Belonging als universeel ontwerp: het fundament voor de diverse school

Sofie Smets
Belonging als universeel ontwerp: het fundament voor een diverse school

De oplossing voor alle problemen in ons onderwijs is verrassend eenvoudig

De oplossing voor alle problemen in ons onderwijs is verrassend eenvoudig 

 

Weet jij hoeveel keer het woord ‘kennis’ in het nieuwe Vlaamse regeerakkoord staat onder het hoofdstuk ‘onderwijs’? Net geen twee dozijn keer.  Weet jij ook hoeveel één dozijn is?  Natuurlijk, mevrouw, dat heb ik op school geleerd. Zie je wel, kennismoet je hebben!

 

Er is geen heter hangijzer dan onderwijsin tijden van politieke strijd, zeker nu uit internationaal vergelijkend onderzoek blijkt dat de kwaliteit van het onderwijs in Vlaanderen er fors op achteruit is gegaan sinds 2003. De discussie over de ‘lat’ die te hoog of te laag ligt, laait hierdoor weer fel op en er ontstaat in de marge ook een debat over de pedagogische aanpak en de zogenaamde ‘randfactoren’ om tot leren te komen, zoals welbevinden, motivatie en zich verbonden voelen.  Voor zij die vooral heil zien in een absolute focus op kennis, bestempelen deze pedagogische aanpak wel eens laatdunkend als ‘pretpedagogiek’. 

 

Belonging 

 

Naar wat sommigen ‘pretpedagogiek’ noemen, is echter al heel wat onderzoek gedaan.  Sinds 2013 wordt naast kennisook belonginggemeten in internationaal onderwijsonderzoek.

Belonging  en sense of belongingzijn termen uit het Engels die in het Nederlands nog het best vertaald kunnen worden als ‘verbinding’ en ‘een gevoel van verbondenheid’.  Concreet is het de mate waarin een leerling zich aanvaard, gerespecteerd, deel van het geheel en ondersteund voelt door anderen.  Leerlingen die hoog scoren op belonging, zijn meer gemotiveerd, minder vaak afwezig, ondervinden minder moeilijkheden in de overgang van adolescentie naar volwassenheid, vertonen minder negatief gedrag én halen betere resultaten. Bovendien zijn deze effecten merkbaar bij elke leerling, ongeacht de culturele of socio-economische achtergrond. Het klinkt eenvoudig en logisch, maar hoe zit het met belonging in De Vlaamse School?

 

Onderzoek

 

In een onderzoek uitgevoerd door Sofie Smets, laatstejaarsstudente bachelor PJK- opvoeding en coachingvan de Arteveldehogeschool Gent in het kader van haar bachelorproef , werd gepeld naar het gevoel van belonging van middelbare scholieren.  Hiervoor namen meer dan 800 leerlingen van een Vlaamse middelbare school deel aan een online enquête met 30 vragen, gaande van ‘ik voel me goed op school’ over ‘als ik het moeilijk heb, kan ik bij vrienden terecht’ tot ‘bij conflicten voel ik mij rechtvaardig behandeld’.  Uit de resultaten bleek dat een leerling die aangeeft wel vrienden te hebben, zich tegelijk niet goed op school kan voelen.  Vrienden hebben biedt dus geen zekerheid tot een hoog gevoel van belonging.   Medeleerlingen en vrienden beïnvloeden wel elkaars gedrag, maar gedrag is niet hetzelfde als belonging.  Meer nog, het zijn de leerkrachten die de grootste invloed hebben op het gevoel van belonging.   Een opvallende vaststelling op dat vlak is dat leerlingen die zegden zelden of nooit een compliment te krijgen van de leerkracht, zich vaker onrechtvaardig behandeld voelden dan zij die wel regelmatig een compliment kregen.  Deze vaststelling werd  bevestig door lesobservaties: leerlingen die van de leerkracht tijdens de les regelmatig positief bekrachtigd werden, vertoonden meer werkijver, waren meer gemotiveerd en stelden minder negatief gedrag.  De rol van de leerkracht in het gevoel van belonging van de leerling is dus cruciaal. 

 

Gesprekken met leerkrachten brachten aan het licht dat leerkrachten en leerlingen vooral nood te hebben aan onderwijs dat aangepast is aan de noden van steeds diverser wordende klasgroepen. ‘Het gaat hier niet enkel over de leerlingen met een andere huidskleur of met een migratieachtergrond, of over leerlingen met een zichtbare beperking of een duidelijk aanwezige leer- of gedragsstoornis’, stelt Sofie Smets, ‘het is vanuit dat besef dat ‘diversiteit’ veel breder is dan enkel het zichtbare en gediagnosticeerde anders-zijn, dat de focus moet verlegd worden van  ‘wie zijn de anderen’ naar ‘wat verbindt ons’.  Inzetten op het verbeteren van verbinding tussen alle leerlingen kan hierbij zeer waardevol zijn en heel wat problemen waar het onderwijs nu mee kampt, verlichten.  Denk maar aan schooluitval, autoriteitsproblemen, ontbrekende motivatie…’  

 

Sofie Smets koos voor een niet vanzelfsprekende setting voor haar onderzoek: ‘Het is niet in alle koepels en in alle scholen gangbaar dat er ondersteuning is vanuit medewerkers met mijn opleiding. Ook andersom is het niet gangbaar dat er pedagogisch coaches worden uitgezonden in het onderwijsveld. Toch wilde in met dit onderzoek tonen dat er binnen de scholen nood is aan de visie die wij als pedagogisch coaches hebben op leren en onderwijs en dat wij een welkome aanvulling kunnen zijn op de expertise van leerkrachten en directies.’

 

We nemen het Vlaamse regeerakkoord er opnieuw bij.  Het woord ‘welbevinden’ staat er één keer in. Van de woorden ‘verbinding’ en ‘verbondenheid’ geen spoor.  Dat vond ik via de sneltoetsen ctrl en F.  Op school geleerd!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bibliografie

Allen, K., Kern, M. (2017). School belonging in adolescents. Theory, research and practice.

     SpringerBriefs in School Psychology.Signapore: Springer.

 

Baily, T. (2017). The Impact of Parental Involvement on Student Success: School and Family PartnershipFrom The Perspective of Students. Multicultural perspectives [Disertatie] Kennesaw: Kennesaw State University Departement Educational Leadership.

 

Baumeister, R. F., & Leary, M. R. (1995). The need to belong: desire for interpersonal attachments as a fundamental human motivation.  Psychology Bulletin, 11(3), 497-529.

 

Booker, C. K. (2004). Exploring school belonging and academic achievement in African American adolescents.Curriculum and Teaching Dialogue, 6, 131-143.

 

Boden-Albala, B., Litwak, E., Elkind, M., Rundik, T., & Sacco, R. (2005). Social isolation and outcomes post stroke. Neurology, 64. 1888-1892.

 

Borgonovi, F. (2018). How do the performance and well-being of students with an immigrant background compare across countries? PISA in Focus, 82. OECD: Paris. https://doi.org/10.1787/a9e8c1ab-en

 

Brown, B. (2017). Verlangen naar verbinding. Amsterdam: Bruna.

 

Bruel, M. & Colsen, C. (1998). De geluksfabriek: Over het binden en boeien van mensen in organisaties.Schiedam: Scriptum

 

Cel Ouderbetrokkenheid (z.j.). Ouderbetrokkenheid als basis. Geraadpleegd op 12 mei 2019 viahttp://www.ouderbetrokkenheid.be/sites/default/files/pdf/Instrument%20Participatiehuis%20als%20kijkwijzer.pdf

 

Cueto, S., Guerrero, G., Sugimaru, C., & Zevallos, A. M. (2010). Sense of belonging and transition to high schools in Peru. International journal of educational development, 30(3), 277-287. 

 

Van Damme, J., Bellens, K., Van den Noortgate, W. (2019). Evolutie van de effectiviteit van Belgische en Vlaamse onderwijssystemen.  Geraadpleegd op 19 mei viahttps://www.diekeure.be/nl-be/professional/7883/tijdschrift-voor-onderwijsrecht-en-onderwijsbeleid-torb-jaargang-2017-2018

 

Engels, N., Aelterman, A., Van Petegem, K., & Schepens, A. (2004). Factors which influence the well-being of pupils in Flemish secondary schools. Educational Studies30(2), 127–143.

 

Expoo (z.j.). De pedagogische visie van Malaguzzi.Geraadpleegd op 3 mei 2019 viahttps://www.expoo.be/de-pedagogische-visie-van-loris-malaguzzi

 

Feldman, R. (2012). Ontwikkelingsspsychologie.Amsterdam: Pearson. 

 

Goodenow, C., & Grady, K. E. (1993). The relationship of school belonging and friend’s values to academic motivation among urban adolescent students. Journal of experimental education 62(1), 60-71.

 

Gordon, T. (2015). De Gordon-methode. Luisteren naar kinderen. Van contact naar verbinding binnen het gezin. Utrecht: VBK.

 

Haeck, B. (2019, 1 april). Kwaliteit onderwijs daalt. De Tijd. Geraadpleegd op 1 april 2019 via 

https://www.tijd.be/politiek-economie/belgie/vlaanderen/kwaliteit-vlaams-onderwijs-daalt/10112915.html

 

Handelingsgericht werken [website] (z.j.). Geraadpleegd op 1 maart 2019 via http://www.handelingsgerichtwerken.be/uitgangspunten.php

 

Haslam, S. A., Jetten, J., Postmes, T., & Haslam, C. (2009). Social identity, health and wellbeing: an emerging agenda for applied psychology. Applied Psychology: an international review58, 1-23.

 

Hattie, J. (2009). Visible learning: a synthesis of meta-analyses relating to achievement. London: Routledge.

 

Kampman, L., van der Heijde, H., Bruin, K. (2016). Culturele diversiteit in de klas. Bussum: Coutinho.

Kwaliteit onderwijs daalt fors. (2019, 1 april). De Standaard. Geraadpleegd op 1 april 2019 via 

http://www.standaard.be/cnt/dmf20190401_04294481

 

de Lange, M., Montesano Montessori, N. & Schuman, H. (2016).  Praktijkgericht onderzoek voor reflectieve professionals.Antwerpen-Apeldoorn: Garant.

 

Litosseliti, L. (2003). Using focusgroups in research.Londen: Continuum.

 

Maenhout, L. (2017). Psychisch welzijn bij jongeren. Beschrijvend onderzoek naar belonging binnen peerrelaties en de invloed van interne leerlingenbegeleiding in het secundair onderwijs[Masterproef]. Gent: Universiteit Gent Faculteit psychologie en pedagogische wetenschappen: orthopedagogie.

 

Mello, Z.R., Malien, R.K., Andrem, J.R. & Worrel, F.C. (2012). Stereotype threat and school belonging in adolescents from diverse racial/ethnic backghrounds. Journal of At-Risk Issues, 17(1), 9-14.

 

Migchelbrink (2016). De kern van participatief onderzoek. Geraadpleegd op 1 april via http://pdf.swphost.com/inhoudspdf/850612inhoud.pdf

 

Mol, J. (2012). De giraf en de jakhals in ons. Over geweldloos communiceren. Amsterdam: SWP.

 

Newman, B.M., Newman P.R., Griffen, S., O’Connor, K., & Spas, J. (2007). The relationship of social support to depressive symptoms during the transition to high school. Adolescence, 42(167), 441-459.

 

OESO (2019), Pisa onderzoek. Geraadpleegd op 1 maart 2019 via http://www.oecd.org/pisa/

 

Tiquet, E. (2015). Superdiversiteit zit in ons onderwijs: Interview met Dirk Geldof. Geraadpleegd op 4 mei 2019 viahttp://www.dirkgeldof.be/superdiversiteit_zit_in_ons_onderwijs

 

Tosolt, B. (2010). Gender and race differences in middel school student’s perceptions of caring teacher behaviours. Multicultural perspectives, 12,145-151.

 

Uslu,F., & Gizir, S. (2016). School belonging of adolescents: The role of teacher-student relationships, peer realtionships and family involvement. Educational Sciences: Theory & Practice, 16, 21-40.

 

Vanblaere, B., Tuytens, M. & Devos, G. (2017). Personeelsbeleid in onderwijs: een review van veelvoorkomende HRM-praktijken in scholen. Geraadpleegd op 12 mei 2019 via http://steunpuntsono.be/wp-content/uploads/2018/02/Eindrapport-SONO_2017.OL2_.3_3_beleidssamenvatting.pdf

 

Verenigde Naties (2006).  Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Geraadpleegd op 1 maart 2019 via https://www.gripvzw.be/nl/artikel/65/tekst-vn-verdrag-inzake-de-rechten-van-personen-met-een-handicap

 

Verschoor, W. (z.j.). Kennisplatform integratie en samenleving: Is superdiversiteit supertof?Geraadpleegd op 4 mei 2019 via https://www.kis.nl/blog/superdiversiteit-supertof

 

De Zutter, J. (2017). Een onderzoek naar het schoolse welbevinden van jongeren met een migratieachtergrond in Vlaanderen[Masterproef]. Gent: Universiteit Gent Faculteit psychologie en pedagogische wetenschappen: sociaal werk.

Universiteit of Hogeschool
pedagogie van het jonge kind
Publicatiejaar
2019
Promotor(en)
Kimberley Veya
Kernwoorden
Share this on: