Leiderschap en kwaliteit. Een overzicht van leiderschapsstijlen en kwaliteitsniveaus in Vlaamse Openbare Instellingen

Gie Stremersch
Persbericht

Leiderschap en kwaliteit. Een overzicht van leiderschapsstijlen en kwaliteitsniveaus in Vlaamse Openbare Instellingen

 

 

 

Kwaliteit is zonder meer “in”. Al enige jaren wordt er rond dit onderwerp bijzonder veel gepubliceerd. Doel van dit uitgebreid onderzoek blijkt hoofdzakelijk het verbeteren van de organisatieperformance – de manier waarop de organisatie zichzelf, zowel intern als extern, toont. Als drijvende kracht achter de aanwezige kwaliteit wordt in de literatuur meer en meer verwezen naar leiderschap. Ook dit begrip is een populair en volledig op zichzelf staand onderwerp geworden waar sinds lang onderzoek naar wordt verricht. De leider, het leiderschap, de leiderschapsstijl – bij het op zoek gaan naar informatie met betrekking tot deze begrippen, werden we bedolven onder een enorme hoeveelheid publicaties.

 

Het lijkt ons om deze reden bijzonder interessant de beide begrippen, kwaliteit en leiderschap, te plaatsen binnen één studie. Omwille van de recent groeiende aandacht voor leiderschap en kwaliteit binnen de overheid, achten we het opportuun om dit onderzoek binnen de publieke sector te kaderen. Beïnvloed een bepaalde vorm van leiderschapsgedrag het kwaliteitsniveau dat een overheidsorganisatie, zowel intern als extern, realiseert? Heeft een bepaalde manier van leiding geven een hogere systematische zorg om kwaliteit van producten en processen tot gevolg? Bestaat er dus een verband tussen de twee begrippen leiderschap en kwaliteit in publieke instellingen?

 

Een antwoord bieden op dit vraagstuk doen we door ten eerste duidelijkheid te scheppen rond de concrete betekenis van de begrippen leiderschap en kwaliteit, door ten tweede het belang van deze onderwerpen binnen de openbare sector aan te halen en door ten derde een overzicht voor te stellen van de aanwezige leiderschapsstijlen en kwaliteitsniveaus in Vlaamse Openbare Instellingen. Afsluitend gaan we na of er, binnen organisaties die een vergelijkbare kwaliteitsscore halen, overeenstemming bestaat op vlak van leiderschapsstijl.

 

Met betrekking tot het concept leiderschap zien we dat een eenduidige omschrijving voorstellen onmogelijk is: vanuit afwijkende invalshoeken is het begrip steeds anders gedefinieerd geworden. Stogdill en Bass spelen hierop in door een twaalftal verschillende definities voor te stellen. Hieruit vloeit het idee voort dat we de te hanteren benadering van het begrip dienen te laten variëren naar gelang de methodologische en substantiële aspecten waarin we geïnteresseerd zijn. Binnen onze studie besteden we aandacht aan de mate van taakgericht en werknemergericht gedrag die een leider vertoont – we laten onze leiderschapsdefinitie daarom aansluiten bij de opvatting die leiderschap ziet als een vorm van gedrag.

 

Ook doorheen de tijd is het leiderschapsconcept geëvolueerd. De stromingen die tot nog toe de meeste aandacht gekregen hebben zijn de trait approach, de behavioural approach en de contingency approach, zij bestuderen respectievelijk de karaktertrekken, de regelmatigheden in het gedrag en de factoren die de effectiviteit van leiders beïnvloeden. De voor ons onderzoek meest interessante ideeën komen uit de behavioural approach, tot deze stroming behoren immers de denkbeelden van Robert Blake en Anne McCanse, wiens leiderschapsdiagram we als uitgangspunt zullen nemen binnen ons leiderschapsonderzoek. In hun model worden de taakgerichte en werknemergerichte leiderschapsstijl op de X-as e Y-as van een assenstelsel geplaatst, en worden vervolgens vijf fundamentele leiderschapsstijlen onderscheiden.

 

Voor wat betreft het kwaliteitsconcept komen we eveneens tot de vaststelling dat één duidelijke omschrijving voorstellen erg moeilijk is. Ten eerste kan het begrip vanuit talrijke invalshoeken worden bekeken, een idee waar Garvin op inspeelt door vijf verschillende soorten definities te beschouwen. Hij merkt op dat het belangrijk is in te zien dat naar gelang de situatie de ene definitie beter voldoet da de andere, en dat de verschillende benaderingen dus complementair zijn. Ten tweede is ook hier weer de betekenis van het begrip doorheen de tijd sterk gegroeid.

 

Vanuit louter theoretisch perspectief blijft kwaliteit dus een erg ruim begrip. Dit troebele beeld concretiseren we aan de hand van het voor toepassing binnen overheidsdiensten aangepaste EFQM Model, het Common Assessment Framework (CAF). In essentie toont het CAF dat excellente resultaten met betrekking tot sleutelactiviteiten, klanten, medewerkers en samenleving slechts worden behaald aan de hand van het gevoerde beleid en de bepaalde strategie, die gestuurd worden door het in de organisatie aanwezige leiderschap en die bereikt zullen dienen te worden door de aanwezige medewerkers, partnerships en middelen en processen. Op deze negen kwaliteitscriteria dienen scores aangegeven te worden, waarna evaluatie mogelijk wordt.

 

 

De resultaten van het door ons gevoerde met betrekking tot leiderschap binnen Vlaamse Openbare Instellingen, wijzen op hoofdzakelijk de aanwezigheid van een leiderschapsstijl die het midden houdt tussen taakgericht en werknemergericht gedrag. Vullen we het leiderschapsdiagram van Blake en Mouton in, dan zien we dat geen extrema voorkomen en dat binnen deze instellingen vooral een Middle Of The Road Management aanwezig is.

 

Voor wat betreft het globale kwaliteitsniveau binnen de aan ons onderzoek deelnemende instellingen kunnen we geen duidelijke lijn vinden in de bekomen resultaten. Na het optellen van de negen kwaliteitscriteria van het CAF, zien we wel dat de instellingen waarvan de leider een stijl heeft die zowel aansluit bij het Team Management, het Middle Of The Road Management en het Authority-Compliance Management duidelijk hogere scores behalen dan de overige instellingen. Andere, meer verregaande conclusies vallen hier echter niet aan vast te knopen.

 

Op de vraag of er een samenhang bestaat tussen de zonet aangehaalde resultaten met betrekking tot leiderschap en kwaliteit binnen Vlaamse Openbare Instellingen, dienen we genuanceerd te antwoorden.

 

Globaal kunnen we stellen dat instellingen met een leiderschapsstijl die zich bevindt op het snijpunt van het Team Management, het Middle Of The Road Management en het Authority-Compliance Management voortdurend hogere kwaliteitsscores behalen dan de overige instellingen. Andere conclusies, met bijvoorbeeld betrekking tot de andere leiderschapsstijlen, kunnen echter niet worden getrokken, daarvoor schommelen de scores te sterk. We besluiten hieruit dat er geen sluitend verband bestaat tussen de leiderschapsstijl en het kwaliteitsniveau van de in ons onderzoek opgenomen Vlaamse Openbare Instellingen.

 

Universiteit of Hogeschool
Handelswetenschappen
Publicatiejaar
2004
Share this on: