De toegankelijkheid van initiatieven voor buitenschoolse kinderopvang

Annelies Roelandt
Buitenschoolse opvang: een drempel te hoog?
 
Kinderen van niet-werkende ouders, kinderen uit gezinnen met een lager inkomen en allochtonen zijn in heel wat buitenschoolse opvanginitiatieven ondervertegenwoordigd. Dat heeft onder andere te maken met de gehanteerde inschrijvingscriteria, de ouderbijdragen en de bekendmaking. Dat zijn de voornaamste conclusies van een scriptieonderzoek naar de toegankelijkheid van de buitenschoolse opvang.

De toegankelijkheid van initiatieven voor buitenschoolse kinderopvang

Buitenschoolse opvang: een drempel te hoog?

 

Kinderen van niet-werkende ouders, kinderen uit gezinnen met een lager inkomen en allochtonen zijn in heel wat buitenschoolse opvanginitiatieven ondervertegenwoordigd. Dat heeft onder andere te maken met de gehanteerde inschrijvingscriteria, de ouderbijdragen en de bekendmaking. Dat zijn de voornaamste conclusies van een scriptieonderzoek naar de toegankelijkheid van de buitenschoolse opvang.

 

Initiatieven voor Buitenschoolse Opvang (IBO’s) organiseren opvang voor kinderen van de basisschool voor en na school, op woensdagnamiddag, in schoolvakanties en op snipperdagen. In 2005 telde Vlaanderen volgens Kind en Gezin 233 IBO’s, goed voor zo’n 23.573 plaatsen. In een gewone schoolweek maken ongeveer 47.674 kinderen er gebruik van. Kind en Gezin, de Vlaamse Administratie Werkgelegenheid en het federale Fonds voor Collectieve Uitrustingen en Diensten zijn de belangrijkste subsidiebronnen.

 

Voor het onderzoek kregen alle Vlaamse en Brusselse IBO’s een postenquête. Op die manier zijn gegevens verzameld bij ongeveer 60% van de sector. Het gaat om 135 IBO’s of 376 vestigingsplaatsen verspreid over zowel steden als landelijke gemeenten in alle provincies. Het is het eerste onderzoek naar toegankelijkheid bij IBO’s.

 

De meest gekende functie van kinderopvang is het opvangen van kinderen terwijl hun ouders werken. Maar dat is niet het hele verhaal. Kinderen komen er in contact met elkaar, kunnen er spelen en zich ontplooien. Buitenschoolse opvang heeft dus ook een belangrijke pedagogische functie. Maar is dat wel zo voor alle kinderen? Daarover gaat de sociale functie van kinderopvang: kwaliteitsvolle opvang streeft er ook naar toegankelijk te zijn voor kinderen uit alle bevolkingsgroepen.

 

Het onderzoek geeft echter aan dat dit op vele plaatsen niet het geval is. Kinderen van niet-werkende ouders zijn duidelijk ondervertegenwoordigd (8%), net als kinderen uit gezinnen met een laag inkomen. Zeer weinig kinderen genieten immers een verminderd tarief. Ook allochtone kinderen zijn, hoewel niet overal ondervertegenwoordigd, beperkt aanwezig (8%). Opvallend is dat dit niet geldt voor kinderen van alleenstaanden (bijna 18%) en dat de Brusselse IBO’s allochtone kinderen en kinderen van niet-werkenden beter bereiken.

 

Wie eerst komt, eerst maalt

 

De beperkte aanwezigheid van zogenaamde kansengroepen is in de eerste plaats te verklaren vanuit plaatstekort. Zo heeft slechts één op vier locaties nog wat plaats vrij, terwijl meer dan de helft met overbezetting kampt. Dit plaatstekort doet zich vooral tijdens schoolvakanties voor. Het impliceert dat vele IBO’s moeten beslissen wie al dan niet aan boord komt. Het onderzoek ging na welke criteria IBO’s daarbij hanteren. We geven hier de belangrijkste resultaten weer.

 

Maar liefst 71% geeft eerst en vooral voorrang aan wie eerst inschrijft. Dit lijkt een zeer logische en billijke regel, maar leidt in de praktijk tot uitsluiting van bepaalde groepen. Niet alle ouders zijn immers even goed geïnformeerd en bovendien kan niet iedereen de nood aan opvang zo ver vooruit plannen. Een werkloze ouder bijvoorbeeld die plots een opleiding moet volgen of een job vindt, valt uit de boot.

 

Verder zien we dat bijna de helft van de IBO’s (44%) voorrang aan werkende ouders belangrijk of zeer belangrijk vindt. In één op tien initiatieven krijgen kinderen van niet-werkende ouders helemaal geen toegang, zelfs al zijn er nog vrije plaatsen. Dit is problematisch, want ook niet-werkende ouders wensen soms gebruik te maken van buitenschoolse opvang. Bijvoorbeeld omdat ze het een meerwaarde vinden voor de opvoeding van hun kind, of omdat ze willen solliciteren of een opleiding volgen.

Slechts één op zes IBO’s vindt het belangrijk om voorrang te verlenen aan studerende ouders. Voor ouders met een lager inkomen is dat zelfs amper 8%. Praktijkervaringen leren nochtans dat kwetsbare groepen vaak pas bereikt kunnen worden, als men criteria hanteert die de toegang voor hen actief verhogen.

 

Sociaal tarief: eerder gunst dan recht

 

De resultaten over de opnamecriteria maken duidelijk dat de kansen op buitenschoolse opvang niet voor elk kind dezelfde zijn. Maar – en dat is misschien nog frappanter – de buitenschoolse opvang is ook niet voor elke ouder even betaalbaar. Ouders betalen er immers niet volgens inkomen, zoals bij gesubsidieerde kinderdagverblijven en onthaalouders. Alle ouders betalen in een IBO eenzelfde bedrag. Wel kan de verantwoordelijke een korting toekennen: het sociaal tarief. Die mogelijkheid wordt echter niet verplicht door de overheid. Bovendien voorziet de Vlaamse overheid niet in een herverdelend systeem, zoals dat bij de opvang van jonge kinderen wel het geval is. In de praktijk betekent dit dat hoe vaker een IBO het sociaal tarief toepast, hoe meer werkingsmiddelen het verliest.

 

Verder is de procedure van toepassing niet eenvormig geregeld. De voorzieningen beslissen daar zelf over. Er zijn dan ook heel wat verschillen. Sommigen verwijzen door naar het OCMW voor een sociaal onderzoek, anderen kennen het altijd toe aan alleenstaanden, nog anderen aan mensen met een leefloon, of men laat het gemeentepersoneel ervan genieten enz. Concreet betekent dit dat de betaalbaarheid van een IBO samenhangt met de woonplaats van het gezin. Problematisch is ook dat ouders vaak zelf naar het sociaal tarief moeten vragen, wat drempelverhogend en zelfs stigmatiserend werkt.

 

In de praktijk betekent dit alles dat het sociaal tarief eerder een gunst is dan een recht. Slechts 3% van de kinderen geniet van deze korting en ongeveer één op acht IBO’s heeft geen enkel kind met het sociaal tarief.

 

Onbekend is onbemind

 

Ten slotte ging de studie in op de bekendmaking die IBO’s ondernemen. Die heeft een belangrijke invloed op hun toegankelijkheid. Want alleen wie de buitenschoolse opvang kent, kan tijdig inschrijven. Uit het onderzoek blijkt dat IBO’s verschillende strategieën hanteren om ‘reclame’ te maken. Het gaat bijvoorbeeld om berichten in de buurt- of gemeentekrant of het verspreiden van folders via scholen. Scholen zijn voor IBO’s een belangrijke troef. Mits de nodige inspanningen kan men daar immers een brede groep van ouders bereiken. Maar we stellen ook vast dat mond-tot-mondreclame één van de belangrijkste kanalen voor informatieverspreiding is. Daarmee riskeert men steeds binnen dezelfde bevolkingsgroepen te rekruteren. Verder zien we dat de buitenschoolse opvang zich weinig profileert tijdens publieke evenementen zoals buurtfeesten, wat nochtans drempelverlagend kan werken. Ook de frequentie en intensiteit van bekendmaking blijkt doorgaans erg laag te liggen, terwijl specialisten net wijzen op het belang van veelvuldige communicatie naar de buitenwereld, zeker als men kansengroepen wil bereiken.

Bibliografie

Bibliografie

 

Administratie Planning en Statistiek. (2004). Structuurplan Vlaanderen. Intern document. Brussel: Administratie Planning en Statistiek.

 

Balaguer, I. (2004). Werken aan een gemeenschappelijke visie op kwaliteit. Kiddo - Kinderen in Europa, 5(7), 18-19.

 

Balaguer, I., Mestres, J., & Penn, H. (1991). Quality in services for young children. A discussion paper. Brussels: European Commission Childcare Network.

 

Bedert, P. (2002). Buitenschoolse opvang: nieuwe mogelijkheden dankzij nieuwe regelgeving. Conference proceeding, paper voorgedragen op de Europese Conferentie Buitenschoolse Opvang ‘De Grenzen wegwerken’, Brussel, 22 november 2002.

 

Berquin, D. (2004). Kinderopvang in de branding. Alert, 30(4), 10-16.

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 1997 houdende de algemene voorwaarden inzake het organiseren van buitenschoolse opvang (BS 9 september 1997).

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2001 houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiering van initiatieven voor buitenschoolse opvang (BS 27 april 2001), gewijzigd door BVR van 25 januari 2002 (BS 27 februari 2002) en BVR van 10 oktober 2003 (BS 14 november 2003).

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2001 houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen (BS 19 april 2001), gewijzigd door 2 besluiten van 10 juli 2001 (BS 19 september 2001), 2 van 14 december 2001 (BS 24 en 30 januari 2002), het besluit van 1 februari 2002 (BS 9 maart 2002), het besluit van 13 december 2002 (BS 6 februari 2003), het besluit van 28 maart 2003 (BS 11 april 2003), het besluit van 21 november 2003 (BS 19 januari 2004), het besluit van 12 december 2003 (BS 20 januari 2004), het besluit van 20 mei 2005 (BS 22 juli 2005), het besluit van 20 mei 2005 (BS 1 december 2005) en het besluit van 27 mei 2005 (BS 28 juni 2005).

 

Billiet, J. (2001). De selectie van de eenheden: steekproeven. In J. Billiet & H. Waege (Eds.), Een samenleving onderzocht. Methoden van sociaal-wetenschappelijk onderzoek (pp. 181-221). Antwerpen: Standaard Uitgeverij.

 

Billiet, J., & Carton, A. (2001). Dataverzameling: gestandaardiseerde interviews en zelf-in-te-vullen vragenlijsten. In J. Billiet & H. Waege (Eds.), Een samenleving onderzocht. Methoden van sociaal-wetenschappelijk onderzoek (pp. 285-314). Antwerpen: Standaard Uitgeverij.

 

Bloch, M. N. (2003). Global/local analyses of the construction of “family-child welfare”. In M. N. Bloch, K. Holmlund, I. Moqvist & T. S. Popkewitz (Eds.), Governing children, families and education. Restructuring the welfare state (pp. 195-230). New York: Palgrave Macmillan.

 

Bloch, M., Holmlund, K., Moqvist, I., & Popkewitz, T. (2003). Global and local patterns of governing children, family, their care and education: an introduction. In M. N. Bloch, K. Holmlund, I. Moqvist & T. S. Popkewitz (Eds.), Governing children, families and education. Restructuring the welfare state (pp. 3-31). New York: Palgrave Macmillan.

 

Boudry, C., Claesen, R., Peeters, J., Vandenbroeck, M., De Brabandere, K., & Vens, N. (2005). Omgaan met diversiteit. In M. Vandenbroeck (Red.), Pedagogisch management in de kinderopvang (pp. 80-102). Amsterdam: SWP.

 

Bouverne-De Bie, M. (1996). Theorie en beleid van de maatschappelijke dienstverlening en het jeugdwelzijnswerk. Gent: Academia Press.

 

Bouverne-De Bie, M. (2001). Sociale Agogiek. Gent: Academia Press.

 

Bouverne-De Bie, M., & Claeys, A. (2003). Armoede, armoedebestrijding en het recht op een gezin. In A. Truyers (Red.), Eindverslag van het derde vooruitgangscongres inzake de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting in Vlaanderen – 2 juni 2003 (pp. 8-25). Brussel: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, afdeling Algemeen Welzijnsbeleid.

 

Brants, D., & Bruggeman, M. (2005). Participatief werken in de kinderopvang. In M. Vandenbroeck (Red.), Pedagogisch management in de kinderopvang (pp. 103-113). Amsterdam: SWP.

 

Buysse, B. (2005). Kind in Vlaanderen 2004. Brussel: Kind en Gezin.

 

Cambré, B., & Waege, H. (2001). Kwalitatief onderzoek en dataverzameling door open interviews. In J. Billiet & H. Waege (Eds.), Een samenleving onderzocht. Methoden van sociaal-wetenschappelijk onderzoek (pp. 315-342). Antwerpen: Standaard Uitgeverij.

 

Carrette, V. (2000). Kinderdagverblijven in kansarme en multiculturele buurten. Een studie naar de mogelijke functies van een kinderdagverblijf in een kansarme en multiculturele stadsbuurt aan de hand van een literatuurstudie en een exploratief onderzoek bij een viertal kinderdagverblijven. Onuitgegeven licentiaatverhandeling, UGent, Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen.

 

Centrum Kauwenberg. (2002). Projectverslag armoede en vrijetijdsbesteding voor kinderen en jongeren. Antwerpen: Centrum Kauwenberg.

 

Dahlberg, G., Moss, P., & Pence, A. (1999). Beyond quality in early childhood education and care. Postmodern perspectives. London: Routledge Falmer.

 

Davis, E. E., & Connelly, R. (2005). The influence of local price and availability on parents’ choice of child care. Population Research and Policy Review, 24, 301-334.

 

De Boeck, R., & Vints, L. (1991). Onderzoek kinderopvang in Limburg. Hasselt: Limburgse Raad voor Samenlevingsopbouw.

 

De Kimpe, C., & Eeckhout, K. (2004). Handleiding Buurtgerichte Kinderopvang. Gent: VBJK.

 

De Kimpe, C., & Vandenbroeck, M. (2005). Buurtgerichte kinderopvang in Vlaanderen. In M. Vandenbroeck (Red.), Pedagogisch management in de kinderopvang (pp. 80-102). Amsterdam: SWP.

 

Deleeck, H. (1993). De architectuur van de welvaartsstaat. Leuven: Acco.

 

Deleeck, H. (2003). De architectuur van de welvaartsstaat opnieuw bekeken (2e ed.). Leuven: Acco.

 

De Mot, J. (1998). De toegankelijkheid van de voorzieningen in de welzijns- en gezondheidszorg: een zelfbevraging. In S. Opdebeeck, C. Van Audenhove & F. Lammertyn (Red.), De toegankelijkheid van de voorzieningen in de welzijns- en gezondheidszorg. Visies uit de praktijk, het onderzoek en het beleid (pp. 9-16). Leuven: LUCAS.

 

De Schampheleire, W., & Van Looveren, I. (1995). De techniek van de enquête. Een inleiding. Leuven: Acco.

 

Devos, G. (2005). Management van pedagogische systemen. Onuitgegeven cursus, UGent, Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen, Vakgroep Onderwijskunde.

 

Fuller, B., Kagan, S., Caspary, G., & Gauthier, C. (2002). Welfare reform and child care options for low-income families [Electronic version]. The Future of children, 12(1), 97-119.

 

Govaert, K., & Buysse, B. (2004). Enquête naar het gebruik van buitenschoolse opvang voor kinderen van 3 jaar tot 12 jaar. Voorjaar 2004. Brussel: Kind en Gezin.

 

Haex, P. (2002). Creatief met kinderen. Buitenschoolse opvang stelt het kind centraal. Weliswaar, 8(6), 24-25.

 

Halpern, R. (1999). After-school programs for low-income children: promise and challenges [Electronic version]. The Future of Children, 9(2), 81-95.

 

Hart, H. ‘t, van Dijk, J., de Goede, M., Jansen, W., & Teunissen, J. (1998). Onderzoeksmethoden. Amsterdam: Boom.

 

Heiden, S., Arents, S., & Vandenbroeck, M. (2003). Buitenschoolse opvang in een (Brusselse) grootstedelijke context. Praktijk, pedagogiek en beleid van een meersporenbeleid. Eindrapport. Gent-Brussel: VBJK-VGC.

 

Hemmerlin, F. (2003). Gérer les demandes d’inscription des familles dans les crèches: une démarche complexe. Partie 1: repères théoriques. Onuitgegeven licentiaatverhandeling, Université de Liège, Faculté de Psychologie et des Sciences de l’éducation.

 

Hennon, L. (2000). The construction of discursive space as patterns of inclusion/exclusion. Governmentality and urbanism in the United States. In T. S. Popkewitz (Ed.), Educational knowledge.Changing the relationships between the state, civil society and the educational community (pp. 243-261). Albany: State University of New York.

 

Hirshberg, D., Huang, D. S., & Fuller, B. (2005). Wich low-income parents select child-care? Family demand and neigborhood organizations. Children and Youth Services Review, 27, 1119-1148.

 

Hoogstraten, J. (2004). De machteloze onderzoeker. Voetangels en klemmen van sociaal-wetenschappelijk onderzoek. Amsterdam: Boom.

 

Hopman, M. (Red.). (1996). Opvoeden in kindercentra. Visies, wetenschappelijke ontwikkelingen en praktijk. Utrecht: De Tijdstroom.

 

Humblet, P. (2003). La pénurie de places d’accueil de jeunes enfants est-elle inéluctable? Qui en supporte le poids? A quel prix? Grandir à Bruxelles. Cahiers de l’observatoire de l’enfant, 11, 4-7.

 

Huston, A. C., Chang, Y. E., & Gennetian, L. (2002). Family and individual predictors of child care use by low-income families in different policy contexts [Electronic version]. Early Childhood Research Quarterly, 17, 441-469.

 

Kind en Gezin (2004a). Jaarverslag kinderopvang 2003. Brussel: Kind en Gezin.

 

Kind en Gezin (2004c). Statistisch jaarverslag 2003. Brussel: Kind en Gezin.

 

Kind en Gezin (2005a). Bezettingscijfers IBO’s met betrekking tot 2004. Ongepubliceerde informatie. Brussel: Kind en Gezin.

 

Kind en Gezin (2005c). Jaarverslag 2004. Brussel: Kind en Gezin.

 

Kind en Gezin (2005e). Statistisch jaarverslag 2004. Brussel: Kind en Gezin.

 

Kind en Gezin (2005f). Uitbreiding van de kinderopvang en witte vlekken (7 december 2005). Verkregen op 13 december, 2005, van http://www.kindengezin.be/KG/ Professioneel/Kinderopvang/Nieuws_KO/20051207_witte_vlekken_2005.jsp

 

Lammertyn, F. (1998). Aspecten van (on)toegankelijkheid – een sociologische duiding. In S. Opdebeeck, C. Van Audenhove & F. Lammertyn (Red.), De toegankelijkheid van de voorzieningen in de welzijns- en gezondheidszorg. Visies uit de praktijk, het onderzoek en het beleid (pp. 9-16). Leuven: LUCAS.

 

Larkin, E. (1998). The intergenerational response to childcare and after-school care [Electronic version]. Generations, 22(4), 33-36.

 

Larner, M. B., Zippiroli, L., & Behrman, R. E. (1999). When school is out: analysis and recommendations [Electronic version]. The Future of Children, 9(2), 4-20.

 

Lorant, V., Humblet, P., & Portet, M. I. (2003). L’accessibilité de l’accueil. Grandir à Bruxelles. Cahiers de l’observatoire de l’enfant, 11, 8-9.

 

Lowe, E. D., & Weisner, T. S. (2004). ‘You have to push it—who’s gonna raise your kids?’: situating child care and child care subsidy use in the daily routines of lower income families. Children and Youth Services Review, 26, 143-171.

 

Manshoven, J., Vandenbroeck, M., & Van Haegendoren, M. (2003). Een kwalitatieve en kwantitatieve evaluatie van het experiment flexibele buitenschoolse opvang in Limburg. Diepenbeek: SEIN.

 

Meijvogel, M. C. (1991). Geen kruimels tussen de boeken. Schooltijden, overblijven en de ontwikkeling van buitenschoolse opvang in Nederland. ’s Gravenhage: VUGA.

 

Meijvogel, R. (1996a). Buitenschoolse opvang. Theorie en praktijk. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum.

 

Meijvogel, R. (1996b). Ervaringen in de buitenschoolse opvang in vijf Europese landen. Utrecht: NIZW.

 

Ministerieel besluit van 12 juni 2001 tot bepaling van de kwaliteitszorg in initiatieven voor buitenschoolse opvang (BS 28 augustus 2001), gewijzigd door het ministerieel bestluit van 13 april 2005 (BS 29 april 2005).

 

Ministerieel besluit van 9 juli 2001 houdende de voorwaarden inzake subsidiëring van initiatieven voor buitenschoolse opvang (BS 6 september 2001), gewijzigd door het besluit van 18 januari 2002 (BS 19 februari 2002) en het besluit van 14 februari 2006.

 

Moras, D. (2004). Dromen – Denken – Doen. Zeven jaar dialoog in Antwerpen. Antwerpen: Antwerps Platform Generatiearmen.

 

Moss, P., & Petrie, P. (2002). From children’s services to children’s spaces: public policy, children and childhood. London: Routledge Falmer.

 

National Institute of Child Health and Human Development Early Child Care Research Network. (2004). Are child developmental outcomes related to before- and after-school care arrangements? Results from the NICHD study of early child care. Child Development, 75, 280-295.

 

Parmentier, S. (1998). Kansarmoede en rechtshulp. Drie uitdagingen op de drempel van de volgende eeuw. Alert, 24(1), 24-31.

 

Peeters, J. (2003). Tien jaar buitenschoolse opvang in Vlaanderen. Realisaties en nieuwe uitdagingen. Tijdschrift voor Welzijnswerk, 27(252), 31-36.

 

Peeters, J. (2004a). Een reus op lemen voeten. Alert, 30(4), 17-27.

 

Peeters, J. (2004b). Veertig doelstellingen inspireren de kinderopvang in Vlaanderen. Kiddo - Kinderen in Europa, 5(7), 20-24.

 

Peeters, J., & Vandenbroeck, M. (1996). Buitenschoolse opvang organiseren als vrije tijd van kinderen. In M. Hopman (Red.), Opvoeden in kindercentra. Visies, wetenschappelijke ontwikkelingen en praktijk (pp. 66-72). Utrecht: De Tijdstroom.

 

Peeters, J., & Vandenbroeck, M. (2000). Recht op kinderopvang. Kritische doorlichting van een beleidsplan. Alert,26(5), 56-66.

 

Petrie, P. (1994). Play and care, out-of-school. London: HMSO.

 

Petrie, P. (1996). Standards, regulation and development of school-age day care and ‘open door’ services [Electronic version]. Children and Society, 10, 225-235.

 

Petrie, P., Egharevba, I., Oliver, C., & Polland, G. (2000). Out-of-school lives. Out-of-school services. London: The Stationery Office.

 

Popkewitz, T. S. (2000a). Globalization/regionalization, knowledge and the educational practices. Some notes on comparative strategies for educational research. In T. S. Popkewitz (Ed.), Educational knowledge. Changing the relationships between the state, civil society and the educational community (pp. 3-27). Albany: State University of New York.

 

Popkewitz, T. S. (2000b). Rethinking decentralization and the state/civil society distinctions. The state as a problematic of governing. In T. S. Popkewitz (Ed.), Educational knowledge. Changing the relationships between the state, civil society and the educational community (pp. 173-199). Albany: State University of New York.

 

Popkewitz, T. S. (2003). Governing the child and pedagogicalization of the parent. A historical excursus into the present. In M. N. Bloch, K. Holmlund, I. Moqvist & T. S. Popkewitz (Eds.), Governing children, families and education. Restructuring the welfare state (pp. 35-61). New York: Palgrave Macmillan.

 

Posner, J. K., & Vandell, D. L. (1994). Low-income children's after-school care: are there beneficial effects of after-school programs? Child Development, 65, 440-456.

 

Recht-Op. (2000). Dossier Kinderopvang. “Mag ik mijn kinderen meebrengen?”. Antwerpen: vzw Recht-Op.

 

Ruelens, L., & Hedebouw, G. (1999). Evaluatie van het lokale overleg rond de buitenschoolse opvang. Leuven: HIVA.

 

Sannen, L. (2003). Drempels naar welzijnsvoorzieningen: de cliënt aan het woord. Literatuurstudie en diepte-interviews bij kansarmen en etnisch-culturele minderheden. Leuven: HIVA.

 

Schreuder, L. (1994). De buitenschoolse opvang in vogelvlucht. In R. Meijvogel, L. Schreuder & B. Vervoort (Red.), Thuis in de buurt. Buitenschoolse opvang nader bekeken (pp. 17-29). Utrecht: NIZW.

 

Schuyten, G. (2002). Kwantitatieve en kwalitatieve methoden van onderzoek. Onuitgegeven cursus, UGent, Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen, Vakgroep Data-analyse.

 

Schuyten, G. (2003). Modellen van empirisch onderzoek 1. Onuitgegeven cursus, UGent, Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen, Vakgroep Data-analyse.

 

Schuyten, G. (2004). Modellen van empirisch onderzoek 2. Onuitgegeven cursus, UGent, Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen, Vakgroep Data-analyse.

 

Segers, J. (1999). Methoden voor de maatschappijwetenschappen. Assen: Van Gorcum.

 

Seligson, M. E. (1999). Commentary. The policy climate for school-age child care [Electronic version]. The Future of Children, 9(2), 135-139.

 

Sinnaeve, I. (2004). Omgaan met diversiteit: een uitdaging voor het algemeen welzijnswerk. Een explorerende literatuurstudie over de concepten toegankelijkheid en diversiteit in relatie tot het algemeen welzijnswerk. Onuitgegeven licentiaatverhandeling, UGent, Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen.

 

Sinnaeve, I. (2006). Wie zal er voor de kinderen zorgen? Kinderopvang in het jeugdonderzoek 2000-2005. In N. Vettenburg, M. Elchardus & L. Walgrave (Red.), Jongeren van nu en straks. Overzicht en synthese van recent jeugdonderzoek in Vlaanderen (pp. 47-72). Leuven: Uitgeverij LannooCampus.

 

Somers, A. (Red.). (1998). De school is uit! Handboek voor buitenschoolse opvang. Gent: VBJK.

 

Storms, B. (1995). Het matteüs-effect in de kinderopvang. Antwerpen: Centrum voor Sociaal Beleid UIA.

 

Storms, B. (1996). Het Mattheüseffect in de kinderopvang. Sociaal, 17(3), 10-14.

 

Storms, B. (1999). Het Mattheüseffect in de kinderopvang. In J. Brodala, G. Cuyvers & G. Van den Eeckhaut (Red.), Kanttekeningen. Bouwen aan kansen op recht en toegang (pp. 163-171). Leuven/Apeldoorn: Garant.

 

Thirion, A. (1998). Directe en indirecte effecten van buitenschoolse kinderopvang op de tewerkstelling van vrouwen. Tijdschrift voor Welzijnswerk, 22(209), 25-34.

 

Toekomstgroep Kinderopvang (2003). Een toekomstvisie op kinderopvang. Maatschappelijke tendensen en mogelijke beleidsopties. Rapport van de Toekomstgroep Kinderopvang in opdracht van Mevrouw Vogels, Vlaams Minister bevoegd voor Welzijn. Brussel: Kind en Gezin.

 

Van Buggenhout, B. (1998). Gereglementeerde toegang: drempel of deur? In S. Opdebeeck, C. Van Audenhove & F. Lammertyn (Red.), De toegankelijkheid van de voorzieningen in de welzijns- en gezondheidszorg. Visies uit de praktijk, het onderzoek en het beleid (pp. 9-16). Leuven: LUCAS.

 

Vandell, D. L., & Shumow, L. (1999). After-school child care programs [Electronic version]. The Future of Children, 9(2), 64-80.

 

Vandenbrempt, K. (Red.). (2002). Armoede en sociale uitsluiting. Eindverslag tweede vooruitgangscongres 27 mei 2002. Brussel: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

 

Vandenbroeck, M. (1999). De Blik van de Yeti. Over het opvoeden van jonge kinderen tot zelfbewustzijn en verbondenheid. Utrecht: Uitgeverij SWP.

 

Vandenbroeck, M. (2000). Een blik op de grens tussen gezin en samenleving. Welwijs, 11(4), 40-44.

 

Vandenbroeck, M. (2003a). Buitenschoolse opvang als sysifusarbeid. In J. Manshoven, M. Vandenbroeck & M. Van Haegendoren, Een kwalitatieve en kwantitatieve evaluatie van het experiment flexibele buitenschoolse opvang in Limburg. Diepenbeek: SEIN.

 

Vandenbroeck, M. (2003b). From crèches to childcare: constructions of motherhood and inclusion/exclusion in the history of Belgian infant care [Electronic version]. Contemporary Issues in Early Childhood, 4, 137-147.

 

Vandenbroeck, M. (2004a). In verzekerde bewaring. Honderdvijftig jaar kinderen, ouders en kinderopvang. Amsterdam: SWP.

 

Vandenbroeck, M. (2004b). De maatschappelijke rol van kinderopvang. Welzijnsgids – Welzijnszorg, Zorg voor gezinnen en kinderen, Afl. 55, 45-52.

 

Vandenbroeck, M. (2005a). De maatschappelijke rol van kinderopvang. In M. Vandenbroeck (Red.), Pedagogisch management in de kinderopvang (pp. 74-79). Amsterdam: SWP.

 

Vandenbroeck, M. (2005b). Een stapje terug: historische perspectieven. In M. Vandenbroeck (Red.), Pedagogisch management in de kinderopvang (pp. 17-31). Amsterdam: SWP.

 

Vandenbroeck, M., D’Hoore, K., & Van Nuffel, K. (2003). Onderzoek naar inclusie/exclusie in de Brusselse kinderdagverblijven. Gent: VBJK.

 

Vandenbroeck, M., & Van Nuffel, K. (2006). Cartografie van de Brusselse Nederlandstalige kinderopvang. Onderzoek naar de in- en uitstroom van de kinderdagopvang. Gent-Brussel: Vakgroep Sociale Agogiek UGent – VGC.

 

Van Haegendoren, M., De Cleene, K., & Verreydt, G. (1993). Evaluatieonderzoek buitenschoolse kinderopvang in Limburg. Deelonderzoek tewerkstelling. Diepenbeek: Onderzoeksgroep sociale wetenschappen LUC.

 

Vanhee, L., Laporte, K., & Corveleyn, J. (2001). Kansarmoede en opvoeding: wat de ouders erover denken. Mogelijkheden en moeilijkheden in het opvoedingsproces bij kansarme gezinnen. Leuven/Apeldoorn: Garant.

 

Van Keulen, A. (1994). Migrantenouders en kinderopvang. Niet voor, maar met de ouders. In A. Hol (Red.), Ouderbeleid in de kinderopvang: een maat voor kwaliteit (pp. 41-52). Alkmaar: Mutant.

 

Van Maldergem, S., & Derave, V. (2005). Popcorn poffen boven een vuurtje. Kiddo, 6(8), 28-30.

 

Van Nuffel, K., Rutgeerts, E., & Sinnaeve, I. (2006). Married with children?! Gezin in het jeugdonderzoek 2000-2005. In N. Vettenburg, M. Elchardus & L. Walgrave (Red.), Jongeren van nu en straks. Overzicht en synthese van recent jeugdonderzoek in Vlaanderen (pp. 19-46). Leuven: Uitgeverij LannooCampus.

 

Vanpée, K., Sannen, L., & Hedebouw, G. (2000). Kinderopvang in Vlaanderen. Gebruik, keuze van de opvangvormen en evaluatie door de ouders. Leuven: HIVA.

 

Van Putten, M. (1991). Hoezo “moeilijk bereikbaar”? Praktijkvoorbeelden over contacten met de doelgroep. Utrecht: NIWZ.

 

Verhegge, K. (1999). Kinderopvang: een kwestie van kwaliteit. In L. Vandemeulebroecke, H. Van Crombrugge & J. Gerris (Red.), Gezinspedagogiek. Deel I: Actuele thema’s in onderzoek en praktijk (pp. 139-158). Leuven-Apeldoorn: Garant.

 

Vermeulen, S. (Red.). (2003). Buurt- en Nabijheidsdiensten. Beleidsaanbevelingen. Het resultaat van de ronde tafelgesprekken georganiseerd door de Koning Boudewijnstichting in het kader van het experimentenfonds. Oktober 2003. Brussel: Koning Boudewijnstichting.

 

Vervotte, I. (2004). Beleidsnota 2004-2009. Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Brussel: Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.

 

Vogels, M. (2000). Blauwdruk voor een toekomstgerichte uitbouw van het kinderopvanglandschap in Vlaanderen. Brussel: Ministerie van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen.

 

Vogels, M. (2002). Beleidsbrief buitenschoolse opvang. Brussel: Ministerie van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen.

 

Waege, H. (2001). Operationaliseren. In J. Billiet & H. Waege (Eds.), Een samenleving onderzocht. Methoden van sociaal-wetenschappelijk onderzoek (pp. 87-155). Antwerpen: Standaard Uitgeverij.

 

Walgrave, L., & Vettenburg, N. (2006). Blinde vlekken in het beleid. In N. Vettenburg, M. Elchardus & L. Walgrave (Red.), Jongeren van nu en straks. Overzicht en synthese van recent jeugdonderzoek in Vlaanderen (pp. 327-341). Leuven: Uitgeverij LannooCampus.

Universiteit of Hogeschool
Pedagogische Wetenschappen- Sociale Agogiek
Publicatiejaar
2006
Share this on: