Welk beeld hebben de Vlaamse jongeren van politiek doorheen informatieve Tvprogramma's

Pascale De Ron
Contact: Pascale De Ron
Kleine Baan 10
1980 Zemst
Tel.nr. : 015/33 97 21
Gsm: 0496/85 59 71
 
Informatie aan de pers
 
Datum: 26 september 2002
 
Betreft: Studie m.b.t.

Welk beeld hebben de Vlaamse jongeren van politiek doorheen informatieve Tvprogramma's

Contact: Pascale De Ron

Kleine Baan 10

1980 Zemst

Tel.nr. : 015/33 97 21

Gsm: 0496/85 59 71

 
Informatie aan de pers

 

Datum: 26 september 2002

 

Betreft: Studie m.b.t. het beeld van Vlaamse jongeren van politiek doorheen informatieve televisieprogramma’s.  Een vergelijking van meningen van laatstejaarsstudenten uit het ASO-, TSO- en BSO-onderwijs.

 

Pascale De Ron (V.U.B.) onderzocht in haar eindverhandeling het beeld van Vlaamse laatstejaarsstudenten omtrent politiek doorheen informatieve televisieprogramma’s.  Uit het onderzoek blijkt dat jongeren een magere interesse vertonen in de Belgische politiek.  Dit komt vooral doordat studenten jonger dan 18 jaar worden uitgesloten van het politieke domein en van de dominante vormen van het politieke discours.  De items die in politieke duidingprogramma’s worden besproken, hebben nauwelijks invloed op de leefwereld van de jongeren.  Het taalgebruik van politici in deze programma’s is vaak te moeilijk voor de gemiddelde student.  Toch vinden jongeren het belangrijk om op de hoogte te zijn van het politieke gebeuren, vooral wanneer de verkiezingen er aan komen.

 

Pascale De Ron, licentiaat in de communicatiewetenschappen aan de V.U.B., bestudeerde in haar eindverhandeling de opvattingen, houdingen en percepties van 63 laatstejaarsstudenten uit het Vilvoordse ASO-, TSO- en BSO-onderwijs omtrent hun beeld van de politiek.

In het algemeen meenden de respondenten dat ze niet erg in politiek geïnteresseerd zijn.  Het merendeel van de respondenten uit het ASO- en TSO- onderwijs, net als de respondenten met hoger opgeleide ouders, hebben meer interesse in en kennis van politiek dan de BSO-studenten.  De respondenten met lager opgeleide ouders blijken minder goed geïnformeerd te zijn en ondervinden meer moeilijkheden om politieke materies te begrijpen. Het politiek cynisme is iets sterker aanwezig bij de respondenten uit het BSO-onderwijs.  Zij voelen zich meer uitgesloten omdat ze moeilijkheden ondervinden om de materie en het taalgebruik van politici te begrijpen. 

Onderwerpen over het onderwijs, het verkeer of items die betrekking hebben op de studierichting genieten daarentegen wel een bijzondere aandacht.  De politieke beslissingen die in deze materies worden genomen, hebben nl. een invloed op het leven van de studenten.  Daarom is het logisch dat ze er extra interesse voor hebben.

Uit het onderzoek blijkt evenwel dat ze niet zo vertrouwd zijn met de verschillende ideologieën van de Belgische politieke partijen.  Ze vinden dat deze materie minder aan bod komt in de media en wensen er zelfs meer over geïnformeerd te worden.  Ze verlangen meer doorzichtigheid in de politiek, vooral met het vooruitzicht van de verkiezingen willen ze goed geïnformeerd naar de stembus trekken.

 

Populaire visies omtrent de relatie tussen jongeren en politiek hebben vaak pessimistische conclusies.  Jongeren worden vaak voorgesteld als zijnde onwetend, cynisch en apathisch.  De media of de toenemende commercialisatie krijgen hier dikwijls de schuld toegewezen.

Het onderzoek weerlegt dit argument.  Studenten jonger dan 18 jaar worden nl. uitgesloten van het politieke domein en van de dominante vormen van het politieke discours.  Vanuit deze visie is het gebrek aan interesse in politiek een logisch gevolg van hun eigen machteloosheid.  Waarom zouden ze moeite doen om over iets te leren waar ze toch geen invloed op kunnen uitoefenen? 

Politiek wordt beschouwd als een oneerlijk spelletje dat weinig relevant is voor hun alledaags leven.  Politieke beslissingen hebben namelijk weinig invloed op het leven van jongeren.

Volgens Fiske moeten we afstappen van het idee dat enkel de conventionele politiek, die voornamelijk door ‘ernstige’ politieke praatprogramma’s wordt behandeld, van belang is.  Willen de jongeren een verbondenheid met de politiek voelen, dan is het belangrijk dat zij het nut van politiek in hun dagelijks leven beseffen.  Daarom is het belangrijk dat televisieprogramma’s ook aandacht schenken aan de micropolitiek van het dagelijks leven.  De micropolitiek schenkt onder meer aandacht aan de invloed van politieke beslissingen op het dagelijks leven van een bepaald individu.  Voor deze onderwerpen is meestal plaats in infotainmentprogramma’s. 

Jongeren bekritiseren politieke duidingprogramma’s: sommige respondenten hebben het gevoel dat politici een ‘onderonsje’ voeren, hierbij wordt verwezen naar het gebruik van moeilijke woorden in duidingprogramma’s.  De politieke duidingprogramma’s dienen zich dus beter aan de noden en behoeften van de respondenten aan te passen.  Zowel wat betreft het taalgebruik als de keuze van besproken items.  Het is de bedoeling dat de politiek opnieuw een stevige band met de jongeren krijgt.  Dit kan worden bewerkstelligd door politiek meer toegankelijk en betekenisvol te maken voor de jongeren.

De respondenten wilden allemaal geëntertaind worden, maar ze wilden ook beter geïnformeerd worden over de actualiteit.  Door het vermijden van entertainmentelementen ten gunste van het formele en het ernstige worden bepaalde groepen van onze ondervraagden uitgesloten.  Ook het taalgebruik maakt dat ‘ernstige’ politieke debatprogramma’s niet toegankelijk zijn voor bepaalde groepen van onze respondenten.  We zien wel dat programma’s zoals De Laatste Show en Het Hart van Vlaanderen er in slagen om onze respondenten aan te trekken.  Zulke benaderingen kunnen misschien een vervlakking van de politieke informatie betekenen maar ze kunnen ook een nieuwe weg vormen om een groot deel van het publiek te informeren.

 

Tot slot mag men niet uit het oog verliezen dat het onderwijs een grote invloed heeft in de verspreiding van politieke kennis.  Toch benut zij haar functie niet ten volle.  Het vak ‘Politiek’ zou in het formele leerplan van alle Vlaamse scholen kunnen worden opgenomen.  Vandaag de dag wordt politiek enkel in de lessen Nederlands of geschiedenis besproken.  Veelal hangt dit van de leerkracht af of zij/hij in de lessen de actualiteit integreert.  Het is tevens belangrijk dat we politiek onderricht niet beschouwen als het louter onderrichten van politieke basiskennis.  Het is een grote uitdaging voor de leerkrachten om een manier te vinden om de relevantie van de politiek bij te brengen en de micropolitiek van de dagelijkse ervaringen in verband te brengen met de macropolitiek van de publieke sfeer. 

 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Pascale De Ron, tel.nr.:015/33 97 21,

gsm: 0496/85 59 71, e-mail: pascale_de_ron@yahoo.co.uk

 

Universiteit of Hogeschool
Publicatiejaar
2002
Share this on: