Recht op Privacy, ook voor transseksuelen? Een analyse van de rechtspraak van het Hof te Straatsburg

Els Soenens
“Recht op respect voor het privé-leven, ook voor transseksuelen?”
 
Els Soenens. 
 
Stel u eens voor … U leeft in een vrouwenlichaam maar u bent ervan overtuigd dat u als man    door het leven wil.    Daarom ondergaat u verschillende chirurgische ingrepen om  ‘uw juiste geslacht’ te verkrijgen.  Maar dan blijkt dat u ondanks de zware operaties, juridisch gezien toch als vrouw blijft bestaan.

Recht op Privacy, ook voor transseksuelen? Een analyse van de rechtspraak van het Hof te Straatsburg

“Recht op respect voor het privé-leven, ook voor transseksuelen?”

 

Els Soenens. 

 

Stel u eens voor … U leeft in een vrouwenlichaam maar u bent ervan overtuigd dat u als man    door het leven wil.    Daarom ondergaat u verschillende chirurgische ingrepen om  ‘uw juiste geslacht’ te verkrijgen.  Maar dan blijkt dat u ondanks de zware operaties, juridisch gezien toch als vrouw blijft bestaan. De bovengeschetste (absurde) situatie deed zich jarenlang voor in Groot-Brittannië.   

 

Zo trokken ook  Miss Sheffield en Miss Horsham in 1998 naar Straatsburg in de hoop dat het Hof ter Bescherming van de Rechten van de Mens, de Britse autoriteiten zou verplichten hun geboortecertificaat aan te passen.  De dames in kwestie lijdden immers aan genderdysforie en wensten hun post - operatieve geslacht juridisch erkend te zien. De juridische erkenning van hun nieuwe status is voor de integriteit van transseksuelen van groot belang. Transseksuelen moeten een lange weg afleggen tot het verkrijgen van een nieuw geslacht.   Wanneer er een discrepantie tussen het biologische en het juridische geslacht van de transseksuelen blijft bestaan, blijven ze lijden onder de discriminaties, de vernederingen en de sociale isolatie van elke dag.  Groot-Brittannië weigerde sedert jaar en dag de juridische erkenning van post - operatieve transseksuelen zonder ook maar éénmaal veroordeeld te worden te Straatsburg.   Ook in de Sheffield en Horsham zaak vond het Hof geen inbreuk op het recht op respect voor het privéleven ( het artikel 8 van het EVRM).   Het Hof liet Groot-Brittannië de vrijheid zelf te beslissen over hoe zij hun geboortecertificaten structureren en amenderen, ondanks het feit dat onvermijdelijk inbreuken op het privéleven van de eisers tot gevolg had.  

 

Ten tijde van de case, was Groot-Brittannië samen met Ierland, Andorra en Albanië, één van de vier ‘achteropblijvers’ in de Raad van de Europese Unie wat betreft het aanpassen van de geboorteregisters van post - operatieve transseksuelen.  Hoe kunnen de Rechters te Straatsburg deze beslissing – en deze in gelijkaardige arresten - verdedigen als zij de effectieve bescherming van mensenrechten willen promoten?  Sterker nog, hoe kunnen Europese normen rond mensenrechten gecreëerd worden als een land persistent niet gesanctioneerd wordt voor de inbreuken op deze mensenrechten?     Het moet gezegd, mensenrechten zijn zelden absoluut.    Het EVRM voorziet de mogelijkheid af te wijken van de gegarandeerde rechten als aan verschillende voorwaarden voldaan is.  Eén van die voorwaarden stelt dat de inperking van het recht op het privéleven ‘noodzakelijk moet zijn in de democratische maatschappij’.  Nu heeft het Hof te Straatsburg deze noodzakelijkheidsvereiste steevast geïnterpreteerd als ‘een dwingende maatschappelijke behoefte’.  Vanuit die interpretatie stelt het Hof dat de lidstaten moeten streven naar een correcte balans tussen het respecteren van de rechten van een individu en van het algemeen belang.    Men kan zich al vragen stellen of deze interpretatiemethode de effectieve bescherming van de mensenrechten wel kan garanderen.  

 

De losse interpretatie van de verdragsbepalingen is niet het enige pijnpunt van de rechtspraak te Straatsburg.   De lidstaten genieten doorgaans een wijde beoordelingsmarge bij het invullen van de correcte balans tussen het algemeen en het individueel belang.  Deze nationale beoordelingsmarge wordt in Straatsburg door het consensusprincipe ingevuld.   In de Sheffield en Horsham case stelde het Hof dat er nog geen Europese consensus te vinden was in de manier waarop de post - operatieve status van de transseksuelen juridisch erkend wordt.  Daarom, en mede omdat Groot-Brittannië het historisch karakter van het registratiesysteem wou beschermen, hoefden de Britse autoriteiten het geboorteregister niet aan te passen aan de noden van de transseksuelen.  De grote meerderheid van de staten (39 van de 43!) hield wel degelijk rekening met de situatie van post - operatieve transseksuelen.  Zelfs in Finland en in Estland waar het geboorteregister eveneens een historisch karakter heeft, wordt de mogelijkheid gelaten dergelijke aanpassingen te maken. 

 

Miss Sheffield en Miss Horsham bleven in de kou staan maar vier jaar later, in 2002, vonden de eisen van Miss Goodwin en Miss I. meer gehoor.  Wat kan die ommekeer in de houding van het Hof verklaren?     Ten eerste is de veroordeling van Groot-Brittannië te verklaren in het licht van een uitspraak van een Britse rechtbank het jaar voordien. In de Bellinger  versus Bellinger case (2001) werd voor het eerst de negatieve positie van post - operatieve transseksuelen in Groot-Brittannië erkend.   Ten tweede gaf het Hof toe dat het strenge gebruik van de consensusstandaard nadelig was gebleken voor de menselijke integriteit en waardigheid.  Aan het begin van de 21ste eeuw bleek het recht op privéleven voor het eerst belangrijker dan het respecteren van het Britse registratiesysteem.  

 

De redenering van de rechters te Straatsburg is mijns inziens betreurenswaardig.  Wil het Hof zichzelf als een ‘collectieve, supranationale stem van moraliteit en rationaliteit’ zien, dan moeten arresten als deze van de Britse post - operatieve transseksuelen in de toekomst vermeden worden.  De bepaling ‘noodzakelijk in de democratische maatschappij’ kan enkel begrepen worden vanuit een diep respect voor het behoud van pluralisme bij het realiseren van de mensenrechten.   De universaliteit van mensenrechten vereist niet dat alle mensen het recht op zelfbepaling op een identieke manier invullen, maar wel dat iedereen de mogelijkheid heeft dit recht zelf in te vullen op een manier die het beste past bij zijn of haar persoonlijke situatie.   Het recht op respect voor het privéleven moet daarom voor alle mensen, inclusief post - operatieve transseksuelen, gewaarborgd zijn.   Een individueel recht kan niet toegekend worden op basis van een meerderheidsbeslissing en zeker niet op basis van unanimiteit.  Het stoutste kindje van de klas zal niet braver worden als het niet berispt kan worden voor zijn gedrag,  juist omdat het kind logischerwijs zelf niet mee akkoord gaat met een straf.   U snapt het, de juf moet ingrijpen…  

 

Het Hof ter Bescherming van de Rechten van de Mens ontloopt te vaak haar verantwoordelijkheden.  Het recht op respect voor het privéleven van Britse transseksuelen is nu eindelijk een feit maar de aanpak van het Hof te Straatsburg verraadt dat er moeilijkheden zullen blijven bestaan telkens wanneer binnen de Raad van Europa nieuwe, delicate sociale of morele vraagstukken aangekaart zullen worden.

 

Universiteit of Hogeschool
GAS Internationaal en Europees Recht
Publicatiejaar
2004
Deel deze scriptie