De communicatie van terroristen en terreurorganisaties via internet: Osama@alqaeda.net

Nadia Belkher
Terroristen en internet :
Osama@alqaeda.net
 
Terroristen hebben hun weg gevonden naar het internet. De nieuwe communicatiemiddelen worden volop benut. De meeste terreurgroeperingen hebben een eigen website, verzenden e-mails en zouden gebruik maken van steganografie om boodschappen op een verborgen manier door te geven. Het Federal Bureau of Investigation (FBI) wil in het kader van de oorlog tegen het terrorisme het hele internet kunnen afluisteren.

De communicatie van terroristen en terreurorganisaties via internet: Osama@alqaeda.net

Terroristen en internet :

Osama@alqaeda.net

 

Terroristen hebben hun weg gevonden naar het internet. De nieuwe communicatiemiddelen worden volop benut. De meeste terreurgroeperingen hebben een eigen website, verzenden e-mails en zouden gebruik maken van steganografie om boodschappen op een verborgen manier door te geven. Het Federal Bureau of Investigation (FBI) wil in het kader van de oorlog tegen het terrorisme het hele internet kunnen afluisteren. In België gaat het er rustiger aan toe.

 

Het internet, het medium dat door de Amerikanen tijdens de Koude Oorlog werd uitgevonden, lijkt nu zelf een bedreiging te vormen voor onze veiligheid. Het net biedt verschillende kanalen waarop terroristen of terreurorganisaties informatie kunnen publiceren. Ze kunnen documenten verzenden via e-mail of nieuwsgroepen. Terreurbewegingen kunnen een eigen website maken die ze kunnen vullen met teksten, afbeeldingen, audio- en videofragmenten. De website kan dienen als plaats van samenkomst en als een bron van informatie voor gelijkgezinden of toekomstige leden.

Volgens Information Security Expert, Dorothy E. Denning van de Georgetown University, zouden terroristen het internet meer gebruiken om informatie te verspreiden over hun aanslagen dan om daadwerkelijk aanslagen uit te voeren. Terroristen zouden het net meer gebruiken als propagandamiddel. Dankzij het internet kunnen leden ook acties coördineren, zo kunnen actieplannen via e-mail of websites afgeleverd worden. Een belangrijke reden waarom het internet een perfect communicatiemiddel is voor terroristen ligt in het feit dat iedereen een website kan opzetten en het zich kan veroorloven qua kosten. 

 

MILJOENEN MENSEN

Cyberspace heeft geen grenzen en zo kan een bericht miljoenen mensen bereiken over heel de wereld zonder dat dit een extra kost vormt. Het is ook gemakkelijk om op het netwerk der netwerken in het geheim zaken te doen. Iedereen kan op een eenvoudige manier een anoniem e-mailadres aanmaken.

Richard Reid, de man die ervan wordt verdacht dat hij met een schoenbom een vliegtuig van American Airlines wou oplazen, zou de C4-bom hebben gemaakt volgens een handleiding op het internet. Reid logeerde in ons land en wachtte hier op een nieuw paspoort. Hij haalde zijn recept voor de bom bij café Marrakech.com in Brussel. Kamel Daoudi die opgepakt werd op 25 september 2001 te Leicester in Groot-Brittannië werkte samen met Nizar Trabelsi. Deze laatste werd in België opgepakt en wordt verdacht van plannen voor een aanslag op de Amerikaanse ambassade in Parijs. De 27 jaar oude Daoudi was de informaticus. Hij codeerde boodschappen, verbond mailboxes en e-mailadressen en zorgde voor de informatiedoorstroming van de cel. Dat deed hij vanuit Athis-Mons naast Corbeil-Essonnes in een plaatselijk internetcafé, een geschikte werkplaats.

Volgens de cel Terrorisme van de federale politie hebben terreurbewegingen geen informatici in dienst. “Het is een beetje zoals bij ons. Wij hebben ook geen informaticus op onze dienst maar tussen de vijftien mensen die hier werken, zijn er wel vijf die het internet beter kennen dan de tien anderen. Zo is dat ook bij terroristen. Ze hebben geen informaticus in dienst maar gewoon mensen die zich met bepaalde terreinen bezig houden”, aldus een woordvoerder van de cel Terrorisme, die anoniem wil blijven.

Het FBI heeft na de aanslagen van 11 september de communicatie opgespoord van de negentien vliegtuigkapers. Verschillende kapers gebruikten een internetcafé in Hollywood om toegang te krijgen tot online-ticket websites. Een woordvoerder van Travelocity bevestigde dat twee van de kapers hun website gebruikten om hun vliegtuigtickets te boeken. Meer mocht de woordvoerder niet zeggen over de zaak.

In juni 1998 stelde U.S. News & World Report vast dat twaalf van de dertig groepen die in Amerika op de lijst staan van terroristische organisaties op het internet te vinden zijn. Vanaf augustus 1999 wordt het duidelijk dat elke terroristische groepering op het internet zit. Deze groepen van het internet bannen is onmogelijk. De reden daarvoor is dat ze hun website kunnen opzetten in landen met wetten die de vrijheid van meningsuiting vrijwaren.

 

WEBSITES

De Hezbollah staat in de Verenigde Staten op de lijst van staatsgevaarlijke terroristen. ‘De partij van God’ is door haar gewapend verzet en de terugtrekking van het Israëlische leger heer en meester geworden in Libanon. “We hebben nooit één burger vermoord en dat willen we ook niet”, zegt de secretaris-generaal Hassan Nasrallah van de Hezbollah.

De terreurorganisatie heeft maar liefst drie websites. De eerste is de Central Press Office (www.hizbollah.org), een andere site beschrijft de aanvallen van de beweging op Israëlische doelwitten (www.moqawama.org) en een derde website voor nieuws en informatie (www.almanar.com). Op de websites wordt een oproep gedaan aan iedereen die een mening heeft over de anti-Israëlische activiteiten om contact op te nemen met Hezbollah. Dit blijkt zeer belangrijk te zijn voor het moreel van de strijders..

Hamas de grootste islamitische verzetsbeweging in de Palestijnse gebieden is vooral berucht door de talloze grootschalige zelfmoordaanslagen tegen Israëlische burgers. Leden van Hamas zouden chatrooms en e-mails gebruiken om operaties te plannen en activiteiten te coördineren. Dit maakt het des te moeilijker voor de Israëlische veiligheidsdiensten om hun elektronisch berichtenverkeer te onderscheppen en de inhoud ervan te decoderen. De organisatie heeft ook een eigen website (www.palestine-info.com/hamas/) hierop kan men een dagboek lezen van de resistance activities.

Sympathisanten van de groep publiceren ook berichten en communiqués op MSANews, een soort van nieuwsagentschap voor publicaties van islamitische websites. Ook berichten van de Armed Islamic Group (GIA) zijn te lezen op MSANews. Een belangrijke opmerking is dat MSANews ook artikels publiceert van niet-islamitische organisaties en personen.

 

LEDEN REKRUTEREN

Volgens islamitische schriftgeleerden betekent ‘jihad’: zich inzetten voor een beter leven. Voor guerrillalegers en terroristen is het een heilige oorlog, waarvoor ze soldaten rekruteren tot op het internet. De Tsjetsjeense rebellen maken gebruik van de technologische vooruitgang en zien hun websites als spreekbuis, nieuwsforum, virtuele moskee en collectebus. De officiële websites van de Tsjetsjeense mudjaheddin zijn: Azzam Publications, Qoqaz en Kavkaz.org.  De websites Azzam en Qoqaz, die de jihad het sterkst propaganderen, werken vanuit Groot-Brittannië. Beide sites werden onmiddellijk na de aanslagen van 11 september gesloten door de Britse autoriteiten. Volgens het  nieuwsmagazine Newsweek zouden de Amerikaanse en Britse veiligheidsdiensten vermoeden dat foto’s en grafische beelden op de website verborgen of gecodeerde boodschappen bevatten.

Het Animal Liberation Front (A.L.F.) valt onder de noemer ecoterrorisme. “Het internet wordt voortdurend gebruikt door de ecoterroristen. Ze verspreiden nieuws over hun laatste aanslagen, foto’s van mishandelde dieren of acties die ze hebben uitgevoerd. Het is ook duidelijk dat ze internationaal gelinkt zijn en het internet zal een belangrijke factor geweest zijn om over internationale contacten te beschikken”, zegt men op de cel Terrorisme van de federale politie.

 

AFDWINGBAARHEID

Het internet wordt nog steeds beheerst door een soort van vrijbuitersmentaliteit, overgebleven uit de pioniersdagen van het netwerk. Alles moet kunnen en als er toch iets niet mag, dan moet daartegen worden opgetreden door de internetgemeenschap zelf en in geen geval door de autoriteiten. Cyberspace eist een absolute vrijheid van meningsuiting op.

De internetwetgeving in België rekent e-mail onder privé communicatie, met als gevolg dat deze wordt beschermd door het recht op briefgeheim. Het is echter niet altijd even duidelijk welke elektronische mail private communicatie is en welke e-mail door een groot aantal personen kan worden gerecipieerd. Het probleem situeert zich voornamelijk op het vlak van de afdwingbaarheid van de bepalingen wanneer ze moeten toegepast worden op grensoverschrijdende fenomenen. Indien illegale informatie op het net wordt aangetroffen en de oorsprong ervan in België ligt, dan kan vervolging ingesteld worden. Dit is niet langer het geval wanneer de bron van informatie in het buitenland is gelokaliseerd.

De nieuwe Amerikaanse antiterrorismewet, Provide Appropriate Tools Required to Intercept and Obstruct Terrorism (Patriot), geeft meer speelruimte aan inlichtingendiensten. De nieuwe wet laat de politie toe om met gerechtelijke toestemming binnen te breken in het huis van een verdachte en gedurende een periode van drie maanden huiszoekingen te verrichten zonder dat de verdachte zich daarvan bewust is. Tijdens zo een sneak and peak-onderzoek mag de politie heimelijk een key-logger installeren in de computer van de verdachte waardoor de politie op de hoogte blijft van elke toets die wordt ingedrukt op de computer. Het wordt gemakkelijker om het internet te surveilleren. Er worden ook strengere regels opgelegd aan Internet Service Providers voor de medewerking die ze moeten verlenen bij het gadeslaan van surfers. Na 11 september hebben grote Service Providers zoals AOL Time Warner en Earthlink al samengewerkt met het FBI. In het kader van de oorlog tegen het terrorisme wil het FBI het hele internet kunnen afluisteren. Dat zou een ingrijpende verandering vereisen in de structuur van de globale elektronische communicatiestroom. Patriot gaat voor de federale recherche niet ver genoeg.

Nadia Belkher

Universiteit of Hogeschool
Publicatiejaar
2002
Deel deze scriptie