Marxisme en islam. Islamisme tussen traditie en revolutie. Ali Shariati: een kritische studie

Brecht De Smet
Iran: een eigen, islamitische weg naar democratie?
 
Op 6 november 2002 werd Hashem Aghajari, docent geschiedenis aan de Iraanse universiteit van Hamadan, ter dood veroordeeld. Deze historicus had in juni van datzelfde jaar een bewogen speech gegeven waarin hij voor een 'islamitisch protestantisme' pleitte dat de macht van de Iraanse ulama, de geestelijke elites, aan banden zou leggen.

Marxisme en islam. Islamisme tussen traditie en revolutie. Ali Shariati: een kritische studie

Iran: een eigen, islamitische weg naar democratie?

 

Op 6 november 2002 werd Hashem Aghajari, docent geschiedenis aan de Iraanse universiteit van Hamadan, ter dood veroordeeld. Deze historicus had in juni van datzelfde jaar een bewogen speech gegeven waarin hij voor een 'islamitisch protestantisme' pleitte dat de macht van de Iraanse ulama, de geestelijke elites, aan banden zou leggen. Steunend op de ideeën, het prestige en de autoriteit van Ali Shariati, een Iraanse moslimintellectueel, hanteerde Aghajari hetzelfde ideologische denkkader dat het regime dagelijks aanwendt om haar bestaan te rechtvaardigen: de islamitische religie. Kan 'de islam' echter tezelfdertijd een werktuig van onderdrukking als een instrument van emancipatie zijn?

 

In tegenstelling tot het soennisme, de hoofdstroom binnen de islam, kent het Iraanse sjiisme een religieuze hiërarchie. De leiders van deze 'klerikale' instellingen stelden zich in 1979 aan het hoofd van een revolutionaire beweging die het bewind van de pro-Westerse Shah omverwierp en een islamitisch geïnspireerd regime aan de macht bracht, met ayatollah ('teken van God') Khomeini als leider. Oppositiegroepen werden hardhandig bestreden en de rechten van vrouwen en minderheden werden ingeperkt. Volgens Aghajari vloeit de dictatoriale aard van het Iraanse regime echter niet voort uit de islamitische kernideeën, maar wel uit het politieke machtsmisbruik van de Iraanse clerici en hun verdraaiingen van de oorspronkelijke islam. Aangezien Aghajari zijn mosterd voornamelijk van Ali Shariati haalt, is een goed begrip van deze figuur en zijn gedachtegoed aangewezen.

 

Ali Shariati werd in 1933 geboren en werd reeds op vroege leeftijd actief in het Nationaal Front, een seculiere oppositiebeweging tegen het regime van de Shah, geleid door Mosaddeq. Tevens werd hij lid van het Centrum voor de Verspreiding van Islamitische Waarheden, een kritisch islamitisch vormingsinstituut, opgericht door Mohammad-Taqi, zijn eigen vader. Ten slotte raakte hij verweven met de Beweging van de God Vererende Socialisten, die de islamitische religie met een socialistische ideologie trachtte te verbinden.

Toen de Shah in 1953 de door het Iraanse volk gesteunde regering van Mosaddeq afzette en zelf alle macht naar zich toetrok, eindigde de eerste fase van Shariati's politieke leven. Hij trok naar Parijs, waar hij zijn studies afwerkte en in contact kwam met Westerse denkers als Louis Massignon en Jean-Paul Sartre.

 

In Frankrijk vervoegde Shariati de rangen van een nieuwe protestbeweging, geleid door seculiere intellectuelen als Mehdi Bazargan en radicale clerici als Khomeini. Dit 'tweede' Nationaal Front werd echter in 1963 gewelddadig de kop ingedrukt. De Shah verstevigde zijn greep op het middenveld en liquideerde vakbonden, partijen, oppositieverenigingen, vrije media en andere institutionele verzetshaarden. Het verzet werd in de illegaliteit gedwongen en nam de vorm aan van guerrillabewegingen zoals de marxistische Fedaiye Khalqe en de islamomarxistische Mojahedine Khalqe. De klerikale oppositie trok zich terug in haar religieuze instellingen, die de Shah tot 1975 ongemoeid liet.

 

Terug in Iran werd Shariati in 1966 door de universiteit van Masshad als docent aanvaard. Zijn lessen werden algauw heel populair vanwege de gedurfde onderwerpen die hij aansneed, zijn losse manier van doceren en zijn taalgebruik dat op virtuoze wijze tussen poëtische, academische en dialectische taalregisters surfte. Studenten spijbelden andere lessen om de zijne te kunnen volgen. Zijn lezingen werden opgenomen, uitgeschreven, rondgedeeld en gretig gelezen.

 

Shariati brouwde een nieuwe verzetsideologie, een 'islamologie' die zowel het regime van de Shah, als de reactionaire rol van de sjiitische clerus aan de kaak zou stellen. Iraanse intellectuelen behoorden Westerse concepten als democratie en rationaliteit niet van buitenaf te ïmporteren, maar zij dienden deze in de eigen sjiitische tradities en symboliek te lokaliseren en aan de oppervlakte te brengen. Vooral Shariati's opdeling van de maatschappij in twee tegengestelde stromingen, shirk (polytheïsme) en towhid (monotheïsme), kende veel bijval. Naast de traditionele theologische invulling gaf hij een nieuwe betekenis aan deze twee categorieën. Shirk hield voor Shariati niet enkel het aanbidden van andere goden in, maar tevens menselijke verdeeldheid, ongelijkheid en vervreemding, terwijl towhid niet enkel voor het geloof in één God stond, maar ook voor de eenheid, ondeelbaarheid en gelijkheid van de mensengemeenschap. Polytheïsme betekende niet louter het aanbidden van andere goden, maar ook de menselijke toe-eigening van titels en privilegies die enkel God toebehoren. Shariati riep het Iraanse volk op om zich te verzetten tegen de Shah enerzijds, die via zijn alleenheerschappij zichzelf tot afgod verhief, en de sjiitische ulama anderzijds, die een obstakel vormden tussen God en de gelovigen.

 

De Iraanse intelligentsia veroordeelde Shariati, in de mening dat hij zijn studenten op een dwaalspoor zette en verdeeldheid in de beweging zaaide, terwijl de meeste ulama zijn vernieuwende interpretatie van de islamitische religie verwierpen en hem als een ketter brandmerkten. SAVAK, de Iraanse geheime dienst, liet Shariati eerst begaan, in de hoop dat hij een potentiële bondgenoot tegen de marxistische verzetsbewegingen vormde. Toen duidelijk werd dat Shariati de kant van de Fedaiye en de Mojahedine koos, werd hij uit zijn ambt van docent gezet en uiteindelijk in de beruchte Komiteh-gevangenis opgesloten.

 

Toen Shariati in 1975 uit de gevangenis ontslagen werd, nam hij afstand van zijn 'islamologie'. De bronnen spreken elkaar tegen over de oorzaak van deze plotse ommekeer, maar de meest waarschijnlijke hypothese is dat hij door SAVAK onder druk was gezet om zijn rebelse stellingen te herroepen. Shariati werd langs alle kanten belaagd, gewantrouwd en misprezen. Op 16 mei 1977 ging hij op de vlucht naar Londen, waar hij bij familie en vrienden verbleef. Een maand later stierf hij onverwachts aan een hartaanval.

 

Na Shariati's dood werd Khomeini tijdelijk de onbetwistbare leider en het brandpunt van de Iraanse Revolutie. Zijn autocratische optreden vervreemdde hem echter van zijn liberale, marxistische en gematigd religieuze bondgenoten. Een machtsstrijd brak los tussen de verschillende revolutionaire groepen, waarbij de conservatieve clerici van de harde lijn uiteindelijk het pleit wonnen.

 

Vandaag heeft Shariati's denken nog niets aan actualiteit ingeboet. Zijn moderne interpretatie van de traditionele sjiitische termen, symbolen en tradities biedt Iraanse moslims de mogelijkheid om een autochtone islamitische identiteit te combineren met een universele strijd voor emancipatie en mensenrechten. Aghajari, wiens doodsvonnis in 2003 geannuleerd werd, put uit Shariati's denken een kritiek op de huidige klerikale machthebbers. Shariati wordt zo een symbool van de strijd voor meer democratie in Iran. Het gebruik van dit symbool is echter een tweesnijdend zwaard. Shariati's gedachtegoed bezit immers meerdere lagen, die niet allen verenigbaar zijn met de democratische idee. Zijn 'islamologie' bevat niet enkel sporen van een islamitisch protestantisme en humanisme, maar ook patriarchale en autoritaire elementen. Ondanks zijn pleidooi voor gelijkheid en broederschap ijverde Shariati bijvoorbeeld voor een 'geleide' democratie: de alleenheerschappij van een revolutionaire imam, een verlicht despoot. Wanneer hervormingsgezinde moslimdenkers zoals Aghajari steun zoeken bij de ideeën van Shariati voor hun democratische strijd, dan moeten ze heel omzichtig met zijn intellectuele erfenis omspringen, willen ze niet van de regen in de drup belanden.

Bibliografie

Abrahamian, E., 1979: "Iran in Revolution: The Opposition Forces", MERIP Reports (Iran in Revolution), 75-76, pp.3-8.

Abrahamian, E., 1980a: "The Guerrilla Movement in Iran, 1963-1977", MERIP Reports (The Left Forces in Iran), 86, pp.3-15.

Abrahamian, E., 1980b: "Structural Causes of the Iranian Revolution", MERIP Reports (Iran's Revolution: The Rural Dimension), 87, pp.21-26.

Abrahamian, E., 1982: "Ali Shariati: Ideologue of the Iranian Revolution", MERIP Reports (Islam and Politics), 102, pp.24-28.

Abrahamian, E., 1989: The Iranian Mojahedin, New Haven.

Abdelkhah, F., Bayart, J.F. en Roy, O., 1993: Thermidor en Iran, Paris.

Ansari, A.M., 2006: Iran, Islam and Democracy. The Politics of Managing Change, London.

Ashraf, A. en Banuazizi, A., 2001: "Intellectuals in Post-Revolutionary Iran. Iran's Tortuous Path Toward 'Islamic Liberalism'", International Journal of Politics, Culture and Society, 15, 2.

Azari, F. (ed.), 1983: Women of Iran. The conflict with fundamentalist Islam, London.

Bayat, A., 1990: "Shariati and Marx: A Critique of an 'Islamic' Critique of Marxism", Alif: Journal of Comparative Poetics (Marxism and the Critical Discourse), 10, pp.19-41.

Bayat, A., 1998: "Revolution without movement, Movement without Revolution: Comparing Islamic Activism in Iran and Egypt", Comparative Studies in Society and History, 40, 1, pp.136-169.

Behdad, S., 1994: "A Disputed Utopia: Islamic Economics in Revolutionary Iran", Comparative Studies in Society and History, 36, 4, pp.775-813.

Behrooz, M., 1999: Rebels with a Cause. The Failure of the Left in Iran, New York.

Behrooz, M, 2004: "Iran's guerrillas", www.iranian.com, september 13.

Dabashi, H., 2006: Theology of Discontent. The Ideological Foundation of the Islamic Revolution in Iran, New Jersey.

Darwish, L., 1999: "Revolutionary Images of Abraham in Islam and Christianity: <Ali Shari<ati and Liberation Theology", onuitgegeven licentiaatsverhandeling voorgelegd aan de McGill University, Montreal.

Enayat, H., 2004: Modern Islamic Political Thought, London.

Ershaghi, L.R., 2003: "The forgotten revolutionary. Ali Shariati", in: www.iranian.com, february 24.

Esposito, J.L. (ed.), 1990: The Iranian Revolution. Its Global Impact, Miami.

Esposito, J.L. en Yazbeck-Haddad, Y., 1998 (eds.): Islam, Gender, and Social Change, Oxford.

Ferdows, A. K., 1983: "Women and the Islamic Revolution", International Journal of Middle East Studies, 15, 2, pp.283-298.

Halliday, F., 1980: "Iran's Revolution: The First Year", MERIP Reports (Iran's Revolution: The First Year), 88, pp.3-5.

Halliday, F., 1982: "Year Three of the Iranian Revolution", MERIP Reports (Khomeini and the Opposition), pp.3-5.

Halliday, F., 1983: "Year IV of the Islamic Republic", MERIP Reports (Iran Since the Revolution), 113, pp.3-8.

Hanson, B., 1983: "The 'Westoxication' of Iran: Depictions and Reactions of Behrangi, al-e Ahmad, and Shariati", International Journal of Middle East Studies, 15, 1, pp.1-23.

Keddie, N.R., 1980: "Iran: Change in Islam; Islam and Change", International Journal of Middle East Studies, 11, 4, pp.527-542.

Keddi, N.R., 1981: Roots of Revolution. An Interpretive History of Modern Iran, Binghamton.

Keddie, N.R., 1983: "Iranian Revolutions in Comparative Perspective", The American Historical Review, 88, 3, pp.579-598.

Keddie, N.R., 2007: Women in the Middle East. Past and Present, Princeton.

MEMRI (The Middle East Media Research Institute), 2002: "The Call for Islamic Protestantism: Dr. Hashem Aghajari's Speech and Subsequent Death Sentence", www.memri.org,  445, december 2.

Moaddel, M., 1993: Class, politics, and ideology in the Iranian Revolution, New York.

Moaddel, M., 2005: Islamic modernism, nationalism, and fundamentalism. Episode and Discourse, Chicago.

Rahnema, A., 1998: An Islamic Utopian. A Political Biography of Ali Shari<ati, London.

Shariati, A., 1979a, Art awaiting the Saviour, Tehran; www.shariati.com

Shariati, A., 1979b: Selection and/or Election, Tehran; www.shariati.com

Shariati, A., 1979c: The Visage of Muhammad, Tehran; www.shariati.com

Shariati, A, 1980a: Approach to Understanding Islam, Tehran; www.shariati.com

Shariati, A., 1980b: Fatima is Fatima, Tehran; www.iranchamber.com & www.shariati.com

Shariati, A., 1980c: From Where Shall we Begin and Machine in the Captivity of Machinism, Tehran; www.iranchamber.com & www.shariati.com

Shariati, A., 1980d: Marxism and Other Western Fallacies. An Islamic Critique, Berkely.

Shariati, A., 1980e: Red Shi'ism, Tehran; www.iranchamber.com & www.shariati.com

Shariati, A., 1980f: Reflections of Humanity: Two Views of Civilization and the Plight of Man, Houston; www.iranchamber.com & www.shariati.com

Shariati, A., 1981: Man and Islam, Houston; www.iranchamber.com & www.shariati.com

Shariati, A., 1982a: Histoire et destinée, Paris.

Shariati, A., 1982b: "Reflections of a concerned muslim on the plight of the oppressed people", in: Falk, R., Kim, S.S. en Mendlovitz, S.H. (eds.): Toward a Just World Order, Boulder; www.shariati.com

Shariati, A., 1985a: A Glance at Tomorrow's History, Tehran; www.shariati.com

Shariati, A., 1985b: And once again Abu Dharr, Tehran; www.iranchamber.com & www.shariati.com

Shariati, A., 1986: "Jihad and Shahadat", in: Abedi, M. en Legenhausen, G., (eds.), Jihad and Shahadat, Houston; www.iranchamber.com & www.shariati.com

Shariati, A., 1988: School of Thought and Action, Chicago; [=islamology] www.shariati.com

Shariati, A., 1993: Religion vs religion, Albuquerque.

Shariati, A., 1996: "Our Expectations of the Muslim Woman", in: Bakhtiar, L.: Shariati on Shariati and the Muslim Woman, Tehran; www.iranchamber.com & www.shariati.com

Shepard, W.E., 1987: "Islam and Ideology: Towards a Typology", International Journal of Middle East Studies, 19, 3, pp. 307-335.

Universiteit of Hogeschool
Oosterse Talen & Culturen
Publicatiejaar
2007
Kernwoorden
Share this on: