Met vallen en opstaan. (Het effect van levetiracetam en valproat in rapid kindling)

Tim De Smedt
Met vallen en opstaan.
 
Door Tim De Smedt.
 
Niet al wie valt heeft epilepsie.
 
Epilepsie is van oudsher de verzamelnaam van een aantal verschillende neurologische aandoeningen. Bij elk van hen treden spontane verstoringen op van de normale hersenactiviteit. Het elektro-encefalogram (EEG) laat de behandelende arts toe deze verstoringen –die niet altijd klinisch waarneembaar zijn- nauwkeurig te detecteren. Het is een pijnloze, gestandaardiseerde en bovenal onmisbare techniek bij het opsporen van epilepsie.

Met vallen en opstaan. (Het effect van levetiracetam en valproat in rapid kindling)

Met vallen en opstaan.

 

Door Tim De Smedt.

 

Niet al wie valt heeft epilepsie.

 

Epilepsie is van oudsher de verzamelnaam van een aantal verschillende neurologische aandoeningen. Bij elk van hen treden spontane verstoringen op van de normale hersenactiviteit. Het elektro-encefalogram (EEG) laat de behandelende arts toe deze verstoringen –die niet altijd klinisch waarneembaar zijn- nauwkeurig te detecteren. Het is een pijnloze, gestandaardiseerde en bovenal onmisbare techniek bij het opsporen van epilepsie.

Ongeveer 1 à 2% van de bevolking lijdt aan epilepsie, wat in Vlaanderen neerkomt op zo’n 60 000 patiënten. Het meest voorkomende type epilepsie bij volwassenen is temporale kwab epilepsie (TKE). De aanvallen ontstaan bij TKE vaak in het limbisch systeem, dat kernen omvat die betrokken zijn bij het geheugen en onze primitiefste emoties en instincten. Afhankelijk van de ernst van de verstoring, kunnen patiënten tijdens een aanval een tintelend gevoel krijgen, stemmen horen, hallucineren en compulsief gedrag vertonen. Dit gaat van kauwen of wartaal kramen tot complexe handelingen als zich uitkleden. Wanneer de aanvalsactiviteit zich verder verspreidt over de rest van de hersenen, kunnen bovendien ook ernstige motorische stoornissen voorkomen, al dan niet gepaard met bewustzijnsverlies.

Bij kinderen prijkt absence-epilepsie het hoogst in de statistieken. Absences zijn vaak kort en uiten zich, zoals de naam laat vermoeden, meestal als een tijdelijke afwezigheid. Toch mogen de ongemakken die gepaard gaan met de soms meer dan honderd absences per dag niet onderschat worden.

 

De stilte voor de storm.

 

Ondanks de verbeterde medische kennis, is de manier waarop epilepsie ontstaat (epileptogenese) nog altijd onvoldoende gekend. Epilepsie is bovendien een zeer heterogene ziekte, waardoor er geen eenduidige oorzaak te vinden is achter de verschillende types. Absence-epilepsie is bijvoorbeeld vaak een erfelijke ziekte, terwijl TKE zelden aangeboren is.

Bij absence-epilepsie is een deel van de genetische puzzel al ontrafeld, maar er ligt nog een heel eind voor de boeg. Bij TKE is geweten dat penetrerende hoofdletsels of beschadigingen van de hersenen het ontstaan van epilepsie in de hand kunnen werken. Een hersenbloeding, een hersenvliesontsteking, een verkeersongeluk,… ze kunnen allen verstrekkende gevolgen hebben. Tijdens een periode van weken tot maanden en zelfs jaren na het trauma kunnen er epileptogene processen plaatsgrijpen; ingewikkelde moleculaire en biochemische veranderingen die uiteindelijk kunnen resulteren in spontane aanvallen. Bij ongeveer 2/3e van de TKE-patiënten wordt een verkalking (sclerose) vastgesteld van de hippocampus, een van de oudste delen van de hersenen, niet veel groter dan een erwt maar wel cruciaal in onder meer het geheugen. Bovendien blijken binnen de hippocampus bepaalde neuronen af te sterven, terwijl andere juist nieuwe contacten aangaan. Dit zorgt er waarschijnlijk voor dat de “gezonde” verbindingen binnen de hippocampus verbroken worden en er een soort van kortsluiting ontstaat. Helaas is dit nog grotendeels hypothese en moeten vele van deze processen nog nauwkeurig onderzocht worden.

 

Schiet niet op de pianist…

 

Langdurig gebruik van anti-epileptische geneesmiddelen (AEG) is voor de meeste patiënten nog steeds de aangewezen behandeling. Deze medicijnen richten hun pijlen echter op de symptomen, de aanvallen, maar niet noodzakelijk ook op de onderliggende ziekte. Zolang de behandeling met AEG wordt voortgezet, blijven de aanvallen bij de meeste patiënten onder controle. Eens stopgezet, bestaat er echter een grote kans dat de aanvallen opnieuw de kop op steken.

Epilepsie wordt bij de brede bevolking niet meer aanschouwd als de ernstige ziekte die het nog steeds is. AEG slagen er in de levenskwaliteit van veel patiënten te verbeteren, maar ongeveer 30% -bijna 20 000 Vlamingen- ondervindt hier geen positieve invloed van. De behandelingsmogelijkheden voor deze zogeheten refractaire patiënten zijn beperkt. Wanneer de aanvallen in een duidelijk afgebakende hersenzone ontstaan, kan overgegaan worden tot ressectieve chirurgie. Hierbij wordt de epileptische zone verwijderd, met alle mogelijke gevolgen van dien. Bij TKE moet bijvoorbeeld vaak de hippocampus weggenomen worden, wat zeer ernstige gevolgen kan hebben voor het geheugen van de patiënt. Chirurgie is een drastische maar vaak ook effectieve behandeling van epilepsie, waarbij de voor- en nadelen echter zorgvuldig tegen elkaar afgewogen moeten worden.

Er kunnen ook enkele meer experimentele technieken toegepast worden. Zo kunnen sommige -nauwlettend geselecteerde- patiënten geholpen worden met nervus vagus- of diepe hersenstimulatie. Hierbij wordt een elektrode geplaatst in respectievelijk de hals of de hersenen van de patiënt, waarna met behulp van een onderhuidse stimulator lichte elektrische pulsen vrijgesteld worden. Bij sommige patiënten levert dit een goede aanvalscontrole op. Feit blijft echter dat de huidige behandeling van epilepsie haar ultieme doelstelling nog niet bereikt heeft: het genezen van epilepsie.

 

… maar hou de componist onder schot.

 

Bij de meeste andere ziektes spitst therapie zich grotendeels toe op preventie of stopzetting van de ziekte in een vroeg stadium. Helaas behoren zulke behandelingen voor epilepsie nog niet tot de mogelijkheden. Verrassend genoeg verschenen recent enkele publicaties die aantonen dat verschillende AEG eigenschappen bezitten die het ontstaan van epilepsie kunnen afremmen (anti-epileptogenese). In het Laboratorium voor Klinische en Experimentele Neurofysiologie van de Gentse Universiteit werd onlangs getracht deze positieve resultaten te herhalen, in een model voor TKE en één voor absence-epilepsie. Hoewel met wisselend succes, leverden deze experimenten bruikbare of zelfs hoopvolle resultaten op. Het verder onderzoek wordt momenteel onder hoge verwachtingen opgezet.

 

Een preventieve behandeling van epilepsie, bij patiënten met een verhoogd risico of een genetische aanleg tot het ontwikkelen van epilepsie, zou een mijlpaal vormen in de strijd tegen deze ziekte. Voorlopig blijft dit echter toekomstmuziek, die zich hopelijk in Allegro zal ontvouwen.

 

Opmerking: Dit document is beveiligd. Het wachtwoord om deze beveiliging op te heffen is:   tim

 

Universiteit of Hogeschool
Biologie, dierkunde
Publicatiejaar
2003
Share this on: