An in-depth efficiency analysis of European environmental policy in the field of packaging waste

Katrien Van Dingenen

Onder het puntje van de afvalberg

Een analytische kijk op het Europees verpakkingsafvalbeleid. - Katrien Van Dingenen -

 
Met vijfentwintig zijn ze nu. Allen snakkend naar een te groot stuk van de te kleine Europese machtscake. Een goed gebonden, moeilijk te snijden cake die het liefst wordt verorberd aan één tafel. Helaas. De vijfentwintig eetlustigen hebben er anders over beslist. Verdeel en heers: een leuze die blijkbaar nog lang na Caesar gehanteerd wordt als de sleutel tot succes.

An in-depth efficiency analysis of European environmental policy in the field of packaging waste

Onder het puntje van de afvalberg

Een analytische kijk op het Europees verpakkingsafvalbeleid. - Katrien Van Dingenen -

 

Met vijfentwintig zijn ze nu. Allen snakkend naar een te groot stuk van de te kleine Europese machtscake. Een goed gebonden, moeilijk te snijden cake die het liefst wordt verorberd aan één tafel. Helaas. De vijfentwintig eetlustigen hebben er anders over beslist. Verdeel en heers: een leuze die blijkbaar nog lang na Caesar gehanteerd wordt als de sleutel tot succes. Maar deze verdeeloefening heeft ook dit keer meer weg van een harde en continue strijd dan van een vredige wiskunde-oefening. En zoals vele gevechten kent men ook hier meer verliezers dan winnaars. Kijkend naar het groene bataljon, zien we al snel de grootste victoriekraaier: de Europese afvalberg. Groot en machtig; en immer waarachtig...

 

Iedereen weet het en iedereen ziet het. De Europese Unie groeit. De preciese betekenis van ‘Unie’ laten we hier om praktische redenen even in het midden, doch niemand kan ontkennen dat deze relatief jonge Unie een belangrijke factor binnen de mondiale gemeenschap wordt. Deze groei brengt echter tevens toenemende hoeveelheden afval met zich mee: zo is het volume verpakkingsafval de voorbije decennia vervijfvoudigd en voor bepaalde materialen (zoals bijvoorbeeld plastic) is het volume zelfs toegenomen met een factor vijftig. De opkomst van PVC-verpakkingen in de jaren ‘70 heeft immers de weg geopend voor een rijke variëteit wegwerpverpakkingen, die de meerderheid van de huidige verpakkings-massa uitmaken. Deze massa vormt op dit moment ongeveer 20% van het gewicht en 40% van het volume van huisvuil, waarvan het grootste deel in afvalverbrandings-installaties of op stortplaatsen belandt. De gevolgen van deze ‘heerschappij der afvalbergen’ zijn aanzienlijk: verlies van kostbare ruimte en (niet-hernieuwbare) hulp-bronnen; inbreng van talloze veront-reinigende stoffen in de lucht, water en bodem; en het vrijkomen van broeikas-gassen uit stortplaatsen en bij het vervoer en de verwerking van afval. En de mensen denken: dit kan toch niet blijven duren. En de mensen doen: ze leven sneller en sneller  en hebben consumptiepatronen die deze levenswijze volgt: klaargemaakte maaltijden, handige drankblikken en allerhande andere nieuwe soorten gebruiksgoederen, soms in zo klein mogelijke verpakkingen. En de afvalberg groeit.

Men zou toch op één of andere manier moeten kunnen garanderen dat een verdere ontplooiing van de mens en zijn omgeving mogelijk is, doch met een diep respect voor beiden met betrekking tot de nabije en verre toekomst. Of met andere woorden, we moeten dringend komen tot een meer ‘duurzame ontwikkeling’: een ontwikkeling die zichzelf niet vernietigt. Ogenschijnlijk een evidente doelstelling, doch evidentie en realiteit hebben nog nooit zo vijandig tegenover elkaar gestaan. Onze tegenstander -en voorlopige (?) winnaar- van het groene bataljon is er het levende bewijs van: zolang de afvalberg groeit, kan men niet van duurzaamheid spreken, zoveel is onder-tussen wel duidelijk. Zolang hij zegeviert en machtiger wordt, moeten we dus alle krachten bundelen om hem ten strijde te gaan. De Europese Unie beschikt echter maar over beperkte mogelijkheden om tussen te komen in de interne zaken van haar lidstaten, een barrière die zeer uitgesproken is met betrekking tot de gebruikte methodes voor milieumaatregelen op nationaal vlak. Het komt er dus voor de Europese instellingen op neer om een effectief milieubeleid te ontwikkelen, en dit in overeenstemming met de Europese verdragen (zoals bijv. het beschermen van de interne markt van handelsbelemme-ringen) èn met het behoud van een voldoende hoge graad van zelfstandigheid van haar lidstaten. Een veel (te veel)zijdige opgave voor een te gediversifieerde Unie...

Het verpakkingsafvalbeleid in de 21e eeuw moet daarbij ook rekening houden met de dynamische en complexe context van haar reden tot bestaan: economische groei, kleinere families, hogere inkomens, een grotere hoeveelheid producten, een verhoogde consumptie van klaargemaakte maaltijden en een groeiende belangstelling voor gezondheid en voedselveiligheid. Het  zijn maar enkele van de zeer belangrijke (en bijna irreversibele) trends die een continue stijging van de verpakkingsafvalhoeveel-heden veroorzaken; een uitgebreide EU stelt haar beleidspersonen voor de immense uitdaging om de milieuwetten en de ‘groene’ strategieën te (laten) implementeren in bijna het dubbele van de lidstaten van in de vorige eeuw. Een zeer moeilijk te volgen pad lijkt het wel, die groene weg... dringend tijd dus om er een autostrade van te maken. Liefst met een uitrit richting Duurzaamheid.

Bij het opstellen van deze nieuwe ‘bouwplannen’ moeten de beleidsmensen -zowel op Europees als op nationaal niveau- rekening houden met de specifieke situatie in elke regio en de gevolgen van hun beslissingen op regionaal, nationaal en zelfs mondiaal vlak. Om goed gefundeerde beleids-, investerings- en inkoopbeslissingen te kunnen nemen, hebben politici, experten, bedrijven en consumenten ook duidelijke en correcte informatie nodig. Twee goede redenen om te ijveren voor betrouwbare en uniforme databases en analyses. Een noodzaak die momenteel echter nog plaats moete maken voor het meer passende woord ‘lacune’. Ook uniforme rapportering van verpakkingsafvalsystemen zou significant kunnen bijdragen tot een betere en constructievere informatie-uitwisseling tussen de lidstaten, waardoor goed functionerende systemen ook elders hun vruchten kunnen afwerpen. Wederom constateren we met spijt een behoorlijk uniforme lacune op dat vlak.

Een andere vereiste voor een gezond verpakkingsafvalbeleid is het uitgebreid(er) gebruik van de kennis en de opinies van de verschillende belangengroepen in een zo vroeg mogelijk stadium van het beslissings-proces, waarbij een veel meer holistische en geharmoniseerde aanpak moet gehanteerd worden. Holistisch, geheelomvattend: bekijk de appel in zijn verpakking en niet enkel de verpakking op zich, overbemesting en weggegooide producten zijn minstens even grote milieuproblemen... Geharmoniseerd: een uniforme aanpak, gebruik makend van elkaars ideeën, samen‘spelend’, samen-werkend...

Afsluitend kunnen we zeggen dat een effectiever en ‘duurzamer’ verpakkings-afvalbeleid een grondige herziening van de bepalingen van de huidige Europese verpakkingsafvalrichtlijn en de huidige beslissingsstructuren vereist, waarbij een meer preventieve en holistische aanpak en een transparanter en participatiever beleid de kernwoorden moeten uitmaken. Kern-woorden die de sleutels tot een effectiever Europees verpakkingsafvalbeleid zijn. Nu nog een beetje smeerolie van de lidstaten en een ‘vragend’ duwtje  van de consumenten  en de deuren naar een beter milieu kunnen geopend worden... Een proces dat actieve medewerking vereist van elk van ons. Medewerking en samen-werking. Of wat men met een échte Unie bereiken kan...

 

Universiteit of Hogeschool
Geneeskunde en Farmacie, GGS Milieudeskundige
Publicatiejaar
2004
Share this on: