Seksualiteit tijdens en na de zwangerschap: communicatie, de sleutel die de deur opent.

Ilse Beaumont
Persbericht

Seksualiteit tijdens en na de zwangerschap: communicatie, de sleutel die de deur opent.

Zwangerschap en seksualiteit: de invloed van communicatie!

Praktijkervaringen leren ons dat vrouwen en hun partners weinig weten over seksualiteit tijdens en na de zwangerschap. Dit voornamelijk omdat er een gebrekkige communicatie is over seksualiteit tijdens en na de zwangerschap tussen zowel het koppel en de gynaecoloog als het koppel en de vroedvrouw. Maar welke invloed heeft de zwangerschap, de bevalling en het kind op het koppel op het vlak van seksualiteit en hoe verloopt de communicatie? Is het nog steeds taboe? En welke taak heeft de vroedvrouw daarin?

Taboe rond communicatie over seksualiteit verbreken: nut van een seksueel anamnesegesprek
Uit een richtlijn van de NVOG blijkt dat praten over het seksueel functioneren de kwaliteit van het medisch handelen kan verhogen. Ook zou er een verschil zijn in de incidentie van seksuele klachten tussen zelfrapportage door de patiënt en een door de gynaecoloog begonnen gesprek over seksualiteit. Om seksuele moeilijkheden en seksuele disfuncties op te sporen zal er dus gericht naar gevraagd moeten worden. Vroedvrouwen zien het vaak niet als hun taak om seksualiteit te bespreken omdat dit privé is en er toch nog altijd een taboe rond heerst. Maar dit is niet de enige reden, er is ook een tekort aan kennis bij vroedvrouwen over de seksuele beleving na de bevalling. De persoonlijkheid en achtergrond van de vroedvrouw speelt een rol bij het wel of niet aankaarten van seksualiteit, dit zijnde de individuele en persoonlijke overwegingen. Als de vroedvrouw moeilijk kan praten over seksualiteit zal de drempel ook hoog zijn om er gezondheidsvoorlichting over te geven. Een ander obstakel is de privacy op de afdeling omdat deze meestal te beperkt is.

Rol van de vroedvrouw
Zwangere koppels of -vrouwen geven aan behoefte te hebben aan meer informatie over seksbeleving tijdens de zwangerschap en in de periode erna. Uit onderzoek blijkt dat zij deze het liefst zouden willen krijgen van de persoon die hen tijdens de zwangerschap begeleidt.
Ondanks dat we in een ‘geseksualiseerde samenleving’ leven, is er veel onbekendheid en onzekerheid op het vlak van seksualiteit. Belangrijk is dat vroedvrouwen hiervoor openstaan, genoeg kennis hebben over het onderwerp en misschien technieken leren om seksualiteit bespreekbaar te maken. Veel problemen (op lange termijn) kunnen namelijk voorkomen worden of aan het licht komen door open en eerlijk met vrouwen en hun partners te praten en zo onduidelijkheden en angsten weg te nemen. Hoe kan de vroedvrouw hierin nu een rol spelen en hoe kunnen koppels nu het best begeleid worden? De kans geven om over seksualiteit te praten is zeer belangrijk, dit kan namelijk in GVO-lessen in kleine groep aan bod gebracht worden. Duidelijk laten blijken dat seksualiteit in verschillende vormen kan optreden en dat iedereen voor zich moet uitmaken wat hij/zij wil. De vroedvrouw kan ook technisch advies meegeven aan het koppel, met de nadruk op het feit dat men de houding tijdens het vrijen het best aanpast zodat het prettig aanvoelt en vooral niet pijnlijk is. Het is niet de bedoeling om als vroedvrouw te streven naar een maximum aan seksuele activiteit maar naar een seksuele levensstijl aangepast aan beide partners, waarbij men rekening houdt met zowel de medische aspecten, als met het koppel en de partner afzonderlijk.

Interviews aan 60 vrouwen ivm communicatie omtrent seksualiteit tijdens en na de zwangerschap

De vragen werden gesteld aan primiparae en aan multiparae, dit in een tijdspanne van een jaar na de partus. Over de frequentie van seksuele activiteit werden geen vragen gesteld. De meerderheid van de ondervraagde vrouwen heeft geen informatie gekregen. Spontane informatie wordt zelden gegeven noch door de gynaecoloog noch door de vroedvrouw. De meest geraadpleegde bronnen zijn: internetforums en boeken. ‘Kind en Gezin’ komt ook vaak ter sprake net als familie, voornamelijk zussen, en vrienden. Toch blijft 2/3 van de vrouwen zitten met hun vragen en ervaren dit als een gemis. Men zal sneller spontane informatie geven aan vrouwen die een risicozwangerschap hebben en/of als er complicaties optreden, dit in tegenstelling tot een normale, ongecompliceerde zwangerschap. Hieruit blijkt dat communicatie enkel belangrijk zou zijn ‘in geval van nood’, terwijl dit eigenlijk in alle gevallen zou moeten worden toegepast. Sommige vrouwen gaven aan dat de informatie in de tijdsduur van de zwangerschap verschilt. De voornaamste vragen die het koppel stelde tijdens de zwangerschap waren de volgende:
•    Wat is er mogelijk? Wat mag er en wat kan er niet? Is seks gevaarlijk?
•    Kan er schade berokkend worden aan de foetus bij penetratie?
•    Zijn er meer voorzorgen nodig bij een meerlingenzwangerschap?
•    Hoe voelt de partner zich?

Na de zwangerschap hebben alle vrouwen voorlichting gekregen bij de eerste consultatie bij de gynaecoloog, toen ze het ziekenhuis verlieten en door de vroedvrouw. Tot nu toe heeft deze laatste hierin nog een kleine taak. De voorlichting wordt momenteel nog te veel beperkt tot anticonceptie en de wachttijd om de seksuele activiteit te hernemen. De helft van de vrouwen blijft met vragen zitten maar ook de partner wil weten hoe het nu staat met hun seksuele leven. Om een antwoord te krijgen gaan ze hiervoor terug dezelfde bronnen gebruiken. De meest gestelde vragen na de partus waren:
•    Wanneer kan een koppel terug seksuele gemeenschap hebben?
•    Is het normaal dat de zin in seks vermindert na de zwangerschap?
•    Hoe komt het dat seks na een partus soms pijn doet?
•    Hoelang moet een vrouw wachten als er bij de partus een ‘knip’ is geplaatst? Is er een verband tussen infectie en seksualiteit?
•    Wat als de partner geen zin heeft in seksuele gemeenschap?

Alle ondervraagde vrouwen waren het eens dat er nog steeds een taboe heerst rond seksuele betrekking tijdens en na de zwangerschap. Sommige vrouwen vinden dat het de laatste tijd verbeterd is, maar hierover praten ligt bij de meeste onder hen gevoelig.
Een van de belangrijkste vragen die werd gesteld op het einde van het interview:  “Vindt u dat zorgverleners zoals gynaecoloog en vroedvrouw spontaan informatie zouden moeten geven over ‘seksualiteit en zwangerschap?
95% van de geinterviewden vond dat zorgverleners spontaan informatie zouden moeten geven. Vrouwen die geen informatie kunnen opzoeken blijven met hun vragen zitten. Veel vrouwen zijn van mening dat het aankaarten van een gesprek omtrent seksualiteit de taak is van de gynaecoloog. Voor vrouwen die schrik hebben om vragen te stellen is het goed dat zorgverleners erover beginnen praten. Hierop kan de vrouw doorvragen wat drempelverlagend werkt. De overige 5% zegt dat veel afhangt van de band met de gynaecoloog en/of vroedvrouw.

Op basis van deze interviews is er een brochure ontworpen, die dienst kan doen voor alle zwangere of bevallen vrouwen die nood hebben aan meer informatie.
Met deze brochure willen we het onderwerp communicatie omtrent seksualiteit tijdens en na de zwangerschap onder de aandacht brengen. Op deze manier willen we de drempel verlagen en het onderwerp meer bespreekbaar maken met de zorgverleners. Uit de interviews is gebleken dat alle  zestig ondervraagde vrouwen nood hadden aan bijkomende informatie. Ze vonden ook dat er nog steeds een taboesfeer heerst rond seksualiteit in het algemeen.
Een brochure kan door iedereen die interesse heeft gemakkelijk meegenomen worden. Het kan een uitnodiging zijn, om het thema bespreekbaar te maken.

Besluit
Het seksueel verlangen varieert zowel vóór, tijdens als na de zwangerschap, dit voor beide partners. Het verschil in de seksuele beleving van het koppel kan een enorme impact hebben op een relatie tussen man en vrouw en ook op de relatie vader - moeder. Communicatie is daarom een belangrijk gegeven om onduidelijkheden uit de weg te ruimen en kan gezien worden als preventie van (relatie)problemen. Gynaecologen en vroedvrouwen spelen hierin een zeer belangrijke rol. Praktijkervaringen leren ons dat er nog te weinig aandacht wordt besteed aan seksualiteit waardoor taboe en eventuele problemen kunnen ontstaan of blijven aanslepen. De brochure vormt als het ware de sleutel die de deur opent maw. de deur staat open om over seksualiteit te praten.
Het is belangrijk om één ding goed in het achterhoofd houden. Elk individu is verschillend en kan dan ook anders reageren in éénzelfde situatie. Respect en communicatie zijn dus niet weg te denken voor een goede verstandhouding tussen mensen.

Bibliografie

Bibliografie

Artikels

1.    Barrett, G., McCandlish, R. (2002). Caesarean section: better for your sex life? A review of the evidence. Midirs, vol. 12, No. 3, p. 377-379.
2.    Barret, G., Pendry E., Peacock J et al. (2000). Women’s sexual health after childbirth. BJOG: an International Journal of Obstetrics and Gynaecology, alinea 107:186, p.95.
3.    Bogren, L. Y. (1991). Changes in sexuality in women and men during pregnancy. Archives of sexual behaviour, 20, p. 35-45.
4.    Brown, S, Lumley J. (1998). Maternal health after childbirth: results of an Australian population based survey. British Journal of Obstetrics and Gynaecology, alinea 105:156, p. 61.
5.    Clark, A., (1998). Sexual problems and pregnancy issues. Midirs, vol. 8, No. 4, p. 456 457.
6.    De Groot, H. E. (2000). Seksuologie voor verloskundigen. Tijdschrift voor verloskundigen, 25ste jaargang, nummer 10, p. 655-660.
7.    Gabbe, S.G., Holzman G.B. (2001). Obstetricians’choice of delivery. Lancet alinea 357:722, p. 64.
8.    Garner, P. (1982) Dyspareunia after episiotomy. Br J Sex Med vol. 9, p. 11-12.
9.    Gianotten, W.L., Blaas-de Regt, L.M.T. (1995). Verlaagde libido bij mannen. Tijdschrift voor seksuologie, 19de jaargang, Nummer 4, p. 243-253.
10.    Gianotten, W.L. (1994). Seksualiteit bij de partus en daarna. Tijdschrift voor verloskundigen,1ste  jaargang, p. 6-9.
11.    Lydon-Rochelle MT, Holt VL, Martin DP. (2001). Delivery methods and self-reported postpartum general health status among primiparous women. Paediatric and Perinatal Epidemiology, alinea 15:232, p. 40.
12.    Midwifery Digest. (2006). I can’t ask her that! Midirs, vol. 16, No. 2, p. 198-190.
13.    Moors, J.C. (2000). Seks tijdens zwangerschap en periode post partum. Tijdschrift voor verloskundigen, 25ste jaargang, nummer 10, p. 646-654.
14.    Reading A.E., Sledmere C.M., Cox D.N. et al.(1982). How women view postepisiotomy pain. British Medical Journal; alinea 284:243, p. 6.
15.    Reyns, M. (2001). Zwangerschap en geboorte. Tijdschrift voor vroedvrouwen, 7de jaargang, nummer2, p. 62-63.
16.    Signorello, LB., Harlow, BL., Chekos, AK et al. (2001). Postpartum sexual functioning and its relationship to perineal trauma: a restrospective cohort study of primiparous women. American Journal of Obstetrics and Gynecology, alinea 184:881, p. 90.
17.    Toth M, Withkin S, Ledger W, Thaler H (1988). The role of infection in the aetiology of preterm birth. Obstet Gynecol vol. 71, p. 723-726.
18.    Thomas J, Paranjothy S. (2001). The National Sentinel Caesarean Section Audit report. London: RCOG Press.
19.    Van Hoof R.M., Jaquemyn, Y. (2005). Seksualiteit bij man en vrouw tijdens de zwangerschap. Tijdschrift voor vroedvrouwen, 11de jaargang, nummer 3, p. 34-39.
20.    Van Hoof, R.M., Jaquemyn, Y. (2005). Seksualiteit na de bevalling. Tijdschrift voor vroedvrouwen, 11de jaargang, nummer 5, p. 250-251.
21.    Verheyen, S. (1998). Een ander beddenleven. Tijdschrift voor vroedvrouwen, 4de jaargang, nummer 5, p. 133-138.
22.    Von Sydow, K. (1999). Sexuality during pregnancy and after childbirth: a metacontent analysis of 59 studies. Journal of psychosomatic research, vol. 47, No. 1, p. 27 - 49.

Boeken

23.    Gijs, L., Gianotten, W., Vanwesenbeeck, I., Weijenborg, P. (2004). Seksuologie. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
24.    Heineman, M.J., Bleker, O.P., Evers, J.L.H., Heintz, A.P.M. (2004). Obstetrie en gynaecologie: De voortplanting van de mens. Maarssen: Elsevier gezondheidszorg.
25.    Nijs, P. (1997). Man en vrouw schiep hij hen. Leuven: Uitgeverij Peeters.
26.    Regan, P.C., Berscheid, E. (1999). Lust: What We Know About Human Sexual Desire. London: Sage Publications, Inc.
27.    Slob, K., Meulenbelt A., Frenken, J. (1990). Facetten van seksualiteit: een inleiding tot de seksuologie. Brussel: Samson Stafleu.
28.    Slob, K.A., Vink, C.W., Moors, J.P.C., Everaerd, W. (2000). Leerboek seksuologie. Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum.
29.    Spanjer, J., De Haan, E., Poortman, G., Gorter, A., De Waal, M., De jong, M., Hagens, H. (1989). Bevallen en opstaan. Amsterdam: Contact.
30.    Van Bochove, J., Van Vlijmen, R. (1986). Rondom zwangerschap, GW boeken, Amsterdam: Katwijk.

Cursussen

31.    Lahaye, H. (academiejaar 2006-2007). Seksuologie en gezinssociologie. 3de jaar vroedkunde.. Sint-Niklaas: KaHo Sint-Lieven, campus WAAS (ongepubliceerd).

Brochure

32.    Gort, A. (1996). Zwanger en vrijen. Den Haag: Rutgers Stichting.

Eindwerken

33.    Veerkamp, M. (2004-2005). Bespreken van seksualiteit (na de bevalling) lastig maar noodzakelijk. Hogeschool INHolland.
34.    Maes, W. (2000-2001). Partnerrelatie en seksualiteit tijdens en na de zwangerschap. KaHo Sint-Lieven campus WAAS, Sint-Niklaas.
35.    Slabbaert, S. (2005-2006). Vaginisme … Een spannend probleem. KaHo Sint-Lieven campus WAAS, Sint-Niklaas.

Internetbronnen

36.    Burton, Dr. (2002). Seksualiteit na een bevalling.
Beschikbaar via:
http://www.e-gezondheid.be/nl/tijdschrift_gezondheid/sante_gezondheid_v… Seksualiteit_na_bevalling-3782-287-art.htm
37.    Guichard, R., De Kock, C. (2004). Zwangerschap en seks.
Beschikbaar via:
http://www.e-gezondheid.be/nl/tijdschrift_gezondheid/sante_gezondheid_v… Zwangerschap_seks-12527-287-art.htm
38.    Loones, L. (2005). Wat is vaginisme?
Beschikbaar via: www.vaginisme.be
39.    Medussia bvba. (2000). Hoe en wanneer herneem ik mijn seksuele betrekkingen na de bevalling?
Beschikbaar via: http://www.femistyle.be/nl/gezondheid/seks_na_bevalling.shtml
40.    Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie. (2005). Zwanger! Algemene informatie.
Beschikbaar via: http://www.nvog.nl/files/zwanger!_algemene_informatie_herzien.pdf
41.    Universitaire Huisartsen Groepspraktijk. (z.j.). Seksualiteit: intiem zijn met elkaar.
Beschikbaar via: http://www.ugpleuven.be/info-sex-vrijen.php   
42.    van Aanhoolt, M., Schoots. C. (z.j.).  Seksualiteit: na de bevalling.
Beschikbaar via: http://www.verloskundigen-groepspraktijk-tiel.nl/watwelofnietmag/
seksualiteit/nadebevalling/index.html
43.     (z.n.), (1999). Seks tijdens de zwangerschap.
Beschikbaar via: http://www.kindjeopkomst.nl/html/zwanger/seks_001.htm
44.    (z.n.), (z.j.). Seksualiteit.
Beschikbaar via: http://nl.wikipedia.org/wiki/Seksualiteit

Lezingen

45.    Verslagboek Conferentie seksuele vorming. (3 maart 1999). CGSO Trefpunt, forum RSV, GENT.

Universiteit of Hogeschool
Vroedkunde
Publicatiejaar
2007
Share this on: