Changing the world

Cora Aarnoutse
Persbericht

Changing the world

Changing the world’

De noodzaak van film(kunst) en onderwijs in kijkstrategieën in Kenia

In mei 2005, werd ik uitgenodigd deel te nemen aan een residentie bij Kuona Trust, een kunstorganisatie in Nairobi, Kenia. Er werd gezocht naar audiovisuelen, om het nieuwe medium als een kunstvorm onder de lokale kunstenaars ‘introduceren’ en ‘tastbaar maken’. Wellicht is dit niet het eerste waar u aan denkt, om film aan een zogenoemd ‘ontwikkelingsland’ als Kenia te koppelen. Wat hebben ze aan dit medium, als ze daar nauwelijks brood op de plank hebben? Wat is de noodzaak van het opleven van film(kunst) in een derdewereld land als Kenia?

Met deze, op het eerste zicht simpele vraagstelling, ben ik een onderzoek gestart naar de activiteiten rondom film; vooraleerst in Kenia. Een onderzoek met betrekking tot dit medium stopt echter onmogelijk binnen bepaalde landsgrenzen.

 

Tijdens mijn residentie in Nairobi kwam ik op een dag in de bus naast een vrouw te zitten die vroeg of ik in Kenia woonde. Ik ontkende, waarop ze zei; ‘Oh, ik heb altijd naar jou land willen gaan! Het is daar zo mooi!’ Ik vroeg waar ik volgens haar dan vandaan kwam. ‘Van Amerika!’ antwoordde ze haast geïrriteerd.

Tijdens een bezoek aan een sloppenwijk werd ik door kinderen aangesproken met ‘Chinese’! Hoewel ik zelf geen Chinezen in de stad heb gezien, laat staan in de sloppenwijk, vroeg ik me af hoe ze bij die benaming kwamen. Later vertelde iemand me dat mijn wijde linnen broek overeenkomsten had met die van een samoerai vechter, vandaar. Hoe kunnen kindjes van 7 jaar, die de sloppenwijk wellicht nauwelijks hebben verlaten, mij vergelijken met een samoerai vechter? Hoe komt deze vrouw erbij dat ik in Amerika woon en vastberaden een poging waagt om zichzelf, op mijn kosten, uit te nodigen naar het ‘land der weelde’?

Dat een tv in de hogere en midden klassen van de Keniaanse maatschappij behoort tot het basismeubilair in een huiskamer is een normale zaak. Echter ook in de sloppenwijken zijn bioscopen; dat wil zeggen, houten barakken met een tv voorin, waar men voor €0,07 kan komen kijken. MTV, Aziatische en Hollywood producties zijn erg populair. De Keniaanse zenders worden daarmee, aangezien ze gratis worden aangeboden door de Amerikaanse bedrijven. Met open mond kijken kinderen naar beelden uit het westen en ze dromen van wat ze zien. Het is dan ook niet vreemd dat ze zich afkeren van de Afrikaanse realiteit. Het lijkt of Kenia zichzelf voorbij loopt; met blinde ogen streven ze het doel na, het westen in te halen. Ze willen af van het imago ‘land in ontwikkeling’. Ze willen leven in de weelde die ze elke dag op tv zien.

 

Moet deze filmdistributie dan worden afgeschaft om de mensen te laten ontwaken; om ze te laten focussen op hun huidige realiteit, om de Amerikanisatie stop te zetten? (Met deze term wil ik een verschil aanduiden tussen de obsessie voor Amerika als droomland, wat niet hetzelfde is als de verwestering van het land dat een logisch gevolg is van de globalisering.) Onmogelijk en onverstandig. Films, zoals andere kunsten die over de maatschappij uitspraken doen en er over nadenken, spelen een rol in de bewustwording van mensen. Film is een druppel, die samen met andere druppels bijdraagt tot een universeel bewustzijn. Daarom heeft Afrika films nodig. Het is een machtig medium en ondanks zijn ‘hypnotiserende’ werking niet onmisbaar. Het gaat er echter om hoe en in welke context het medium wordt verspreid. Zou een audiovisuele ontwikkeling van eigen bodem oplossing bieden voor het probleem?

Een tweede, zeer belangrijk punt draait rondom de haast bevooroordeelde westerse gedachte dat Afrika een continent is dat alleen worstelt met armoede, ziekte en politieke instabiliteit. Dit is wat we immers wekelijks op diezelfde tv zien. Zou de bloei in het filmisch medium in een land als Kenia het westen kunnen wakker schudden, dat er meer is dan ontwikkelingsproblemen; dat Kenia, of Afrika, wellicht ook een rijke cultuur heeft die niet mag worden onderschat?

 

Er is zeker een positieve ontwikkeling, ten aanzien van de stimulatie tot productie van film(kunst) bij Keniaanse kunstenaars en filmmakers. Barbara Meyer Maroth, directrice van het Goethe Instituut van Nairobi, maakt zich samen met andere organisaties sterk om een weg te maken voor film(kunst) in dit land. Het instituut heeft een basis aan filmmateriaal, organiseert net als Kuona Trust filmworkshops, filmexposities, leent zijn auditorium uit aan Keniaanse filmmakers om hun film te vertonen en is medeverantwoordelijk voor het Lola screen filmfestival dat sinds een vijftal jaar Afrikaanse films aan het grote publiek probeert voor te stellen. Pogingen genoeg, maar het grote publiek is tot dusver moeilijk op te warmen voor deze initiatieven, die de ‘Amerikanisatie’ te kunnen indampen.

Toch is Barbara Meyer-Maroth positief over de huidige filmische ontwikkelingen in relatie tot westerse kijkwijze naar Keniaanse kunst. Meyer-Maroth “ Voor sommige kunstenaars lijkt het moeilijk om onderscheid te maken tussen ‘kunst voor toeristen’ – vanuit een economisch karakter – en ‘kunst omwille van kunst’ – vanuit een esthetisch karakter. In een discussie met kunstenaars realiseerden we ons dat het filmisch medium, dat zeker geen toeristenkunst is, zou kunnen helpen ‘kunst’ te creëren!” Als Keniaanse kunstenaar is het aannemelijk een internationale markt te bereiken met dit medium. Het is makkelijk te reproduceren en de laatste jaren zijn vele grote internationale tentoonstellingen overladen met dit medium in allerlei mogelijke vormen. Wellicht kan de Keniaanse kunstenaar hier een plekje veroveren.

 

Film is zodanig ingebed in eender welke (kunst)maatschappij dat we onze ogen moeten openen en een basiskennis zouden moeten hebben over de ontwikkelingen, invloeden en effecten van dit medium op diezelfde maatschappij. We moeten leren kijken naar dit medium, niet alleen in het westen, maar ook zeker in een land als Kenia waar ‘Amerikanisatie’ hoge toppen scheert. In mijn essay pleit ik voor het aanleren van audiovisuele kijkstrategieën in het basis en middelbaar onderwijs, net zoals de klassieke kunsten, zodat de werking en eventuele gevaren van het medium in relatie tot de globaliserende wereld kunnen worden begrepen.

Hoewel mijn essay met name ingaat op een nieuwe onderwijsvorm in Kenia, raak ik met mijn esthetisch en ethisch onderzoek ook onderwerpen aan die een mogelijke discussie rondom onderwijs in audiovisuele kijkstrategieën op westerse middelbare onderwijsinstellingen zou moeten openstellen. Een discussie waar, volgens mij, nog te weinig aandacht aan wordt besteed.

Bibliografie

Bronnenlijst

 

  1. www.kuonatrust.org

  2. reisverslag van residentie bij Kuona trust, Nairobi, Kenia, Cora Aarnoutse, september – december 2005

  3. ‘Afrika Verbeeld, Film en (dé)kolonisatie van de geesten’ Guido Convents Berchem 2003

  4. ‘American films and the Afrikan Market’, Thomas Guback

  5. Email interview met Barbara Meyer-Maroth, directrice van het Goethe Institute of Nairobi, Cora Aarnoutse, Brussel, februari 2006

  6. www.medevatv.com

  7. ‘About eventualities’, Statement tot the photo work ‘If’, Ingrid Mwangi, 2003. www.ingridmwangi.de

  8. Beyond wounds and scars’, the multiple words of Ingrid Mwangi, Jan Hoet/Ann Demeester, uit het boek ‘Your own soul, Ingrid Mwangi’, Kehrer Heidelberg/Stadtgalerie Saarbrucken, 2003

  9. ‘Transfers’, Toma Luteba Mutumbue, Brussel 2003

  10. Interview met Naircisse Tordoir, Cora Aarnoutse, Antwerpen, maart 2006

  11. Wolters’ Nederlands woordenboek, Koenen

  12. Are we changing the world – Narcisse tordoir, Collaborate works, Extra City, Antwerpen 2005

  13. Scalp, video installation, Ingrid Mwangi, Robert Hutter,2005 www.ingridmwangi.de

  14. www.mias.edu

  15.  

 

Universiteit of Hogeschool
Publicatiejaar
2006
Share this on: