Het Chinabeleid vd Russische federatie onder de Jeltsin administratie

Hans Diels
Naar een nieuwe alliantie tussen de tijger en de beer?
 
Tijdens de Koude Oorlog was de ‘Strategic Triangle’ (de interactie tussen de VS, China en Rusland) grotendeels bepalend voor het verloop van de internationale politiek. In de post-Koude Oorlog wereld wordt er nog vaak gesproken over de Amerikaans-Russische relaties en komt de relatie tussen China en het westen ook nog wel eens aan bod. Maar hoe zit het nu eigenlijk met die derde zijde van de driehoek, de Russisch-Chinese relaties ?

Het Chinabeleid vd Russische federatie onder de Jeltsin administratie

Naar een nieuwe alliantie tussen de tijger en de beer?

 

Tijdens de Koude Oorlog was de ‘Strategic Triangle’ (de interactie tussen de VS, China en Rusland) grotendeels bepalend voor het verloop van de internationale politiek. In de post-Koude Oorlog wereld wordt er nog vaak gesproken over de Amerikaans-Russische relaties en komt de relatie tussen China en het westen ook nog wel eens aan bod. Maar hoe zit het nu eigenlijk met die derde zijde van de driehoek, de Russisch-Chinese relaties ?

De relatie tussen Rusland en de Volksrepubliek China was tijdens de Koude Oorlog zeer belangrijk en zal niet minder belangrijk worden in het post-Koude Oorlog tijdperk. Dit wil niet zeggen dat de relatie tussen het grootste land en het het meest bevolkte land van de wereld de voorbije eeuw optimaal was. Na het uitroepen van de Volksrepubliek China op 1 oktober 1949 leek het alsof er één gigantische rode vlek was verschenen op de kaart van het Euraziatische continent en het machtsevenwicht in de bipolaire wereld aan het overhellen was naar het Communistische blok. De Sovjet-Unie en China tekenden een alliantieverdrag dat hen (vooral China toen) moest beschermen tegen de aanvallen van andere mogendheden (VS en Japan). Al snel bleek echter dat de coherentie in het Communistische blok niet zo groot was. De spanningen tussen beide landen hoopten zich op en mondden uiteindelijke uit in een militaire confrontatie in 1969 over het grenseiland Damansky (of Zhenbao). De relatie tussen de Sovjets en de Chinezen zal daarna verder verzuren wanneer ook de beleidsmakers in Washington doorhebben dat de relaties tussen de twee belangrijkste Communistische staten niet helemaal volgens de idealen van de ‘proletarische solidariteit’ verlopen.

            Vanaf de jaren zeventig zullen de Amerikaanse president Nixon en zijn veiligheidsadviseur Kissinger op het Sino-Sovjet schisma gaan inspelen door toenadering te zoeken tot China en zo de twee Communistische staten tegen elkaar gaan uitspelen. In 1972 resulteert dit in een bezoek van Nixon aan China waar het Sjanghai Communiqué getekend wordt. Dit Communiqué houdt in dat er een de facto anti-Sovjet alliantie gesloten wordt tussen de VS en China. Deze alliantie zal tot in de jaren tachtig invloed hebben.

In 1985 komt echter Michael Gorbatsjov aan de macht in de Sovjet-Unie. Gorbatsjov zal verschillende pogingen ondernemen om terug een werkbare relatie met China te ontwikkelen. Hij zal daar tegen het einde van zijn leiderschap in slagen doordat hij ook daadwerkelijk bereid is om toegevingen te doen aan de Chinese leiders. Een tweede verklaring voor de verbetering van de Sovjet-Chinese relaties is de nieuwe hardere Amerikaanse China-politiek die gevoerd wordt door Ronald Reagan.

In 1991 houdt de Sovjet-Unie op te bestaan en wordt Boris Jeltsin president van de Russische Federatie. Jeltsin zal voortbouwen op de vriendschappelijke relatie met China die Gorbatsjov tot stand gebracht heeft. Rusland en China zullen op enkele concrete punten gaan samenwerken. Het eerste, en misschien wel het belangrijkste punt van samenwerking, is de wapenhandel die ontstaat tussen beide landen. In China heeft men na de Golfoorlog beseft hoe ver het Volksbevrijdingsleger achterloopt op de Amerikaanse technologie die geëtaleerd werd in de Iraakse woestijn. Aangezien China, na het bloedig neerslaan van de studentenopstand op het Plein van de Hemelse Vrede, onderworpen is aan een westers wapenembargo, moet het zich voor de modernisering van zijn leger richten tot de Russische Federatie. In Rusland kan het militair-industriële complex door wapenleveringen aan China de terugval van overheidsbestellingen proberen te compenseren.

Beide landen zullen er ook naar streven om een veiligere gemeenschappelijke grens te creëren. Dit gebeurt in de eerste plaats door het beter afbakenen van deze grens en het terugtrekken van grote aantallen troepen die aan weerszijden van de grens gelegerd waren. Rusland en China zullen via de Sjanghai groep ook gaan samenwerken met andere landen in Centraal-Azië (eerst met Kazakstan, Kirgizië en Tadjikistan) Deze landen zullen onder andere gaan samenwerken op vlak van misdaad- en terrorismebestrijding en meer transparantie scheppen door ‘vertrouwenwekkende maatregelen’ te nemen. Rusland en China willen ook verder samenwerken in de strijd tegen het moslimfundamentalisme op hun grondgebied (Dagestan, Tsjetsjenië en Xinjiang). Zo willen zij vermijden dat er één grote ééngemaakte Islamitische staat aan hun grenzen ontstaat.

Naast de concrete samenwerking op vlak van gemeenschappelijke veiligheid en wapenhandel groeit er in de jaren negentig ook een politiek-strategische samenwerking. Van de vriendschappelijke relaties die nog onder Gorbatsjov tot stand kwamen eind jaren tachtig zullen de Chinees-Russische betrekkingen evolueren tot een ‘strategisch partnerschap’ eind jaren negentig. In beide landen groeide de afkeer van de nieuwe, door de Verenigde Staten gedomineerde wereldorde, die was ontstaan na de Koude Oorlog. Rusland ergerde zich aan de NAVO-uitbreiding naar het oosten en China was ontevreden met het embargo dat haar opgelegd was. Beide landen wilden niet weten van de kritiek over schendingen van de mensenrechten die zij van het westen kregen. De samenwerking ging over naar een hogere versnelling door de NAVO-bombardementen op Joegoslavië. Deze bombardementen deden in Rusland en China de vrees groeien dat de NAVO ook zonder directe bedreiging militair zou willen ingrijpen (bv. in Tsjetsjenië of Tibet).

Eind jaren negentig ontstond zo een ‘Strategisch Partnerschap’ tussen de twee landen die tijdens de Koude Oorlog een bittere strijd uitvochten over de leiding van de Communistische wereld.

            Het grootste probleem in de Russisch-Chinese relaties in de jaren negentig was het beperkte volume van de bilaterale handel. Ondanks vele pogingen bleef het volume van de de handel tussen de Volksrepubliek China en de Russische Federatie op een laag niveau en was het zeer ver verwijderd van het handelsvolume dat zowel China als Rusland met de Verenigde Staten hebben.

            Als Rusland en China hun politiek-strategische samenwerking in de toekomst verder willen verdiepen en daadwerkelijk krachtig willen kunnen optreden tegen het westen en voornamelijk de VS, zullen zij ervoor moeten zorgen dat hun economische samenwerking minder achterblijft op hun politieke samenwerking.

 

Universiteit of Hogeschool
Publicatiejaar
2002
Share this on: