Memetica: een literatuurstudie

Olivier Driessens
“I can’t get you out of my head”
 
Iedereen heeft wel eens een deuntje in het hoofd gehad dat maar niet wilde verdwijnen. Dit fenomeen noemt men het ‘Stuck Song Syndrome’ (SSS), of Stuck Tune Syndrome. Deze benaming danken we aan marketingprofessor James Kellaris, die het verschijnsel eind 2001 als eerste onder de loep nam. Ons onderzoek bouwde hierop verder. De achtergrond waartegen dit gebeurde verschilt echter grondig.

Memetica: een literatuurstudie

“I can’t get you out of my head”

 

Iedereen heeft wel eens een deuntje in het hoofd gehad dat maar niet wilde verdwijnen. Dit fenomeen noemt men het ‘Stuck Song Syndrome’ (SSS), of Stuck Tune Syndrome. Deze benaming danken we aan marketingprofessor James Kellaris, die het verschijnsel eind 2001 als eerste onder de loep nam. Ons onderzoek bouwde hierop verder. De achtergrond waartegen dit gebeurde verschilt echter grondig. Onze studie diende vooral als illustratie en poging tot operationalisering van de memetica, een evolutionaire cultuurtheorie.

 

De memetica is een erg jonge discipline die slechts de laatste tien jaar aan aanhang gewonnen heeft. Toch vond het basisidee al in 1976 haar oorsprong, toen Richard Dawkins het concept ‘meme’ bedacht. Een mem kunnen we rudimentair beschouwen als de culturele tegenhanger van het gen uit de biologie. Een soort culturele eenheid dus, die het onderwerp uitmaakt van een evolutionair proces. Zo geven we voortdurend ideeën aan elkaar door. Daarbij treden soms variaties of bewuste aanpassingen op, waarvan de ‘beste’ of geschiktste geselecteerd geraken en opnieuw doorgegeven worden.

Dit maakt duidelijk dat de memetica multidisciplinair is. Ze bevindt zich op het kruispunt van de cognitieve en biologische wetenschappen, maar ook van de sociale, psychologische, cultuur- en computerwetenschappen. Dat daarbij vaak botsingen gebeuren is evident. De theoretische discussies zijn nog volop aan de gang en blinken niet altijd uit in gefundeerdheid. Als gevolg daarvan hangt een zweem van pseudo-wetenschappelijkheid rond de memetica, wat haar positie en die van memetici niet bepaald ten goede komt. Dit wordt nog versterkt door een manifest gebrek aan (empirisch) onderzoek, dat op haar beurt bemoeilijkt wordt door die hevige theoretische discussies.

 

De oplossing hiervoor is precies het voeren van onderzoek, wat wij in beperkte mate hebben geprobeerd. In beperkte mate, omdat we geen voor de memetica noodzakelijke methodologie hebben ontwikkeld. Wel hebben we getracht een vaak aangehaald voorbeeld van memen te bestuderen, met name deuntjes. Dit deden we aan de hand van een enquête bij studenten communicatiewetenschappen aan de Universiteit Gent, respectievelijk muziek aan het Gentse conservatorium. Hieruit bleek dat alle 193 ondervraagde studenten ooit al eens een moeilijk te verwijderen deuntje in hun gedachten hadden. Veertig procent heeft het regelmatig voor, een kwart dagelijks en 16 procent meermaals per dag. Deze percentages lagen hoger dan bij de Amerikaanse studenten die Kellaris ondervroeg. Een ander verschil dat naar voren kwam was dat Vlaamse studenten in tegenstelling tot de Amerikaanse beduidend minder met jingles worstelden (36%), maar wel meer met liedjes met tekst (74%), een melodie (74%) en soms ook enkel met de tekst (18%). De meest opgesomde voorbeelden daarvan waren ‘Teleromeo’ (K3), ‘Can’t get you out of my head’ (Kylie Minogue) en ‘I’m a slave for you’ (Britney Spears).

De oorzaken voor het plotse opduiken van plakkende deuntjes blijken erg divers. Soms had de ondervraagde student ze zelf gekozen, maar in meer dan de helft van de gevallen bleek de ‘dader’ iemand anders. Vanuit de memetica is dit niet onbelangrijk: er lijkt dus evidentie te zijn voor het feit dat bepaalde cultuureenheden zich gemakkelijker en vaak buiten onze wil om verspreiden. Vaak vinden we die liedjes zelfs helemaal niet goed en in vele gevallen vangen we ze ook niet bewust op. Dit verklaart waarom niet iedereen even positief staat tegenover dergelijke deuntjes, al zijn vooral vrouwen negatiever dan mannen. Vrouwen vinden de deuntjes ook vaker storend.

 

De duur van de deuntjes varieert van maximum één uur (23%) tot een paar uur (46%), een volledige dag (17%), twee tot drie dagen (7%), vier tot vijf dagen (2%), een week (2,6%) en langer dan een week (1,6%). Om van die deuntjes af te raken doen studenten de meest uiteenlopende dingen. In de top drie vinden we niets doen (42%), een ander liedje zingen (31%) en een ander lied opzetten (28%). Belangrijk voor de memetica is ook hier dat een kwart van de studenten de deuntjes (soms onbewust) doorgeeft om er van af te raken. Vrouwen doen dit overigens meer dan mannen, en muziekstudenten minder dan communicatiestudenten. Een andere ‘oplossing’ is het te vertellen aan anderen.

Volgens zestig procent van de studenten zijn de toegepaste verwijderstrategieën effectief. Toch keert bij veertig procent van hen het deuntje later nog terug. Over het ontstaan zelf van de plakkende deuntjes tasten we nog in het duister. Een van de mogelijkheden is associatie - bijvoorbeeld met ‘Singing in the rain’ in je hoofd zitten als het regent. Het kan ook te maken hebben met de kenmerken van de liedjes zelf. Vaak zijn ze erg eenvoudig, bevatten ze herhalingen en zijn ze erg ‘catchy’. Sommige studenten suggereerden dat het heel goede nummers zijn, anderen daarentegen hele irritante, dat ze gemaakt zijn met de bedoeling in ons hoofd te blijven hangen, enzovoort.

 

Driessens, O. (2002). Memetica: een literatuurstudie. Casestudy: een enquête over het Stuck Song Syndrome bij studenten. Niet-gepubliceerde scriptie, Gent, Vakgroep Communicatie-wetenschappen.

Universiteit of Hogeschool
Publicatiejaar
2002
Share this on: