Van nieus overgheset. De overlevering van de laatmiddeleeuwse devotionele literatuur in de volkstaal (1473-1700)

Tom Impens
De kruisweg van de middeleeuwse devotionele literatuur



Van den vos Reynaerde, Karel ende Elegast, de Historie van de vier heemskinderen: het zijn slechts enkele voorbeelden van middeleeuwse verhalen die al gedurende vijfhonderd jaar met succes de concurrentie weerstaan en nog steeds spontaan een zucht van herkenning oproepen.

Van nieus overgheset. De overlevering van de laatmiddeleeuwse devotionele literatuur in de volkstaal (1473-1700)

De kruisweg van de middeleeuwse devotionele literatuur


Van den vos Reynaerde, Karel ende Elegast, de Historie van de vier heemskinderen: het zijn slechts enkele voorbeelden van middeleeuwse verhalen die al gedurende vijfhonderd jaar met succes de concurrentie weerstaan en nog steeds spontaan een zucht van herkenning oproepen. Onterecht is dan ook de veel gehoorde maar weinig genuanceerde opvatting dat de introductie van de boekdrukkunst door Gutenberg in het midden van de vijftiende eeuw een abrupt einde maakte aan de middeleeuwen en het nekschot vormde voor verschillende middeleeuwse sagen en legenden. Zo is de ommegang van het Ros Beiaard te Dendermonde nog steeds de aanleiding van een heuse volkstoeloop en behoort het verhaal van de sluwe vos sinds de zeventiende eeuw tot de basisliteratuur van elk Vlaams kind.

 

Wie echter wordt geconfronteerd met obscure titels van devotionele middeleeuwse teksten zoals De vijftien bloedstortingen of  De vier uitersten, zal waarschijnlijk het hoofd eens moeten fronsen, tonsuur of niet. Hoewel dit natuurlijk ook zijn verklaring vindt in de ontkerkelijking van de maatschappij -zo doet waarschijnlijk het bijbelse verhaal van Job of Lazarus evenmin een belletje rinkelen bij de meeste mensen- moeten ook andere historische ontwikkelingen en evoluties in de schijnwerpers worden geplaatst. Het is bijvoorbeeld treffend dat het verhaal van De vijftien bloedstortingen tijdens de zestiende eeuw een ongekende populariteit bereikte en dat De vier uitersten op slechts een eeuw tijd meer dan twintig maal herdrukt werd terwijl typografen Van den vos Reynaerde in dezelfde periode echter slechts een handvol keer op de drukpers hebben gelegd. De Historie van de vier heemskinderen is zelfs de hele zestiende eeuw geen één keer herdrukt. Toch zijn niet de middeleeuwse fictieve verhalen maar wel de devotionele teksten algauw in de vergetelheid geraakt. Hoe kan men deze merkwaardige en verwarrende evolutie verklaren?

 

In de eerste plaats moet men de verklaring zoeken in het specifieke lees- en koopgedrag van een zestiende-eeuwse burger. Dankzij de opkomst van een lekendevotie tijdens de late middeleeuwen waarbij steeds meer burgers een hoofdrol gingen toekennen aan godsdienst en spiritualiteit zonder zich daarbij af te schermen van het wereldse leven, ‘boomde’ de verkoop van religieuze traktaten in handschriftvorm. Hierdoor moest de boekdrukkunst als het ware wel worden uitgevonden, wou het aanbod de stijgende vraag bijhouden. In de eerste plaats betekende dit dat voortaan devotionele tekstjes op een voorheen ongekende schaal werden verspreid. Zoals vandaag nog steeds het geval is, brengen nieuwe uitvindingen immers een aanzienlijk prijskaartje met zich mee. De boekdrukkunst vormt hierop geen uitzondering: wie een boekje wou kopen, moest aardig in de buidel tasten. Het spreekt vanzelf dat de potentiële kopers daarbij de voorkeur gaven aan nuttige (veelal geestelijke) lectuur, die de aankoop kon rechtvaardigen dan aan een fictieve parabel of legende, waar nogal smalend werd over gedaan. Dat verhalen zoals dat van Reynaert de Vos maar enkele malen zijn herdrukt, betekent dan ook niet dat slechts een beperkt aantal mensen bekend was met de inhoud en opzet. Zo verscheen het dierenepos niet alleen in boekvorm maar werden er ook rond de fratsen van Reynaert -gratis en voor niets- verschillende toneelspelen opgevoerd of kleurrijke prenten verspreid onder het hele volk. Daarnaast mag men zich ook niet blindstaren op het aantal herdrukken als objectieve graadmeter van de populariteit van een bepaalde devotionele hetzij verzonnen tekst. Bepaalde tekstsoorten, ontspanningsliteratuur voorop, werden immers in de zestiende eeuw nog steeds luidop voorgelezen voor een talrijk publiek terwijl daarentegen geestelijke literatuur voornamelijk individueel werd overdacht. De vraag dringt zich dan ook op hoeveel meer mensen werden bereikt met slechts één editie van een middeleeuws verhaal dan met één uitgave van een devotionele tekst.

 

Wie zich louter baseert op het aantal herdrukken van een bepaalde tekst om haar populariteit te meten in het begin van de zestiende eeuw, schept dan ook gedeeltelijk een vertekend beeld. Niettemin staat het vast dat de middeleeuwse fictieve verhalen in deze periode in de schaduw stonden van hun devotionele tegenhangers. Wanneer echter de Reformatie in de Nederlanden rond 1520 de kop opstak en eerst Luther, later Calvijn mochten rekenen op een aanzienlijke aanhang, bleef het antwoord van de Katholieke Kerk niet lang op zich wachten. Nieuwe godsdienstige opvattingen deden hun intrede. Dit veranderende devotionele klimaat zorgde niet alleen voor een politieke kentering (denk maar aan de Tachtigjarige Oorlog) maar oefende ook een diepgaande invloed uit op de devotionele literatuur. Protestanten gingen hun aandacht vestigen op de bijbel en de Heilige Schrift, verschillende middeleeuwse religieuze teksten waren door hun specifieke inhoud of opzet (het levensverhaal van een heilige) soms zelf het onderwerp van gereformeerde spotternij. Deze teksten hadden dan ook voor deze groep geen enkel bestaansrecht meer.   Enkele andere religieuze teksten werden op de rooms-katholieke Index gezet, een lijst met verboden boeken. Hun middeleeuwse signatuur werd niet meer geschikt geacht, of zelfs ronduit gevaarlijk. Nieuwe tijden vergden nu eenmaal nieuwe boeken.

                                                                                                               
Daarbij komt dat het einde van de zestiende eeuw voor onze streken het startpunt vormde van de activiteiten van de jezuïeten, die algauw een hoofdrol gingen opeisen in het godsdienstonderricht. Ze introduceerden een heel nieuw scala aan devotionele gebruiken en praktijken waardoor er een breuk ontstond met de laatmiddeleeuwse devotie. Hoewel de jezuïeten weliswaar zoals in de voorgaande periode sterk de nadruk legden op het persoonlijk lezen en overdenken van religieuze literatuur, plaatsten ze in de eerste plaats hun eigen geschriften in het voetlicht die nauwer aansloten bij het devotionele klimaat van die tijd. De uitslag van de concurrentiestrijd tussen de middeleeuwse en de actuelere devotionele teksten lag dan ook al op voorhand vast: rond 1600 zien we immers dat de laatmiddeleeuwse devotionele literatuur in de volkstaal een steeds kleiner aandeel innam in de boekproductie, hoewel van een complete en plotse inzakking weliswaar geen sprake is. Er werden niet alleen steeds minder teksten herdrukt maar meer en meer gaan drukkers ook slechts een handvol laatmiddeleeuwse devotionele teksten op de drukpers leggen. Zijn er tot 1520 honderd verschillende teksten herdrukt, dan is dit tachtig jaar later al gedaald tot vijftien. Op het einde van de zeventiende eeuw worden er maar zeven verschillende middeleeuwse devotionele teksten gedrukt terwijl de ontspanningsliteratuur uit de dertiende en veertiende eeuw nog steeds op de drukpers wordt gelegd en zelfs sporen vertoont van een lichte heropleving. Fictieve verhalen zijn dan ook minder tijdsgebonden dan devotionele teksten die in een hechte relatie staan met het specifieke religieuze klimaat van een bepaalde periode.

 

 

Religie mag dan wel als ‘universeel en tijdsoverschrijdend’ worden omschreven, maar wie nagaat op welke manier mensen dit inkleuren, merkt op dat het evenzeer aan modegrillen onderhevig is. Zo vergt elk nieuwe periode wel voorheen ongekende devotionele gebruiken en literatuur. Het is dan misschien ook niet zo mysterieus en paradoxaal als eerst gedacht dat we nog steeds het verhaal kennen van Reynaert de Vos, ondanks haar geringe populariteit in de zestiende eeuw terwijl de zeven droefheden van Maria met haar talloze herdrukken en bewerkingen in de Nieuwe Tijd ons vandaag onbekend in de oren klinkt.

 

 

Bibliografie

AMPE (A.), ‘Het Hofken van devocien’, Ons Geestelijk erf, 30, 1956, p.43-82

 

AMPE (A.), ‘De schrijver van “Zielentroost” op het spoor?’, Ons Geestelijk erf, 34, 1960, p.201-204 & p.324-325

 

AMPE (A.), ‘Dat boecxken vanden heylighen sacramente in handschrift en druk verspreid’, Ons Geestelijk Erf, 39, 1965, p.41-62 & p.135-151

 

AMPE (A.), ‘Raming der verspreiding van “Een schoone oefeninghe vander passien ons Heeren Jesu Christi”’, Ons Geestelijk Erf, 42, 1969, p.171-194

 

AMPE (A.), ‘Philips van Meron en Jan van Denemarken’ Ons Geestelijk Erf, 50, 1976, p.10-37

AMPE (A.), ‘Philips van Meron en Jan van Denemarken’, Ons Geestelijk Erf, 53, 1979, p.240-303

 

ANDRIESSEN (J.), ‘Het geestelijke en het godsdienstige klimaat’, in: ANTWERPEN in de XVIe eeuw, Antwerpen, 1976, p.203-232

 

ANDRIESSEN (J.), ‘De plaats van het Boexken in de liturgie- en vroomheidsgeschiedenis’, in: SIMONS (L.) (red.), Boecxken van der officien ofte dienst der Missen, Antwerpen, 1982, p.32-41

 

ARIES (P.), Het uur van onze dood: duizend jaar sterven, begraven, rouwen en gedenken, Amsterdam, 1987, 699 p.

 

ASAERT (G.), 1585 De val van Antwerpen en de uittocht van Vlamingen en Brabanders, Tielt, 2004, 373 p.

 

AUDENAERT (W.), Thomas a Kempis, De imitatione Christi en andere werken. Een short-title catalogus van de 17de en 18de eeuwse drukken in de bibliotheken van Nederlandstalig België. Leuven, 1985, 287 p.

 

AXTERS, (S.), Geschiedenis van de vroomheid in de Nederlanden, Antwerpen, 1950-1960, 4 dln.

 

BAELDE (M.), ‘De toekenning van drukkersoctrooien door de Geheime Raad in de zestiende eeuw’, De gulden passer, 40, 1962, p.19-58

 

BANGE (P.), ‘Wech der sielen salicheit. Opvattingen over de verhouding tussen ziel en lichaam in een laat-middeleeuws moralistisch-didactisch traktaat’, in: BANGE (P.) & DE KORT (P.M.C.) (red.), Die Fonteyn der ewiger wijsheit. Opstellen aangeboden aan prof. Dr. A.G. Weiler, Nijmegen, 1989, p.74-81

 

BANGE (P.), ‘Vijftiende-eeuwse speculum-literatuur in de Nederlanden: een verkenning van terrein en materiaal’, Archief voor de geschiedenis van de Katholieke Kerk in Nederland, 22, 1980, p.122-153

 

BEARD (C.), The Reformation of the 16th century in its relation to modern thought and knowledge, Ann Arbor, 1962, 450 p.

 

BECKERS (J.), ‘Van hoofse toneeltekst naar leestekst voor burgers?’, Literatuur, 5, 1984, p.222-228

 

BEGHEYN (S.J.), ‘Uitgaven van jezuïeten in de Noordelijke Nederlanden 1601-1650’, De zeventiende eeuw, 13, 1997, p. 293-308

BEGHEYN (S.J.), ‘Uitgaven van jezuïeten in de Noordelijke Nederlanden 1651- 1700’, De zeventiende eeuw, 14, 1998, p. 135-158

 

BERG (E.) van den, ‘De Karelepiek. Van voorgedragen naar individueel gelezen literatuur’, in: BUUREN, (A.M.J.) van (red.), Tussentijds, studies aangeboden aan W.P. Gerritsen, 1985, p.9-24

 

BERTELOOT (A.), DIJK (H.) van, HLATKY (J.M.), Een boec dat men te Latine heet “Aurea Legenda: Beiträge zur niederländischen Übersetzung der "Legenda aurea", Munster, 2003, 285 p.

 

BIBLIOTHECA Catholica Neerlandica Impressa, Haga Comitum, 1954, 699 p.

 

BIEMANS (J.), ‘Handschrift en druk in de Nederlanden rond 1500’, in: PLEIJ (H.) & REYNAERT (J.) (red.), Geschreven en gedrukt, Gent, 2004, p.19-46

 

BLAKE (N.F.), ‘Manuscript to print’, in: GRIFFITHS (J.) & PEARSALL (D.) (red.), Book production and publishing in Britain 1375-1475, Cambridge, 1989, p.403-432

 

BODEL NYENHUIS (J. T.), De wetgeving op drukpers en boekhandel in de Nederlanden tot in het begin der XIXde eeuw, 's-Gravenhage, 1892. 425 p.

 

BOEKENOOGEN (G.J.), ‘Een boekverkoopers-prospectus van Geraert Leeu te Antwerpen (anno 1491)’, Tijdschrift voor boek- en bibliotheekwezen, 3, 1905, p.107-142

 

BOOY (E.P.) de, De Weldaet der scholen. Het plattelandsonderwijs in de provincie Utrecht van 1580 tot het begin der 19de eeuw, Haarlem, 1977, 374 p.

 

BRANDEN (L.) Van den, ‘Drukoctrooien toegekend door de Raad van Brabant tot 1600’, De Gulden Passer, 68, 1990, p. 5-88

 

BRANDENBARG (T.), Heilig familieleven: verspreiding en waardering van de Historie van Sint Anna in de stedelijke cultuur in de Nederlanden en het Rijnland aan het begin van de moderne tijd, Nijmegen, 1990, 317 p.

BRANDENBARG (T.) (red.), Heilige Anna, grote moeder: de cultus van de Heilige Moeder Anna en haar familie in de Nederlanden en aangrenzende streken, Nijmegen, 1992, 166 p.

 

BREE (F.) de, ‘Gheraert Leeu als drukker van Nederlands verhalend proza’, in: GOUDRIAAN, (K.) (red.), Een drukker zoekt publiek: Gheraert Leeu te Gouda 1477-1484,  Delft, 1993, p.61-80

 

BREUGELMANS (R.) & OOSTERMAN (J.) (red.), Lezen voor een zuiver gemoed: over het lezen van Nederlandse geestelijke teksten in de late Middeleeuwen: catalogus bij een tentoonstelling gehouden in de Universiteitsbibliotheek te Leiden van 15 november 1996 tot 31 december 1996, Leiden, 1996, 62 p.

 

BRIELS (J.G.C.A.), Zuidnederlandse boekdrukkers en boekverkopers in de Republiek der Verenigde Nederlanden omstreeks 1570-1630. Een bijdrage tot de kennis van de geschiedenis van het boek met in bijlage bio- en bibliografische aantekeningen betr. Zuid- en Noordnederlandse boekdrukkers, uitgevers, boekverkopers, lettergieters, etc., en andere documenten, Nieuwkoop, 1974, 649 p.

 

BRUIN (C.C.) de , Middelnederlands geestelijk proza, Zutphen, 1940, 355 p.

 

BRUIN (C.C.) de, ‘Middeleeuwse levens van Jesus als leidraad voor meditatie en contemplatie’, Nederlands archief voor kerkgeschiedenis, 58, 1977-1978, p.129-155, 60, 1980, p.161-181, 63, 1983, p.129-173

 

BURKE (P.) ‘How to be a Counter-Reformation Saint?’, in: GREYERZ (K.) von (red.), Religion and Society in Early Modern Europe, 1500-1800, London, 1984, p. 45-55

 

BURSSENS (A.), ‘De onderlinge verhouding van “Ars Moriendi”, “Dat Sterfboeck” en “ Dat boeck vander voirsienicheit Godes”’, Het Boek, 14, 1925, p.216-230

 

BUUREN (F.) van, ‘”Van die gheestelike kintscheyt Jhesu ghemoraliseert”, een verkenning’, in: GOUDRIAAN (K.) (red.), Een drukker zoekt publiek: Gheraert Leeu te Gouda 1477-1484, Delft, 1993 p.111-132

 

CALLEWAERT (D.), ‘Die Evangelien vanden spinrocke metter glosen bescreven ter eeren vanden vrouwen’, Volkskunde, 91, 1991, 4, p.261-274

 

CALLEWAERT (D.), Die Evangelien van den Spinrocke: een verboden volksboek zo waar als evangelie (ca. 1510), Kapellen, 1992, 148 p.

 

CAMPBELL (M.F.A.G.), Annales de la typographie néerlandaise au XVe siècle, La Haye, 1874, 5 dl.

 

CASPERS (C.), ‘Een stroom van getuigen. Heiligenlevens en heiligenverering in katholiek Nederland circa 1500 - circa 2000’, in: MULDER-BAKKER (A.B.) & CARASSO-KOK (M.) (red.), Gouden legenden. Heiligenlevens en heiligenverering in de Nederlanden, Hilversum, 1997, p. 165-179

 

CASPERS (C.), De eucharistische vroomheid en het feest van de sacramentsdag in de Nederlanden tijdens de late middeleeuwen, Leuven, 1992, 320 p.

 

CEIJSSENS (L.), ‘Het theologisch denken en het jansenisme’, in: BLOK  (D.P.) (red.), Algemene Geschiedenis der Nederlanden, Deel 08, Haarlem, 1979, p.418-438

 

CHARTIER (R.), Lectures et lecteurs dans la France d’Ancien Régime, Paris, 1987, 375 p.

 

CHRISMAN (M.U), Lay culture, learned culture: Books and social change in Strasbourg, 1480-1599, New Haven, 1982, 401 p.

 

CLEMENS (D.), ‘The trade in Catholic books from the Northern to the Southern Netherlands, 1650-1795’, in: BERKVENS-STEVELINCK (C.) (red.), Le magasin de l'univers: the Dutch Republic as the centre of the European book trade: papers presented at the International Colloquium held at Wassenaar, 5-7 July 1990, Leiden, 1992, p. 85-94

 

CLEMENS (T.), ‘Een verkennend onderzoek naar de waardering voor de Imitatio Christi in de Nederlanden’, in: BANGHE (P.) (red.), De doorwerking van de Moderne Devotie. Windesheim 1387-1987, Hilversum, 1988, p.217-232

 

CLOET (M.), ‘De gevolgen van de scheiding der Nederlanden op religieus, cultureel en mentaal gebied, van circa 1600 tot 1650’, in: CRAEYBECKX  (J.) (red.), “1585: op gescheiden wegen...". Handelingen van het colloquium over de scheiding der Nederlanden, gehouden op 22-23 november 1985, te Brussel. Leuven 1988, p. 53-77

 

CLOET (M.), ‘Het gelovige volk in de 17e eeuw’, in: BLOK (D.P.) (red.), Algemene Geschiedenis der Nederlanden, Deel 08, Haarlem, 1979, p.393-417

 

CLOET (M.), ‘De Kerk en haar invloed’, in: JANSSENS (P.) (red.), België in de 17de eeuw: de Spaanse Nederlanden en het Prinsbisdom Luik, Brussel, 2006, p.11-62

 

COCKX-INDESTEGE, (E.), Belgica typographica: 1541-1600, Nieuwkoop, 1968, 4 dln.

 

COCKX-INDESTEGE, (E.), ‘De Broeders van het Gemene Leven te Brussel’, Eigen Schoon en de Brabander, 42, 1959, p.19-38 & p.176-194

 

COCKX-INDESTEGE, (E.), ‘Thomas Van der Noot en zijn Spieghel der behoudenessen’, Quaerendo, 13, 1983, p.103-124

 

COLEMAN (J.), Public reading and the reading public in late medieval England and France, Cambridge, 1996, 250 p.

 

COPPENS, (C.), ‘De burger leest! Leest de burger?’, in: STOCK, (J.) Van Der (red.), Stad in Vlaanderen, cultuur en maatschappij 1477-1787, Brussel, 1991, p. 209-218

 

CRAMER (N.A), De reis van Jan Van Mandeville: naar de Middelnederlandsche handschriften en incunabelen, Leiden, 1908, 321 p.

 

CUIJPERS (P.M.H.), Teksten als koopwaar: vroege drukkers verkennen de markt :een kwantitatieve analyse van de productie van Nederlandstalige boeken (tot circa 1550) en de lezershulp in de seculiere prozateksten, Nieuwkoop, 1998, 400 p.

 

DAEL (P.) Van, ‘De Christelijcke leeringhe met vermaeck gevat: de functie van illustraties in boeken van jezuïeten in de Nederlanden tijdens de zeventiende eeuw’, De zeventiende eeuw, 14, 1998, p. 119-134

 

DAMBRE (O.), De dichter Justus de Harduyn 1582-1641: een biographische en letterkundige studie, Gent, 1926, 552 p.

 

DANIELS (L.M.), Dirc van Delfts Tafel van den kersten ghelove, Antwerpen, 1937-1939, 4 dln.

 

DANIELS (L.M.), De Spieghel der menscheliker behoudenesse. De Middelnederlandse vertaling van het Speculum humanae salvationis, Tielt, 1949, 275 p.

 

DEBAENE (L.), De Nederlandse volksboeken: ontstaan en geschiedenis van de Nederlandse prozaromans, gedrukt tussen 1475 en 1540, Antwerpen, 1951, 358 p.

 

DECAVELE (J.), De dageraad van de reformatie in Vlaanderen (1520-1565), Brussel, 1975, 2 dln.

 

DECAVELE (J.), ‘Reformatie en begin katholieke restauratie 1555-1568’ in: BLOK (D.P.) (red.), Algemene Geschiedenis der Nederlanden. Deel 06, Haarlem, 1979, p.166-185

 

DELEHAYE (H.), L’oeuvre des bollandistes à travers trois siècles: 1615-1915, Brussel, 1959, 195 p.

 

DELSAERDT (P.), ‘Bibliotheken en boeken’, in: JANSSENS (P.), België in de zeventiende eeuw. De Spaanse Nederlanden en het Prinsbisdom Luik, Brussel, 2006, p.122-133

DEMYTTENAERE (A.), ‘De auteur en zijn publiek in de Middeleeuwen’, in: DEMYTTENAERE (A.), KERLING (J.), VOORWINDEN (N.T.J.) (red.), Literatuur en samenleving in de Middeleeuwen, Wassenaar, 1976, p.7-32

 

DESCHAMPS (J.), ‘De Middelnederlandsche handschriften van de grote en de kleine “Der sielen troest”’, Handelingen van de Koninklijke Zuidnederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis, 17, 1963, p.111-167

 

DESCHAMPS (J.), ‘Middelnederlandse vertalingen van levens en legenden van de H. Franciscus van Assisi: handschriften en drukken’, Franciscana, 31, 1976, p.59-73

 

DESCHAMPS (J.), ‘De lange en de korte redactie van het Rosarium Jesu et Mariae van de kartuizer Jacobus van Gruitrode en de Middelnederlandse vertaling van de korte redactie’, in: BACKER, (C.) de & GEURTS, (A.J.) (red.), Codex in context: studies over codicologie, kartuizergeschiedenis en laatmiddeleeuws geestesleven aangeboden aan Prof. Dr. A. Gruijs, Nijmegen, 1985, p.105-128

 

DIEKSTRA (N.M.), ‘Die drie dachvaerden' and Robert de Sorbon's 'De tribus dietis' : an edition of the Middle Dutch text together with its Latin source’, Mediaevistik, 12, 1999, p.257-330

 

DIJK (H.) van, ‘Karel de Grote in het Passionael’, in: MULDER-BAKKER (A.B.) & CARASSO-KOK (M.) (red.), Gouden legenden. Heiligenlevens en heiligenverering in de Nederlanden, Hilversum, 1997, p.61-72

 

DUERLOO (L.), ‘Pietas Albertina. Dynastieke vroomheid en herbouw van het vorstelijk gezag’, Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden, 112, 1997, p. 1-18

 

EISENSTEIN (E. L.), The printing press as an agent of change: communications and cultural transformations in early-modern Europe, Cambridge, 1994, 794 p.

 

ELIAS (H.J.), Kerk en staat in de zuidelijke Nederlanden onder de regeering der aartshertogen Albrecht en Isabella (1598-1621), Antwerpen, 1931, 303 p.

 

FLOOD (J.F.), ‘The printed book as a commercial commodity in the fifteenth and early sixteenth centuries’, Gutenberg-Jahrbuch, 76, 2001, p.172-183

 

FONCKE (R.), ‘Schoolboeken te Mechelen in de 17e eeuw’, Het Boek, 15, 1926, p.263-268

 

FRANSSEN (P.J.A.), ‘Tekstpresentatie als spiegel van stedelijke mentaliteit (1470-1540)’, in: PLEIJ (H.) (red.), Op belofte van profijt. Stadsliteratuur en burgermoraal in de Nederlandse letterkunde van de middeleeuwen, Amsterdam, 1991, p.302-317

 

GNIRREP (K.), ‘Relaties van Leeu met andere drukkers en met boekverkopers: verspreide archivalia’, in: GOUDRIAAN (K.) (red.), Een drukker zoekt publiek: Gheraert Leeu te Gouda 1477-1484,  Delft, 1993, p.193-203

 

GOLDSCHMIDT (E.P.), Medieval texts and their first appearance in print, London, 1943, 143 p.

 

GOUDRIAAN (K.), ‘Holland in de tijd van Leeu’, in: GOUDRIAAN (K.) (red.), Een drukker zoekt publiek: Gheraert Leeu te Gouda 1477-1484, Delft, 1993, p.31-60

 

GOUDRIAAN (K.), ‘Het einde van de Middeleeuwen ontdekt?’, Madoc, 8, 1994, p. 66-75

GOUDRIAAN (K.), ‘Het Passionael op de drukpers’, in: MULDER-BAKKER (A.B.) & CARASSO-KOK (M.) (red.), Gouden legenden: heiligenlevens en heiligenverering in de Nederlanden, Hilversum, 1997, p.73-88

 

GRUYS (J.A.) & WOLF (C.) de, Thesaurus 1473-1800: Nederlandse boekdrukkers en boekverkopers, Nieuwkoop, 1989, 293 p.

 

HARLINE (C.E.) & PUT (E.), A bishop’s tale: Mathias Hovius among his flock in seventeenth-century Flanders, London, 2000, 387 p.

 

HEIJTING (W.), De catechismi en confessies in de Nederlandse reformatie tot 1585, Nieuwkoop, 1989, 2 dln.

 

HEIJTING (W.), ‘Succes becijferd: een bibliometrische analyse van het fonds van Gheraert Leeu’, in: GOUDRIAAN (K.) (red.), Een drukker zoekt publiek: Gheraert Leeu te Gouda 1477-1484, Delft, 1993, p.204-223

 

HEIJTING (W.), ‘Devote en seer schoone boeckskens. Boekhistorische verkenningen rond het Nederlandstalig godsdienstig proza in de zestiende eeuw’, Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis, 1, 1994, p.25-42

 

HEIJTING (W.), ‘Protestantse bestsellers in de Republiek rond het midden van de zeventiende eeuw’, De zeventiende eeuw, 13, 1997, p. 283-292

 

HELLINGA (W. G.) (red.), Kopij en druk in de Nederlanden: atlas bij de geschiedenis van de Nederlandse typografie Met twee inleidende studies van H. de la Fontaine Verwey en G.W. Ovink, Amsterdam, 1962, 254 p.

 

HELLINGA (W. G.) & HELLINGA-QUERIDO (L.), The fifteenth-century printing types of the Low Countries, Amsterdam, 1966, 2 dln.

 

HELLINGA, (W.), ‘Thomas a Kempis- The first printed editions’, Quaerendo, 1, 1974, p.3-30

 

HELLINGA-QUERIDO (L.), ‘Betekenis van Gheraert Leeu’, in: GOUDRIAAN (K.), Een drukker zoekt publiek, Delft, 1993, p.12-30

 

HERWAARDEN (J.) van & KEYSER (R.) de, ‘Het gelovige volk in de late middeleeuwen’, In: BLOK (D.P.) (red.), Algemene Geschiedenis der Nederlanden. Deel 04., Haarlem, 1980, p.405-420

 

HERWAARDEN (J.) Van, ‘Geloof en Geloofsuitingen in de Veertiende en Vijftiende Eeuw. Eucharistie en Lijden van Jezus!’,in: JANSSENS (J.) (red.) Hoofsheid en Devotie in de Middeleeuwse Maatschappij. De Nederlanden van de 12e tot de 15e Eeuw, Brussel 1982, p. 174-207

 

HEURCK (E.H.) Van, De Vlaamsche volksboeken, Antwerpen, 1943, 213 p.

 

HEURCK (E.H.) Van, Voyage autour de ma bibliothèque: livres populaires et livres d’école flamands, Antwerpen, 1927, 139 p.

 

HIRSCH (R.), Printing, selling and reading, 1450-1550, Wiesbaden, 1967, 165 p.

 

HIRSCH (R.), The printed word: its impact and diffusion, London, 1978, 338 p.

 

HOLLANDER (A.A.) den, De Nederlandse bijbelvertalingen 1522-1545, Nieuwkoop 1997, 565 p.

HOLTROP (J.W.), Monuments typographiques des Pays-Bas au quinziéme siècle, La Haye, 1868, 140 p.

 

INDESTEGE (L.), ‘Godschalc Rosemondt en zijn Boecxken vander Biechten’, Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 83, 1973, p. 14-37

 

INSOLERA (M.) & SALVIUCCI INSOLERA (L.), La spiritualité en images aux Pays-Bas méridionaux dans les livres imprimés des XVIe et XVIIe siècles conservés à la Bibliotheca Wittockiana, Leuven, 1996, 217 p.

 

JEFFREY (D.L.), ‘Franciscan spirituality and the elevation of popular culture’, Canadian Journal of History, 11, 1976, p.257-265

 

JONGEN (L.) & SCHOTEL (C.), Het leven van Liedwij, de maagd van Schiedam, Schiedam, 1989, 164 p.

 

KLEIN (J.W.), ‘Boekgeschiedenis en de uitvinding van de boekdrukkunst, een ‘Gulden Legende’. Handschrift en druk in de vijftiende eeuw’, Jaarboek voor de Nederlandse boekgeschiedenis, 6, 1999, p.87-103

 

KLUIVER (J.H.), ‘De Republiek na het bestand 1621-1650’, in: BLOK (D.P.) (red.), Algemene Geschiedenis der Nederlanden, Deel 06, Haarlem, 1979, 352-371

 

KNIPPING (B.), De iconografie van de Contra-Reformatie, Hilversum, 1939-1940, 2 dln.

 

KNUTTEL (W.P.C.), Verboden boeken in de Republiek der Vereenigde Nederlanden: beredeneerde catalogus, ’s-Gravenhage, 1914, 140 p.

 

KRONENBERG (M.E.), Campbell’s Annales de la typographie néerlandaise au xve siècle. Contributions to a New Edition, Den Haag, 1956, 167 p.

KRONENBERG (M.E.), ‘Een onbekende 15e eeuwsche druk van Sinte Kunera’s leven ende passie’, Het Boek, 20, 1931, p.331-344

 

KRONENBERG (M.E.), Verboden boeken en opstandige drukkers in de hervormingstijd, Amsterdam, 1948, 173 p.

 

KRUITWAGEN (B.), ‘Wat men las in de vijftiende eeuw?’, Bibliotheekleven, 10, 1925, p.41-45, p.51-58, p.87-95, p.102-111

LEM (A.), ‘De Zwolse drukker Peter van Os en zijn relatie met Gheraert Leeu’, in: GOUDRIAAN (K.) (red.), Een drukker zoekt publiek: Gheraert Leeu te Gouda 1477-1484,  Delft, 1993, p.184-192

 

LENGER (M.), VANDERHAEGHEN (F.), REUCK (J.) de,   Bibliotheca Belgica bibliographie générale des Pays-Bas, Bruxelles, 1964-1975, 7 dln.

 

LEUVEN (L.P.), De boekhandel te Amsterdam door katholieken gedreven tijdens de Republiek, Epe, 1951, 101 p.

 

LIPS (E.J.G.), ‘Sur la popularité de l''Ars moriendi' aux Pays-Bas (1450-1530)’, Revue du Nord, 70, 1988, p.489-500

 

LIPS (E.J.G.), ‘Om alle menschen wel te leren sterven: een onderzoek naar het publiek en de receptie van Nederlandstalige Ars morienditeksten in de vijftiende en vroege zestiende eeuw’, Nederlands archief voor kerkgeschiedenis, 66, 1986,  p.148-179

LOURDAUX (W.), ‘Het boekenbezit en het boekengebruik bij de moderne devoten’, in: LOURDAUX (W.) (red.), Studies over het boekenbezit en boekengebruik in de Nederlanden voor 1600, Brussel, 1974, p. 248-325

 

MACHIELS (J.), Catalogus van de boeken gedrukt voor 1600 aanwezig op de Centrale bibliotheek van de Rijksuniversiteit Gent, Gent, 1979, 2 dln.

 

MACHIELS (J.),  De boekdrukkunst te Gent tot 1560, Gent, 1994, 302 p.

 

MACHIELS (J.),  Privilegie, censuur en indexen in de Zuidelijke Nederlanden tot aan het begin van de 18de eeuw, Brussel, 1997, 191 p.

 

MAK, (J.J.), ‘Middeleeuwse heiligenverering’, Nederlands Archief voor Kerkgeschiedenis, 38, 1957, pp.142-163

 

MARROW (J.H.), Passion iconography in Northern European art of the late Middle Ages and early Renaissance: a study of the transformation of sacred metaphor into descriptive narrative, Kortrijk, 1979, 369 p.

 

MEERTENS (M.), De godsvrucht in de Nederlanden naar handschriften van gebedenboeken der XVe eeuw, Antwerpen, 1930, 168 p.

 

MEES (L.) & TROEYER (B.) De, Bio-bibliographia Franciscana Neerlandica ante saeculum XVI, Nieuwkoop, 1974, 3 dln.

 

MELLINK (A.F.), ‘Prereformatie en vroege reformatie 1517-1568’, in: BLOK (D.P.) (red.), Algemene Geschiedenis der Nederlanden. Deel 06 , Haarlem, 1979, p.146-165

 

MERTENS (T.), ‘Ter Inleiding’, in: MERTENS (T.) (red.),  Boeken voor de eeuwigheid, Amsterdam, 1993, p.8-35

 

MIEDEMA (N.R.), Die Mirabilia Romae: Untersuchungen zu ihrer Überlieferung mit Edition der deutschen und niederländischen Texte, Tübingen, 1996, 589 p.

 

MOELLER (B.), 'Piety in Germany around 1500', in: OZMENT (S.E.) (red.), The Reformation in Medieval Perspective, Chicago 1971, p. 50-75

 

MONTAGNE (V.A.) dela, ‘Schoolboeken te Antwerpen in de 17e eeuw’, Tijdschrift voor boek- en bibliotheekwezen, 5, 1907, p.1-35

 

MOOLENBROEK (J.) van, 'Dat liden ende die passie ons Heren Jhesu Cristi': een bestseller uit het fonds van Gheraert Leeu in vijftiende-eeuwse context’, in: GOUDRIAAN (K.), Een drukker zoekt publiek, Delft, 1993, p.81-110

 

MULDER-BAKKER (A.B.), ‘Heiligenlevens en heiligenverering in de Nederlanden’, in: MULDER-BAKKER, (A.B.) & CARASSO-KOK, (M.) (red.), Gouden legenden: heiligenlevens en heiligenverering in de Nederlanden, Hilversum, 1997, p.1-26

 

NIJHOFF (W.) & KRONENBERG (M.E.), Nederlandsche bibliographie van 1500 tot 1540, 's-Gravenhage, 1923, 3 dln.

 

OBBEMA (P.J.F.), ‘De overlevering van de middeleeuwse literatuur’, in: DEMYTTENAERE, (A.), KERLING (J.), VOORWINDEN (N.T.J.), Literatuur en samenleving in de Middeleeuwen, Wassenaar, 1976, p.101-117

 

OBBEMA (P.J.), ‘De overlevering van geestelijke literatuur’, in: OBBEMA (P.J.), Middeleeuwen in handen, Hilversum, 1996, p.77-90

 

OLDENBOURG (M.C.), Hortulus Animae 1494-1523: Bibliographie und illustration, Hamburg, 1973, 221 p.

 

OOSTERBAAN (D.P.), ‘De Zeven Smarten van Maria te Delft’, Archief voor de geschiedenis van de katholieke kerk in Nederland, 5, 1963, p. 94-125

 

OOSTERMAN (J.) & BREUGELMANS (R.), Lezen voor een zuiver gemoed: over het lezen van Nederlandse geestelijke teksten in de late Middeleeuwen: catalogus bij een tentoonstelling gehouden in de Universiteitsbibliotheek te Leiden van 15 november 1996 tot 31 december 1996, Leiden, 1996, 62 p.

 

OOSTROM (F.P.) van, ‘Dirc van Delft en zijn lezers’, in: BERG, (W.) van den (red.), Het woord aan de lezer, Groningen, 1987, p.49-71

 

PERSOONS (E.), ‘Oude en nieuwe vormen van religieus leven 1384-1512’, in: BLOK (D.P.) (red.), Algemene Geschiedenis der Nederlanden. Deel 04, Haarlem, 1980, p.396-404

 

PLEIJ (H.), ‘Onvoltooide literatuur. Over dramatisch lezen, spiritueel herkauwen en de emotionele verwerking van gedrukte teksten in het algemeen’, in: RAMAKERS (B.A.M.), Spel in de verte. Tekst, structuur en opvoeringspraktijk van het rederijkerstoneel. Gent, Jaarboek De Fonteine 41-42, 1991-1992, p.167-175

 

PLEIJ (H.), Is de laat middeleeuwse literatuur in de volkstaal vulgair?’, in: FONTIJN (J.) (red.), Populaire literatuur, Amsterdam, 1974, p.28-42

 

PLEIJ (H.), ‘Lezende leken, of: lezen leken wel? Tekst, drukpers en lezersgedrag tussen Middeleeuwen en moderne tijd’, in: BIJVOET (T.) (red.), Bladeren in andersmans hoofd. Over lezen en leescultuur, Nijmegen, 1996, p.50-66

 

 

PLEIJ (H.), De wereld volgens Thomas van der Noot: boekdrukker en uitgever te Brussel in het eerste kwart van de zestiende eeuw, Muiderberg, 1982, 86 p.

 

PLEIJ (H.), ‘Drukpers, literatuur en geestelijkheid in het laat-middeleeuwse Holland’, Madoc, 6, 1992, p.3-19

 

PLEIJ (H.), ‘De betekenis van de beginnende drukpers voor de ontwikkeling van de Nederlandse literatuur in Noord en Zuid’, Spektator, 21, 1992, p.227-263

PLEIJ (H.). ‘Literatuur en drukpers: de eerste vijftig jaar’ in: PLEIJ (H.) (red.). Nederlandse literatuur van de late middeleeuwen, Utrecht, 1990, p. 137-157

 

PLEIJ (H.), De sneeuwpoppen van 1511: literatuur en stadscultuur tussen middeleeuwen en moderne tijd, Amsterdam, 1988, 438 p.

 

PLEIJ (H.),’Met een boekje in een hoekje? Over literatuur en lezen in de middeleeuwen’. in: PLEIJ (H.) (red.), Nederlandse literatuur in de late middeleeuwen, Utrecht, 1990, p.101-136

PLEIJ (H.), ‘Over betekenis en belang van de leesinstructie in de gedrukte proza-Reynaert van 1479’, in: PLEIJ (H.) & REYNAERT (J.) (red.), Geschreven en gedrukt, Gent, 2004, p.203-232

 

PLEIJ (H.) & REYNAERT (J.), ‘Boekproductie in de overgang van het geschreven naar het gedrukte boek’, in: PLEIJ (H.) & REYNAERT (J.) (red.), Geschreven en gedrukt, Gent, 2004, p.1-17

 

POLAIN (M.L.), Catalogue des livres imprimés au quinzième siècle des bibliothèques de Belgique, Bruxelles, 1932, 5 dln.

 

PORTEMAN (K.), ‘De jezuïeten in de Nederlandse letterkunde van de zeventiende eeuw’, De zeventiende eeuw, 14, 1998, p. 3-14

 

POST (R.R.), Handboek der kerkgeschiedenis. Deel 3: De Nieuwere Tijd, 1948, Utrecht, 464 p.

 

PUT (E.), Schoolboeken in de Nieuwe Tijd: Status Quaestionis en perspectieven voor verder onderzoek, Godsdienst, mentaliteit en dagelijks leven. Religieuze geschiedenis in Belgie sinds 1970. Handelingen van het colloquium van 23 en 24 september 1986,  Archief-en bibliotheekwezen in Belgie. Extranummer 35, 1988, p. 111-128

 

PUT (E.), ‘Het lager en middelbare onderwijs’, in: JANSSENS (P.) (red.), België in de 17de eeuw: de Spaanse Nederlanden en het Prinsbisdom Luik, Brussel, 2006, p.71-83

 

OBBEMA (P.J.) & DEROLEZ (A.), ‘De productie en verspreiding van het boek 1300-1500’, in: BLOK (D.P.) (red.), Algemene Geschiedenis der Nederlanden. Deel 04, Haarlem, 1980, p.351-362

 

OLSON (U.S.), The life and works of St Birgitta in Netherlandish translations, in: MORRIS (B.) & O’MARA (V.), The translation of the works of St Birgitta of Sweden into the medieval European vernaculars, Turnhout, 2000, p.117-151

 

REMY (F.), ‘De boekencensuur. Historisch overzicht’, De gulden passer, 20, 1942, p.1-21

 

RESOORT (R.), ‘Over de achtergrond van de kritiek en censuur op prozaromans en volksboeken in de zestiende en het begin van de zeventiende eeuw’, in: TERSTEEG (J.J.) & VERKUYL (P.E.L.) (red.). Ic ga daer ic hebbe te doene. Opstellen aangeboden aan prof. dr. F. Lulofs t.g.v. zijn afscheid als hoogleraar in de Nederlandse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit te Groningen, Groningen 1984, p. 205-222.

 

RESOORT (R.), ‘De presentatie van drukwerk in de volkstaal in de Nederlanden tot 1501: Waar zijn de auteurs, vertalers en opdrachtgevers? Een verkenning’, in: PLEIJ (H.) & REYNAERT (J.) (red.), Geschreven en gedrukt, Gent, 2004, p.177-206

 

REUSCH (F.H), Der Index der verbotener Bücher: ein Beitrag zur Kirchen- und Literaturgeschichte, Bonn, 1884, 2 dln.

 

REYNAERT (J.), ‘Leken, ethiek en moralistisch-didactische literatuur’, in: REYNAERT (J.), Wat is wijsheid? Lekenethiek in de Middelnederlandse letterkunde, Amsterdam, 1994, p.9-36

 

ROSIER (B.),Gheraert Leeus illustraties bij het leven van Jezus’, in: GOUDRIAAN (K.) (red.), Een drukker zoekt publiek: Gheraert Leeu te Gouda 1477-1484,  Delft, 1993, p.133-161

ROTH (G.), Sündenspiegel im 15. Jahrhundert : Untersuchungen zum pseudo-augustinischen "Speculum peccatoris" in deutscher Überlieferung, Bern, 1991, 260p.

 

ROUZET (A.), Dictionnaire des imprimeurs, libraires et éditeurs des XVe et XVIe siècles dans les limites géographiques de la Belgique actuelle, Nieuwkoop, 1975, 287 p.

 

RUDY (K.M.), ‘Laat-middeleeuwse devotie tot de lichaamsdelen en bloedstortingen van Christus’, in: VEELENTURF (K.) (red.), Geen povere schoonheid: laat-middeleeuwse kunst in verband met de moderne devotie, 2000, Nijmegen, p.111-133

 

SAENGER (P.), ‘Silent reading. Its impact on late medieval script and society’, Viator, 13, 1982, p.367-414

 

SCHAUWERS (F.), ‘De incunabeltijd. Historisch overzicht,’ De gulden passer, 20, 1942. p.177-207

SCHAUWERS (F.), ‘De incunabeltijd. Karakteristieken van de wiegedrukken’, De gulden passer, 21, 1943, p.1-28

 

SCHMITZ (W.), Het aandeel der minderbroeders in onze middeleeuwse literatuur: inleiding tot een bibliografie der Nederlandse franciscanen, Nijmegen, 1936, 170 p.

 

SCHREINER (K.), ‘Laienfrömmigkeit-Frömmigkeit von Eliten oder Frömmigkeit des Volkes? Zur sozialen Verfasstheit laikaler Frömmigkeitspraxis im späten Mittelalter’, in: SCHREINER (K.) (red.), Laienfrömmigkeit im späten Mittelalter. Formen, Funktionen, politisch-soziale Zusammenhänge. München 1992, p.1-78

 

SCHULER (C.M.), ‘The Seven Sorrows of the Virgin: popular culture and cultic imagery in pre-Reformation Europe’, Simiolus, 21, 1992, p. 5-28

 

SEPP (C.), Verboden lectuur: een drietal indices librorum prohibitorum, Leiden, 1889, 286 p.

 

SEYBOLT (R.F.), ‘Fifteenth century editions of the Legenda Aurea’, Speculum, 21, 1946, p.327-338

 

SMEYERS (M.), ‘Bidden en Pronken. Devotie en beeldgebruik 15de-16de eeuw’, in: STOCK (J.) Van Der, Stad in Vlaanderen, Brussel, 1991, p. 221-236

 

SMITH (M.M.), The Title-Page: its early development 1460-1510, London, 2001, 160 p.

 

SONNEMANS (G.), ‘Het doet goed aan den vroeden te leren. Over het thematiseren van ethiek in prologen’, in: REYNAERT (J.), Wat is wijsheid?, Amsterdam, 1994, p.274-287

 

SPAANS (J.), ‘De katholieken in de Republiek na de Vrede van Munster’, De zeventiende eeuw, 13, 1997, p. 253-260

 

SPUFFORD (M.), ‘Drukwerk voor de armen in Engeland en Nederland, 1450-1700’,

in: BIJVOET (T.) (red.), Bladeren in andermans hoofd: over lezers en leescultuur, Nijmegen, 1996, p. 67-80

 

STEGGINK (O.), ‘Religieuze en mystieke literatuur 1380-1520’, In: BLOK (D.P.) (red.), Algemene Geschiedenis der Nederlanden. Deel 04, Haarlem, 1980, p.421-425

 

STILLWELL (M.B.), The beginning of the world of books 1450-1470. A chronological survey of the texts chosen for printing, New York, 1972, 112 p.

 

STUTVOET-JOANKNECHT (C.M.), Der byen boeck, de Middelnederlandse vertalingen van ‘Bonum universale de apibus’, Amsterdam, 1990, 382 p.

 

SWANSON (R.N.), Religion and Devotion in Europe, c.1215-c.1515, Cambridge 1995, 377 p.

 

THERRY (M.), De religieuze beleving bij de leken in het 17de-eeuwse bisdom Brugge (1609-1706), Brussel, 1988, 273 p.

 

THIENEN (G.) van & GOLDFINCH (J.) (red.), Incunabula printed in the Low Countries. A census, Nieuwkoop, 1999, 636 p.

 

THIENEN, (G.) van (red.), Incunabula in Dutch libraries :a census of fifteenth-century printed books in Dutch public collections, Nieuwkoop, 1983, 2 dln.

 

THIJS (A.K.L.), Van Geuzenstad tot katholiek bolwerk: maatschappelijke betekenis van de Kerk in contrareformatorisch Antwerpen, Turnhout, 1990, 250 p.

THIJS (A.K.L.), Antwerpen, internationaal uitgeverscentrum van devotieprenten 17de-18e eeuw, 1993, Antwerpen, 163 p.

 

THIJS (A.K.L.), ‘Recreatie, educatie, devotie en informatie: functies van populaire lectuur (17de - 19de eeuw)’, Volkskunde, 105, 2004, p. 147-179

 

TROEYER (B.) De, ‘Het fasciculus Myrrhe. De lotgevallen van een devotieboekje uit de 16e eeuw’, Franciscana, 24, 1959, p.1-18

 

TROEYER (B.) De, ‘De minderbroeder Jan Elen en zijn volks biechtboekje’, Ons Geestelijk Erf, 39, 1965, p.394-406

 

TUCHLE (H.), Geschiedenis van de Kerk: Reformatie, Bussum, 1968, 425 p.

 

UITDENBOGAARD (M.T.), ‘Godsdienstig leven in de 17e eeuw binnen het protestantisme’, in: BLOK (D.P.) (red.),  Algemene Geschiedenis der Nederlanden, Deel 08,  Haarlem, 1979, p. 322-343

 

VALKEMA BLOUW, (P.), Typographia Batava 1541-1600: repertorium van boeken gedrukt in Nederland tussen 1541 en 1600, Nieuwkoop, 1998, 2 dln.

 

VAN BRUAENE (A.-L.), Om beters wille: rederijkerskamers en de stedelijke cultuur in de Zuidelijke Nederlanden (1400-1650), Onuitgegeven doctoraatsverhandeling, 2004, Ugent, 3 dln.

 

VANDERHAEGHEN (F.), Bibliographie gantoise: recherches sur la vie et les travaux des imprimeurs de Gand: 1483-1850, Gent, 1858, 7 dln.

 

VERBERCKMOES (J.) & JACOBS (J.), ‘Drukkers en Lezers. Populair drukwerk’, in: JANSSENS (P.) (red.), België in de 17de eeuw: de Spaanse Nederlanden en het Prinsbisdom Luik, Brussel, 2006, p.106-122

 

VERDAM (J.) (red.), Spiegel der sonden, Leiden, 1900, 2 dln.

 

VERHEYDEN (P.), ‘Drukkersoctrooien in de 16e eeuw’, Tijdschrift voor boek- en bibliotheekwezen, 8, 1919, p. 203-226 & p.269-278

 

VERMEULEN (Y.G.), ‘Een schoon historie. De presentatie van Nederlandstalige literatuur 1477-1540’, Spektator, 12, 1982-1983, p.249-269

VERMEULEN (Y.G.), ‘Reclame op de vroegste Nederlandstalige titelpagina’s’, Literatuur, 1, 1984, p.210-215

 

VERMEULEN (Y.G.), Tot profijt en genoegen. Motiveringen voor de productie van Nederlandstalige gedrukte teksten 1477-1540, Groningen, 1986, 307 p.

 

VERVLIET (H.), Post-incunabula en hun uitgevers in de Lage Landen: een bloemlezing gebaseerd op Wouter Nijhoff's L'Art typographique,.'s-Gravenhage, 1979, 205 p.

 

VERVLIET (H. D. L.), ‘Het landschap van de Nederlandse incunabelen: een verkennend onderzoek naar publicatiepatronen’, in: VANWIJNGAERDEN (F.) (red.), Liber amicorum H. Liebaers, Brussel, 1984, p.335-353

 

VOET (L.), ‘Typografische bedrijvigheid te Antwerpen in de 16e eeuw’, in: ANTWERPEN in de XVIe eeuw, Antwerpen, 1976, p.233-255

 

VOET (L.), ‘Het lezend publiek en het gedrukte boek in de Nederlanden in de zestiende eeuw. Enkele kanttekeningen’, in: BORM (J.) Van & SIMONS (L.), Het oude en het nieuwe boek. De oude en de nieuwe bibliotheek. Liber Amicorum H.D.L. Vervliet, Kapellen, 1988,  p. 103-113

 

VOOYS (G.C.N.) de, Middelnederlandse legenden en exempelen, Groningen, 1926, 374 p.

 

VRIESEMA (P.C.A.) & WOLF (C.) de, ‘Dutch National Bibliography 1540-1800: the STCN’, Quaerendo, 13, 1983, p.149-160

 

WACKERS (P.), ‘Opvattingen over spreken en zwijgen in het Middelnederlands’, in: REYNAERT (J.), Wat is wijsheid?, Amsterdam, 1994, p.288-303

 

WARNAR (G.), Het ridderboec: over Middelnederlandse literatuur en lekenvroomheid, Amsterdam, 1995, 241 p.

 

WATT (T.), Cheap Print and Popular Piety, Cambridge, 1991, 370 p.

 

WEEKHOUT (I.), Boekencensuur in de Noordelijke Nederlanden: de vrijheid van drukpers in de zeventiende eeuw, Den Haag, 1998, 580 p.

 

WEILER (A.G.), 'De betekenis van de Moderne Devotie voor de Europese cultuur', Trajecta, 1, 1992, p. 33-48

Universiteit of Hogeschool
Geschiedenis
Publicatiejaar
2007
Share this on: