Grafeem-kleursynesthesie: een overzicht van de hedendaagse bevindingen en controverses

Carolien Peelaerts
Verwarde zintuigen: kersenrode 6, oranje kater
 
Een zin in een krant is voor ieder normaal individu niet meer dan een aaneenschakeling van zwarte woorden op wit papier en een woord niet meer dan een geheel van zwarte letters. Maar voor een kleine minderheid van de bevolking ziet een krantenartikel eruit als een symfonie van kleuren. De letter “R” verschijnt dan bijvoorbeeld in het helblauw, de kleur van de lucht op een broeierig hete zomerdag. Het cijfer “6” heeft de donkerrode kleur van een sappige kers en de letter “L” lijkt dan weer gemaakt van roestvrij staal.

Grafeem-kleursynesthesie: een overzicht van de hedendaagse bevindingen en controverses

Verwarde zintuigen: kersenrode 6, oranje kater

 

Een zin in een krant is voor ieder normaal individu niet meer dan een aaneenschakeling van zwarte woorden op wit papier en een woord niet meer dan een geheel van zwarte letters. Maar voor een kleine minderheid van de bevolking ziet een krantenartikel eruit als een symfonie van kleuren. De letter “R” verschijnt dan bijvoorbeeld in het helblauw, de kleur van de lucht op een broeierig hete zomerdag. Het cijfer “6” heeft de donkerrode kleur van een sappige kers en de letter “L” lijkt dan weer gemaakt van roestvrij staal.

 

Iedereen die wel eens de krant leest, zal het met mij eens zijn dat de zintuigen van deze mensen volledig het noorden kwijt lijken te zijn. Niets is minder waar: ze hebben synesthesie, een zeldzame ‘aandoening’ waarbij twee aparte zintuiglijke ervaringen samen optreden. Synesthesie kan zich in verschillende vormen uiten. De persoon in de inleiding ziet zwarte letters in kleur. Anderen ervaren juist kleuren bij klanken, proeven vormen of ruiken geluiden. In principe kunnen alle zintuigen met elkaar verbonden zijn.

Hoewel synesthesie al bijna 300 jaar bekend is, kwam het onderzoek pas in de jaren 1980 in een stroomversnelling. Dit mysterieuze fenomeen moet dan ook nog heel wat van zijn geheimen prijsgeven. Momenteel domineren Engelse studies het onderzoek naar synesthesie. De meeste Vlamingen zijn zich niet eens van het bestaan van dit fascinerende verschijnsel bewust.

 

GELE MUZIEKNOOT, SCHREEUWERIG T-SHIRT

 

Het is onduidelijk hoe vaak synesthesie voorkomt. Het treft in ieder geval zes keer vaker vrouwen dan mannen, wat een specifiek patroon van overerving suggereert. Synesthesie wordt vermoedelijk overgeërfd van vader op dochter en van moeder op dochter en zoon. Vreemd genoeg zijn synestheten vaak linkshandig, creatief, artistiek en erg emotioneel. Ze hebben een gemiddelde tot hoge intelligentie en een bijzonder goed geheugen. De kleurgewaarwordingen helpen hen bij het onthouden van telefoonnummers en namen. Ze doen dan uitspraken als: "haar naam heeft een oranje kleur, het moet dus Eline of Lies zijn." Synestheten hebben echter vaak moeite met wiskundige taken zoals het omzetten van gesproken getallen naar hun geschreven evenbeeld. Ook durven ze het onderscheid tussen links en rechts nogal eens verwarren en zijn ze eerder zwak in kaartlezen.

Het mag dan ook niet verwonderen dat synestheten in de volksmond wel eens het label “gek” opgekleefd krijgen, want alleen iemand die gestoord is, ziet paarse driehoeken bij het fluiten van een waterketel, of niet soms? Bovendien wordt synesthesie vaak afgedaan als een vorm van metaforisch uitdrukken. Zo zouden synestheten die een muzieknoot geel noemen hetzelfde ervaren als wij, wanneer wij een T-shirt schreeuwerig noemen of de geur van kaas scherp. Onderzoek leerde echter dat synestheten helemaal niet dwaas zijn. Een synestheet die een zwarte “2” rood noemt, ziet die kleur ook echt. In tegenstelling tot ‘normale’ mensen zal hij een cijfer “2” dat verstopt zit tussen een honderdtal vijven onmiddellijk herkennen. De rode kleur van de “2” springt namelijk in het oog tussen allemaal blauwe vijven. Meer nog: de oorzaak van synesthesie moet in de hersenen gezocht worden. Twee opvattingen staan tegenover elkaar.

Aanhangers van de eerste opvatting zien synesthesie als een toevallige stoornis door een defect in de genen. Zij denken dat synesthesie ontstaat door een teveel aan verbindingen tussen de kleur- en de lettergebieden in de hersenen, waardoor die onderling informatie kunnen uitwisselen met kleurgewaarwordingen bij het zien van zwarte letters tot gevolg. Aanhangers van de tweede opvatting beschouwen synesthesie eerder als een natuurlijke manier van waarnemen. Zij gaan ervanuit dat de hersengebieden bij iedereen verbonden zijn, maar dat bijna niemand zich daarvan bewust is. De Canadese professor Daphne Maurer vermoedt zelfs dat iedereen bij de geboorte synestheet is, maar dat het aantal hersenverbindingen in de vijfde levensmaand massaal afneemt. Daardoor verdwijnt de synesthesie bij de meeste mensen weer, maar bij een select groepje blijven teveel verbindingen intact. Synesthesie zou zich dan geleidelijk en onder invloed van de omgeving verder ontwikkelen. Zo ontstaat grafeem-kleursynesthesie pas wanneer kinderen letters leren herkennen in de laatste kleuterklas.

 

EEN BINDINGSPROBLEEM

 

Nog meer onenigheid bestaat over de verwerkingsfase waarin synesthesie optreedt. Onze hersenen moeten woorden en letters eerst verwerken, voor we ze echt begrijpen. Het is niet duidelijk wanneer in dit verwerkingsproces de synesthetische kleuren aan de letters gekoppeld worden. Dit probleem staat bekend als het “bindingsprobleem”. De ene groep wetenschappers denkt dat een letter al een kleur krijgt voor een synestheet de letter echt herkent. Als de rode kleur van de “2” de zoektocht naar het cijfer tussen allemaal vijven vergemakkelijkt, dan moet de rode kleur al met de “2” verbonden zijn voor de synestheet het cijfer ziet. Een andere groep is er dan weer van overtuigd dat een synestheet een letter eerst moet zien en dat de hersenen de letter eerst moeten verwerken voor kleurgewaarwordingen opduiken. Deze tegenstrijdige resultaten zijn waarschijnlijk het gevolg van het individuele karakter van synesthesie. De ene synestheet ziet de kleuren in zijn hoofd, de andere op papier als een laagje bovenop de letters.

Bij onderzoek naar de binding van kleur en vorm werd echter een belangrijk aspect over het hoofd gezien: contrast. Naarmate het contrast tussen een letter en haar achtergrond kleiner wordt, nemen de synesthetische kleuren in sterkte af. Meer nog: op kritieke plaatsen binnen een letter verschijnen de kleuren veel intenser dan op minder kritieke plaatsen. Bij een contrast van 30% bijvoorbeeld kleuren enkel de twee horizontale lijnen van de letter “F” geel - de streepjes die er voor zorgen dat we een “F” zien en geen “E” - en is de synesthetische kleur in de verticale lijn afwezig. Dit werpt nieuw licht op het bindingsprobleem: de kleuren moeten ontstaan in een hersengebied dat gevoelig is voor contrast. Contrast speelt in een vroeg stadium van de waarneming een rol. Het visuele woordvormgebied wordt als belangrijkste kandidaat naar voor geschoven.

 

KETEL VERSUS KATER

 

Synestheten zien elke letter in een andere kleur, maar onderzoek leerde ondertussen dat één dominante letter de synesthetische kleur van een heel woord bepaalt. In tegenstelling tot wat men eerst dacht, is niet de beginletter van een woord, maar de klinker in de beklemtoonde lettergreep verantwoordelijk voor de woordkleur. Bovendien bepaalt deze klinker de woordkleur eerder als hij ook de eerste klinker van een woord is. Het woord “zomer” krijgt zo de kleur van de “O”, de klinker in de beklemtoonde lettergreep.

Toch vindt er een soort van competitie plaats tussen de verschillende letters alvorens een woord een kleurtje krijgt. Het woord “ketel” zal daardoor sneller zijn synesthetische kleur krijgen dan het woord “kater”. Bij het woord “ketel” zijn de klinkers in beide lettergrepen immers identiek. De synesthetische kleur zal sneller verschijnen dan bij “kater”, waar de kleuren van de klinkers “A” en “E” eerst moeten uitvechten wie zijn kleur aan het woord mag geven.

Synesthesie begint zijn ziel dus beetje bij beetje begint bloot te geven. Toch zal nog veel bijkomend onderzoek gevoerd moeten worden voor dit verschijnsel echt als een open boek beschouwd mag worden.

Bibliografie

Artikels

 

Max Coltheart & Kathleen Rastle. ‘Serial processing in reading aloud: evidence for dual-route models of reading’, Journal of Experimental Psychology 20 (1994), 1197-1211.

 

Richard E. Cytowic. ‘Phenomenology and Neuropsychology: a Review of Current Knowledge’, Psyche 2 (1995). [online raadpleegbaar op: http://psyche.cs.monash.edu.au/v2/psyche-2-10-cytowic.html].

 

Mike J. Dixon e.a. ‘The Role of Meaning in Grapheme-Colour Synaesthesia’, Cortex 42 (2006), 243-252.

 

Jessica Edquist e.a. ‘Do Synaesthetic Colours Act as Unique Features in Visual Search?’ Cortex 42 (2006), 222-231.

 

M.A. Frens. ‘Synesthesie: kleuren horen, klanken zien’, Kennislink i.s.m. Expertise Centrum Biologie (2003). [online raadpleegbaar op: http://www.kennislink.nl].

 

Elaine Fox. ‘Attentional bias in anxiety: a defective inhibition hypothesis’, Cognition & Emotion 8 (1994), 165-195.

 

François Grosjean & James Gee. ‘Prosodic structure and spoken word recognition’, Cognition 25 (1987), 135-155.

 

Peter Grossenbacher & Christopher Lovelace. ‘Mechanisms of synaesthesia: cognitive and physiological constraints’, Trends in Cognitive Sciences 5 (2001), 36-41.

 

Edward M. Hubbard, Sanjay Manohar & Vilayanur S. Ramachandran. ‘Contrast affects the strength of synesthetic colors’, Cortex 42 (2006), 184-194.

 

Edward M. Hubbard e.a. ‘Individual differences among grapheme-colour synesthetes: Brain-behavior correlations’, Neuron 45 (2005), 975-985.

 

K.C. Lindfield e.a. ‘The role of prosody in the mental lexicon’, Brain and Language 68 (1999), 312-317.

 

Juan Lupiáñez & Alicia Callejas. ‘Automatic Perception and Synaesthesia: Evidence from Colour and Photism Naming in a Stroop-Negative Priming Task’, Cortex 42 (2006), 204-212.

 

Mildred Mason. ‘Recognition time for letters and nonletters: effects of serial position, array size and processing order’. Journal of Experimental Psychology 8 (1982), 724-738.

 

Sven L. Mattys & Arthur G. Samuel. ‘How lexical stress affects speech segmentation and interactivity: evidence from the migration paradigm’, Journal of Memory and Language 36 (1997), 87-116.

 

Kathleen Myles e.a. ‘Seeing double: The role of meaning in alphanumeric-colour synaesthesia’, Brain and Cognition 53 (2003), 342-345.

 

Thomas J. Palmeri e.a. ‘The perceptual reality of synesthetic colors’, Proceedings of the National Academy of Science of the USA 99 (2002), 4127-4131.

 

Heleen Peverelli. ‘Geluiden zien & smaken voelen’, Psychologie (februari 1997), 39-41.

 

Vilayanur S. Ramachandran & Edward M. Hubbard. ‘Hearing Colors, Tasting Shapes’, Scientific American (2003), 53-59.[online raadpleegbaar op:http://psy.ucsd.edu/chip/pdf/SciAm_2003.pdf]

 

Vilayanur S. Ramachandran & Edward M. Hubbard. ‘Synaesthesia – A Window Into Perception, Thought and Language’, Journal of Consciousness Studies 8 (2001), 3-34.

 

Anina N. Rich & Jason B. Mattingley. ‘Anomalous Perception in Synaesthesia: A Cognitive Neuroscience Perspective’, Neuroscience 3 (2002), 43-52.

 

Anina N. Rich & Jason B. Mattingley. ‘The Effects of Stimulus Competition and Voluntary Attention on Colour-Graphemic Synaesthesia’, Neuroreport 14 (2003), 1793-1798.

 

Noam Sagiv. ‘A review of Richard Cytowic's synesthesia: a union of the senses’, Psyche 9 (2003). [online raadpleegbaar op: http://psyche.cs.monash.edu.au].

 

Noam Sagiv, Jeffrey Heer & Lynn Robertson. ‘Does binding of synesthetic color to the evoking grapheme require attention?’, Cortex (2005).

[online raadpleegbaar op: http://jheer.org/publications/2005-Synesthesia-Cortex.pdf].

 

Julia Simner. ‘Beyond perception: synaesthesia as a psycholinguistic phenomenon’, Cognitive Sciences 11 (2006), 23-29.

 

Julia Simner, Louise Glover & Alice Mowat. ‘Linguistic Determinants of Word Colouring in Grapheme-Colour Synaesthesia’, Cortex 42 (2006), 281-289.

Daniel Smilek e.a. ‘Synaesthetic photisms influence visual perception’, Journal of Cognitive Neuroscience 13 (2001), 930-936.

 

John Ridley Stroop. ‘Studies of interference in serial verbal reactions’, Journal of Experimental Psychologie 18 (1935), 643-662.

 

Marcus Taft. ‘Lexical access via an orthographic code: the basic orthographic syllable structure’, Journal of Verbal Learning and Verbal Behaviour 18 (1979), 21-39.

 

Chrétien van Campen. ‘De verwarring der zintuigen: Artistieke en psychologische experimenten met synesthesie’, Psychologie 74 (1996). [online raadpleegbaar op: http://synesthesie.nl].

 

Chrétien van Campen. ‘Gedrogeerde deuren van de waarneming’, Psychologie 77 (1996).

[online raadpleegbaar op: http://synesthesie.nl].

 

Chrétien van Campen. ‘Kleuren zien met je achterhoofd’, Psychologie (september 1998), 14-19.

 

Tessa van Leeuwen. ‘Scherpe smaken en rode muziek: het hoe en wat van synesthesie’, Vakpagina Gedragswetenschappen (3 augustus 2006).

[online raadpleegbaar op: http://www.kennislink.nl/web/show?id=155406].

 

Jamie Ward & Jason B. Mattingley. ‘Synaesthesia: An Overview of Contemporary Findings and Controversies’, Cortex 42 (2006), 129-136.

 

 

Boek

 

Chrétien van Campen, Tussen zinnen: synesthesie of hoe zintuigen samenwerken. Zien, Utrecht, 2005. 185p.

 

 

Encyclopedie

 

‘Synesthesia.’ In: Wikipedia: The Free Encyclopedia. 18 mei 2007. [online raadpleegbaar op: http://en.wikipedia.org/wiki/Synesthesia].

 

‘Gebied van Brodmann.’ In: Wikipedia: De vrije encyclopedie. 9 mei 2007. [online raadpleegbaar op: http://nl.wikipedia.org/wiki/Gebied_van_Brodmann].

 

Universiteit of Hogeschool
Taal- en Letterkunde
Publicatiejaar
2007
Share this on: