Ik moet mei aan de reegels houden. Een exploratief onderzoek naar de prevalentie van gedragsproblemen bij kinderen met leerstoornissen

Leen Mast
 
Een exploratief onderzoek naar de prevalentie van gedragsproblemen
bij kinderen met leerstoornissen
 
Ze bijt op haar onderlip.  Zweetdruppels verschijnen op haar voorhoofdje.  Al bijna een uur zwoegt Sofie op deze rekentoets.  “17+ 6 =… even tellen:  17,18,19,20,21,22.  Het is dus 22.  Vierendertig min vijf is…  Verdorie!  Ze had nog zo geoefend met haar papa.  Wel een uur per dag.  Waarom lukt dit dan niet?
 
Bij de meeste kinderen gaat het leren op school vanzelf.  Andere kinderen, zoals Sofie, hebben het hier echter veel moeilijker mee.  Ze begrijpen de leerstof niet meteen, moete

Ik moet mei aan de reegels houden. Een exploratief onderzoek naar de prevalentie van gedragsproblemen bij kinderen met leerstoornissen

 

Een exploratief onderzoek naar de prevalentie van gedragsproblemen

bij kinderen met leerstoornissen

 

Ze bijt op haar onderlip.  Zweetdruppels verschijnen op haar voorhoofdje.  Al bijna een uur zwoegt Sofie op deze rekentoets.  “17+ 6 =… even tellen:  17,18,19,20,21,22.  Het is dus 22.  Vierendertig min vijf is…  Verdorie!  Ze had nog zo geoefend met haar papa.  Wel een uur per dag.  Waarom lukt dit dan niet?

 

Bij de meeste kinderen gaat het leren op school vanzelf.  Andere kinderen, zoals Sofie, hebben het hier echter veel moeilijker mee.  Ze begrijpen de leerstof niet meteen, moeten steeds weer uitleg vragen en werken veel langer aan toetsen en taken dan andere kinderen.  Ook wanneer ze ’s avonds thuiskomen moeten zij vaak nog leerstof herhalen en extra oefeningen maken, terwijl andere kinderen kunnen spelen.  Het leven van kinderen met een leerstoornis is daardoor niet altijd gemakkelijk.  Sommigen onder hen ontwikkelen dan ook gedragsproblemen…

 

In het verleden lag bij het onderzoek naar leerstoornissen de nadruk vooral op het cognitieve aspect.  Mede onder invloed van de opvatting dat onderwijs en opvoeding zich niet alleen op de cognitieve ontwikkeling van leerlingen moet richten, maar ook de totale persoon moet aanspreken, begon men ook aandacht te krijgen voor de verhouding tussen leerstoornissen enerzijds en problemen bij het psychosociaal functioneren anderzijds.

Over de precieze oorzaak van het verband is nog steeds geen duidelijkheid.  Momenteel wordt verondersteld dat kinderen met een leerstoornis meer kans hebben op de ontwikkeling van een negatief zelfbeeld.  Wat ze ook doen, ze behalen toch nooit een goede score en op de huistaken en de toetsen die ze terugkrijgen is telkens meer rood dan blauw te zien.  Kinderen met leerstoornissen zullen succes bij toetsen of taken dan ook steeds meer als onbereikbaar beschouwen en hierdoor sneller gedemotiveerd geraken dan andere kinderen.

Tot slot wordt verondersteld dat indien deze kinderen dan toch eens een goede score behalen, ze deze niet meer gaan toeschrijven aan hun eigen inzet of capaciteiten, maar aan oorzaken buiten zichzelf zoals geluk, een goede bui van de leerkracht,… 

 

Sommige kinderen krijgen een zodanige ondersteuning van ouders en leerkracht, dat het zelfconcept kan beïnvloed worden in positieve richting.  Het kind leert inzien dat het zelf verantwoordelijk is voor zijn prestaties, het krijgt plezier in het eigen kunnen en wordt meer gemotiveerd.  De sociale context fungeert hier als protectieve factor.

 

Soms loopt het echter fout en ontwikkelt het kind gedragsproblemen als gevolg van de vele faalervaringen op school…

Om een preciezer beeld te krijgen van de frequentie en de aard van de gedragsproblemen bij kinderen met leerstoornissen, besloot ik een onderzoek te doen naar het voorkomen van gedragsproblemen bij kinderen van acht tot elf jaar uit het buitengewoon lager onderwijs voor kinderen met leerstoornissen (type 8).

 

Dit onderzoek bestond uit een vragenlijst voor ouders (Child Behavior Checklist) en een voor leerkrachten (Teacher’s Report Form).  Hierop moesten zij voor 113 mogelijke gedragsproblemen met een score van nul tot twee aanduiden in welke mate deze problemen zich in de afgelopen 6 maanden hadden voorgedaan bij hun kind of leerling.

Deze scores werden vergeleken met een normgroep van kinderen uit het reguliere onderwijs.

 

Uit de resultaten konden we afleiden dat er zich inderdaad significant meer gedragsproblemen voordoen bij kinderen met leerstoornissen dan bij andere kinderen. 

Wanneer we kijken naar de aard van de gedragsproblemen zien we dat het niet zo is dat kinderen met leerstoornissen specifieke gedragsproblemen krijgen.  We vonden enerzijds gedragsproblemen die naar zichzelf gericht zijn (internaliserende gedragsproblemen), zoals stress en psychosomatische klachten, teruggetrokken, angstig en depressief gedrag terug, maar anderzijds ook externaliserende gedragsproblemen, zoals agressief en delinquent gedrag, waar ook de omgeving last van ondervindt.  Tot slot vonden we ook sociale- en aandachtsproblemen terug.

 

Wat betreft de internaliserende gedragsproblemen, uiten de problemen bij meisjes zich vooral op het vlak van angst en depressie.  In cijfers uitgedrukt betekent dit dat volgens hun leerkracht 35% van de meisjes denkt dat niemand van hen houdt, 45% zich waardeloos voelt en 47% zich te angstig gedraagt en dat maar liefst 55% ongelukkig is.

De jongens gaan, naast dit angstig en depressief gedrag, zich ook meer terugtrekken en lichamelijke klachten vertonen, zoals hoofdpijn en misselijkheid.  

 

Ook op het gebied van sociale omgang, blijkt dat deze kinderen zich anders gedragen dan andere kinderen.  Velen onder hen gedragen zich volgens de leerkracht te jong, worden veel geplaagd en kunnen niet opschieten met andere kinderen.  Daarnaast zien we dat 65% van de meisjes zich te afhankelijk gedraagt van ouders of leerkrachten.

 

Wanneer we tot slot de resultaten bekijken van de externaliserende gedragsproblemen, zien we dat meisjes met leerstoornissen zich volgens hun leerkrachten agressiever gedragen dan andere kinderen.  Hieronder vallen gedragingen als snel jaloers zijn, van stemming veranderen, tegen spreken, andere kinderen plagen,…

De jongens vertonen volgens de ouders niet alleen meer agressief gedrag dan andere kinderen, maar ook iets meer delinquent gedrag.  Hier gaat het dan uiteraard om gedragingen aangepast aan de leeftijd van de kinderen zoals liegen, zich niet schuldig voelen als ze iets verkeerd gedaan hebben en omgaan met kinderen in moeilijkheden.

Uit deze resultaten mogen we afleiden dat het leven van kinderen met een leerstoornis niet te onderschatten is.  Deze kinderen hebben niet alleen nood aan ondersteuning en individuele begeleiding bij de verwerking van de leerstof, maar ook aan aangepaste begeleiding op psycho-sociaal vlak.  Zij zouden moeten begeleid worden in de verwerking van de leerstoornis, o.a. door hen te laten inzien dat de leerstoornis slechts één aspect is van hun totale persoonlijkheid.  Door het aanbieden van psychosociale begeleiding, kan mijns inziens de kans op emotionele- en gedragsproblemen bij kinderen met leerstoornissen aanzienlijk verkleind worden…

Universiteit of Hogeschool
Psychologie
Publicatiejaar
2004
Share this on: