Spelletjes spelen

Bert Van Tichelen
Een spelletje:
De wortels van Capoeira.
              Bert Van Tichelen
 
“Een haan riep ‘cocoroco’ en maakte me wakker. Toen ik uit m’n raam keek zag ik een menigte van mensen die een kring leken te vormen. Af en toe zag ik door de menigte heen en leek ik bewegende, dansende lichamen te zien in het centrum van de cirkel. Soms vlogen voeten over hoofden en de lichamen leken zich zowel ondersteboven als rechtop even comfortabel voort te bewegen in alle windrichtingen, en dit alles op het ritme van de muziek.

Spelletjes spelen

Een spelletje:
De wortels van Capoeira.

              Bert Van Tichelen

 

“Een haan riep ‘cocoroco’ en maakte me wakker. Toen ik uit m’n raam keek zag ik een menigte van mensen die een kring leken te vormen. Af en toe zag ik door de menigte heen en leek ik bewegende, dansende lichamen te zien in het centrum van de cirkel. Soms vlogen voeten over hoofden en de lichamen leken zich zowel ondersteboven als rechtop even comfortabel voort te bewegen in alle windrichtingen, en dit alles op het ritme van de muziek. De klanken ervan smolten samen met het gezang van alle aanwezigen”…

 

Het spel waarover hier sprake is, is capoeira; een complexe Afro-Braziliaanse gevechtskunst die ontstaan is in de vroege slavencultuur en die nu overal ter wereld gespeeld wordt en nog steeds groeit in populariteit.

 

Capoeira is zowel vechtsport, dans, ritueel, muzikale performance, als theater, elk voorkomend in het spel op verschillende momenten in rijzende en dalende intensiteit en in elkaar overlopend. Fysieke interactie wordt gecombineerd met muziek, zang en orale poëzie in een complexe en expressieve gebeurtenis.

 

Capoeira wordt steeds in paren gespeeld, en slechts twee actieve deelnemers worden toegelaten in de cirkel. De partners spelen gewoonlijk dicht bijeen zodanig dat de bewegingen van de één een antwoord forceert van de ander, in de uitwisseling die we fysieke dialoog noemen. Als een soort conversatie in beweging, kan capoeira ongelooflijk agressief zijn, wat afstandelijk, zelfs grappig.

Er ligt een nadruk op improvisatie in capoeira, die gerelateerd is met de ethiek van vrijheid die centraal staat in het spel. De beperkingen of grenzen waarbinnen de creativiteit zich afspeelt worden steeds weer opnieuw gedefinieerd door die creativiteit en deze spanning tussen beperking en vrijheid zorgt voor de noodzakelijke stuwkracht achter de improvisaties.

Een centrale eigenschap van capoeira is dat het geen wedstrijd is met een winnaar en een verliezer. Er is wel sprake van dominantie, door betere spelers over minder goede spelers, maar de mestre waardeert het meest die spelletjes waar dominantie wordt heen en weer gegeven door de spelers; zo wint iedereen. Wat van belang is, is dat je leert open te staan voor elke nieuwe situatie en niet zomaar misbruik maakt van je talenten. Het gaat in capoeira ook over gracieus zijn, over excellent zijn, je bewegingen met stijl uitvoeren.

 

Capoeira had nooit bestaan zoals het nu gespeeld wordt, moest de Afrikaanse slavenhandel naar Brazilië nooit bestaan hebben. In de senzalas (slavenkwartieren) werden de zaden gezaaid van de moderne capoeira.

 

Doordat de meesters afhankelijk waren van de arbeid van hun slaven, konden de slaven hun arbeid zelf manipuleren om wat controle te krijgen over hun levens. Verschillende tactieken als simuleren, vertragen, inefficiëntie, opzettelijke misverstanden en sabotage werden toegepast. Aan de andere kant konden de slaven de meester ook gunstig stemmen door goed te werken. Via hun arbeid manipuleerden zij dus de meester. Rebellie of ontsnapping waren dus niet de enige mogelijkheden voor een slaaf. Het manipuleren van emoties kan handig zijn, de slaven hebben er vroeger goed gebruik van gemaakt om hun meesters te frustreren terwijl zijzelf innerlijk lachten. Deze emotionele controle zien we ook vaak terug in hedendaagse machtsrelaties.

Tactieken als deze zijn de wapens van de onderdrukten, omdat de kosten van een directe confrontatie te hoog zijn.

In de wereld van de capoeira worden deze tactieken getransformeerd in een positieve waarde die malícia genoemd wordt, en het begrijpen hiervan is van groot belang omdat het zichzelf manifesteert in vele aspecten van het spel. Het is de waarde van bedriegen en van schijnbare aanpassing die centraal lijken te staan in capoeira, en die ook een integraal deel vormt van de moderne cultuur van Bahia. Het complexe drama van aanpassing aan dominantie door malícia houdt de vitaliteit in de capoeira nog 100 jaar na de afschaffing van de slavernij.

 

Capoeira is rijk aan metaforen voor slavernij; het hele spel is een representatie van de strijd van de slaven tegen onderdrukking. Capoeira draagt nog steeds de boodschap van hoop in zich, dat bevrijding in vele opzichten een mogelijkheid is, zelfs tegen de verwachtingen in.

 

De capoeira was verpauperd geraakt door de toenemende urbanisatie en was in een marginaal straatje geduwt door de Braziliaanse autoriteiten. De activiteit ‘capoeira’ was een illegale activiteit geworden en was desgevolg ook in vele politierapporten terug te vinden. Twee personen uit het begin van de 20ste eeuw wilden capoeira in ere herstellen: Mestre Bimba richtte in 1927 de eerste formele academie op om capoeira aan te leren als gevechtskunst. Het voorbeeld van Bimba werd snel gevolgd door Mestre Pastinha en capoeira begon te verhuizen naar studio’s en scholen, maar bleef ook aanwezig op de straten als volkskunst. Deze institutionalisatie hielp om capoeira te laten herleven maar veroorzaakte ook verandering in het spel. Mestre Bimba ontwikkelde een methode om capoeira aan te leren die afweek van de traditionele methode en zijn capoeira werd Regional genoemd. Bimba wilde de waardigheid van capoeira herstellen en werkte aan de kwaliteit van de technische bewegingen; hij offerde wel veel van het rituele aspect van het spel op. Mestre Pastinha, die toen jonger was als Bimba, poogde om een meer traditionele aanpak te behouden in het aanleren en spelen van het spel en hij behield de oude benaming, Capoeira Angola. Deze benaming wilde hij behouden omdat hij wel geïnteresseerd was in het verleden en haar tradities. Vele artiesten en kunstenaars kwamen naar de school van mestre Pastinha, zijn academia was een ontmoetingsplek waar vele ideeën konden uitgewisseld worden. Pastinha werd de filosoof van de capoeira genoemd en hij opende de weg voor iedereen om met capoeira te beginnen.

Over de hele wereld bestaan er nu academias waar je capoeira kunt leren. Hier in België is er nog geen officiële academia, maar er zijn wel mestres die les geven in de verschillende stijlen.

 

Capoeira wordt tegenwoordig ook in de media gebruikt; in reclamespots, computerspellen, films, etc. Dansvoorstellingen maken soms gebruik van bewegingen uit de capoeira. Ook in de breakdance komen gelijkaardige bewegingen voor. In bepaalde folkloreshows komt ook capoeira voor, alsook op georganiseerde toernooien. Zij verschillen dramatisch van andere capoeiragebeurtenissen. In de folkloreshows worden de spelers betaald om snelle en spectaculaire bewegingen te maken, elke nacht, en dit voor een publiek dat het spel niet begrijpt en waarvoor elke subtiliteit moeilijk zichtbaar is. Op de toernooien moeten capoeiraspelers vechten tegen beoefenaars van een andere gevechtskunst. De speelstijl neigt hier naar pure agressie, het tegengestelde van de capoeira uit de folkloreshows.

 

Capoeira wordt tegenwoordig zowel door mannen als door vrouwen gespeeld en er bestaan ook vrouwelijke mestres. Vooral met de verspreiding van capoeira naar Amerika, Europa en de rest van de wereld zijn er meer vrouwelijke capoeiristas gekomen.

 

De mestres wijzen er op dat de lessen in de cirkel ook erbuiten toegepast kunnen worden. De les is duidelijk: Laat je niet vangen door schijnbare vriendelijkheid, vertrouw nooit iemand te hard, en wees steeds voorbereid om jezelf te verdedigen. Een persoon die deze lessen geleerd heeft, is iemand met malícia, een waarde die zowel belangrijk is in de buiten- als de binnenwereld. Maar capoeira draait niet enkel om bedrog en bedrog ontmaskeren, ook camaraderie is heel belangrijk in de capoeira en hier wordt veel naar verwezen in de liederen.

 

Het spel wordt het best gespeeld op een spontane manier, op de manier waarop kinderen spelen, en dit gevoel lijkt steeds samen te gaan met een glimlach. Op sommige momenten kan een grimas moeilijk onderdrukt worden, op andere momenten ben je triomfantelijk, dan weer bang. Deze gevoelens zijn soms te lezen op je gelaat, soms worden ze verstopt, soms zijn ze gespeeld, maar onder dit alles ligt het genot van te spelen, van te acteren en lol te hebben, om te lachen met weerstand, om pijn van je af te schudden. Als men naar een mooi spel capoeira kijkt, wordt je meegenomen door de acteurs; je leest de lichamen en de gezichten om daarna misschien tot de plotse vaststelling te komen dat je gefopt bent...de speler was niet echt kwaad of bang, maar was aan het lachen als een kind onder haar masker...

Universiteit of Hogeschool
Publicatiejaar
2002
Share this on: