Zorgverlener help! Ik ben meer ziek dan je denkt

Kristof Vanmol
Zorgverlener help! Ik ben meer ziek dan je denkt.
 
Epidemiologisch onderzoek uit 2004 toont aan dat rond de 20% van de bevolking een psychiatrische stoornis heeft. 30-50% hiervan heeft tegelijkertijd ook een lichamelijke ziekte. Er mag dan ook geen twijfel bestaan dat een nauwe samenwerking tussen psychiatrie en geneeskunde gewenst is.
Liaisonpsychiatrie is een vorm van die samenwerking. Het situeert zich binnen het algemene ziekenhuis. Wat is liaisonpsychiatrie nu precies?

Zorgverlener help! Ik ben meer ziek dan je denkt

Zorgverlener help! Ik ben meer ziek dan je denkt.

 

Epidemiologisch onderzoek uit 2004 toont aan dat rond de 20% van de bevolking een psychiatrische stoornis heeft. 30-50% hiervan heeft tegelijkertijd ook een lichamelijke ziekte. Er mag dan ook geen twijfel bestaan dat een nauwe samenwerking tussen psychiatrie en geneeskunde gewenst is.

Liaisonpsychiatrie is een vorm van die samenwerking. Het situeert zich binnen het algemene ziekenhuis. Wat is liaisonpsychiatrie nu precies? Liaisonpsychiatrie wordt door Lipowski omschreven als een ‘subspecialisatie van de psychiatrie die zich bezighoudt met medische zorg, onderwijs en onderzoek in niet-psychiatrische instellingen voor gezondheidszorg’. Dit houdt in dat het liaisonteam, geïntegreerd in het algemeen ziekenhuis, consulten uitvoert bij patiënten van medische artsen als er bij die patiënten meer dan enkel lichamelijke problemen zijn. Om het wat duidelijker te maken volgt een kort voorbeeld. Stel dat u met kanker bent opgenomen in een algemeen ziekenhuis. Net als het weer wat beter gaat, hervalt u voor de zoveelste keer. Wederom tegenslag. Dit kan mentaal heel zwaar zijn. Het is dan belangrijk om professionele hulp in te schakelen. Aangezien u opgenomen bent, is het niet vanzelfsprekend dat u naar een psycholoog of een psychiater gaat. Hier kan de liaisonpsychiatrie ingeschakeld worden. Dit kan u zelf doen, maar meestal wordt dit op advies van het behandelend team gedaan, d.w.z. het verplegend personeel en de arts.

De vraag naar een nauwere samenwerking tussen geneeskunde en psychiatrie bestond reeds in de 19de eeuw. Dit leidde tot de opbouw van Psychiatrische Afdelingen in Algemene Ziekenhuizen (PAAZ’en). Van hieruit werd liaisonpsychiatrie verder opgebouwd. Eerst werd het nog gezien als taak van de PAAZ, maar stilaan werd het een autonome dienst.

In België staat de liaisonpsychiatrie nog steeds in de kinderschoenen, er zijn dan ook nog enkele knelpunten. Allereerst is er de gebrekkige financiering vanuit de overheid. Het is het algemeen ziekenhuis dat de financiering van de liaisonpsychiatrische activiteit zelf dient te organiseren. Vanuit de overheid is er dus geen budget voorzien. Het ziekenhuis beslist dus ook welke disciplines ze in het liaisonteam willen rekening houdend met het budget voor liaisonpsychiatrie.

Het tweede probleem is te vinden in het ontbreken van duidelijke richtlijnen omtrent liaisonpsychiatrie. Nergens is duidelijk omschreven welke disciplines aanwezig dienen te zijn in het team. Hierdoor ontstaat dus de vrijheid om te kiezen welke disciplines tewerkgesteld worden.

Hoe gaat liaisonpsychiatrie nu globaal te werk? Wel het werkt volgens 7 stappen. Dit zijn de aanvraag, de vraagstelling, het verzamelen van voorkennis, contact met de patiënt, verslaggeving en bespreken van beleid, behandelfase en het multidisciplinair groepsoverleg. Het liaisonpsychiatrisch team krijgt dus een aanvraag van een algemene afdeling binnen het ziekenhuis. Deze kan van de verpleging komen, maar ook van de behandelende arts. Het lid van de liaisonpsychiatrie maakt de vraagstelling concreet, zodat kan beslist worden welke discipline het meest geschikt is om een consult bij die patiënt te gaan voeren. Eens op de afdeling aangekomen, gaat bijvoorbeeld de psychiater meer informatie verzamelen over de patiënt. Vooral de huidige medische toestand en medicatie is belangrijk. Nadien wordt het eerste gesprek met de patiënt gevoerd, waarna de psychiater een behandeling voorstelt aan het behandelend team. De behandelende arts is vrijblijvend in het volgen van dit advies. Nadien wordt er binnen het liaisonpsychiatrisch team overleg gepleegd over de uitgevoerde consulten en worden elkaars adviezen en ervaringen gevraagd. De patiënten worden steeds verder opgevolgd door het liaisonteam.

Er is dus ook een multidisciplinair team betrokken. Dit team bestaat uit een psychiater, in de meeste gevallen een psycholoog, soms een maatschappelijk werker en in Nederland een psychiatrisch verpleegkundige. Dit is het grote verschil met de situatie in België. De functie van psychiatrisch verpleegkundige is niet vertegenwoordigd binnen het liaisonteam. Als psychiatrisch verpleegkundige ben ik er van overtuigd dat deze discipline een bijdrage kan leveren aan het liaisonteam. Maar waarom is er in België dan geen psychiatrisch verpleegkundige tewerkgesteld in dit team? De oorsprong is volgens mij te vinden bij 2 problemen, nl. de gebrekkige financiering en het ontbreken van richtlijnen.

Kennen verpleegkundigen in het ziekenhuis liaisonpsychiatrie wel? Deze vraag hield me bezig en dus had ik besloten een onderzoek te voeren in 7 Limburgse ziekenhuizen, waarbij de verpleegkundigen van 4 verschillende afdelingen per ziekenhuis bevraagd werden. Hieruit bleek dat de kennis over liaisonpsychiatrie nog tekort schiet. In bijna elk ziekenhuis gaven verpleegkundigen aan beroep te kunnen doen op een liaisonpsychiatrisch team, terwijl slechts 2 van de 7 ziekenhuizen effectief over een liaisonpsychiatrische dienst beschikken.

Het leek me ook boeiend om eens na te gaan of dat diezelfde verpleegkundigen een rol zagen weggelegd voor een psychiatrisch verpleegkundige binnen het liaisonpsychiatrisch team. Het bleek dat ongeveer 87% van de ondervraagde verpleegkundigen een psychiatrische verpleegkundige in het liaisonteam nodig vinden. 14% van de ondervraagden vindt het zelfs een noodzaak.

Maar welke voordelen biedt zo’n psychiatrisch verpleegkundige? Het grote voordeel is de laagdrempeligheid. Als eerste is er de laagdrempeligheid naar de behandelende verpleging toe. De stap van verpleegkundige naar verpleegkundige wordt sneller gezet dan bijvoorbeeld de stap van verpleegkundige naar psycholoog of psychiater. Ten tweede is er ook de laagdrempeligheid naar de patiënten toe. Er bestaat nog steeds een taboe rond psychiatrie. Voor een patiënt in een algemeen ziekenhuis met psychische problemen is de stap zetten naar een verpleegkundige dan ook makkelijker dan de stap te zetten naar een psychiater.

Als je als verpleegkundige (in spe) geïnteresseerd bent in deze job, dan zijn er een aantal aspecten die erg belangrijk zijn. Het is nuttig als je over voldoende medische en psychiatrische vakkennis beschikt. Verder is het empathisch vermogen ook van belang, want er moet op korte tijd een vertrouwensrelatie aangegaan worden met de patiënt. Aangezien men interdisciplinair (tussen de verschillende disciplines) werkt, is het ook belangrijk een goede communicatiestijl te hanteren. Liaisonpsychiatrie richt zich niet enkel op de patiënten, maar ook op het personeel. Stel je maar eens voor dat je op de dienst abdominale heelkunde werkt en één van de patiënten wordt acuut verward. Hoe moet je op dat moment omgaan met die persoon? Hierover kan de liaisonverpleegkundige uitleg geven. Zolang er geen liaisonverpleegkundige tewerkgesteld wordt, zal deze taak op de schouders van de psychiater, psycholoog en maatschappelijk werker liggen.

Hoe lang zal het nog duren eer de psychiatrisch verpleegkundige zijn intrede maakt in het liaisonpsychiatrisch team?

 

 

Bibliografie

 

 Boeken

Leentjens et al., (2004). Consultatieve psychiatrie in de praktijk. Assen: Koninklijke Van Gorcum.

Wise M., Rundell J., (2002). Textbook of consultation – liaison psychiatry. Washington, USA: American Psychiatric Publishing, Inc.Top of Form 2

 Tijdschriften

 

De Bie, J. en Remans B. (2002). Geïntegreerde liaisonpsychiatrie: een model. Tijdschrift voor Geneeskunde, volume 58 – nummer 22. pp 1486-1493.

 de Niet, G. (2006).  Gabriël Roodbol over consultatieve psychiatrie in het algemeen ziekenhuis, de ontwikkelingen en een opgelapt oud paard. Psychopraxis, 08, p. 153-157

Honig, A.; Hendriks, C.; Brummer, R.; Troost, J.; Kuijpers, P.; Fiolet, H.; van Praag, H. (2000). Multidisciplinaire zorg voor gecombineerde somatische en psychiatrische problemen. Neuropraxis, vol O4, issue 3. pp 82-85

Leentjens en Huyse (2005). Ziekenhuispsychiatrie: een internationaal perspectief. Tijdschrift voor psychiatrie, volume 47-nummer 7. pp 425-429 

Leentjens (2005). De wedergeboorte van ziekenhuispsychiatrie. Tijdschrift voor Psychiatrie. Volume 47 – nummer 9. pp 567- 570.

Neill J., Sandifer M., (1980). Practical manual of psychiatric consultation. Baltimore, USA: William & Wilkins.

Plessers, B en Rousselle, P. (2005). EPSOMA. Een interview met dr. Jef De Bie. Overspil, jaargang 12, nummer 32. pp 22-26

 

Zandstra, P. (1998). De consultatief psychiatrisch verpleegkundige in het algemeen ziekenhuis. Maandblad Geestelijke volksgezondheid , vol. 53 , issue 2. pp 135-150 

 

Elektronische bronnen

Herregodts,T. , Verbeke, P., Haspeslagh, M. en d’Espallier,C. (2000). Van dé PAAZ naar hét PAAZ: Over de plaats van het Psychiatrisch Aanbod van het Algemeen Ziekenhuis in het landschap van de vernieuwde geestelijke gezondheidszorg. Geraadpleegd op 18-03-2007 op de website van de PAAZ: http://www.paaz.be/public/OfficieleTeksten000.php

 Peers, J. (2002). Aanvullend advies m.b.t. de liaisonpsychiatrie in het algemeen ziekenhuis. Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en leefmilieu. Geraadpleegd op de website van Overlegplatform Geestelijke Gezondheidszorg Oost-Vlaanderen vzw op 04-04-2007: http://www.popovggz.be/

Pollmann, C.M. en van Essen, H. (2004). Betreft: RGC-vorming/ziekenhuispsychiatrie. Geraadpleegd op 21-03-2007 op de website van ziekenhuispsychiatrie: http://www.ziekenhuispsychiatrie.org/vws.html

Remans, B. (1994). Het fenomeen ‘PAAZ’ in België. Geraadpleegd op 18-03-2007 op de website van de PAAZ: http://www.paaz.be/public/OfficieleTeksten007.php

Vandenbroucke, F. (2001). Beleidsnota van de minister van Volksgezondheid en van de minister van Sociale Zaken en Pensioenen. De psyche: mij een zorg?! Geestelijke gezondheidszorg door participatie en overleg. Geraadpleegd op 31-03-2007 op de website van beleidsnota’s van Frank Vandenbroucke: http://oud.frankvandenbroucke.be/html/soc/B11-ggz.htm

 

Losbladige werken

Anoniem. Hoofdstuk 1: consultatieve en liaisonpsychiatrie. pp 9-10.

Universiteit of Hogeschool
Psychiatrische verpleegkunde
Publicatiejaar
2007
Kernwoorden
Share this on: