Trance & Possession

Jonas Slaats
De onderliggende patronen van trance – Jonas Slaats
 
In trance gaan, we kunnen het allemaal en we hebben het misschien wel nodig ook. Trance zou immers een ontbinden zijn van het ego. Hierdoor zou dat ego in staat zijn zichzelf en zijn omgeving te herstructureren. Dit beweert toch Jonas Slaats wanneer hij trancerituelen zoals we die kennen van Voodoo, Derwisj of Gnawa wil verklaren. Wat begonnen was als een onderzoek naar de relatie tussen muziek en trance resulteerde dan ook in de afbraak van (pseudo-)wetenschappelijke clichés die met dit onderwerp gepaard gaan.

Trance & Possession

De onderliggende patronen van trance – Jonas Slaats

 

In trance gaan, we kunnen het allemaal en we hebben het misschien wel nodig ook. Trance zou immers een ontbinden zijn van het ego. Hierdoor zou dat ego in staat zijn zichzelf en zijn omgeving te herstructureren. Dit beweert toch Jonas Slaats wanneer hij trancerituelen zoals we die kennen van Voodoo, Derwisj of Gnawa wil verklaren. Wat begonnen was als een onderzoek naar de relatie tussen muziek en trance resulteerde dan ook in de afbraak van (pseudo-)wetenschappelijke clichés die met dit onderwerp gepaard gaan. Het werd een zoektocht naar algemene onderliggende patronen. Al gauw bleek echter dat deze patronen zich niet bevonden op de gekende niveaus van sociologie, neurofysiologie, of psychologie, maar zich enkel konden bevinden op het niveau van energie. Het ego is een kluwen van energetische relaties, en dit kluwen kan energetische worden gemanipuleerd. Het ontbinden van de egorelaties leidt zo tot trance en het hervormen ervan tot manifestaties van bezetenheid.

 

PDC: “Meneer Slaats, hoe kwam u eigenlijk tot het idee dat een ego bestaat uit een kluwen van energetische relaties?”

JS: “In feite heel eenvoudig. Tijdens mijn opleiding leerde ik dat men er niet overal van uit gaat dat een menselijk ‘persoon’, ‘individu,’ ‘zelf’ of hoe u het ook noemen wil, een begrensd en van anderen afgezonderd iets zou zijn. In vele culturen is er veeleer sprake van een ‘sociocentrisch’ zelfbeeld dat de grenzen van het individu overschrijdt en ontstaat uit de interactie van relaties. Dit in tegenstelling tot het (Westerse) ‘egocentrische’ zelfbeeld. Ik nam dit uitgangspunt over en beschouwde het ego als de samentrekking van relaties tot één punt.

Ook ben ik nu al een tijd vertrouwd met esoterische mensbeelden volgens dewelke onze wereld niet aan fysische maar eerder aan energetische wetmatigheden onderworpen is. Door deze beide concepten samen te voegen kwam ik tot een mensbeeld waarbij relaties niet enkel op een psychologische of ideële manier bestaan maar ook op een energetische.”

 

PDC: “Bestaat het gevaar niet dat u met dergelijke veronderstellingen wordt verweten niet wetenschappelijk te werk te gaan?”

JS: “Dat gevaar bestaat, maar het is volgens mij een ongegronde kritiek. Elke wetenschapper vertrekt altijd vanuit een bepaald wereldbeeld of paradigma. Wetenschappelijkheid behoudt men heel eenvoudig door de veronderstellingen die men maakt niet voor waar aan te nemen, maar ze wel te stellen als hypothese. Vervolgens volstaat het na te gaan of de hypothese in staat is de gestelde vragen te verklaren. Ik was trouwens verplicht mij tot dergelijke ongebruikelijke hypotheses te richten want alle voorgaande theorieën waren op dat vlak veel minder weten­schappelijk. Zoals ik in mijn thesis uitvoerig aantoon, poneerden zij geen hypothese maar een universeel gegeven. Steeds haalden ze er een bepaald kenmerk van trancerituelen uit en stelden ze dan: ‘omdat dit zo vaak in tranceculten voorkomt, zal dit wel de oorzaak van de trance(rituelen) zijn.’

Het beste voorbeeld blijft het klassieke idee dat snelle en luide percussie trance opwekt. Dit is echter totaal ongefundeerd. Slechts één artikel, in het jaar 61 gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift, is hierover terug te vinden! Jammer genoeg is het artikel totaal absurd. Indien wat daarin staat waar is, dan zouden de meeste Afrikanen die in hun rituelen zo vaak percussie spelen gedurende de helft van het jaar in trance moeten zijn. Nochtans baseren zowat alle sociologen zich ook nu nog op dit artikel. Trance komt trouwens al te vaak voor zonder percussie, laat staan muziek. De relatie tussen muziek en trance is allerminst direct. Dat geldt trouwens ook voor alle sociale of psychologische fenomenen die men aan trance(rituelen) wil toekennen. Zo zijn adepten bijvoorbeeld helemaal niet altijd psychologisch gestoord of afkomstig uit de lagere sociale lagen.”

 

PDC: “U beweert dus dat alle voorgaande socio- en psychologische theorieën fout zijn?”

JS: “Neen. Ze zijn niet fout, ze zijn onvolledig. Ze vormen verschillende deelbeschrijvingen van het grote geheel. Op zich zijn er geen universele kenmerken van de rituelen of adepten. Er bestaan echter wel veel elementen die kunnen helpen om de energie van het ego in een bepaalde richting te leiden. Kort gezegd komt het dus hier op neer: alle universeel geachte kenmerken van trancefenomenen zijn stuk voor stuk katalysatoren en geen motoren. Alle verschillende aspecten van tranceculten moeten worden bekeken in het licht van energetische manipulatie en niet van psychologische activatie want enkel dan wordt zowel de veelheid van rituele vormen als de eenheid van de trance-ervaring duidelijk.”

 

PDC: “En aangezien het om manipulatie gaat, achtte u uw theorie ook in praktijk testbaar.”

JS: “Inderdaad, maar de eerlijkheid gebiedt me toe te geven dat ik nog geen totale trance kon opwekken. Ik vermeld in mijn thesis wel enkele ervaringen die wijzen op een relatief sterke trance. Zoals die keer wanneer ik zelf een ritueel organiseerde. Hetgeen ik toen ervoer bleek achteraf zeer veel overeenkomsten te vertonen met de bezetenheid van Maya Deren. Deren is een westerse cineaste die opgenomen werd in de voodoo-cultus van Haïti en tijdens een ritueel bezeten werd door de loa Erzulie. Hoewel dit dus een veelbelovende ervaring was, had ik jammer genoeg geen tijd of middelen om verdere testen uit te voeren.”

 

PDC: “Inderdaad jammer, want uit uw literatuurstudie blijkt dat trance door oefening steeds vlotter wordt bereikt. Maar zou het ook niet kunnen dat een zekere aanleg noodzakelijk is?”

JS: “Volgens mij niet. Uit mijn onderzoek bleek dat trance geen eigenaardige en moeilijk te bereiken ervaring is. Het vormt wel een onderdeel van een continuüm. De trance-ervaring is niet wezenlijk verschillend van het alledaagse omgaan met elkaar, maar is een extreme graad van ego-verlies. Wie tussen de lijnen leest kan dan ook concluderen dat ‘alledaagse’ gewaarwordingen, zoals sterke verliefdheid, ontploffen van woede, of ineenkrimpen van angst vormen van trance zijn. Ook daarvoor hoeft men geen aanleg te hebben. Trance is het ontbinden van de energetische structuur die men als dusdanig is.  Het is dus een capaciteit die inherent aan het ego verbonden is. In zekere zin ontbindt en herstructureert men constant. Trance is helemaal niet abnormaal of bizar. Het feit dat trance iets ‘anders’ zou zijn stamt volgens mij uit de vermenging van het oude idee dat trance des duivels is en het psychologisme dat extreem gedrag abnormaal en ziekelijk is. Hierdoor ontneemt men echter zichzelf de mogelijkheid trance werkelijk te begrijpen, laat staan er mee om te gaan of het nuttig te gebruiken. Hoewel dit laatste mijns inziens meer dan mogelijk is – zeker op psycho-relationeel niveau.”

 

PDC: “Bedankt, meneer Slaats, voor deze uitleg.”

JS: “Geen dank, uw interesse doet me deugd.”

Universiteit of Hogeschool
Letteren en wijsbegeerte
Publicatiejaar
2003
Share this on: