Mediatisering vd politiek in Vlaanderen

Nannouchka Heyndrickx
Nannouchka Heyndrickx
6484 tekens (spaties inbegrepen)
 
Media en politiek zijn één want de kiezer wil het zo…
 
Thesisonderzoek van Nannouchka Heyndrickx, licentiate communicatiewetenschappen, bestudeert het idee van een gemediatiseerde politiek. Deze studente interviewde in het kader van haar eindverhandeling 27 Vlaamse toppolitici en peilde naar hun visies in de algemene relatie tussen media en politiek. De essentiële vraag binnen dit eindwerk was in principe weer te geven in één enkel woord: ‘waarom’. Wat bezielt de hedendaagse politici?

Mediatisering vd politiek in Vlaanderen

Nannouchka Heyndrickx

6484 tekens (spaties inbegrepen)

 

Media en politiek zijn één want de kiezer wil het zo…

 

Thesisonderzoek van Nannouchka Heyndrickx, licentiate communicatiewetenschappen, bestudeert het idee van een gemediatiseerde politiek. Deze studente interviewde in het kader van haar eindverhandeling 27 Vlaamse toppolitici en peilde naar hun visies in de algemene relatie tussen media en politiek. De essentiële vraag binnen dit eindwerk was in principe weer te geven in één enkel woord: ‘waarom’. Wat bezielt de hedendaagse politici? Welke drijfveren liggen aan de basis van populair communicatiegedrag? Welk is volgens hen ‘het nut’ van populaire politiek?

 

Tijden veranderen, zoveel is duidelijk. Het medium televisie leidde volgens de Vlaamse politici een nieuw politiek tijdperk in. Televisie zou er samen met een algemeen maatschappelijk moderniseringsproces, toe geleid hebben dat mediakwaliteiten noodzakelijk werden, politieke BV's een succes zijn en emoties hoog oplaaien. De politici zelf treffen geen enkele schuld, merken verschillende geïnterviewden op.

De algemene tendens binnen de interviewanalyse komt erop neer dat de ondervraagde politici de media beschouwen als een belangrijke macht naar individuen, thema's en partijen toe.

 

Het onderzoek toont tegelijk aan dat politici de Vlaamse media niet beschouwen als een allesoverheersende macht. Politici hebben recht op hun privéleven zonder dat zij opgejaagd worden door een meute persmensen. Het merendeel van de geïnterviewden kiest er bewust voor de persoonlijke levenssfeer af te schermen, zo blijkt uit de eindverhandeling.

Toch zijn verschillende politici het erover eens dat het geen kwaad kan af en toe de populaire toer op te gaan. Kiezers zouden meer en meer voor persoonlijkheden stemmen. De persoon achter een politicus wint volgens het politieke spectrum aan belang. Ideologische standpunten zouden minder ter zake doen.

Het onderzoek toont aan dat politici werken aan de opbouw van een persoonlijk imago. Toch lijkt het alsof binnen de politieke wereld een zekere 'taboesfeer' hangt rond deze aandacht voor het imago. Verschillende geïnterviewden trachten lezer en interviewer er duidelijk van te overtuigen dat zij helemaal niet zo begaan zijn met hun imago als het lijkt. Binnen de politieke wereld ervaart men het blijkbaar als niet ‘professioneel’ om als politicus werk te maken van imago-opbouw. 

Streven naar politieke populariteit is geen grenzeloos proces, zo blijkt uit het onderzoek. Ondanks de introductie van bekende Vlamingen in de politieke wereld geloven de geïnterviewde politici bijvoorbeeld niet dat politiek zou gedegradeerd zijn tot een spectaculair circus. Verschillende geïnterviewden verwerpen bovendien radicaal het idee dat we zouden geëvolueerd zijn tot een ‘emocratie’ waarbinnen zuivere emoties het halen van rationele beslissingen. “Politiek wordt nog steeds bedreven op de golven van de rationaliteit. Hier en daar is de context wat emotioneel maar meer ook niet”, stellen de Vlaamse politici.

 

Een omvangrijk onderdeel van de eindverhandeling handelt over de hedendaagse tendens om als politicus te verschijnen in allerlei niet-politieke televisieprogramma's. Opnieuw wijzen de geïnterviewde politici er op dat men ook dit fenomeen niet mag overschatten. “In omvang is de groep deelnemers duidelijk beperkter dan de categorie politici die niet meewerkt aan populaire televisieprogramma's”, vertellen de geïnterviewden. Uit de eindverhandeling blijkt dat dit idee om als politicus mee te werken aan niet-politieke televisieprogramma's wordt gekenmerkt door een tweestrijd tussen voor- en tegenstanders. Bovendien is het niet noodzakelijk zo dat ‘tegenstanders’ zelf niet deelnemen aan deze programma’s. Eens politici gevraagd worden voor een spelprogramma staan zij vaak te springen om mee te werken. Vooral politici die nooit gevraagd worden staan kritisch tegenover het fenomeen, zo blijkt.

 

De gesprekken met Vlaamse politici tonen aan dat wanneer televisieoptredens ter sprake komen vooral infotainmentprogramma's zoals 'De Laatste Show' op heel wat bereidwillige medewerking kunnen rekenen. Politici beschouwen een dergelijk programma als de ideale mix tussen de politicus als persoon en de politicus als beleidsdeskundige. Bovendien blijkt dat zij op de eerste plaats naar een programma als 'De Laatste Show' gaan omwille van de toegankelijkheid van dit televisiegenre. Eveneens speelt het ruime publieksbereik een cruciale rol.

“Een televisieprogramma is voor ons vooral interessant wanneer we te maken hebben met hoge kijkcijferaantallen. Enkel zo kunnen wij onze populariteit en bekendheid opbouwen. Bovendien weigeren wij resoluut televisieprogramma’s die ons niet liggen”, aldus de geïnterviewden wanneer hen gevraagd wordt naar hun motieven. Daarnaast voegen zij eraan toe dat eventuele televisieoptredens sterk afhankelijk zijn van vriendschapsbanden tussen medialui en politici.

De vaststelling dat politici geloven in de effectiviteit van televisiedeelnames wordt in het onderzoek verstrekt door de vaststelling dat verschillende niet-deelnemende figuren vrezen voor een onderling oneerlijke politieke concurrentiestrijd.

 

Naast deze algemene onderzoeksbevindingen stuitte de studente op een tiental breuklijnen die bepalend zijn voor de politieke visies ten opzichte van de onderlinge verhouding ‘media en politiek’. Concreet toont het uitgevoerde onderzoek aan dat uiteenlopende opvattingen en motieven komen bovendrijven naar gelang de partijprincipes, de politieke loopbaan van een politicus, het geslacht, de leeftijd, de inhoudelijke aandachtspunten van de geïnterviewden, hun politieke positie, de regeringsdeelname en de eventueel allochtone afkomst van een politicus.

“Elke afzonderlijke vorm van populaire communicatie die binnen het onderzoek besproken wordt, schaart zowel voor- als tegenstanders achter zich. Het blijft dus voor een ruim aantal bestudeerde dimensies een open vraag of de politieke visie hetzij positief, hetzij negatief is. Specifieke breuklijnen lijken binnen deze context een cruciale rol te spelen”, besluit Nannouchka.

 

Het eindwerk wordt afgerond met een niet meteen positieve noot. Verschillende geïnterviewde Vlaamse politici verwachten immers dat de regeringsbeslissing om over te gaan tot provinciale kiesomschrijvingen zich zal vertalen in een verdere entertainmentbenadering van de politiek. Of zij het bij het rechte eind hebben blijft voorlopig een open vraag…

De toekomst zal moeten uitwijzen of de Vlaamse politiek meer en meer zal afglijden naar Amerikaanse toestanden.

Universiteit of Hogeschool
Publicatiejaar
2002
Share this on: