Onderzoek naar het effect van handelsmissies op buitenlandse investeringen op een Belgische markt

Geert Van Leemputten
“Onderzoek naar het effect van handelsmissies op buitenlandse investeringen op een Belgische markt”

“Een handelsmissie: zinvol of nutteloos?”

Prins Filip leidde van 16 tot 26 juni een federale handelsmissie naar China met als doel de relaties tussen België en China te onderhouden, de ondernemingen van beide landen met elkaar in contact te brengen en op die manier de handel tussen beide landen te bevorderen. In het verleden werd de berichtgeving over de concreet geboekte resultaten tijdens deze missies steeds overstemd door de berichtgeving over prinselijke blunders.

Onderzoek naar het effect van handelsmissies op buitenlandse investeringen op een Belgische markt

“Onderzoek naar het effect van handelsmissies op buitenlandse investeringen op een Belgische markt”

“Een handelsmissie: zinvol of nutteloos?”

Prins Filip leidde van 16 tot 26 juni een federale handelsmissie naar China met als doel de relaties tussen België en China te onderhouden, de ondernemingen van beide landen met elkaar in contact te brengen en op die manier de handel tussen beide landen te bevorderen. In het verleden werd de berichtgeving over de concreet geboekte resultaten tijdens deze missies steeds overstemd door de berichtgeving over prinselijke blunders. Door zulke gebeurtenissen kan men zich gaan afvragen of een handelsmissie weldegelijk zinvol is.

Vooraleer men duidelijkheid kan scheppen over de effecten die een handelsmissie kan vertonen op de buitenlandse investeringen in België, dient er eerst gedefinieerd te worden wat buitenlandse investeringen zijn. Deze investeringen worden onderverdeeld in twee categorieën. Ten eerste de financiële stromen die het land binnen komen doordat het land producten is gaan exporteren, dit is de meest eenvoudige vorm van internationale handel. De financiële stromen die het land binnen komen zorgen voor een stijging van het nationaal inkomen, waardoor de inwoners zowel een grotere consumptiecapaciteit als consumptiebehoefte zullen hebben. Het surplus aan consumptie zal zorgen voor een stijging van de welvaart. Internationale handel creëert dus op termijn welvaart.  Een tweede manier om buitenlandse investeringen aan te trekken gebeurt door de interesse te wekken van buitenlandse multinationals. Multinationals kunnen interesse tonen indien het land beschikt over goedkope arbeidskrachten, omwille van de technologische voorsprong waarover het land beschikt of omwille van de aanwezigheid van een schaarse grondstof in dat land. Als deze factoren aanwezig zijn kan de onderneming besluiten om voor een greenfieldinvestering te kiezen of om een joint venture aan te gaan met een plaatselijke onderneming om op die manier synergie te creëren. Dit wordt beschouwd als zijnde de directe buitenlandse investeringen. Een handelsmissie is een manier om deze twee vormen van investeren aan te trekken. Tijdens de handelsmissie wordt o.a. aan marktprospectie gedaan, worden contacten gelegd tussen de deelnemende Belgische ondernemingen, de plaatselijke ondernemingen en de plaatselijke politieke beslissingsnemers. Deze activiteiten leggen vooral de nadruk op het exporteren als vorm van investeren. België heeft ook nood aan directe buitenlandse investeringen, daarom zal er tijdens een handelsmissie ook aandacht worden besteed aan de promotie van België als investeringsland. België is erg attractief omwille van haar centrale ligging ten opzichte van de belangrijkste markten in de Europese Unie. Verder is ook de efficiënte werking van het logistieke distributiesysteem een attractiviteitspool. Tot slot is ook de scholingsgraad van de Belgische arbeiders een positieve zaak om directe buitenlandse investeringen aan te trekken. Door de regionalisering van de buitenlandse handel in 1993, is het nu de taak van de regio’s om een eigen exportbeleid te voeren, alsook om de eigen regio te promoten om op die manier directe buitenlandse investeringen aan te trekken. Het onderzoek dat vooraf ging aan dit artikel heeft getracht het begrip handelsmissie volledig te omschrijven aan de hand van de meningen van de ondervraagde ondernemingen. Zo werd het begrip handelsmissie duidelijk gedefinieerd door de raakvlakken, tussen de van de ondernemingen verkregen definities, uit te werken en de meest belangrijke onderdelen van deze definities te benadrukken.Verder werden de doelstellingen en de motieven tijdens een handelsmissie onder de loep genomen. De verkregen doelstellingen uit de theorie werden aan de ondervraagde ondernemingen voorgelegd met de vraag deze te rangschikken naar belangrijkheid. Daaruit bleek dat ‘contacten leggen met potentiële buitenlandse partners’ en ‘vertrouwensrelaties’ opbouwen cruciale doelstellingen zijn tijdens een handelsmissie. Men kan namelijk enkel zaken doen indien men door de jaren heen een wederzijds vertrouwen heeft opgebouwd. Daarom haalt Sabine Soetens, areamanager Flanders Investment & Trade, terecht aan dat de opvolging na een handelsmissie een niet te onderschatten factor is, indien men in een later stadium verdere handelsbetrekkingen wenst te onderhouden. De deelnemende ondernemingen worden tijdens de handelsmissie begeleid door de organiserende instellingen, zijnde FIT, AWEX, Brussels Export en ABH. Uit het onderzoek bleek dat haast elke deelnemende onderneming contacten had kunnen leggen tijdens de ondernomen handelsmissie, hieruit kan geconcludeerd worden dat de organiserende instellingen hun taak goed volbrengen. Wat de contacten uiteindelijk opbrengen hangt volledig van de onderneming zelf af.  Het laatste punt dat in het onderzoek aan bod kwam, waren de verschillen tussen de federale en regionale handelsmissies. De federale handelsmissies, meestal onder begeleiding van Prins Filip, overstijgen op vlak van belangrijkheid de regionale handelsmissie. De aanwezigheid van een lid van de Koninklijke familie, doet deuren open die anders heel moeilijk te openen zijn. Om die reden vinden de ondervraagde ondernemingen de aanwezigheid van Prins Filip dan ook noodzakelijk. Op vlak van concrete realisaties is er ook een verschil te merken. Regionale handelsmissies zullen veel gerichter werken naar het zakendoen, terwijl op federale handelsmissies men eerder contacten zal leggen. Samenvattend kan men dus besluiten dat een regionale missie veel efficiënter is, aangezien er meer gestoeld wordt op professionele contacten. De federale missies steunen meer op diplomatieke contacten tussen twee landen, waardoor de zakelijke belangen iets meer naar de achtergrond verschoven worden.

Het is fout te veronderstellen dat handelsmissies een waardemeter zijn voor het bepalen van het omzetcijfer van een onderneming. Het is echter wel zo dat handelsmissies kunnen zorgen voor significant meer investeringen in een Belgische markt op lange termijn. De handelsmissies geven het Belgische zakenleven de mogelijkheid om een groter afzetgebied te bestrijken, of om joint ventures aan te gaan met buitenlandse bedrijven, waardoor er op termijn schaalvoordelen kunnen plaatsvinden. Zoals reeds aangehaald zijn handelsmissies enkel succesvol indien er een vertrouwensrelatie op lange termijn kan opgebouwd worden tussen de zakenpartners. Eenmalige contracten zorgen dan wel voor een stijging van het omzetcijfer, ze zijn echter niet van lange duur en dus ook niet significant. Er dient echter wel besloten te worden dat de handelsmissie steeds vertrekt van twee hoofddoelstellingen. Enerzijds het stimuleren van de export, dit is de hoofddoelstelling van de ondernemingen, anderzijds het aantrekken van de directe buitenlandse investeringen, zijnde de hoofddoelstelling van de verschillende overheden. Het onderzoek wees uit dat een handelsmissie een zeer belangrijk en zinvol hulpmiddel is voor de Belgische ondernemingen.  

Bibliografie

Boeken

Berlage, L., Decoster A., Abraham, F., Buyst, E. De Bruyne, G., De Grauwe, P., Heremans, D., Moesen, W., Schokkaert, E., Van Cayseele, P., (2000), Inleiding tot de economie, Leuven, Universitaire Pers Leuven, pp. 751.

Bouveroux, J., (1993),  Het St.-Michiels akkoord, naar een Federaal België, Antwerpen, Standaard uitgeverij, pp 48.

Brakman, S., Garretsen, H., van Marrewijk, C., van Witteloostuijn, A. (2006), Nations and Firms in the Global Economy, An Introduction to International Economics and Business,  Camebridge, Camebridge University Press, pp. 445.

Buckley, P. & Casson, M. (1976). The Future of the Multinational Enterprise, New York, Holmes and Meier. XI. pp. 116.

Cuyvers, L., 1998, Internationale handelspolitiek, Leuven-Apeldoorn, Garant, pp 259.

Daems, H., Van De Weyer, P. (1993) Buitenlandse invloed in België, De gevolgen voor de strategische beslissingsmacht, Lannoo, pp.143.

De Clerq, M., (2000), Economie Toegelicht, 8ste herziene druk ,Leuven – Appeldoorn, Garant,  pp. 561.

Dunning J.H. (1993). Multinational enterprises and the global economy, London, Addison Wesley, XVI, pp 687.

De Velder, S., De Cnuydt, I., (1995),  Economie Vandaag, Handboek Algemene Economie voor het Hoger Onderwijs Buiten de Universiteit, 4de herziene druk,  Gent, Academia Press, pp 428.

Geerts, G. & H. Heestermans (1992), Van Dale Groot Woordenboek der Neder­landse Taal, 12de herziene druk, Utrecht/Antwerpen, Van Dale Lexico­grafie, 3 vol.

Houthoofd, N., (1996), Algemene Economie, Gent, Academia Press, pp 138.

Hymer, S. (1976). The International operations of national firms: a study of foreign direct investment. Camebridge, MIT Press, XXII, pp 253.

Jegers, M., Moenaert, R., Verbeke, A. (1994). Begrippen van Management, Strategische Planning en Organisatie, Brussel, VUB press, pp 199.

Koekkoek, A. and Mennes, L. (1991), International Trade and Global Development, London, Routledge, pp 251.

McManus, J. (1972). The theory of international firm. In: Paguet, G. (1972). The Multinational Firm and the Nation State. Canada, Collier-Macmillan.

Raaijmakers, T. (1976), Joint Ventures,Enkele beschouwingen omtrent het rechtskarakter en de concernbetrekkingen van de gemeenschappelijke dochteronderming, Tilburg, Kluwer-Deventer.

Senelle, R., (1978), De Staatshervorming in België, Brussel, Ministerie van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Temmerman, W., Walters, b; (1999), Buitenlandse Handel: Van verkoop tot betaling en financiering, Antwerpen, Standaard Uitgeverij, pp 443.

Van Poeck, A., Moesen, W., De Broger, B., (2000), Algemene economie, 4de herziene druk, Antwerpen, Standaard Uitgeverij,  pp 473.

Artikels:

Agarwal, J. (1980), Determinants of Foreing Direct Investment: A Survey, Weltwirtschaftliches Archiv, 116, pp 739-773.

Buckley, P. (1989). Foreign direct investment by small and medium sized enterprise: the theoretical bacground. Small Business Economics 1, 1 p. 88-89.

Dunning, J. & Rugman, A. (1985). The influence of Hymer’s dissertation on theories of foreign direct investment. American Economic Review, 75, 2, pp 228-236.

Dobbeleare, B., Export Vlaanderen en Investeren Vlaanderen gaan samenwonen, De Standaard, 15 mei 2002..

Dunning J.H. (1973). The Determinants of International Production. Oxford Economic Papers, 25, pp 289-336.

Dunning J.H. (1981), Explaining the International Direct Investment Position of Countries: Towards a Dynamic or Developmental Approach, Weltwirtschaftliches Archiv, 117, pp 30-64.

Görg, H. & Greenaway, D. (2001), Foreign Direct Investment and Intra-Industry Spillovers: A Review of the Literature. Research Series Papers, 2001/37, Centre for Research on Globalisation and Labour Markets Programme, School of Economics, Nottingham University, pp. 45.  

Hoesseini, H. (2005), An economic theory of FDI: A behavioural economics and historical approach, The Journal of Socio-Economics, 34, pp. 528-541.

Johanson, J., & Vahlne, J.-E. (1977). The Internalization Process if the Firm --  A model of Knowledge Development and Increasing Foreign Market Commitments. Journal of International Business Studies, 8, 23-32.

Pattnaik, R.K., Rangachari, M.R. & Srinivas, I. (2002). Report of the Committee on Compilation of FDI in India.

Levis, M. (1979), Does Political Instability in Developing Countries Affect Foreign Investment Flows? An Empirical Examination. Management International Review, 19, 3, pp 3-42.

Markusen, J. (1995). The boundaries of multinational enterprises and the theory of international trade. The Journal of Economic Perspectives 9, 2, pp 169-191.

Root, F. & Ahmed, A. (1979), Empirical Determinants of Manufacturing Direct Foreign Investment in Developing Countries. Economic Development and Cultural Change, 27, pp 751-768.

Rugman, A. (1985). Internalization is still theory of foreign direct investment. Weltwirtschaftliches Archiv, 121, pp. 570-575.

Vernon, R. (1966). International Investment and International Trade in the Product Cycle, Quarterly Journal of Economics, 80, 190-207.

Vernon, R. (1979). The Product Cycle Hypothesis in a New International Environment . Oxford Bulletin of Economics and Statistics, 41, 255-267.

Niet- officiële publicaties

Ceycens, P. (2004), Beleidsbrief buitenlandse handel en extern economisch beleid, s.l., Vlaamse Parlement.

Cuyvers, L., (2005), Instellingen ter bevordering van de internationale handel van België,  28 oktober 2005, 31p.

Ernst & Young (2006), Ernst & Young Barometer van de Belgische attractiviteit 2006, Ernst & Young,  brochure.

Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken (s.a.), Investing in Belgium, Your European Facility in Belgium, Brussel, Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Brochure.

Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken (s.a.), Investing in Belgium, Roadmap, Brussel, Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken.

Nationale Bank van België (2007), Working Paper NBB, Nationale Bank van België, brochure. 

Schatz, H.J. & Venables, A.J. (2000). The Geography of International Investment, Policy Research Working Paper 2338, pp34.

World Bank en International Finance Corporation (2004), Investment Climate Assessment. India: Investment Climate and Manufacturing Industry.  pp 96.

Website

AWEX (2007a), www.awex.be

AWEX (2007b), Carte de visite,  www.awex.be

Belastingsdienst, (2007), http://www.belastingdienst.nl/zakelijk/omzetbelasting/ob06/ob06-22.html

Belgische Maatschappij voor Internationale Investering – BMI, (2007),  http://www.bmi-sbi.be

Belgostat, (2007),  http://www.nbb.be/DOC/DQ/E/dq3/BelgoHome.htm

Brussels Export, (2007), http://www.brussels-export.be/

Buitenlandse Zaken, (2007a), Bevoegdheden van de federale overheid op het gebied van buitenlandse handel, online beschikbaar op:

http://www.diplomatie.be/nl/policy/policynotedetail.asp?TEXTID=17075

Diplomatie, (2007a) , Taken van het Agentschap voor Buitenlandse Handel

http://www.diplomatie.be/nl/policy/policynotedetail.asp?TEXTID=17067

Diplomatie (2007b),  Informatie Finexpo

 http://www.diplomatie.be/nl/policy/policynotedetail.asp?TEXTID=17067

Ernst & Young, (2007),  Notionele intrestaftrek

http://www.ey.com/global/download.nsf/Belgium_D/Notionele_Interestaftre…

European Business Summit, (2007), http://www.ebsummit.org/

Finexpo, (2007a), Jaarverslag Finexpo,

http://www.diplomatie.be/nl/pdf/finexpo/jaarverslag.pdf

Flanders Investment & Trade (2007), www.flandersinvestmentandtrade.be

FOD Economie (2007), Instellingen en initiatieven van de export,

http://mineco.fgov.be/enterprises/vademecum/Vade25_nl-01.htm#P286_36316

Moerman (2004), Beleidsnota regeerperiode 2004-2009,

 http://jsp.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2004-2005/g94-1.pdf 

Moerman (2005), Jaarlijkse beleidsbrief,

http://www.vlaamsparlement.be/Proteus5/showParlInitiatief.action?id=477…

Nationale Bank van België (2007), Working Paper NBB,

http://www.nbb.be/doc/ts/Enterprise/Press/2007/cp20070111Nl_WP107.pdf

Nationale Delcrederedienst, (2007),  www.ondd.be

OESO (2007), Benchmark definition of FDI,  www.oecd.org 

UNCTAD (2007),  (http://www.unctad.org/Templates/Page.asp?intItemID=4160&lang=1

VBO, (2007), Het VBO: woordvoerder van de ondernemingen in België,  http://ww.vbo-feb.be/index.html?page=2&lang=nl

Mondelinge bron

 Soetens, S. (2007), Areamanager Afrika FIT, 13 maart 2007, van 10u00 tot 10u30.

Universiteit of Hogeschool
Handelswetenschappen
Publicatiejaar
2007
Share this on: