoeding en gewoonte. Bij de avant-garde bewondering voor het kind hoorden tal van kinderlijke associaties, waaronder oorspronkelijkheid, irrationaliteit en naïviteit. Daarnaast werd het kind evenwel ook geassocieerd met het nieuwe, dynamische, speelse en zelfs gewelddadige. Daarmee lijkt het kind van de avant-garde duaal en complex. Het draagt in zich zowel het nieuwe als het oude, en zowel onschuld als geweld. Ook de metafoor van het spel van afbraak en opbouw wekte de interesse van avant-gardisten. Net als bij het blokkenspel van een kind, wilde de avant-garde de oude wereld eerst afbreken, om vervolgens vanaf nul weer een nieuwe wereld op te kunnen bouwen. Bovendien is het kind de volwassene van morgen, en daarmee drager van de toekomst. Voor wie een nieuwe wereld wil opbouwen, is het dan ook logisch bij het kind te beginnen.

In de avant-garde kunst zelf tonen zich eveneens parallellen met het kind. De terugkeer naar een basis van simpele (geometrische) vormen, vlakke kleurvakken en tweedimensionaal perspectief doen aan het kind denken, net als de voorliefde voor spel en irrationaliteit. Ook de avant-garde klankdichten (gedichten bestaande uit louter klanken of onbestaande woorden) tonen verwantschap met de brabbeltaal van het jonge kind.

Bij verscheidene avant-gardisten uitte de interesse voor het kind zich in de daadwerkelijke productie van literatuur voor kinderen. In die boeken werden de ‘kinderlijke’ technieken van de avant-garde ingezet voor een publiek van kinderen. Andere typische avant-garde kenmerken, zoals de vermenging van kunstvormen en de sterke samenhang van beeld en tekst, zijn eveneens terug te vinden in avant-garde kinderliteratuur. Zo verschijnen in de jaren ’20 en ’30 verschillende typografische experimenten voor kinderen, met Pro dva kvdadrata  (Van twee kwadraten, El Lissitzky) en Die Scheuche (De vogelverschrikker, Kurt Schwitters, Käte Steinitzen en Theo Van doesburg) als meest radicale voorbeelden.

El Lissitzky, Pro Dva Kvadrata (Van twee kwadraten, 1922)

El Lissitzky, Pro Dva Kvadrata (Van twee kwadraten, 1922).

 

Die Scheuche (De vogelverschrikker, 1925). Kurt Schwitters, Käte Steinitzen en Theo Van doesburg)

Kurt Schwitters, Käte Steinitzen en Theo Van doesburg, Die Scheuche (De vogelverschrikker, 1925). 

 

Het kind als lezer of constructie?

Bij de avant-garde ideeën over het kind vallen heel wat bedenkingen te maken. Geen bestaand kind lijkt immers op de bevreemdende, kunstmatige en geïdealiseerde constructie die de avant-garde ervan gemaakt heeft. Het kind van de avant-garde kan dan ook op de eerste plaats gezien worden als een projectie van de eigen ideeën van de avant-gardist over kunst en maatschappij, en als een ideaalbeeld dat die ideeën moet legitimeren. Daarbij wordt het “irrationele”, “ongecultiveerde” kind bewust afgezet tegen de burgerlijke, “volwassen” maatschappij. Ondanks die problematische aspecten, is het de verdienste van de avant-garde dat ze een ongezien grote interesse toonde in de eigen belevingswereld van het kind. Waar het werk van tijdgenoten vaak nog sterk gekenmerkt werd door moralisme, kozen avant-gardisten voluit de kaart van spel en creativiteit.

Hoewel goede verkoopcijfers niet uitgesloten waren (met name in de Russische kinderliteratuur hadden avant-garde invloeden succes), bleven veel van de experimenten voor kinderen eerder marginaal. Sommige boekjes zullen misschien meer door gelijkgestemde avant-gardisten dan door kinderen gelezen zijn. Toch schoten avant-gardisten daarmee niet helemaal hun doel voorbij. Het publiek dat zij voor ogen hadden waren niet enkel kinderen, maar ook “geïnfantiliseerde” volwassenen: volwassenen die opnieuw trachten te denken en te kijken als het kind. Daarmee zijn veel avant-garde kinderboeken ook vroege voorbeelden van wat vandaag “crossover” (kinder)literatuur kan worden genoemd: boeken die zich richten op zowel kinderen als volwassenen.

De totstandkoming van het moderne kinderboek

Al bij al is de verspreiding van avant-garde kinderboeken beperkt gebleven. Toch hebben ze met hun nadruk op spel en creativiteit tot op vandaag de dag hun stempel gedrukt op de kinderliteratuur. Avant-garde kunstenaars brachten nieuwe thema’s en nooit eerder gezien vormelijk experiment kinderboeken binnen. Daarmee vergrootten ze voorgoed de mogelijkheden en reikwijdte van de kinderliteratuur.

 

Bibliografie

Primaire literatuur

Andersen, Hans Christian. Per Svinaherde: Saga. Geïllustreerd door Einar Nerman, Stockholm, Norstedt, 1912.

Andersen, Hans Christian. The Emperor’s New Clothes. Geïllustreerd door Sylvia Gee. Figuren en scenes door Hugh Gee. Kleurenfotografie door Zoltan Wegner. Glasgow, Collins, 1945.

Bagnold, Enid. Alice and Thomas and Jane. Illustraties door de auteur en Laurian Jones. London, William Heinemann, 1930.

Bortnyik, Sándor. Potty és Pötty, kalandos utazása. Boedapest, Ifjuság kiadása, n.d.

Böer, Friedrich. Drei Jungen erforschen eine Stadt. Baden-Baden, Stuffer, 1933.

Brecht, Bertolt. Die drei Soldaten: ein kinderbuch. Geïllustreerd door Georg Grosz, G., Kiepenheuer, 1932.

De Bosschère, Jean. The City Curious. Londen, W. Heinemann, 1920.

De Bosschère, Jean. Weird Islands. Londen, Chapman and Hall, 1921.

Deharme, Lise. Il était une petite pie. Geïllustreerd door Juan Miró, Parijs, Edition Jeanne Bucher, 1928.

Deharme, Lise. Le Cœur de Pic. Geïllustreerd door Claude Cahun, Parijs, José Corti, 1937.

Franke, S. Gouden Vlinders. Geïllustreerd door Lou Loeber, Blaricum, De Waelburgh, 1927.

Gelsted, Otto. Kai og Anne i den store By. Geïllustreerd door Karen Lis Jacobsen, Kopenhagen, Levin & Munksgaard, 1933.

Greene, Graham. The Little Train. Geïllustreerd door Dorothy Craigie, Londen, Eyre and Spottiswoode, 1946.

Gregersen, Torben. Pers første Bog. Geïllustreerd door Karen Lis Jacobsen, Kopenhagen, Haase, 1943.

Klara. 7 Jolly Days. Londen, William Collins, 1942.

Kirk, Hans. Jørgens Hjul. En moderne Billedbog for Børn. Geïllustreerd door Arne

Ungermann & Edvard Heiberg, Kopenhagen, Monde, 1932.

Kipling, Rudyard. Elfandel. Geïllustreerd door El Lissitzky, Berlijn, Shveln, 1922a.

Kipling, Rudyard. Slonenok. Vertaald door Kornei Chukovsky en geïllustreerd door Vladimir

Lebedev, Petrograd, Epokh, 1922b.

Kroetsjonych, A. & V., Zina. Porosiata. Geïllustreerd door Kazimir Malevitsj, SintPetersburg, EUY, 1913.

Kroetsjonych, Aleksej (ed.). Sobstvennye razskazy i risunki detei. Sint-Petersburg, EUY, 1914.

Lebedev, Vladimir. Prikliucheniia Chuch-lo. Petrograd, Epokha, 1922.

Lebedev, Vladimir. Zolotoe iaichko. Petrograd, Mysl, 1923.

Legrand, Édy. Macao et Cosmage ou L’expérience du bonheur. Parijs, NRF, 1919.

Lewitt-Him. The Football’s Revolt. London, Country Life, 1939.

Lissitzky, El. Pro 2 kvadrata: suprematicheskii skaz v 6i postroikakh. Berlin, Skify, 1922.

Lissitzky, El. Chetyre Arifmeticheskikh Deistviya, 1928. (Gepubliceerd in 1984 door Galerie Gmurzynska, Cologne).

Majakovski, Vladimir. “Skazka o krasnoi shapochke.” In Vladimir Mayakovsky. Dlia golosa. Geïllustreerd door El Lissitsky, Berlijn, R.S.F.S.P. GIZ, 1923. 

Majakovski, Vladimir. Eta knizhechka moia pro moria i pro maiak. Geïllustreerd door Boris Pokrovsky, Moskou, Molodaia gvardiia, 1927.

Majakovski, Vladimir. Chto ni stranitsa, to slon to l’vitsa. Geïllustreerd door Kirill Zdanevich, Tiflis, Zakkniga, 1928.

Mandelstam, Osip. Dva Tramvaia: Klik i Tram. Geïllustreerd door Boris Ender, Leningrad, Gosudarstvennoe izdatel’stvo, 1925.

Nerman, Einar. Kråkdrömmen. Stockholm, Ljus, 1911.

Nerman, Einar. Den lustiga a-b-c-boken. Stockholm, Ernst Frick & Co, 1920.

Nerman, Einar. Riddaren Finn Komfusenfej: bilderbok. Stockholm, Svensk läraretidning, 1923.

Parain, Nathalie. Ronds et carrés. Albums du Père Castor. Parijs, Flammarion, 1932.

Saunders, Edith. Fanny Penquite. Oxford, OUP, 1932.

Scherfig, Hans. Hvad lærer vi i Skolen?. Kopenhagen, Monde, 1933.

Schwitters, Kurt, Steinitz, Käte & van Doesburg, Theo. Die Scheuche Märchen. Hannover, Aposs Verlag, 1925.

Schwitters, Kurt. Het verhaal van de haas. Vertaald door Els van Eeden, Querido, 2001. (Die Geschichte vom Hasen werd door Schwitters oorspronkelijk geschreven rond 1934).

Severn, David. Hermit in the Hills. Geïllustreerd door Joan Kiddell-Monroe, Londen, John Lane, The Bodley Head, 1945.

Shklovsky, Viktor. Skazka o teniakh. Geïllustreerd door Tatyana Lebedeva, Moskou, Molodaia gvardiia, 1931.

Secundaire literatuur

Atzmon, Leslie, “The Scarecrow Fairytale: A Collaboration of Theo Van Doesburg and Kurt Schwitters”, Design Issues, 12 (1996), pp. 14–34, https://doi.org/10.2307/1511700

Bru, Sascha. The European Avant-Gardes, 1905-1935. A portable guide. Edinburgh University Press Ltd, 2018.

De Bodt, Saskia. “Gelijke tred met de beeldende kunst. Prentenboeken 1900-1945”. Literatuur zonder leeftijd, vol. 8, no. 64, 2004, pp. 37-47. Dbnl, www.dbnl.org/tekst/_lit004200401_01/_lit004200401_01_0023.php

De Bodt, Saskia. De Verbeelders: Nederlandse Boekillustratie in De Twintigste Eeuw. Vantilt, 2014.

Druker, Elina en Bettina Kümmerling-Meibauer, redacteurs. Children’s Literature and the Avant-Garde. John Benjamins Publishing Company, 2015.

Albert, Samuel. “Sándor Bortnyik and an Interwar Hungarian Children’s Book.” Druker en Kümmerling-Meibauer, pp. 65–88.

Beckett, Sandra L. “Manifestations of the Avant-Garde and Its Legacy in French Children’s Literature.” Druker en Kümmerling-Meibauer, pp. 215–40.

Christensen, Nina. “Rupture. Ideological, Aesthetic, and Educational Transformations in Danish Picturebooks around 1933.” Druker en Kümmerling-Meibauer, pp. 171–88.

Druker, Elina, en Bettina Kümmerling-Meibauer. “Introduction”. Druker en KümmerlingMeibauer, pp. 1–16.

Druker, Elina. “Einar Nerman - From the Picturebook Page to the Avant-Garde Stage.”Druker en Kümmerling-Meibauer, pp. 45–64.

Nel, Philip. “Surrealism for children. Paradoxes and possibilities.” Druker en KümmerlingMeibauer, pp. 267-283.

Olson, Marilynn Strasser. “John Ruskin and the Mutual Influences of Children’s Literature and the Avant-Garde.” Druker en Kümmerling-Meibauer, pp. 17–44.

Reynolds, Kimberley. “The Forgotten History of Avant-Garde Publishing for Children in Early Twentieth-Century Britain.” Druker en Kümmerling-Meibauer, pp. 89–110.

Steiner, Evgeny. “Mirror images. On Soviet-Western reflections in children’s books of the 1920s and 1930s.” Druker en Kümmerling-Meibauer, pp. 190-213.

Stommels, Serge-Aljosja en Albert Lemmens. “The 1929 Amsterdam Exhibition of Early Soviet Children’s Picturebooks.” Druker en Kümmerling-Meibauer, pp. 137–70.

Weld, Sara Pankenier. “The Square as Regal Infant.” Druker en Kümmerling-Meibauer, pp. 111–36.

Higonnet, Margaret R. “Modernism and Childhood: Violence and Renovation.” The Comparatist; Chapel Hill, vol. 33, mei 2009, pp. 86–108.

Hunt, Peter. Criticism, Theory, and Children's Literature. Blackwell, 1991.

Kümmerling-Meibauer, Bettina. “Childhood and Modernist Art.” Libri & Liberi: Časopis ZaIstraživanje Dječje Književnosti i Kulture, no. 01, 2013, pp. 11–28, www.ceeol.com/search/article-detail?id=87814.

Kümmerling-Meibauer, Bettina. "Childhood and the Discourse about Primitivism: The Impact of the Negritude Movement on Avant-garde Children’s Literature." The Child Savage. 1890-2010. From Comics to Games, Geredigeerd door Elisabeth Wesseling, Routledge, 2016, 103-117.

Kümmerling-Meibauer, Bettina. "Canon and German Avant-Garde children's literature of the 1920s and 1930s: A paradoxical relationship." Canon Constitution and Canon Change inChildren's Literature, Geredigeerd door Bettina Kümmerling-Meibauer en Anja Müller, NewYork NY: Routledge, 2017, pp. 119-140.

Martens, Carlos. “Over de zielenmoorden in de school… Het ontstaan van de NieuweSchoolbeweging.” De katholieke schoolgids, vol. 63, no. 4, 2009, www.interactum.be/web/wp-content/uploads/4_2-nieuwe-schoolbeweging.pdf. Geraadpleegd op 25 mei 2019.

Lemmens, Josef Albert Marie en Serge-Aljosja Stommels. Russian Artists and the Children’s Book 1890-1992. LS, 2009.

Oberhuber, Andrea. “The Surrealist Book as a Cross-Border Space: The Experimentations of Lise Deharme and Gisèle Prassinos.” Image and Narrative : Online Magazine of the VisualNarrative, vol. 12, no. 3, 2011, pp. 81–97.

Olson, Marilynn Strasser. Children’s culture and the avant-garde: Painting in Paris, 1890- 1915. Routledge, 2013.

Op de Beeck, Nathalie. Suspended animation: children's picture books and the fairy tale of modernity. University Of Minnesota Press, 2010.

Railing, Patricia. More about Two Squares. MIT press, 1991.

Rust, Martha. “Stop the World, I Want to Get off! Identity and Circularity in Gertrude Stein's The World Is Round.” Style, vol. 30, no. 1, 1996, pp. 130-142.

Steiner, Evgeny. Stories for little comrades. University of Washington Press, 1999.

Van Coillie, Jan. Leesbeesten en Boekenfeesten: Hoe werken (met) kinder- en Jeugdboeken?. Davidsfonds/Infodok, 2007.

Watts, Linda. “Twice upon a Time: Back Talk, Spinsters, and Re-Verse-Als in Gertrude Stein's The World Is Round (1939).” Women and Language, vol. 16, no. 1, 1993, pp. 53.

Weld, Sara Pankenier. Voiceless vanguard: The Infantilist Aesthetic of the Russian AvantGarde. Northwestern University Press, 2014.

Weld, Sara Pankenier. An Ecology of the Russian Avant-Garde Picturebook. John Benjamins Publishing Company, 2018.

Westman, Karin. “Children's Literature and Modernism: The Space Between.” Children's Literature Association Quarterly, vol. 32, no. 4, 2007, pp. 283–286.

Zipes, Jack en Irvine Peacock. Lucky Hans and Other Merz Fairy Tales. Princeton University Press, 2009.

Universiteit of Hogeschool
Master in de westerse literatuur
Publicatiejaar
2019
Promotor(en)
prof. dr. Sascha Bru
Kernwoorden
Share this on: