De visie van vreemdelingen op de Zuidelijke Nederlanden in de late middeleeuwen en de renaissance

Joey De Keyser
Hoe de Zuidelijke Nederlanden in de late middeleeuwen en de renaissance in het “buitenland” gepercipieerd werden...
 
Vandaag wordt België in het buitenland geassocieerd met bier, frieten, chocolade,... Ook Brussel met zijn internationale instellingen geldt als symbool bij uitstek. Talloze buitenlanders bezoeken dit kleine landje en vormen zich hierover een mening.

De visie van vreemdelingen op de Zuidelijke Nederlanden in de late middeleeuwen en de renaissance

Hoe de Zuidelijke Nederlanden in de late middeleeuwen en de renaissance in het “buitenland” gepercipieerd werden...

 

Vandaag wordt België in het buitenland geassocieerd met bier, frieten, chocolade,... Ook Brussel met zijn internationale instellingen geldt als symbool bij uitstek. Talloze buitenlanders bezoeken dit kleine landje en vormen zich hierover een mening. Vijfhonderd jaar geleden was dit niet anders.

 

In de late middeleeuwen en de renaissance hebben verscheidene uitheemse bezoekers en inwijkelingen een impressie van de Zuidelijke Nederlanden – het gebied dat in de 19de eeuw België zou worden – in hun geschriften nagelaten. Deze auteurs van diverse pluimage en “nationaliteiten” hebben een uitgebreid scala van onderwerpen aangeboord en werden getroffen door enkele karakteristieken en eigenaardigheden van dit land en zijn bevolking. In het onderzoek van Joey De Keyser wordt een panorama van het beeld van de Zuidelijke Nederlanden door de ogen van verscheidene vreemdelingen geschetst. Opvallend is dat zoveel “buitenlanders” uit drie verschillende eeuwen (14de, 15de en 16de eeuw) en met zoveel verschillende “nationale” achtergronden gelijkluidende uitspraken doen.

 

Commerciële, diplomatieke, en militaire beweegredenen brachten vele vreemdelingen (al dan niet permanent) naar de Zuidelijke Nederlanden. Maar ook de zucht naar avontuur, ontspanning, en het louterend effect van het reizen zorgden ervoor dat verscheidene culturen elkaar hier ontmoetten. Van deze duizenden hier residerende vreemdelingen lieten enkelen een schriftelijke neerslag na van de “Vlaming” (= pars pro toto van de hele Zuid-Nederlandse bevolking voor de meeste tijdgenoten afkomstig van buiten de Nederlanden) en zijn leefomgeving. Deze reis- en andere verslagen waren bedoeld om in het thuisland van de auteur in kwestie gelezen te worden en droegen bijgevolg in grote mate bij tot de opinievorming over de Zuidelijke Nederlanden in de rest van Europa.

 

Dit gebied behoorde in deze periode samen met Noord- en Centraal-Italië tot de economisch meest geavanceerde en verstedelijkte gebieden van Europa. Het eerste opvallend kenmerk waarmee vreemdelingen geconfronteerd werden was dan ook de enorme verstedelijkingsgraad (en dan voornamelijk in Vlaanderen en Brabant). Verscheidene folio’s werden gewijd aan dit stedelijk netwerk, in die mate zelfs dat de beschrijvingen zelden de stadsmuren verlieten. Nergens trof men zoveel grote steden (zoals Brugge, Gent, Leuven, Antwerpen en Brussel) op zo’n kleine ruimte aan. Dit resulteerde in een enorme bevolkingsdichtheid die door de “buitenlanders” herhaaldelijk werd benadrukt.

 

Als we de verslagen mogen geloven leek er geen maat te staan op de pracht en praal binnen de stadsmuren. De Zuidelijke Nederlanden werden als een soort luilekkerland gepresenteerd. De steden en hun inwoners baadden in luxe. De machthebbers – en dan voornamelijk de Bourgondische hertogen – deden hier zo mogelijk nog een schepje bovenop. De beschrijvingen van de feestelijke banketten die vreemdelingen hier met hun eigen ogen konden aanschouwen reisden heel Europa rond. Dit rooskleurig plaatje lokte echter niet alleen bewondering uit. De verslagen stelden enkele kritische vragen bij de weelderige levensstijl. Moreel verval was volgens hen het resultaat van deze overvloed. Verscheidene ongeregeldheden werden dan ook aan deze rijkdom gekoppeld. Daarnaast lieten velen in hun berichten doorschemeren dat alleen de maatschappelijke bovenlaag van deze overvloed kon genieten. Pest, misoogsten, oorlog, ongunstige weersomstandigheden,… leidden, ondanks de inspanningen van de overheid, tot heel wat armoede en in de tweede helft van de 16de eeuw tot emigratie. Er was dus sprake van een paradoxale situatie waarbij de Zuidelijke Nederlanden in de verslagen als één van de meest luisterrijke regio’s naar voren kwamen, en tegelijkertijd te kampen hadden met één van de hoogste armoedepercentages in heel Europa.

 

De pracht en praal binnenin de steden was het resultaat van de alomtegenwoordige handel die de aandacht van de vreemdelingen wist te trekken. Hun opmerkingen over de gigantische transacties in de havensteden Brugge en Antwerpen waren echter niet louter beschouwend. Uit hun verslagen blijkt dat de verschuiving van het commerciële zwaartepunt van de Reie- naar de Scheldestad en vervolgens naar Amsterdam op heel wat belangstelling kon rekenen. Men zocht hierbij naar – vaak historisch correcte – verklaringen. Tekenen van verval en voorspoed werden duchtig genoteerd. De “buitenlandse” waarnemingen blijken een behoorlijke economische barometer.

 

De tweede grote bron van inkomsten was volgens vele vreemdelingen het ingewikkelde productieproces van laken- en tapijtenvervaardiging. Daar waar de Zuid-Nederlanders in hun levensonderhoud afhankelijk waren van deze nijverheden was de hele wereld voor laken en tapijt afhankelijk van deze gebieden, aldus verscheidene verslagen.

 

Ook de traditie van opstandigheid werd door de “buitenlanders” – veelal afkeurend – opgemerkt. De inwoners zelf vielen niet alleen op door hun gestalte, maar eveneens door hun gastvrijheid, hun bedrijvigheid, hun onverschrokkenheid, hun religiositeit, hun muzikale aanleg, hun geletterdheid, en hun meertaligheid. Daarnaast leken ze het niet zo nauw te nemen met het eerbegrip. De Zuid-Nederlandse vrouwen kwamen voornamelijk onder de aandacht door hun sterke maatschappelijke positie en hun vreemd gedrag op amoureus vlak. De nette inrichting van de leefomgeving viel eveneens op, hetgeen in contrast staat met het gangbare beeld van de laat-middeleeuwse straat. Op basis van de verzamelde opmerkingen zou men kunnen stellen dat bier, boter, melk en kaas het leeuwendeel van de – overigens gigantische – drank- en voedselopname van de Zuid-Nederlander uitmaakten. Eten en drinken waren hier in de ogen van vreemdelingen cruciaal voor het sociale verkeer, al kon bovenmatig drinken tot sociale problemen leiden. Deze werden voornamelijk veroorzaakt door mannen, aangezien vrouwen naar hun oordeel veel minder alcohol dronken.

 

In het kleine gebied waarover de Zuidelijke Nederlanden zich uitstrekten bleek er een verrassend grote variatie aan landschappelijke elementen, waarbij vooral het water een opvallend grote rol leek te spelen in het leven van de inwoners. De ondergrond van dit landschap bevatte enkele – voor vele vreemdelingen eigenaardige – grondstoffen die, naast het hout, als brandstof aangewend werden: turf en steenkool.

 

Het klimaat ten slotte werd hoofdzakelijk als negatief gepercipieerd. Vooral vreemdelingen uit de zonnige zuiderse gebieden klaagden over de vochtige en ongezonde lucht, de hoeveelheid neerslag, de koude, en de wind.

 

Al deze opvallende eigenschappen maakten dat vele vreemdelingen de tijd en de inkt er voor over hadden om de Zuidelijke Nederlanden in hun verslagen uitgebreid aan bod te laten komen.

 

Bibliografie

I. Bronnen

 

A. Onuitgegeven bronnen

 

  • ABBOT G., A Briefe Description of the whole Worlde. Wherein is particularly described all the Monarchies, Empires and Kingdomes of the same, with their Academies, London, Iohn Browne, 1617, 172 p.

 

  • CORNEJO P., Briefve Histoire des Guerres Civiles, advenues en Flandre, et des causes d’icelle, Contenant tout ce qui s’y est fait durant le gouvernement de la Duchesse de Parme, du Duc d’Albe, don Loys de Requesenes, du Conte de Mansfelt, et de don Jean d’Austrie, jusques à present, avec le pourtrait de la statue du susdit Duc d’Albe, Lyon, Jean Beraud, 1578, 274 p.

 

  • GASCOIGNE G., The Spoyle of Antwerpe. Faithfully reported, by a true Englishman, who was present at the same, London, Richard Jones, 1576, 50 p.

 

  • GUICCIARDINI L., Descrittione di M. Lodovico Guicciardini ... di tutti i Paesi Bassi, altrimenti detti Germania inferiore, Anversa, Silvio Guglielmo, 1567, 296 p.

 

  • GUICCIARDINI L., Description de touts les Pais Bas, autrement appellez la Basse Allemagne: par M. Lovys Guicciardin Gentilhomme Florentin: Reveue, et augmentée plusque de la moitié par l’Auteur mesme. Et traduit d’Italien en langue Françoise par F. De Belle Forest, Commingeois, Anvers, De l’Imprimerie de Christophe Plantin, 1582, 495 p.

 

  • MÜNSTER S., La cosmographie universelle, contenant la situation de toutes les parties du monde, avec leurs proprietez et appartenances, Basle, aux despens de Henry Pierre, 1556, 1429 p.

 

B. Uitgegeven bronnen

 

Noot: Aangezien verscheidene broncitaten naar het Nederlands werden vertaald leek het opportuun om te vermelden of de uitgegeven bron in de oorspronkelijke taal is opgesteld of reeds door de uitgever in een moderne taal is omgezet. Dit wordt tussen haakjes vermeld na de referenties in de bronnenlijst.

 

  • ALBERI E. (ed.), Relazioni degli ambasciatori veneti al senato. 1: Relazioni degli stati Europei, tranne l’Italia, Firenze, Fiorentina, 1839-1862, 6 vol. (oorspronkelijke taal)

 

  • ALVAREZ V., Relation du beau voyage que fit aux Pays-Bas en 1548 le prince Philippe d’Espagne, uitgegeven door M.-T. DOVILLÉE, Bruxelles, Presses Académiques Européennes, 1964, 145 p. (omgezet vanuit de oorspronkelijke taal naar het modern Frans)

 

  • BASIN T., Histoire de Charles VII (Les classiques de l’histoire de France au Moyen Age, 15/21), uitgegeven door C. SAMARAN, Paris, Belles Lettres, 1964-1965, 2 vol. (omgezet vanuit de oorspronkelijke taal naar het modern Frans)

 

  • BELLAGUET L. (ed.), Chronique du religieux de Saint-Denys, contenant la règne de Charles VI, de 1380 à 1422, Paris, Crapelet, 1839-1852, 6 vol. (omgezet vanuit de oorspronkelijke taal naar het modern Frans)

 

  • BLOK P. J. (ed.), Relazioni Veneziane. Venetiaansche berichten over de Vereenigde Nederlanden van 1600-1795 (Rijks Geschiedkundige Publicatiën, uitgegeven in opdracht van z. exc. den minister van binnenlandsche zaken, 7), ’s Gravenhage, Martinus Nijhoff, 1909, 418 p. (oorspronkelijke taal)

 

  • BODIN J., Les six Livres de la République, uitgegeven door R. HERPIN, Aalen, Scientia, 1977, 1148 p. (oorspronkelijke taal)

 

  • BOORDE A., The First Boke of the Introduction of Knowledge made by Andrew Borde of Physycke Doctor. A compendyous Regyment or A Dyetary of Helth made in Mountpyllier compyled by Andrew Boorde. Barnes in the Defence of the Herde – a treatise made answering the treatyse of Dr. Borde upon Herdes, uitgegeven door F. J. FURNIVALL, London, Trübner, 1870, 384 p.

 

  • BUTZBACH J., Chronica eines fahrenden Schülers oder Wanderbüchlein des Johannes Butzbach, uitgegeven door D. J. BECKER, Regensburg, Georg Joseph Manz, 1869, 299 p.

 

  • CALDERÓN DE LA BARCA P., El sitio de Breda, in: Het beleg en de overgave van Breda in geschiedenis, literatuur en kunst, uitgegeven door S. A. VOSTERS, Breda, Gemeentelijke archiefdienst Breda, 1993, 3 vol. (omgezet vanuit de oorspronkelijke taal naar het modern Nederlands)

 

  • CALVETE DE ESTRELLA J. C., Le très-heureux voyage fait par très-haut et très-puissant prince Don Philippe, fils du grand empereur Charles-Quint, depuis l’Espagne jusqu’à ses domaines de la Basse-Allemagne, avec la description de tous les Etats de Brabant et de Flandre. Ecrit en quatre livres par Juan Christobal Calvete de Estrella (Société des bibliophiles de Belgique, 7, 10, 11, 15, 16), uitgegeven door J. PETIT, Bruxelles, Olivier, 1873-1884, 5 vol. (omgezet vanuit de oorspronkelijke taal naar het modern Frans)

 

  • DE BEATIS A., Die Reise des Kardinals Luigi d’Aragona durch Deutschland, die Niederlande, Frankreich und Oberitalien, 1517-1518, beschrieben von Antonio de Beatis (Erläuterungen und Ergänzungen zu Janssens Geschichte des deutschen Volkes, 4), uitgegeven en vertaald door L. PASTOR, Freiburg im Breisgau, Herder, 1905, 186 p. (omgezet vanuit de oorspronkelijke taal naar het modern Duits)

 

  • DE CLARAMONTE Y CORROY A., El valiente negro en Flandes, in: Biblioteca de Autores Españoles, 43, 1, 1952, pp. 491-509. (omgezet vanuit de oorspronkelijke taal naar het modern Nederlands)

 

  • DE COMMYNES Ph., Mémoires (Les classiques de l’histoire de France au Moyen Age, 3, 5, 6), uitgegeven door J. CALMETTE, Paris, Belles Lettres, 1964-1965, 3 vol. (oorspronkelijke taal)

 

  • DE COMMYNES Ph., Mémoires sur Louis XI: 1464-1483, uitgegeven door J. DUFOURNET, Paris, Gallimard, 1979, 598 p. (oorspronkelijke taal)

 

  • DEI B., El paese che benedetto dei a cierchato in ponente, in: VOIGT K., Italienische Berichte aus dem spätmittelalterlichen Deutschland. Von Francesco Petrarca zu Andrea de’ Franceschi (1333-1492) (Kieler Historische Studien, 17), Stuttgart, Klett, 1973, pp. 253-254. (oorspronkelijke taal)

 

  • DE MÉZIÈRES Ph., Le songe du vieil pèlerin, uitgegeven door G. W. COOPLAND, London, Cambridge University Press, 1969, 2 vol. (oorspronkelijke taal)

 

  • DESCHAMPS E., Oeuvres complètes de Eustache Deschamps, uitgegeven door A.-H.-E. DE QUEUX DE SAINT-HILAIRE en G. RAYNAUD, Paris, Didot, 1878-1903, 11 vol. (oorspronkelijke taal)

 

  • DE VEGA CARPIO L. F., Lope de Vega’s ’Los españoles en Flandes’: a critical edition, uitgegeven door V. M. SAUTER, New York, P. Lang, 1997, 286 p. (oorspronkelijke taal)

 

  • DE VEGA CARPIO L. F., La nueva victoria de Don Gonzalo de Córdoba, in: Biblioteca de Autores Españoles, 233, 1970, pp. 299-346. (oorspronkelijke taal)

 

  • DÜRER A., Le journal de voyage d’Albert Dürer dans les anciens Pays-Bas 1520-1521, accompagné du livre d’esquisses à la pointe d’argent, et illustré par les peintures et dessins exécutés pendant son voyage, vertaald en becommentarieerd door J.-A. GORIS en G. MARLIER, met medewerking van D. KUHRMANN, Bruxelles, La Connaissance, 1970, 192 p. (omgezet vanuit de oorspronkelijke taal naar het modern Frans)

 

  • ERNSTINGER H. G., Raisbuch mein Hanss Georgen Ernstinger nach Teutschland, Welschland, gantz Franckhreich, thails Hispanien, Behain und Niderlendische Provintzen (Bibliothek des Litterarischen Vereins in Stuttgart, 135), uitgegeven door Ph. A. F. WALTHER, Tübingen, Literarischer Verein in Stuttgart, 1877, 309 p. (oorspronkelijke taal)

 

  • FROISSART J., Oeuvres de Froissart. Chroniques. Publiés., uitgegeven door K. DE LETTENHOVE, Bruxelles, Victor Devaux & Cie., 1870-1877, 26 vol. (oorspronkelijke taal)

 

  • FROISSART J., Chroniques de J. Froissart, uitgegeven door S. LUCE e.a., Paris, Klincksieck, 1869-1975, 15 vol. (oorspronkelijke taal)

 

  • GACHARD M. (ed.), Correspondance de Philippe II sur les affaires des Pays-Bas (1559-1577), Bruxelles, C. Muquardt, 1848-1879, 5 vol. (omgezet vanuit de oorspronkelijke taal naar het modern Frans)

 

  • GACHARD M. (ed.), Les Monuments de la diplomatie vénitienne, considérés sous le point de vue de l’histoire moderne en général et de l’histoire de la Belgique en particulier, Bruxelles, Hayez, 1853, 127 p. (omgezet vanuit de oorspronkelijke taal naar het modern Frans)

 

  • GACHARD M. (ed.), Relations des ambassadeurs vénitiens sur Charles-Quint et Philippe II, Bruxelles, Hayez, 1856, 329 p. (omgezet vanuit de oorspronkelijke taal naar het modern Frans)

 

  • GACHARD M. (ed.), Correspondance de Marguerite d’Autriche, duchesse de Parme, avec Philippe II, Bruxelles, C. Muquardt, 1867-1881, 3 vol. (omgezet vanuit de oorspronkelijke taal naar het modern Frans)

 

  • GREPPI G. (ed.), Notices et extraits de quatre relations d’Ambassadeurs vénitiens sur Philippe II, conservées aux archives de cour et d’État, à Turin, in: Compte Rendu des Séances de la Commission Royale d’Histoire, ou Recueil de ses Bulletins, Deuxième Série, 9, 1857, pp. 71-102. (oorspronkelijke taal)

 

  •  GUICCIARDINI L., La description de la cité d’Anvers, met voorwoord van M. SABBE en toelichting van L. STRAUSS, Anvers, Zazzarini, 1920, 163 p. (oorspronkelijke taal)

 

  • HAYDON F. S. (ed.), Eulogium (historiarum sive temporis): chronicon ab orbe condito usque ad annum Domini M.CCC.LXVI., a monacho quodam Malmesburiensi exaratum (Rerum Britannicarum medii aevi scriptores, 9), London, Longman, 1858-1863, 3 vol. (oorspronkelijke taal)

 

  • HIGDEN R., Polychronicon Ranulphi Higden monachi Cestrensis (Rerum Britannicarum medii aevi scriptores, 41), uitgegeven door C. BABINGTON, London, Longman, 1865-1886, 9 vol. (oorspronkelijke taal)

 

  • JUBINAL A. (red.), Nouveau recueil de contes, dits, fabliaux et autres pièces inédites des XIIIe siècle pour faire suite aux collections Legrand d’Aussey, Barbazan et Méon, Freilassing, Pannonia, 1839-1842, 2 vol. (oorspronkelijke taal)

 

  • KIECHEL S., Die Reisen des Samuel Kiechel (Bibliothek des Litterarischen Vereins in Stuttgart, 86), uitgegeven door K. D. HASZLER, Stuttgart, Litterarischer Verein in Stuttgart, 1866, 484 p. (oorspronkelijke taal)

 

·        LE BOUVIER G., Le livre de la description des pays de Gilles le Bouvier, dit Berry (Recueil de voyages et de documents pour servir à l’histoire de la géographie. Depuis le XIIIe jusqu’à la fin du XVIe siècle, 22), becommentarieerd door E.-T. HAMY, Paris, Ernest Leroux, 1908, 260 p. (oorspronkelijke taal)

 

  • LETTS M. (ed.), The travels of Leo of Rozmital through Germany, Flanders, England, France, Spain, Portugal and Italy 1465-1467, Cambridge, Cambridge University Press, 1957, 196 p. (omgezet vanuit de oorspronkelijke taal naar het modern Engels)

 

·        MALFATTI C. V. (ed.), Two Italian Accounts of Tudor England. A Journey to London in 1497, a Picture of English Life under Queen Mary, Barcelona, Ricardo Fontá, 1953, 103 p. (omgezet vanuit de oorspronkelijke taal naar het modern Engels)

 

  • MONETARIUS H., Monetarius. Voyage aux Pays-Bas (1495) (Collection nationale (Office de publicité Bruxelles) Série 2, 22), vertaald en becommentarieerd door P. CISELET en M. DELCOURT, Bruxelles, Office de publicité, 1942, 65 p. (omgezet vanuit de oorspronkelijke taal naar het modern Frans)

 

  • MONGA L. (ed.), Un mercante di Milano in Europa. Diario di viaggio del primo Cinquecento (Le Edizioni Universitarie Jaca, 14), Milan, Jaca Book, 1985, 231 p. (oorspronkelijke taal)

 

  • MOROSINI A., Chronique d’Antonio Morosini. Extraits relatifs à l’histoire de France, uitgegeven door G. LEFEVRE-PONTALIS en L. DOREZ, Paris, Librairie Renouard, 1898-1902, 4 vol. (oorspronkelijke taal en omgezet naar het modern Frans)

 

  • MORYSON F., An itinerary, containing his ten yeeres travell through the Twelve Dominions of Germany, Bohmerland, Sweitzerland, Netherland, Denmarke, Poland, Italy, Turky, France, England, Scotland & Ireland, Glasgow, James Mac Lehose and Sons, 1907-1908, 4 vol. (oorspronkelijke taal)

 

  • MORYSON F., Shakespeare’s Europe: A Survey of the Condition of Europe at the end of the 16th century. Being unpublished chapters of Fyens Moryson’s Itinerary (1617), New York, Benjamin Blom, 1967, 521 p. (oorspronkelijke taal)

 

  • ORTELIUS A., VIVIANUS J., Itinerarium per nonnullas Galliae Belgicae partes. Der Reiseweg durch einige Gebiete des belgischen Galliens von Abraham Ortelius und Johannes Vivianus (Europäische Hochschulschriften. Reihe III. Geschichte und ihre Hilfswissenschaften, 841), vertaald en becommentarieerd door K. SCHMIDT-OTT, Frankfurt am Main, Peter Lang, 2000, 307 p. (omgezet vanuit de oorspronkelijke taal naar het modern Duits)

 

  • OVERBURY T., Observations upon the State of the Archduke’s Country, 1609, in: Stuart Tracts, 1603-1693, uitgegeven door C. H. FIRTH, Westminster, Archibald Constable and co., 1903,  pp. 218-220. (oorspronkelijke taal)

 

  • PEGOLOTTI F. B., Francesco Balducci Pegolotti. La Pratica della Mercatura, onder redactie van A. EVANS, Cambridge, The Mediaeval Academy of America, 1936, 443 p. (oorspronkelijke taal)

 

  • PEPYS S., The diary of Samuel Pepys, uitgegeven door R. LATHAM en W. MATTHEWS, London, G. Bell and Sons, 1970-1983, 11 vol. (oorspronkelijke taal)

 

  • PETITOT Cl.-B. (ed.), Collection complète des mémoires relatifs à l’histoire de France, depuis le règne de Philippe-Auguste, jusqu’au commencement du dix-septième siècle, Paris, Foucault, 1819-1826, 52 vol. (oorspronkelijke taal)

 

  • PICCOLOMINI A. S., Germania, und Jakob Wimpfeling: “Responsa et replicae ad Eneam Silvium”, uitgegeven door A. SCHMIDT, Köln, Böhlau, 1962, 163 p. (oorspronkelijke taal)

 

  • PICCOLOMINI A. S., Pii II. Commentarii rerum memorabilium que temporibus suis contigerunt (Studi e Testi, 312), uitgegeven door A. VAN HECK, Città del Vaticano, Biblioteca Apostolica Vaticana, 1984, 2 vol. (oorspronkelijke taal)

 

  • PLATTER F., Tagebuch (Lebensbeschreibung) 1536-1567 (Basler Chroniken, 10), uitgegeven door V. LÖTSCHER, Basel/Stuttgart, Schwabe & co, 1976, 579 p. (oorspronkelijke taal)

 

  • PLATTER T., Thomas Platter d. J. Beschreibung der Reisen durch Frankreich, Spanien, England und die Niederlande 1595-1600 (Basler Chroniken, 9), uitgegeven door R. KEISER, Basel/Stuttgart, Schwabe & co, 1968, 2 vol., 950 p. (oorspronkelijke taal)

 

  • POULLET E. (ed.), PIOT Ch. (ed.), Correspondance du cardinal de Granvelle 1565-1586, Bruxelles, F. Hayez, 1877-1896, 12 vol. (oorspronkelijke taal en omgezet naar het modern Frans)

 

  • QUAD M., Geographisch Handtbuch. Cologne 1600 (Theatrum orbis terrarum: series of atlases in facsmile. Fourth series, 6), Amsterdam, Theatrum orbis terrarum ltd., 1969, 39 p., 82 fol., 82 kaarten. (oorspronkelijke taal)

 

  • TAFUR P., Pero Tafur. Travels and adventures 1435-1439, vertaald en uitgegeven door M. LETTS, London, George Routledge and Sons, 1926, 261 p. (omgezet vanuit de oorspronkelijke taal naar het modern Engels)

 

  • TEMPLE W., Observations  upon the United Provinces of the Netherlands, uitgegeven door G. CLARK, Oxford, Clarendon Press, 1972, 154 p. (oorspronkelijke taal)

 

  • TOMMASEO M. N. (ed.), Relations des ambassadeurs vénitiens sur les affaires de France au XVIe siècle, Paris, Imprimerie royale, 1838, 2 vol., 1388 p. (omgezet vanuit de oorspronkelijke taal naar het modern Engels)

 

  • VAN CORFU N., Le voyage d’Occident, onder leiding van en vertaald door P. ODORICO en becommentarieerd door J. SCHNAPP, Toulouse, Anacharsis, 2002, 283 p. (omgezet vanuit de oorspronkelijke taal naar het modern Frans)

 

  • VAN CORFU N., Nicandre de Corcyre. Voyages, uitgegeven door J.-A. DE FOUCAULT, Paris, Les belles lettres, 1962, 206 p. (oorspronkelijke taal)

 

  • VASQUEZ A., Los sucesos de Flandes y Francia del tiempo de Alejandro Farnese, in: M. GACHARD (ed.), Les bibliothèques de Madrid et de l’Escurial, Bruxelles, Hayez, 1875, pp. 455-479. (oorspronkelijke taal)

 

  • VASQUEZ A., Los sucesos de Flandes y Francia del tiempo de Alejandro Farnese, in: Collección de Documentos Inéditos para la Historia de España, Madrid, Ginesta, 1879-1880, vol. 72-74 (oorspronkelijke taal)

 

  • VON POPPLAU N., Reisebeschreibung Niclas von Popplau, Ritters, bürtig von Breslau, uitgegeven door P. RADZIKOWSKI, Kraków, Trans-Krak, 1998, 196 p. (oorspronkelijke taal)

 

  • VON REITZENSTEIN K. F. (ed.), Unvollständiges Tagebuch auf der Reise Kurfürst Friedrich des Weisen von Sachsen in die Niederlande zum Römischen König Maximilian I. 1494, in: Zeitschrift des Vereins für Thüringische Geschichte und Altertumskunde, 4, 1860, pp. 127-137. (oorspronkelijke taal)

 

  • VON SCHAUMBURG W., Die Geschichten und Taten Wilwolts von Schaumburg (Bibliothek des Litterarischen Vereins in Stuttgart 50), uitgegeven door A. VON KELLER, Stuttgart, Litterarischer Verein in Stuttgart, 1859, 208 p. (oorspronkelijke taal)

 

  • WALSINGHAM Th., Chronica monasterii S. Albani: Thomae Walsingham quondam monachi S. Albani: Historia Anglicana (Rerum Britannicarum medii aevi scriptores, 28), uitgegeven door H. T. RILEY, London, Longman, 1863-1864, 2 vol. (oorspronkelijke taal)

 

II. Literatuur

 

·        De Universiteit te Leuven, 1425-1975, Universitaire Pers, Leuven, 1976, 461 p.

  • Des étuves aux eros centers. Prostitution et traite des femmes du moyen âge à nos jours (Archives générales du Royaume et Archives de l’Etat dans les Provinces. Service éducatif. Dossiers. Première série, 15), Archives générales du royaume, Bruxelles, 1995, 118 p.

·        Voyages et voyageurs au Moyen Âge. XXVIe Congrès de la S.H.M.E.S. (Limoges-Aubazine, mai 1995) (Série Histoire Ancienne et Médiévale, 39), Sorbonne, Paris, 1996, 314 p.

·        AERTS E., Het hoofdelijk bierverbruik in de Zuidelijke Nederlanden (ca. 1400-1800). Enkele kanttekeningen, in: Bijdragen tot de geschiedenis bijzonderlijk van het aloude hertogdom Brabant, 81, 1-3, 1998, pp. 43-60.

·        AERTS E., Review of Richard W. Unger, Beer in the Middle Ages and the Renaissance, in: EH.Net Economic History Services, 11 januari 2006. URL: http://eh.net/bookreviews/library/1032

·        ALBALA K., Eating Right in the Renaissance, University of California Press, London, 2002, 315 p.

·        ANDERSON M. S., The Rise of Modern Diplomacy, 1450-1919, Longman, London, 1993, 320 p.

·        ANTONIBON F., Relazioni a stampa di ambasciatori veneti, Tipografia del seminario, Padova, 1939, 152 p.

·        BARRON C. (ed.) en SAUL N. (ed.), England and the Low Countries in the late Middle Ages, St. Martin’s Press, New York, 1995, 186 p.

·        BARTIER J., Légistes et gens de finances au XVe siècle. Les conseillers des ducs de Bourgogne Philippe le Bon et Charles le Téméraire, Palais des Académies, Bruxelles, 1955, 451 p.

·        BATTISTINI M., Jean Michel Bruto, historien et pédagogue, in: De Gulden Passer, 3, 3, 1925, pp. 152-157.

·        BEHRENS B., The Office of English Resident Ambassador: Its Evolution as illustrated by the Career of Sir Thomas Spinelly 1509-1522, in: Transactions of the Royal Historical Society, 16, 1933, pp. 161-192.

  • BIENTJES J., Holland und der Holländer im Urteil deutscher Reisender 1400-1800, J. B. Wolters, Groningen, 1967, 310 p.
  • BIERLAIRE F., Ubi bene, ibi patria. Een gelukkige 16de eeuw?, in: MORELLI A. (red.), Geschiedenis van het eigen volk. De vreemdeling in België van de prehistorie tot nu, Kritak, Leuven, 1993, pp. 71-83.
  • BILLEN C., ‘Vreemdelingen’ in de middeleeuwen en handelaars in de Nederlanden, in: MORELLI A. (red.), Geschiedenis van het eigen volk. De vreemdeling in België van de prehistorie tot nu, Kritak, Leuven, 1993, pp. 51-69.
  • BLOCKMANS W., Brugge als Europees handelscentrum, in: VERMEERSCH V. (ed.), Brugge en Europa, Mercatorfonds, Antwerpen, 1992, pp. 41-55.
  • BLOCKMANS W., De landen van belofte, in: JANSSEN P. (red.), DE KOK H. (red.), DE MAESSCHALCK E. (red.), VAN ROEY J. (red.) en DE SCHEPPER H. (red.), De Gouden Delta der Lage Landen. Twintig eeuwen beschaving tussen Seine en Rijn, Mercatorfonds, Antwerpen, 1996, pp. 81-111.
  • BLOCKMANS W. en HOPPENBROUWERS P., Eeuwen des onderscheids. Een geschiedenis van middeleeuws Europa, Prometheus, Amsterdam, 2002, 476 p.
  • BLOCKMANS W. en PREVENIER W., De Bourgondiërs. De Nederlanden op weg naar eenheid 1384-1530, Kritak, Leuven, 1997, 288 p.
  • BLOM J. C. H. (red.) en LAMBERTS E. (red.), Geschiedenis van de Nederlanden, HB Uitgevers, Baarn, 2003, 419 p.
  • BLOMMAERT Ph., Petrarchas reis naer België, in: Volks-almanak-uitgaven van het Willemsfonds, 16, 1855, pp. 66-70.
  • BLONDÉ B., Antwerpen, metropool van het Westen, in: JANSSEN P. (red.), DE KOK H. (red.), DE MAESSCHALCK E. (red.), VAN ROEY J. (red.) en DE SCHEPPER H. (red.), De Gouden Delta der Lage Landen. Twintig eeuwen beschaving tussen Seine en Rijn, Mercatorfonds, Antwerpen, 1996, pp. 135-138.
  • BOSSUYT I., De Vlaamse polyfonie, in: JANSSEN P. (red.), DE KOK H. (red.), DE MAESSCHALCK E. (red.), VAN ROEY J. (red.) en DE SCHEPPER H. (red.), De Gouden Delta der Lage Landen. Twintig eeuwen beschaving tussen Seine en Rijn, Mercatorfonds, Antwerpen, 1996, pp. 120-121.
  • BRENNER P. J. (ed.), Der Reisebericht. Die Entwicklung einer Gattung in der deutschen Literatur, Suhrkamp, Frankfurt am Main, 1989, 566 p.
  • BRIELS J., De Zuidnederlandse immigratie 1572-1630, Fibula-Van Dishoeck, Haarlem, 1978, 110 p.
  • BRULEZ W., De economische kaart van de Nederlanden in de 16e eeuw volgens Guicciardini, in: Tijdschrift voor Geschiedenis, 83, 1, 1970, pp. 352-357.
  • BUISMAN J., Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen, Van Wijnen, Franeker, 1995-2006, 4 vol.
  • BURGON J. W., The Life and times of Sir Thomas Gresham, Burt Franklin, New York, 1966, 2 vol.
  • CAMUSSO L., Reisboek Europa 1492, SDU Uitgeverij Koninginnegracht, Den Haag, 1991, 288 p.
  • CARASSO-KOK M. (red.), Geschiedenis van Amsterdam. 1: Een stad uit het niets tot 1578, SUN, Nijmegen, 2004, 540 p.
  • CARLIER A., Taaldiversiteit in de kosmopolitische stad. Taalgebruik, migratie en integratieaspecten in Brugge in de 15de eeuw, Universiteit Gent (onuitgegeven licentiaatsverhandeling), Gent, 2002, 2 vol.
  • CARLIER M. (ed.), GREVE A. (ed.), PREVENIER W. (ed.) en STABEL P. (ed.), Hart en marge in de laat-middeleeuwse stedelijke maatschappij. Handelingen van het colloquium te Gent (22-23 augustus 1996) (Studies in Urban Social, Economic and Political History of the Medieval and Modern Low Countries, 7), Garant, Leuven/Apeldoorn, 1997, 203 p.
  • CARSON P., Het fraaie gelaat van Vlaanderen, Lannoo, Tielt, 1991, 318 p.
  • CAVACIOCCHI S. (ed.), Fiere e mercati nella integrazione delle economie Europee secc. XIII-XVIII, Le Monnier, Firenze, 2001, 1070 p.
  • CÉARD J., La Nature et les prodiges. L’insolite au XVIe siècle, en France, Droz, Genève, 1977, 512 p.

·        CÉARD J. (dir.) en MARGOLIN J.-Cl. (dir.), Voyager à la Renaissance, Maisonneuve et Larose, Paris, 1987, 677 p.

·        CHAREYRON N., Globetrotters au Moyen Âge, Imago, Paris, 2004, 266 p.

·        CLASSEN C. J., Lodovico Guicciardini’s “Descrittione” and the Tradition of the Laudes and Descriptiones Urbium, in: JODOGNE P. (ed.), Lodovico Guicciardini (1521-1589). Actes du Colloque international des 28, 29 et 30 mars1990 (Travaux de l’Institut Interuniversitaire pour l’étude de la Renaissance et de l’Humanisme, 10), Peeters Press, Leuven, 1991, pp. 99-117.

·        COCKSHAW P., Le personnel de la chancellerie de Bourgogne-Flandre sous les ducs de Bourgogne de la maison de Valois (1384-1477) (Standen en Landen, 79), UGA, Kortrijk/Heule, 1982, 245 p.

·        CONVENTS G., Van spel tot amusementsprodukt. Een poging tot het situeren van de kermis-foor in een industrialiserende maatschappij (tot 1940), in: VAN GENECHTEN G., Kermis, het spiegelpaleis van het volk. Tentoonstelling, Centrum voor kunst en cultuur - St.-Pietersabdij, Gent, 28 februari - 13 april 1986, pp. 48-110.

·        CORNELISSE Ch., The economy of peat and its environmental consequences in Holland during the late Middle Ages, in: Jaarboek voor Ecologische Geschiedenis, 2006, pp. 95-121.

  • COULET N., Introduction. « S’en divers voyages n’est mis… »,  in: Voyages et voyageurs au Moyen Âge. XXVIe Congrès de la S.H.M.E.S. (Limoges-Aubazine, mai 1995) (Série Histoire Ancienne et Médiévale, 39), Sorbonne, Paris, 1996, pp. 9-29.
  • COX E.G., A Reference Guide to the Literature of Travel, University of Washington Press, Seattle, 1935-1938, 4 vol.
  • CRAHAY R., Pays, peuples et sociétés dans la “République” de Jean Bodin, contemporain de Lodovico Guicciardini, in: JODOGNE P. (ed.), Lodovico Guicciardini (1521-1589). Actes du Colloque international des 28, 29 et 30 mars 1990 (Travaux de l’Institut Interuniversitaire pour l’étude de la Renaissance et de l’Humanisme, 10), Peeters Press, Leuven, 1991, pp. 249-272.
  • DE BEER H., Observations on the history of Dutch physical stature from the late-Middle Ages to the present, in: Economics and Human Biology, 2, 2004, pp. 45-55.
  • DE BORCHGRAVE C., Diplomaten en diplomatie onder hertog Jan zonder Vrees: impact op de Vlaamse politieke situatie (Standen en Landen, 95), UGA, Kortrijk/Heule, 1992, 258 p.
  • DEISSER A., Nicandre de Corfou, le premier Grec qui descendit dans une mine liégeoise, in: La Vie wallonne, 50, 1976, pp. 5-21.
  • DENECKE D., Strassen, Reiserouten und Routenbücher (Itinerare) im späten Mittelalter und in der Frühen Neuzeit, in: VON ERTZDORFF X. (ed.), NEUKIRCH D. (ed.) en SCHULZ R. (red.), Reisen und Reiseliteratur im Mittelalter und in der Frühen Neuzeit (Chloe. Beihefte zum Daphnis, 13), Rodopi, Amsterdam/Atlanta, 1992, pp. 227-253.
  • DE RIDDER-SYMOENS H., Stad en kennis, in: CARLIER M. (ed.), GREVE A. (ed.), PREVENIER W. (ed.) en STABEL P. (ed.), Hart en marge in de laat-middeleeuwse stedelijke maatschappij. Handelingen van het colloquium te Gent (22-23 augustus 1996) (Studies in Urban Social, Economic and Political History of the Medieval and Modern Low Countries, 7), Garant, Leuven/Apeldoorn, 1997, pp. 131-151.
  • DE RIDDER-SYMOENS H., Education and Literacy in the Burgundian-Habsburg Netherlands, in: Canadian Journal of Netherlandic Studies. Revue canadienne d’études néerlandaises, 16, 1995, pp. 6-21.
  • DE ROOVER R., Money, Banking and Credit in Mediaeval Bruges. Italian Merchant-Bankers Lombards and Money-Changers. A Study in the Origins of Banking, The Mediaeval Academy of America, Cambridge/Massachusetts, 1948, 420 p.
  • DE RUDDER A., Visions de Belgique: comment les écrivains et les artistes étrangers ont vu notre pays, comment ils l’ont imaginé, comment ils l’ont jugé, Rossel, Bruxelles, 1925, 300 p.
  • DESAN Ph., Lodovico Guicciardini et le discours sur la ville à la Renaissance, in: JODOGNE P. (ed.), Lodovico Guicciardini (1521-1589). Actes du Colloque international des 28, 29 et 30 mars 1990 (Travaux de l’Institut Interuniversitaire pour l’étude de la Renaissance et de l’Humanisme, 10), Peeters Press, Leuven, 1991, pp. 135-150.
  • DEVOS I., Allemaal Beestjes. Mortaliteit en Morbiditeit in Vlaanderen, 18de-20ste eeuw, Academia Press, Gent, 2006, 264 p.
  • DOTSON J. E. (red.), Merchant Culture in Fourteenth Century Venice. The Zibaldone da Canal, Medieval and Renaissance Texts and Studies, Binghamton, 228 p.
  • DUPONT G., Maagdenverleidsters, hoeren en speculanten. Prostitutie in Brugge tijdens de Bourgondische periode (1385-1515), Uitgeverij Marc Van de Wiele, Brugge, 1996, 243 p.

·        EBERENZ R., Ruy Gonzales de Clavijo et Pero Tafur: l’image de la ville, in: Etudes de Lettres, 3, 1992, pp. 29-51.

·        ECKHARDT E., Die Dialekt- und Ausländertypen des älteren Englischen Dramas (Materialien zur Kunde des älteren Englischen Dramas, 27 en 32), A. Uystpruyst, Louvain, 1910-1911, 2 vol., 345 p.

·        ELAUT L., Le traité du laitage de maître Pantaléon, in: 89e Congrès des Sociétés Savantes, 4, 1965, pp. 107-115.

  • ENENKEL K., Autobiografie en etnografie: humanistische reisberichten in de Renaissance, in: ENENKEL K. (red.), VAN HECK P. (red.) en WESTERWEEL B. (red.), Reizen en reizigers in de Renaissance. Eigen en vreemd in oude en nieuwe werelden, Amsterdam University Press, Amsterdam, 1998, pp. 19-56.
  • ERBE M., Een document over het verblijf van François Bauduin in de Zuidelijke Nederlanden in 1563, in: Nederlands archief voor Kerkgeschiedenis N.S., 58, 1977-1978, pp. 38-49.
  • FIDÈLE P., Un maître de Sainte Thérèse. Le père François d’Osuna (Études de théologie historique, 21), Beauchesne, Paris, 1936, 704 p.
  • FLANDRIN J.-L., Le goût et la nécessité: sur l’usage des graisses dans les cuisines d’Europe occidentale (XIVe-XVIIIe siècles), in: Annales. Économies, Sociétés, Civilisations, 38, 2, 1983, pp. 369-401.

·        FRIS V., Laus Gandae, in: Bulletijn van de Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent, 22, 4, 1914, pp. 208-270 en 22, 5, 1914, pp. 285-314.

·        FRUIN R., Guicciardini’s beschrijving der Nederlanden, in: BLOK P. J. (ed.), MULLER P. L. (ed.), MULLER S. (ed.), Robert Fruin’s verspreide geschriften met aanteekeningen, toevoegsels en verbeteringen uit des schrijvers nalatenschap, deel 7, Martinus Nijhoff, ’s-Gravenhage, 1903, pp. 193-203.

·        GELDERBLOM O., Zuid-Nederlandse kooplieden en de opkomst van de Amsterdamse stapelmarkt (1578-1630), Verloren, Hilversum, 2000, 350 p.

·        GELDERBLOM O., The Decline of Fairs and Merchant Guilds in the Low Countries, 1250-1650, URL: http://www.lowcountries.nl/2005-1_gelderblom.pdf, 47 p. (correcte weergave van een website?)

·        GLESENER Th., Flandre et Flamands dans l’imaginaire espagnol du XVIe siècle, in: Revue du Nord, 87, 360-361, 2005, pp. 337-350.

·        GORIS J.-A., Etude sur les colonies marchandes méridionales (Portugais, Espagnols, Italiens) à Anvers de 1488 à 1567. Contribution à l’histoire des débuts du capitalisme moderne, Librairie universitaire, Louvain, 1925, 702 p.

·        GORIS J.-A., Lof van Antwerpen. Hoe reizigers Antwerpen zagen, van de XVe tot de XXe eeuw, N.V. Standaard Boekhandel, Brussel, 1940, 277 p.

·        GOSSART E., Gonzalez. Un bouffon espagnol dans les Pays-Bas au XVIIe siècle, P. Weissenbruch, Bruxelles, 1893, 53 p.

·        GRABLER F. (ed.) en STOEKL G. (ed.), Europa im XV. Jahrhundert von Byzantinern gesehen, Verlag Styria, Graz, 1965, 191 p.

·        GREVE A., Vreemdelingen in de stad: Integratie of uitsluiting?, in: CARLIER M. (ed.), GREVE A. (ed.), PREVENIER W. (ed.) en STABEL P. (ed.), Hart en marge in de laat-middeleeuwse stedelijke maatschappij. Handelingen van het colloquium te Gent (22-23 augustus 1996) (Studies in Urban Social, Economic and Political History of the Medieval and Modern Low Countries, 7), Garant, Leuven/Apeldoorn, 1997, pp. 153-163.

  • HANTZSCH V., Deutsche Reisende des sechzehnten Jahrhunderts, Duncker und Humblot, Leipzig, 1895, 140 p.
  • HARBSMEIER M., Elementary structures of otherness. An Analysis of sixteenth-century German travel accounts, in: CÉARD J. (dir.) en MARGOLIN J.-Cl. (dir.), Voyager à la Renaissance, Maisonneuve et Larose, Paris, 1987, pp. 337-355.
  • HARBSMEIER M., Reisebeschreibungen als mentalitätsgeschichtliche Quellen: Überlegungen zu einer historisch-anthropologischen Untersuchung frühneuzeitlicher deutscher Reisebeschreibungen, in: MACZAK A. (ed.) en  TEUTEBERG H. J. (ed.), Reiseberichte als Quellen europäischer Kulturgeschichte. Aufgaben und Möglichkeiten der historischen Reiseforschung (Wolfenbütteler Forschungen, 21), Herzog August Bibliothek, Wolfenbüttel, 1982, pp. 1-31.
  • HARRELD D. J., German Merchants and their Trade in Sixteenth-Century Antwerp, in: STABEL P. (ed.), BLONDÉ B. (ed.), GREVE A. (ed.), International Trade in the Low Countries (14th-16th Centuries). Merchants, Organisation, Infrastructure. Proceedings of the International Conference. Ghent-Antwerp, 12th-13th January 1997 (Studies in Urban Social, Economic and Political History of the Medieval and Early Modern Low Countries, 10), Garant, Leuven/Apeldoorn, 2000, pp. 169-191.
  • HENDRIX H., Vreemd volk in Holland. Xenofobie en xenofilie in historisch perspectief, in: HENDRIX H. (red.) en HOENSELAARS T. (red.), Vreemd volk. Beeldvorming over buitenlanders in de vroegmoderne tijd (Utrecht Renaissance Studies, 4), Amsterdam University Press, Amsterdam, 1998, pp.1-19.
  • HENDRIX H. (red.) en HOENSELAARS T. (red.), Vreemd volk. Beeldvorming over buitenlanders in de vroegmoderne tijd (Utrecht Renaissance Studies, 4), Amsterdam University Press, Amsterdam, 1998, 146 p.
  • HOENSELAARS A. J., Images of Englishmen and Foreigners in the Drama of Shakespeare and His Contemporaries. A Study of Stage Characters and National Identity in English Renaissance Drama, 1558-1642, Associated University Presses, London/Toronto, 1992, 347 p.

·        HOENSELAARS T., Kleren maken de man. Mode en identiteit in het vroegmoderne Engeland, in: HENDRIX H. (red.) en HOENSELAARS T. (red.), Vreemd volk. Beeldvorming over buitenlanders in de vroegmoderne tijd (Utrecht Renaissance Studies, 4), Amsterdam University Press, Amsterdam, 1998, pp. 93-119.

·        HOOGEWERFF G. I., De Nederlanden in 1622 door een Italiaan bereisd, in: Onze Eeuw, 13, 4, 1913, pp. 1-42.

·        ILARDI V., Fifteenth-Century Diplomatic Documents in Western European Archives and Libraries (1450-1494), in: Studies in the Renaissance, 9, 1962, pp. 64-112.

  • JACOBSEN JENSEN J. N., Reizigers te Amsterdam. Beschrijvende lijst van reizen in Nederland door vreemdelingen vóór 1850, Genootschap Amstelodamum, Amsterdam, 1919, 259 p.
  • JACQMAIN M., Een minder bekende “Vlaamse” Guicciardini: Giovan Battista, de korrespondent van de Medici’s, in: Ons Erfdeel, 18, 3, 1975, pp. 381-396.
  • JANSSEN P. (red.), DE KOK H. (red.), DE MAESSCHALCK E. (red.), VAN ROEY J. (red.) en DE SCHEPPER H. (red.), De Gouden Delta der Lage Landen. Twintig eeuwen beschaving tussen Seine en Rijn, Mercatorfonds, Antwerpen, 1996, 403 p.
  • JEANNIN P., Guides de voyage et manuels pour marchands, in: CÉARD J. (dir.) en MARGOLIN J.-Cl. (dir.), Voyager à la Renaissance, Maisonneuve et Larose, Paris, 1987, pp. 159-169.
  • JODOGNE P. (ed.), Lodovico Guicciardini (1521-1589). Actes du Colloque international des 28, 29 et 30 mars 1990 (Travaux de l’Institut Interuniversitaire pour l’étude de la Renaissance et de l’Humanisme, 10), Peeters Press, Leuven, 1991, 375 p.
  • JODOGNE P., Présentation du Colloque, in: JODOGNE P. (ed.), Lodovico Guicciardini (1521-1589). Actes du Colloque international des 28, 29 et 30 mars 1990 (Travaux de l’Institut Interuniversitaire pour l’étude de la Renaissance et de l’Humanisme, 10), Peeters Press, Leuven, 1991, pp. 11-14.
  • KAMEN H., Philip of Spain, Yale University Press, New Haven – London, 1997, 384 p.
  • KAPTEIN H., Poort van Holland. De economische ontwikkeling 1200-1578, in: CARASSO-KOK M. (red.), Geschiedenis van Amsterdam. 1: Een stad uit het niets tot 1578, SUN, Nijmegen, 2004, pp. 109-173.
  • KORTLEVER Y. E., The Easter and Cold Fairs of Bergen op Zoom (14th – 16th centuries), in: CAVACIOCCHI S. (ed.), Fiere e mercati nella integrazione delle economie Europee secc. XIII-XVIII, Le Monnier, Firenze, 2001, pp. 625-643.

·        LABARGE M. W., Medieval travellers: the rich and restless, Hamilton, London, 1982, 237 p.

·        LAUWERS D., De Leden van de Raad van Vlaanderen onder Jan zonder Vrees (1405-1419), Universiteit Gent (onuitgegeven licentiaatsverhandeling), Gent, 1999, 172 p.

·        LECUPPRE-DESJARDIN E., La ville des cérémonies. Essai sur la communication politique dans les anciens Pays-Bas bourguignons (Studies in European Urban History (1100-1800), 4), Brepols Publishers, Turnhout, 2004, 407 p.

·        LECUPPRE-DESJARDIN E., Grote schoonmaak in de stad. De sanering, beveiliging en ruimtelijke inrichting van de stad naar aanleiding van vorstelijke plechtigheden in de Bourgondische Nederlanden (14e-15e eeuw), in: Jaarboek voor Ecologische Geschiedenis, 2002, pp. 19-35.

·        LECUPPRE-DESJARDIN E., L’autre et la ville: l’apport des témoignages étrangers dans la connaissance des villes des anciens Pays-Bas bourguignons à la fin du Moyen Age, in: BOONE M. (ed.), LECUPPRE-DESJARDIN E. (ed.), SOSSON J.-P. (ed.), Le verbe, l’image et les représentations de la société urbaine au Moyen Age, actes du colloque international tenu à Marche-en-Famenne, 24-27 octobre 2001, Garant, Anvers/Apeldoorn, 2002, pp. 55-74.

·        LECUPPRE-DESJARDIN E., Premiers essais d’ethnographie: mœurs et coutumes des populations du Nord, d’après les observations de voyageurs méridionaux au tournant des XVe et XVIe siècles, in: Revue du Nord, 87, 360-361, 2005, pp. 323-335.

·        LEERSSEN J., Over nationale identiteit, in: Theoretische Geschiedenis, 15, 4, 1988, pp. 417-430.

·        LEERSSEN J., Volksaard en mensenkennis in de zeventiende eeuw. Van bijgeloof naar kennissysteem, in: HENDRIX H. (red.) en HOENSELAARS T. (red.), Vreemd volk. Beeldvorming over buitenlanders in de vroegmoderne tijd (Utrecht Renaissance Studies, 4), Amsterdam University Press, Amsterdam, 1998, pp. 121-136.

·        LESTRINGANT F., Europe et théorie des climats dans la seconde moitié du XVIe siècle, in: La conscience européenne au XVe et au XVIe siècle (Collection de l’Ecole Normale Supérieure de Jeunes Filles, 22), Centre National de la Recherche Scientifique, Paris, 1982, pp. 206-226.

·        LESTRINGANT F., Lodovico Guicciardini, chorographe, in: JODOGNE P. (ed.), Lodovico Guicciardini (1521-1589). Actes du Colloque international des 28, 29 et 30 mars 1990 (Travaux de l’Institut Interuniversitaire pour l’étude de la Renaissance et de l’Humanisme, 10), Peeters Press, Leuven, 1991, pp. 119-134.

  • LETTS M., Merchants strangers at Bruges, in: The contemporary Review, 691, juli 1923, pp. 87-100.
  • LOUWAGIE Ch., De Nederlanden gezien door zeventiende eeuwse reizigers, Rijksuniversiteit Gent (onuitgegeven licentiaatsverhandeling), Gent, 1972, 535 p.

·        MACZAK A., Travel in Early Modern Europe, Polity Press, Cambridge, 1995, 375 p.

  • MACZAK A., Renaissance Travellers’ Power of measuring, in: CÉARD J. (dir.) en MARGOLIN J.-Cl. (dir.), Voyager à la Renaissance, Maisonneuve et Larose, Paris, 1987, pp. 245-256.

·        MACZAK A. (ed.) en  TEUTEBERG H. J. (ed.), Reiseberichte als Quellen europäischer Kulturgeschichte. Aufgaben und Möglichkeiten der historischen Reiseforschung (Wolfenbütteler Forschungen, 21), Herzog August Bibliothek, Wolfenbüttel, 1982, 323 p.

·        MARECHAL J., Europese aanwezigheid te Brugge. De vreemde kolonies (XIVde –  XIXde eeuw) (Vlaamse Historische Studies, 3), Schoonbaert, Brugge, 1985, 283 p.

  • MARGOLIN J.-Cl., Leçon inaugurale: Voyager à la Renaissance, in: CÉARD J. (dir.) en MARGOLIN J.-Cl. (dir.), Voyager à la Renaissance, Maisonneuve et Larose, Paris, 1987, pp. 9-34.
  • MATTINGLY G., Renaissance Diplomacy, Jonathan Cape, London, 1963, 323 p.
  • MCKENDRICK S., Tapestries from the Low Countries in England during the Fifteenth Century, in: BARRON C. (ed.) en SAUL N. (ed.), England and the Low Countries in the late Middle Ages, St. Martin’s Press, New York, 1995, pp. 43-60.
  • MEHL E., Die Weltanschauung des Giovanni Villani. Ein Beitrag zur Geistesgeschichte Italiens im Zeitalter Dantes (Beiträge zur Kulturgeschichte des Mittelalters und der Renaissance, 33), B. G. Teubner, Leipzig/Berlin, 1927, 188 p.
  • MEIJER DREES M., Op reis met Jacob Cats. Beeldvorming over vreemdelingen in het zeventiende-eeuwse Holland, in: HENDRIX H. (red.) en HOENSELAARS T. (red.), Vreemd volk. Beeldvorming over buitenlanders in de vroegmoderne tijd (Utrecht Renaissance Studies, 4), Amsterdam University Press, Amsterdam, 1998, pp. 77-92.
  • MICHAUD-FRÉJAVILLE F., Le voyage du seigneur Léon de Rozmital en Occident, un apprentissage?, in: Voyages et voyageurs au Moyen Âge. XXVIe Congrès de la S.H.M.E.S. (Limoges-Aubazine, mai 1995) (Série Histoire Ancienne et Médiévale, 39), Sorbonne, Paris, 1996, pp. 31-51.

·        MORAW P. (ed.), Unterwegssein im Spätmittelalter, Duncker und Humblot, Berlin, 1985, 108 p.

  • MORAW P., Reisen im europäischen Spätmittelalter im Licht der neueren historischen Forschung,  in: VON ERTZDORFF X. (ed.), NEUKIRCH D. (ed.) en SCHULZ R. (red.), Reisen und Reiseliteratur im Mittelalter und in der Frühen Neuzeit (Chloe. Beihefte zum Daphnis, 13), Rodopi, Amsterdam/Atlanta, 1992, pp. 113-139.
  • MOREL-FATIO A., Études sur l’Espagne. 1e série, Librairie E. Bouillon, Paris, 1895, 404 p.
  • MOREL-FATIO A., “Espagnols et Flamands”, in: MOREL-FATIO A., Études sur l’Espagne. 1e série, Librairie E. Bouillon, Paris, 1895, pp. 239-293.
  • MORELLI A. (red.), Geschiedenis van het eigen volk. De vreemdeling in België van de prehistorie tot nu, Kritak, Leuven, 1993, 340 p.
  • MORELLI A., Inleiding, in: MORELLI A. (red.), Geschiedenis van het eigen volk. De vreemdeling in België van de prehistorie tot nu, Kritak, Leuven, 1993, pp. 7-17.
  • MURRAY J. J., Antwerp in the age of Plantin and Brueghel, David and Charles, Newton Abbot, 1972, 170 p.
  • NORRIS D. M., Chaucer’s Pardoner’s Tale and Flanders, in: PMLA, 48, 3, 1933, pp. 636-641.

·        OHLER N., The medieval traveller, Boydell and Brewer, Woodbridge, 1989, 245 p.

·        PARAVICINI W., Der Fremde am Hof. Nikolaus von Popplau auf Europareise 1483-1486, in: ZOTZ Th. (ed.), Fürstenhöfe und ihre Aussenwelt. Aspekte gesellschaftlicher und kultureller Identität im deutschen Spätmittelalter (Identitäten und Alteritäten, 16), Ergon Verlag, Wurzburg, 2004 , pp. 291-337.

  • PARAVICINI W. (ed.) en HALM C., Europäische Reiseberichte des späten Mittelalters: eine analytische Bibliographie. 1. Deutsche Reisebeichte (Kieler Werkstücke. Reihe D: Beiträge zur europäischen Geschichte des späten Mittelalters, 5), Lang, Frankfurt am Main, 1994, 527 p.
  • PARAVICINI W. (ed.), WETTLAUFER J. en PAVIOT J., Europäische Reiseberichte des späten Mittelalters: eine analytische Bibliographie. 2. Französische Reisebeichte (Kieler Werkstücke. Reihe D: Beiträge zur europäischen Geschichte des späten Mittelalters, 12), Lang, Frankfurt am Main, 1999, 270 p.
  • PARAVICINI W. (ed.), KRAACK D. en HIRSCHBIEGEL J., Europäische Reiseberichte des späten Mittelalters: eine analytische Bibliographie. 3. Niederländische Reisebeichte (Kieler Werkstücke. Reihe D: Beiträge zur europäischen Geschichte des späten Mittelalters 14), Lang, Frankfurt am Main, 2000, 438 p.
  • PARKER G., Filips II, Martinus Nijhoff, ’s Gravenhage, 1981, 239 p.
  • PARKER G., The Dutch Revolt (Revised Edition), Penguin Books, Harmondsworth, 1985, 334 p.
  • PARKER G., The Grand Strategy of Philip II, Yale University Press, New Haven – London, 1998, 446 p.

·        PARMENTIER J. (red.) en GRAY T. (red.), Bruges and Zeebrugge. The city and the sea, Lloyd’s List, London, 1995, 199 p.

  • PIAGET A., Martin Le Franc, prévot de Lausanne, Lausanne, Librairie F. Payot, 1888, 267 p.
  • PLARD H., Anvers dans la “Journal de Voyage aux Pays Bas” de Dürer (1520-1521), in: JODOGNE P. (ed.), Lodovico Guicciardini (1521-1589). Actes du Colloque international des 28, 29 et 30 mars 1990 (Travaux de l’Institut Interuniversitaire pour l’étude de la Renaissance et de l’Humanisme, 10), Peeters Press, Leuven, 1991, pp. 237-248.
  • PREVENIER W., Ambtenaren in stad en land in de Nederlanden. Socio-professionele evoluties (veertiende tot zestiende eeuw), in: Bijdragen en mededelingen betreffende de geschiedenis der Nederlanden, 87, 1972, pp. 44-59.
  • PREVENIER W. en BLOCKMANS W., De Bourgondische Nederlanden, Mercatorfonds, Antwerpen, 1983, 404 p.
  • QUELLER D. E., The office of ambassador in the Middle Ages, Princeton University Press, Princeton, 1967, 251 p.
  • RICHARD J., Les récits de voyages et de pèlerinages (Typologie des sources du Moyen Âge occidental, 38), Brepols, Turnhout, 1981, 84 p.
  • RODRÍGUEZ PÉREZ Y., De Tachtigjarige Oorlog in Spaanse ogen. De Nederlanden in Spaanse historische en literaire teksten (circa 1548-1673), Vantilt, Nijmegen, 2003, 336 p.
  • ROERSCH A., La Correspondance de Nicolas Olahus, in: Bulletin de la Société d’histoire et d’archéologie de Gand, 7, 1903, pp. 1-12.
  • ROBSON-SCOTT W. D., German Travellers in England 1400-1800, Blackwell, Oxford, 1953, 238 p.
  • ROOBAERT E. J., Nieuwe gegevens over Calvete de Estrella en L. Guicciardini uit de rekeningen van de Antwerpse magistraat, in: Bijdragen tot de geschiedenis, inzonderheid van het oude hertogdom Brabant, 41, 1958, pp. 68-94.
  • RYCKAERT M., The Orientals in Bruges, in: PARMENTIER J. (red.) en GRAY T. (red.), Bruges and Zeebrugge. The city and the sea, Lloyd’s List, London, 1995, p. 42.
  • RYCKAERT M., De West-Vlaamse stadsgezichten in Guicciardini’s ‘Beschrijving van de Nederlanden’, in: In de Steigers. Erfgoednieuws uit West-Vlaanderen, 12, 4, 2005, pp. 123-134.

·        SABLON DU CORAIL A., Les étrangers au service de Marie de Bourgogne: de l’armée de Charles le Téméraire à l’armée de Maximilien (1477-1482), in: Revue du Nord, 84, 345-346, 2002, pp. 389-412.

·        SAVY P., À l’école bourguignonne. Rodolfo Gonzaga à la cour de Bourgogne (1469-1470), in: Revue du Nord, 84, 345-346, 2002, pp. 343-366.

·        SCHMUGGE L., Über nationale Vorurteile im Mittelalter, in: Deutsches Archiv, 38, 1982, pp. 439-459.

·        SMIT J., Driemaal Huygens: vergelijkende karakteristieken van Constantijn Huygens’ Batava Tempe, ’t Costelick mal en De uytlandighe Herder, Van Gorcum, Assen, 1966, 180 p.

  • SOLY H., Kroeglopen in Brabant en Vlaanderen, in: Spiegel Historiael, 18, 1983, pp. 569-577.

·        SOLY H. (ed.) en VERMEIR R. (ed.), Beleid en bestuur in de oude Nederlanden. Liber Amicorum prof. dr. M. Baelde, Vakgroep Nieuwe Geschiedenis Universiteit Gent, Gent, 1993, 515 p.

  • SORGELOOS Cl., Les sources imprimées de la “Descrittione di tutti i Paesi Bassi”, in: JODOGNE P. (ed.), Lodovico Guicciardini (1521-1589). Actes du Colloque international des 28, 29 et 30 mars 1990 (Travaux de l’Institut Interuniversitaire pour l’étude de la Renaissance et de l’Humanisme, 10), Peeters Press, Leuven, 1991, pp. 37-98.
  • STABEL P., Dwarfs among Giants. The Flemish Urban Network in the Late Middle Ages (Studies in Urban Social, Economic and Political History of the Medieval and Modern Low Countries, 8), Garant, Leuven/Apeldoorn, 1997, 287 p.
  • STABEL P., De gewenste vreemdeling. Italiaanse kooplieden en stedelijke maatschappij in het laat-middeleeuws Brugge, in: Jaarboek voor Middeleeuwse Geschiedenis, 4, 2001, pp. 189-221.
  • STABEL P. (ed.), BLONDÉ B. (ed.), GREVE A. (ed.), International Trade in the Low Countries (14th-16th Centuries). Merchants, Organisation, Infrastructure. Proceedings of the International Conference. Ghent-Antwerp, 12th-13th January 1997 (Studies in Urban Social, Economic and Political History of the Medieval and Early Modern Low Countries, 10), Garant, Leuven/Apeldoorn, 2000, 267 p.
  • STAGL J., Die Methodisierung des Reisens im 16. Jahrhundert, in: BRENNER P. J. (ed.), Der Reisebericht. Die Entwicklung einer Gattung in der deutschen Literatur, Suhrkamp, Frankfurt am Main, 1989, pp. 140-177.
  • STOYE J. W., English Travellers Abroad 1604-1667: Their Influence in English Society and Politics, Jonathan Cape, London, 1957, 479 p.
  • SUYKENS F., ASAERT G., DE VOS A., THIJS A., VERAGHTERT K., Antwerp, a port for all seasons, MIM, Deurne, 1986, 552 p.
  • TELLENBACH G., Zur Frühgeschichte abendländischer Reisebeschreibungen, in: H. FENSKE (ed.), W. REINHARD (ed.), E. SCHULIN (ed.), Historia Integra. Festschrift für Erich Hassinger zum 70. Geburtstag, Duncker & Humblot, Berlin, 1977, pp. 51-80.
  • TEMMERMAN P., Het beeld van Vlaanderen in buitenlandse, vooral historiografische werken in de 14de en 15de eeuw, Rijksuniversiteit Gent (onuitgegeven licentiaatsverhandeling), Gent, 1985, 2 vol., 215 p.
  • TEUTEBERG H. J., Der Beitrag der Reiseliteratur zur Entstehung des deutschen Englandbildes zwischen Reformation und Aufklärung, in: MACZAK A. (ed.) en  TEUTEBERG H. J. (ed.), Reiseberichte als Quellen europäischer Kulturgeschichte. Aufgaben und Möglichkeiten der historischen Reiseforschung (Wolfenbütteler Forschungen, 21), Herzog August Bibliothek, Wolfenbüttel, 1982, pp. 73-113.
  • THOEN E., Verhuizen naar Brugge in de late middeleeuwen. De rol van de immigratie van de poorters in de aanpassing van de stad Brugge aan de wijzigende ekonomische omstandigheden (14de-16de eeuw), in: SOLY H. (ed.) en VERMEIR R. (ed.), Beleid en bestuur in de oude Nederlanden. Liber Amicorum prof. dr. M. Baelde, Vakgroep Nieuwe Geschiedenis Universiteit Gent, Gent, 1993, pp. 329-349.
  • TILMANS K., De ontwikkeling van een vaderland-begrip in de laat-middeleeuwse en vroeg-moderne geschiedschrijving van de Nederlanden, in: Theoretische Geschiedenis, 23, 1, 1996, pp. 77-110.
  • TLUSTY B. A., Drinking, Family Relations and Authority in Early Modern Germany, in: Journal of Family History, 29, 2004, pp. 253-273,
  • TOUWAIDE R. H., Messire Lodovico Guicciardini. Gentilhomme florentin, B. De Graff, Nieuwkoop, 1975, 129 p.
  • TOUWAIDE R. H., Guicciardini, Lodovico, in: Nationaal Biografisch Woordenboek, 8, Paleis der Academiën, Brussel, 1979, pp. 361-366.
  • VAN CRUGTEN A., Un voyageur de Bohême à la Cour de Bourgogne, in: Cahiers Bruxellois. Revue d’histoire urbaine, 21, 1976, pp. 60-68.
  • VANDENBROEKE C., De problematiek van de energievoorziening in de zuidelijke Nederlanden en ingezonderheid in Vlaanderen (15de-19de eeuw), in: Belgisch Tijdschrift voor Filologie en Geschiedenis, 73, 1995, pp. 967-981.
  • VAN DEN KERKHOVE A., De wandtapijten in de Zuidelijke Nederlanden, in: JANSSEN P. (red.), DE KOK H. (red.), DE MAESSCHALCK E. (red.), VAN ROEY J. (red.) en DE SCHEPPER H. (red.), De Gouden Delta der Lage Landen. Twintig eeuwen beschaving tussen Seine en Rijn, Mercatorfonds, Antwerpen, 1996, pp. 167-171.
  • VANDER LINDEN H., Eene reis door de Nederlanden in 1438 (P. TAFUR), Fr. OLYFF, Hasselt, 1910, 14 p.
Universiteit of Hogeschool
Geschiedenis
Publicatiejaar
2007
Share this on: