Wat doen de Amerikanen eigenlijk in Vietnam? Discoursanalytische benadering van de Actueel-berichtgeving over het Vietnamconflict 1966-1975

Pieter Verstraete
VERSTRAETE (P.), “Wat doen de Amerikanen eigenlijk in Vietnam?” Discoursanalytische benadering van de Actueel-berichtgeving over het Vietnamconflict 1966 – 1975, Onuitgegeven licentiaatsverhandeling UGent, 2004, 269 p.
 
De aanslepende vijandelijkheden in Irak tonen aan dat de Verenigde Staten de situatie niet onder controle krijgen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de analogie met het Vietnamconflict steeds hardnekkiger de kop opsteekt.

Wat doen de Amerikanen eigenlijk in Vietnam? Discoursanalytische benadering van de Actueel-berichtgeving over het Vietnamconflict 1966-1975

VERSTRAETE (P.), “Wat doen de Amerikanen eigenlijk in Vietnam?” Discoursanalytische benadering van de Actueel-berichtgeving over het Vietnamconflict 1966 – 1975, Onuitgegeven licentiaatsverhandeling UGent, 2004, 269 p.

 

De aanslepende vijandelijkheden in Irak tonen aan dat de Verenigde Staten de situatie niet onder controle krijgen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de analogie met het Vietnamconflict steeds hardnekkiger de kop opsteekt. Het Vietnamees ‘moeras’ dreigt nu, bijna veertig jaar later, een vervolg te krijgen in het Irakese zand, de Amerikaanse regering houdt ook ditmaal heel wat informatie verborgen, de marionettenregering mist net als toen elke vorm van geloofwaardigheid. Niet langer het communisme, maar het terrorisme moet bestreden worden.  De ‘war on terror’ rechtvaardigt de talloze schendingen van de mensenrechten.

Hoewel de geschiedenis zich nu lijkt te herhalen, werd er na de Vietnamoorlog wel één les onthouden en door het Amerikaanse establishment als gemeengoed verspreid, namelijk dat de media een grote verantwoordelijkheid voor het uiteindelijke verlies van het Vietnamconflict droegen. Sindsdien vrezen het Amerikaanse leger en de neoconservatieve regering de macht van de media en willen ze tot elke prijs vermijden dat het publiek negatief wordt beïnvloed. Deze visie, vaak omschreven als het ‘Vietnamsyndroom’, wordt echter door recente studies over de Amerikaanse media (Hallin, Page, Carruthers…) naar de prullenmand verwezen.

 

In dit onderzoek wordt nagegaan welk beeld van de Vietnamoorlog door het BRT-duidingsmagazine Actueel opgehangen werd. Is er sprake van negatieve beïnvloeding, of zijn de conclusies van Hallin en Page ook toepasbaar op de Vlaamse media? Deze onderzoeksvragen leiden tot de centrale vraag naar een mogelijke evolutie van de berichtgeving in de jaren 1965 tot 1975. Mijns inziens situeert zich in deze jaren immers een kantelmoment van de twintigste eeuw: sinds de Vietnamoorlog hebben de Verenigde Staten steeds meer moeite om hun hegemonieclaim hard te maken.

De uitgeschreven teksten van de Actueel-uitzendingen van 1965 tot 1975 vormden de basis voor deze scriptie. Met behulp van tekstanalytische methodes werden een 320-tal nieuwsitems grondiger onderzocht, interviews met voormalige medewerkers van het programma – Jos Bouveroux, Urbaan De Becker en Miel Dekeyser – verschaffen een beter zicht op de toenmalige machtsstructuur van de BRT. Daardoor werd de historische, culturele en sociale context van de berichtgeving in het onderzoek betrokken en het onderzoeksveld bijgevolg beduidend verruimd.

 

In de scriptie wordt aangetoond dat ook wat de Vlaamse radioberichtgeving betreft de wijdverspreide mythe van het Vietnamsyndroom doorprikt moet worden. De Actueel-redactie stond niet per definitie negatief tegenover de Verenigde Staten: zij nam in de beginjaren zelfs de Amerikaanse retoriek over. Maar haar houding veranderde geleidelijk aan, zonder hierbij in een pertinent anti-Amerikaanse berichtgeving te vervallen!

De Amerikaanse auteur Hallin ziet het Tet-offensief als de katalysator van deze evolutie, zijn collega Page toont aan dat de intern tegenstrijdige berichten van het Amerikaanse leger en de regering de ontwikkeling van de onderzoeksjournalistiek stimuleerden. Via dit onderzoek kan eveneens gesteld worden dat het Tet-offensief de eerste twijfels onder de journalisten van Actueel deed rijzen. Deze twijfels versterkten de reeds bestaande trend tot kritische verslaggeving in de jaren zestig. De berichtgeving is vanaf 1968 duidelijk meer genuanceerd, dichotomieën als ‘wij’ versus ‘zij’ verdwenen geleidelijk.

In tegenstelling tot Hallin echter beschouw ik het Tet-offensief niet meteen als een breuklijn voor wat de Actueel-berichtgeving over de Vietnamoorlog betreft. Daarvoor was de repressieve invloed van de toenmalige directeur-generaal Vandenbussche en de conservatieve redactieleden nog te groot, de journalistieke middelen van de redactie – en de BRT in het algemeen – te beperkt en de beschikbare bronnen te eenzijdig westers. Na het Tet-offensief was er weliswaar een meer gediversifieerde aandacht voor alle partijen in het conflict, maar dit moet eerder gezien worden als een stap in de reeds eerder beschreven evolutie naar een nieuwe vorm van journalistiek. Deze nieuwe onderzoeksjournalistiek steekt in deze periode de neus aan het venster, en dit blijkt ook uit de analyse van de berichtgeving.

 

De claim dat de Verenigde Staten de oorlog door de media verloren, kan dan ook verworpen worden. Uit mijn analyse van de Actueel-berichtgeving blijkt dat de stijgende kritische houding van de journalisten en de afbrokkelende publieke steun zich niet als oorzaak en gevolg verhouden. Het blijft moeilijk om de exacte impact van een medium op het publiek te meten, maar men kan vaststellen dat de Actueel-berichtgeving geen bewust vertekend beeld over de Vietnamoorlog heeft opgehangen en als zodanig ook niet die invloed op het Vlaamse publiek heeft gehad.

Als er al vertekening in de berichtgeving optrad, situeerde zich dit voornamelijk in de beginjaren van het conflict omdat enerzijds de westerse bronnen zich quasi uitsluitend baseerden op Amerikaanse informatie, en anderzijds de communistische woordvoerders veel moeilijker te bereiken waren. Het merendeel van de journalisten was overigens sterk ‘embedded’: zij waren in al hun bewegingen voortdurend omringd en begeleid door militairen, zoals dit ook in de recentere Golfoorlogen het geval was. Hierdoor valt moeilijk te concluderen dat de journalisten moedwillig negatieve informatie zouden verspreid hebben. Slechts een kleine minderheid van de berichtgevers begon zich in de loop van de oorlog vragen te stellen bij de al te optimistische berichten uit Amerikaanse legerkringen. In deze geleidelijke omwenteling speelden vooral de psychologische gevolgen van het Tet-offensief – voor het eerst verplaatste het oorlogsgeweld zich van de jungle naar steden in geheel Zuid-Vietnam – en de groeiende Amerikaanse bereidheid tot onderhandelen een grote rol. Deze trend kan duidelijk uit de Actueel-berichtgeving afgeleid worden.

 

Ondanks de grote afhankelijkheid van de westerse informatiekanalen en de beperkte middelen van de omroep in een klein land als België in de jaren zestig en zeventig, is het opmerkelijk dat Actueel er in slaagde om een dergelijke grondige duiding bij de actualiteit te verschaffen. In de beginjaren weliswaar vaak met vallen en opstaan, maar vanaf de jaren zeventig ontwikkelden de journalisten van Actueel een eigen visie op de gebeurtenissen, gevormd via grondige interviews met verantwoordelijken, gesprekken met specialisten en kritische analyses van de beschikbare informatie. Steeds vaker werden in het commentaar op de actualiteit ook persoonlijke standpunten ingenomen, zonder hierbij de objectiviteit uit het oog te verliezen. Actueel speelde als duidingsmagazine, samen met Panorama op televisie, een belangrijke pioniersrol in het introduceren en toepassen van de nieuwe onderzoeksjournalistiek in België. Vandaag wordt een dergelijke houding in de journalistiek als normaal en zelfs onontbeerlijk beschouwd.

 

© Pieter Verstraete

Universiteit of Hogeschool
Letteren en wijsbegeerte,vakgroep Nieuwste Geschiedenis
Publicatiejaar
2004
Share this on: