Verborgen vetten in de voeding. Een praktijkgerichte visualisatie in de bewustwordingsfase.

Annelore
Pareyn

Verborgen vetten in de voeding

Een praktijkgerichte visualisatie in de bewustwordingsfase- Annelore Pareyn

 

Inleiding

Een te hoog lichaamsgewicht is de laatste jaren ook in België uitgegroeid tot een gezondheidsprobleem met de omvang van een epidemie.  Zoals reeds alom gekend is één op twee Belgen te dik.  Overgewicht en obesitas, de ernstige vorm van overgewicht, behoren tot de chronische ziektes.  Dit verhoogt het risico op welvaartsziekten, met name hart- en vaatziekten, diabetes, verhoogde bloeddruk, artrose, slaapstoornissen, galsteenvorming en kanker.  Bovendien is er een gedaalde levensverwachting, psychologische problemen, rugklachten… 

 

Probleemstelling

De grote inname van ‘verborgen vetten’ die voornamelijk van het verzadigde type zijn,  vormt een gevaar voor de Belgische volksgezondheid.  En daar knelt het schoentje: een doorsnee Belg heeft te weinig kennis over deze ‘verborgen vetten’ waardoor er onbewust een te hoge vetinname is.  Men is ervan overtuigd weinig vet te eten, terwijl het vetpercentage in de voeding de aanbevolen norm vaak overstijgt.  Uit de praktijk blijkt dat de patiënten vet vooral relateren aan de saus bij de warme maaltijd en de zichtbare smeer- en bereidingsvetten.  Maar de ‘verborgen vetten’ in koekjes, gebak, chocolade, kaas, volle zuivelproducten, vlees….telt men niet mee.  Vooral dierlijke producten zoals boter, volle zuivelproducten, vet vlees en vleeswaren bevatten verzadigde vetten.  Deze vetten doen het LDL-cholesterol of slechte cholesterol in het bloed stijgen.  Vooral deze vetten dragen dus bij tot de welvaartsziekten.  Ze zorgen alleen voor de opbouw van een vetlaag. 

Het kennisniveau met betrekking tot de verschillende soorten vetzuren is teleurstellend.  De Belg die naar eigen inzicht best ‘goed bezig’ is met gezondheid en vetten, baseert zich vooral op de zichtbare vetten.  De consumptie van deze zichtbare vetten, zoals de smeer- en bereidingsvetten,  is onder invloed van voorlichting en reclame wel aan het veranderen. De inname is afgenomen en de samenstelling ervan is verbeterd.  Daarentegen is de inname van de verborgen vetten nog steeds te groot.  Dit is te wijten aan de huidige ongezonde trends in het Belgische voedingspatroon:

 

grazing, het continu eten gedurende de dag;

een gestegen kaasconsumptie, maar kaas bevat veel verborgen vetten;

vraag naar meer kant-en-klaar maaltijden, fast food en snacks die ook veel verborgen vetten dragen;

een toename van het buitenshuis eten, dit leidt tot een hoge inname van verborgen vetten.

 

Vet heeft in onze ‘gezondheidscultuur’ een slechte naam, maar vet is niet per definitie slecht.  Een mens heeft dagelijks vet nodig.  Waar het vooral op aankomt is de juiste dosering.  Het probleem is de soort en de hoeveelheid vet die dagelijks naar binnen wordt gewerkt.  Binnen de vetverdeling wordt de voorkeur gegeven aan de onverzadigde vetten en mag niet meer dan 10 En% worden aangebracht door de verzadigde ‘verborgen’ vetten. Door hapklare producten te mijden, kan de vetinname eenvoudig beperkt worden.  Het komt erop neer om chips, snacks, koekjes, taart, ijs… zoveel mogelijk te vermijden.

 

Opdracht

Duidelijk dat een goede basiskennis vereist is om tot een positieve gedragsverandering te komen.  De eerste noodzakelijke stap om mensen te motiveren om gezond te eten, is hen bewust maken van hun eigen ongezond eetgedrag.  Voor de diëtisten is hier dus een belangrijke taak weggelegd.  Een folder volstaat meestal niet om de patiënt te overtuigen van zijn of haar ongezond eetgedrag. 

 

Daarom heb ik een praktijkgericht werkinstrument ontwikkeld voor de zelfstandig diëtist te gebruiken tijdens de consultaties.  Aan de hand van een visualisatiesysteem van deze verborgen vetten in de voeding kan de patiënt tijdens de dieetinterventie geholpen worden om daadwerkelijk het gewenste gedrag te vertonen.  De dieetbegeleiding wordt intensiever indien de patiënt geconfronteerd wordt met zijn werkelijke vetconsumptie.  Beeld zegt meer dan woord alleen! Dit hulpmiddel ‘Hoe light is mijn bord’ zorgt voor een positief leereffect bij de patiënt los van de fase van gedragsverandering waarin hij zich bevindt. Aangezien de bewustwording een proces is doorheen verschillende stadia, zal een individu zijn gedrag niet van de ene op de andere dag kunnen aanpassen.  De gedragsverandering verloopt geleidelijk en in fasen. Pas wanneer de patiënt zich bewust is van de hoge vetinname, kan hij overgaan tot actie.  De foto’s kunnen in iedere fase gebruikt worden als hulpmiddel.  Wel moet de diëtist per patiënt de communicatieve aanpak aanpassen aan de specifieke fase van gedragsverandering.

Nadat de diëtist een grondige voedingsanamnese heeft afgenomen, kunnen de foto’s van vaak geconsumeerde favoriete voedingsmiddelen, verschillend van patiënt tot patiënt,  getoond worden.  Zo krijgt de patiënt inzicht in zijn eigen ongezond voedingspatroon en kan hij bijgevolg bewust leren kiezen voor een gezonde voeding. Het doel van de foto’s is de voedingsfouten te verduidelijken voor de patiënt.  De fouten kunnen vervolgens aangepakt worden, onder andere door uitleg en instructies te geven en afspraken te maken.  Samen met de patiënt kan nagegaan worden welke aanpassingen haalbaar zijn. Ook tijdens verdere opvolgconsultaties kunnen de foto’s van de verborgen vetten handig zijn ter opfrissing van de belangrijkste zaken.

 

Methodiek

De verborgen vetten in een voedingsmiddel werden gevisualiseerd aan de hand van een boterkuipje. De hoeveelheid boter die wordt voorgesteld geeft de gemiddelde hoeveelheid vet weer in dat voedingsmiddel. De foto’s werden opgesteld in een Power Point-presentatie en onderverdeeld in verschillende categorieën. Na een gedetailleerde voedingsanamnese werden de patiënten geconfronteerd worden met de verborgen vetten in hun voeding.  De bewustwording van het ongezonde eetgedrag kon hierdoor vlotter verlopen. De patiënt werd op die manier gemotiveerd om zijn voedingsgedrag aan te passen. Het probleem van onvoldoende kennis en bijgevolg het zich onvoldoende bewust zijn, werd aangepakt op een snelle en efficiënte manier. 

 

Resultaten

De efficiëntie van dit hulpmiddel werd getest op 20 proefpersonen met overgewicht die op een eerste vermageringsconsultatie kwamen.  Deze groep bestond uit 15 vrouwen en 5 mannen.  Aan de hand van een vragenlijst werd de kennis over verborgen vetten getest alvorens de patiënten adviezen hadden gekregen.  Na de derde consultatie en het werken met de foto’s kregen dezelfde patiënten dezelfde vragen voorgeschoteld.  Bij de mannelijke populatie werd een significante kennistoename geconstateerd op het 5%-niveau, terwijl dit voor de vrouwen significant was op het 10%-niveau.  Het verschil in kennistoename bij mannen en vrouwen is voornamelijk te wijten dat de vrouwelijke populatie bij aanvang van het onderzoek reeds over een hoger kennisniveau wat betreft gezonde voeding beschikte dan de mannelijke.  Maar voor de totale populatie is het bewustwordingsproces in een korte tijdspanne verlopen door een rechtstreekse confrontatie met de vetten in de voeding. Nadat deze kennis verworven was, kon sneller gewerkt worden aan een positieve gedragsverandering tijdens de volgende consultaties.  Zowel de patiënten zelf als de diëtisten die met de foto’s gewerkt hebben, waren heel enthousiast over het product. 

 

Besluit

Voldoende herhaling en dosering van informatie bij het tonen van de foto’s zijn nodig zodat alles snel basiskennis wordt voor de patiënt. Dit visualisatiesysteem vormt een heel handig werkinstrument in de diëtistenpraktijk ter bevordering van het bewustwordingsproces bij de patiënten.  Dit werk kan ook steeds verder uitgebreid worden met andere voedingsmiddelen, vergelijking maken met suikerklontjes i.p.v. boterkuipjes… In plaats van een Power Point-presentatie kan dit werk ook onder de vorm van een draaiboekje uitgegeven worden.  Vooral bij consultaties op verplaatsing is dit handiger dan de cd-rom. Er is immers heel wat vraag naar praktijkgerichte werktool voor diëtisten.  Dit eindwerk was alvast een stap in de goede richting!

 

Bibliografie

LITERATUURLIJST

 

Baso (2002) . Een Praktische gids voor de evaluatie en behandeling van obesitas en overgewicht, Leuven, Professor Erik Muls.

 

De Bourdeaudhuij 2000.  Voedingsgedrag veranderen: makkelijker gezegd dan gedaan, http://www.nice-info.be/htlm (13.09.2004)

 

De relatie tussen lichaamsbeweging, voeding en overgewicht. (2000). Body Talk, 212, 9-12

 

Ergogenics. Kant-en-klaar voedsel slecht voor musculatuur (21.05.2004), http://www.ergogenics.org/nac.htlm (29.03.2005)

 

Gezondheid.be.  1 op 2 Belgen is te dik (28.07.2003), http://www.gezondheid.be (08.09.2004)

 

Gezondheid.be. 43 procent van de Belgen heeft overgewicht (23.07.2004b), http://www.gezondheid.be (08.09.2004)

 

Gezondheid.be, vetstoffen, vriend of vijand (03.08.2004a), http://www.gezondheid.be (08.09.2004)

 

Hoge gezondheidsraad (2003). Voedingsaanbevelingen voor België, Herziene versie 2003. Brussel, Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Leefmilieu en Veiligheid van de Voedselketen, 84 p.

 

Heimann Dierk, Margraf Jürgen, Pudel Volkel (1999). Weg met vet. Utrecht/Antwerpen,  Areopagus, 107 p.

 

Kraak Hans (2004). NWL-symposium over transvetten. Voeding Nu, 6 (5) 15-17

 

Liga. Vetten, http://www.liga.nl/voeding/voedingsstoffen/vetten.asp (29.03.2005)

 

Philippaerts  Renaat (2002). De fysieke inactiviteit van de Belg: Een stand van zaken, Fysieke activiteit, gezondheid en fitheid.  Waarom en hoe een gezonde leefstijl promoten? Brussel: Belgische Federatie tegen Kanker, 32-35

 

Rzewnicki R., Vanreusel B., De Bourdeaudhuij I. (2001). Hoe fysiek (in)actief is de Vlaamse en Belgische bevolking?, Vlaams Tijdschrift voor Sportgeneeskunde en –wetenschappen, 17-27

 

Schoonman Dennis (2004). Terugdringen gebruik verzadigde vetzuren en transvetzuren vordert. Voeding Nu, 6 (5), 18-21

 

Schrauwen Patrick (2005).  Impact van fysieke activiteit op obesitas en diabetes.  Tijdschrift voor voeding & gezondheid, 2 (5), 4-7

 

Sijpestein Floortje (2004).  Nederlander heeft weinig kennis van ‘verborgen vetten’. Voeding Nu, 6 (5), 22-23

Tip Culinair (2000). Light koken. Hoofddorp, VNU Boekenfonds, 96 p.

 

UZ-UG Centrum voor voedings- en dieetadvies (2001). Hartvriendelijke voeding.  Gent, Centrum voor voedings- en dieetadvies, 28 p.

 

Van Gaal L. Obesitas gewikt en gewogen (12.1999), http://www.nice-info.be/htlm (10.08.2004)

 

Vansant Greet.  Evenwicht en variatie, de sleutel tot een gezonde voeding, http://www.nice-info.be/htlm (10.08.2004)  

 

VIG. Cijfergegevens, http://www.vig.be/content (27.09.2004e)

 

VIG. De gewichttest, http://www.vig.be/content (27.09.2004h)

 

VIG. De vettest, http://www.vig.be/content (27.09.2004g)

 

VIG, De voedingsdriehoek, http://www.vig.be/content (27.09.2004b)

 

VIG, De voedingsdriehoek, een praktische voedingsgids, http://www.vig.be (25.07.2004c)

 

VIG, Gezondheidsdoelstelling omtrent voeding (1198-2002), http://www.vig.be/content (27.09.2004f)

 

VIG, Wat is evenwichtige voeding, http://www.vig.be/content (27.09.2004a)

 

VIG¸ Voedingsgewoonten in België: stand van zaken, http://www.vig.be/content (27.09.2004d)

 

VIG, Voedingsvoorlichting, een geïntegreerd model voor het bevorderen van een gezonde voeding, http://www.vig.be/content (27.09.2004i)

 

Wyckmans Jo(2002). Gezond vanbinnen, vanbuiten. Mooi, hoe gezonde voeding je leven positief verandert. Wielsbeke, De Eenhoorn, 256 p.

Download scriptie (2.89 MB)
Universiteit of Hogeschool
Odisee
Thesis jaar
2005