De Belgische revolutie in het Parijse modeveld: Een analyse aan de hand van Pierre Bourdieu

Van de Peer Aurelie
De Belgische moderevolutie in Parijs
Vele Belgen zijn zich niet bewust van de status van de Antwerpse mode in Parijs. Hoewel het grote publiek op de hoogte is van de namen en de stijl van verschillende Antwerpse ontwerpers, blijft hun macht in Parijs vaak onderbelicht. Eén reden hiervoor is het gebrek aan onderzoek over de status die ‘onze’ ontwerpers in het Parijse modeveld bezitten.

De Belgische revolutie in het Parijse modeveld: Een analyse aan de hand van Pierre Bourdieu

De Belgische moderevolutie in Parijs

Vele Belgen zijn zich niet bewust van de status van de Antwerpse mode in Parijs. Hoewel het grote publiek op de hoogte is van de namen en de stijl van verschillende Antwerpse ontwerpers, blijft hun macht in Parijs vaak onderbelicht. Eén reden hiervoor is het gebrek aan onderzoek over de status die ‘onze’ ontwerpers in het Parijse modeveld bezitten. Mijn onderzoek vervult deze noodzaak en draagt bijgevolg bij aan het naar waarde schatten van de Antwerpse ontwerpers.

Ik beschouw mode, zoals Yuniya Kawamura in het basiswerk Fashion-ology (2005), als een cultureel geconstrueerd object. Een bepaald kledingstuk of kledingstijl wordt namelijk pas mode wanneer het erkend wordt als mode. Belangrijk voor het bepalen wat mode is, zijn institutionele factoren die symbolische waarde opleggen aan het kledingstuk of accessoire. Aangezien mode in het academische milieu lange tijd als een oppervlakkig domein werd beschouwd, is onderzoek naar symbolische waarde genererende instituties in de modewereld moeilijk te vinden. Kawamura (2005) spoort modeonderzoekers daarom aan gebruik te maken van auteurs die andere symbolische waarde producerende culturele instituties - zoals kunst en religie - bestudeerd hebben.

Kawamura’s tip indachtig, koos ik het denken van de Franse socioloog en filosoof Pierre Bourdieu als raamwerk voor de analyse van het succes van Belgische ontwerpers in Parijs. Bourdieu is een alleseter wanneer het aankomt op het analyseren van symbolische waarde genererende praktijken en instituties. Hij bestudeert - in kader van zijn gehele denken - mode, sport, muziek, … en de manier waarop aan deze culturele objecten en praktijken waarde toegekend wordt. Bourdieu’s denken is ideaal voor mijn onderzoek aangezien het een kleinschalige, gedetailleerde studie toelaat van de relatie tussen de instituties van artistieke productie en de macht van de Antwerpse ontwerpers in het Parijse modeveld.

Het eerste deel van deze thesis bestaat uit een verduidelijking van Bourdieu’s conceptuele denkmiddelen, zoals habitus, veld, kapitaal, doxa en partiële revolutie. Het tweede deel focust op het Parijse modeveld dat in een constante strijd om heerschappij verwikkeld is met andere modevelden. De meeste kernspelers in de modewereld – inkopers, ontwerpers, journalisten, curatoren, … - beschouwen Parijs als het machtigste veld. De voornaamste oorzaak hiervoor is de diepe institutionalisering van het Parijse modeveld. Hét instituut dat Parijs haar macht verleent, La Fédération Française de la Couture, du Prêt-à-Porter des Couturiers et des Créateurs de Mode, is opgericht in 1868 en heeft diepe wortels in het Parijse modeveld. Niet alleen beschermt de Federatie de macht van het Parijse modeveld, ook bepaalt deze organisatie welke ontwerpers op de officiële defilékalender komen te staan, nodigt het bepaalde journalisten uit voor de defilés en steunt het prestigieuze modewedstrijden voor beginnende ontwerpers. Erkend worden in Parijs betekent kortom aanvaard worden door de Federatie.

In het derde deel focus ik op de Belgische ontwerpers. Walter Van Beirendonck, Martin Margiela, Dirk Bikkembergs, Dries Van Noten, Marina Yee, Dirk Van Saene en Ann Demeulemeester studeren begin jaren 80 af aan de Antwerpse Koninklijke Academie voor Schone Kunsten. Op dat moment weten zij niet dat het citaat “In the 1990’s there appeared an extremely influential group of designers from Belgium – of all places!” (Steele, 1999, 7) over hen zal gaan. De Antwerpse ontwerpers bestormen Parijs in het begin van de jaren 90. Hun innovatieve collecties veroorzaken een ware sensatie. Ondanks alle commotie rond hun werk, kunnen we door mijn Bourdieuaanse analyse slechts spreken van een partiële of gedeeltelijke revolutie van het Parijse modeveld. De Antwerpse ontwerpers aanvaarden immers impliciet de eisen die het Parijse modeveld en haar Federatie stellen. De regels van het spel worden gevolgd en de grenzen van het Parijse modeveld gerespecteerd.

Het is juist deze combinatie van avant-garde ontwerp en aanvaarding van de wetten van het veld dat ervoor zorgt dat het merendeel van de eerste generatie Antwerpse ontwerpers zulk een macht heeft kunnen vergaren in Parijs. Parijs heeft namelijk nood aan jong ontwerperbloed om haar machtige status te behouden en de jonge Antwerpse garde had nood aan een modeveld dat hen een groot symbolisch kapitaal kon bezorgen, om met Bourdieu’s termen te spreken. Hiernaast droegen ook het marginaliteitvoordeel van de Belgische nationaliteit in de modewereld en de opleiding aan de Antwerpse Academie, die vaak omschreven wordt als het zoeken naar een persoonlijke stem als ontwerper, bij aan hun succesverhaal in Parijs.

Na de eerste generatie Antwerpse ontwerpers bleef het even windstil in Belgisch modeland. Het was wachten tot eind jaren 90 vooraleer de tweede golf Belgische ontwerpers doorbrak in Parijs. Hoewel deze designers het marginaliteitvoordeel van hun nationaliteit zagen slinken, werd dit ingeruild voor het enorme symbolische kapitaal dat ze kregen door het epitheton ornans van Belgische/Antwerpse ontwerper. De ondertussen wereldvermaarde opleiding aan de Antwerpse Academie droeg alleen maar bij aan de opbouw van hun symbolisch kapitaal. Dit alles in combinatie met het (in)formele netwerk van bijvoorbeeld stages en vriendschappen dat tussen Belgische ontwerpers in Parijs bestaat, zorgde voor een vaste basis voor succes.

De Belgen zijn duidelijk machtig in Parijs. Maar juist hoe machtig? Aan de hand van vier criteria (lidmaatschap van de Federatie, ontwerpen van getranssubstantieerde goederen zoals parfum en zonnebrillen, onderwerp zijn van tentoonstellingen en het winnen van prestigieuze modeprijzen) kwam ik tot de conclusie dat Belgische ontwerpers in Parijs opgedeeld kunnen worden in drie groepen. Geconsecreerde ontwerpers, semi-geconsecreerde ontwerpers en niet-geconsecreerde ontwerpers. Of te wel: ontwerpers die al dan niet erkend worden in Parijs. In de eerste groep bevinden zich, anno januari 2008, bijvoorbeeld Ann Demeulemeester, Dries Van Noten, Maison Martin Margiela, Veronique Branquinho en A.F. Vandevorst. In de tweede groep Raf Simons, Kris Van Assche en Walter Van Beirendonck. In de laatste groep kunnen we ontwerpers zoals Christian Wijnants en Stephan Schneider plaatsen. De Federatie maakte onlangs bekend dat Raf Simons en Kris Van Assche officieel lid geworden zijn van hun organisatie. Deze Belgische ontwerpers zijn dus op weg een trapje hoger te klimmen op de Parijse modeladder. Zij zullen, de verschillende elementen die succes in Parijs bepalen indachtig, niet de laatste ontwerpers van eigen bodem zijn die hoge toppen scheren in Parijs.

Bibliografie

Accardo, A. (1997). Introduction à la sociologie critique. Bordeaux: Editions Le Mascaret.

Anderson, J. (2003, november). Walter Van Beirendonck. i-D Magazine, 106-115.

Anspach, K. (1967). The why of fashion. Ames, Iowa: Iowa State University Press.

Baelden, P. & Van Dyck, P. (2003, 22 januari). Rubens op spitzen. Weekend Knack, 16-23.

Baelden, P. (2004, 8 september). Wat is Belgische mode? Weekend Knack, 118-122.

Baelden, P. (2005, 20 april). De impact van de Zes wordt nog onderschat. Weekend Knack, 16-22.

Baudoux-Gérard, F. (1984). Mary Prijot: Elle a fait s’épanouir en Belgique la creation de mode. Bron onbekend, B66-B70.

Baudot, F. (1999). Fashion: The twentieth century. New York: Universe.

Belgische ontwerpers in het buitenland (2003, 10 september). Weekend Knack, 301-306.

Bell, Q. (1976[1947]). On human finery. Londen: Hogarth Press.

Blumer, H. (1969). Fashion: From class differentiation to collective selection. The Sociological Quarterly, 10(3), 275-291.

Bogart, A. (1988, 3 mei). The Antwerp Six. Elle USA, 288-290.

Bonnewitz, P. (1997). Premières leçons sur la sociologie de Bourdieu. Paris: Presses Universitaires de France.

Bourdieu, P. (1958). Sociologie de l’Algérie. Paris: Presses Universitaires de France.

Bourdieu, P. (1972). Esquisse d’une théorie de la pratique: Précédé de trois études d’ethnologie kabyle. Genève, Paris: Librairie Droz.

Bourdieu, P. (1975). Méthode scientifique et hiérarchie sociale des objets. Actes de la recherche en sciences sociales. 1, 4-6.

Bourdieu, P. & Delsaut, Y. (1975). Le couturier et sa griffe: Contribution à une théorie de la magie.  Actes de la recherche en sciences sociales, 1(1), 7-36.

Bourdieu, P. (1979). La distinction: Critique sociale du judgement. Paris: Les Editions de Minuit.

Bourdieu, P. (1980). Le sens pratique. Paris: Les Editions de Minuit.

Bourdieu, P. (1981). Questions de sociologie. Paris: Les Editions de Minuit.

Bourdieu, P. (1981b). Haute Culture et haute couture. In P. Bourdieu, Questions de sociologie (196-206). Paris: Les Editions de Minuit.

Bourdieu, P. (1985). The social space and the genesis of groups. Social Science Information, 24 (2), 195-220.   

Bourdieu P. (1989a). De sociologie als stoorzender: Een gesprek met Pierre Thuillier. In D. Pels (Ed.), Opstellen over smaak, habitus en het veldbegrip (33-50). Amsterdam: Van Gennep.

Bourdieu, P. (1989b). Vive la crise! Een pleidooi voor heterodoxie in de sociale wetenschappen. In D. Pels (Ed.), Opstellen over smaak, habitus en het veldbegrip (51-66). Amsterdam: Van Gennep.

Bourdieu, P. (1989c). Economisch kapitaal, cultureel kapitaal, sociaal kapitaal. In D. Pels (Ed.), Opstellen over smaak, habitus en het veldbegrip (120-141). Amsterdam: Van Gennep.

Bourdieu, P. (1989d). De sociale ruimte en de genese van ‘klassen’. In D. Pels (Ed.), Opstellen over smaak, habitus en het veldbegrip (142-170). Amsterdam: Van Gennep.

Bourdieu, P. (1990). The Logic of practice. Cambridge: Polity Press.

Bourdieu, P. (1991). Language & symbolic power. Cambridge: Polity Press.

Bourdieu, P. (1992). Les règles de l’art: Genèse et structure du champ littéraire. Paris: Seuil.

Bourdieu, P. & Wacquant, L. J. D. (1992). An invitation to reflexive sociology. Cambridge: Polity Press.

Bourdieu, P. & Wacquant, L. J. D. (1992b). Argumenten: Voor een reflexieve maatschappij wetenschap. Amsterdam: Sua.

Bourdieu, P. (1993). La Misère du Monde. Paris: Editions de Seuil.

Bourdieu, P. (1993b). The field of cultural production, or: The economic world reversed. In R. Johnson (Ed.), The field of cultural production: Essays on Art and Literature (29-73). Cambridge: Polity Press.

Bourdieu, P (1993c). The production of belief: Contribution to an economy of symbolic goods. In R. Johnson (Ed.), The field of cultural production: Essays on Art and Literature (74-111). Cambridge: Polity Press.

Bourdieu, P. (1993d). The market of symbolic goods. In R. Johnson (Ed.), The field of cultural production: Essays on Art and Literature (112-141). Cambridge: Polity Press.

Bourdieu, P. (1998). Contre-feux: Propos pour server à la résistance contre l’invasion néo-libérale. Paris: Raisons d’agir - Liber éditions.

Breward, C., Ehrman, E. & Evans, C. (2004). The London look: Fashion from street to catwalk. London: Yale University Press.

Breward, C. & Gilbert, D. (Eds.) (2006). Fashion’s World Cities. New York, Oxford: Berg.

Brouns, J. (2003, 30 augustus). Interview met Marina Yee. De Standaard Magazine, 20-24.

Brouns, J. (2007, 11 juli). De rainbowwarrior. Weekend Knack, 18-19.

Buyck, L. (1983, 2 maart). Mode is geen kunst: Margiela en de twijfel van de jonge ontwerper. Knack, 125-126.

Chapsal, M. (1989). La chair de la robe. Paris: Fayard.

Codd, J. (1990). Making distinctions: The eye of the beholder. In R. Harker, C. Mahar, C. Wilkes (Eds.), An introduction to the work of Pierre Bourdieu: The theory of practice (132-159). Basingstoke, Hampshire, Houndsmills, London: MacMillan.

Collections (n.d.). Geraadpleegd op 12 april 2008 op www.waltervanbeirendonck.com/HTML/COLLECTIONS/collections.html.

Conseils et Analyses Stratégiques (1990). La haute couture et la prêt-à-porter de luxe. Paris: Precepta.

Cook, R (2000). The mediated manufacture of an ‘avant-garde’: A Bourdieusian analysis of the field of contemporary art in London, 1997-9. In B. Fowler (Ed.), Reading Bourdieu on society and culture (164-186). Oxford: Blackwell Publishers.

Couturiers and fashion designers (n.d.). Geraadpleegd op 2 april 2008 op http://www.modeaparis.com/va/couturiers/index.html.

Crane, D. (1987). The transformation of the avant-garde: The New York art world 1940-1985. Chicago: University of Chicago Press.

Crane, D, (1993). Fashion design as an occupation. Current Research on Occupations and Professions, 8, 55-73.

Crane, D. (1997). Globalization, organizational size, and innovation in the French luxury fashion industry: Production of culture theory revisited. Poetics, 24: 393-414.

Crane, D. (2000). Fashion and its social agendas: Class, gender and identity in clothing. Chicago, London: The University of Chicago Press.

Davis, F. (1992). Fashion, culture and identity. Chicago: University of Chicago Press.

Debo, K. & Loppa, L. (2005). Belgian fashion. In V. Steele (Ed.), Encyclopedia of clothing and fashion: Volume I (142-146). New York: Thomson Gate.

Debo, K. (2007). De Antwerpse modeacademie: Van lokale opleiding mode- en toneelkostuumontwerp tot internationaal gerenommeerde modeschool. In 6+ Antwerpse mode in het Vlaams parlement (35-42). Gent, Ludion.

Deeny, G. (1995, 19 mei). Nurturing the next wave. Women’s Wear Daily, 1. 

de Marly, D. (1980). The history of haute couture, 1850-1950. New York: Holmes & Meier.

De Marly, D. (1990). Christian Dior. London: B.T. Batsford.

De modemakers van morgen. (1995, 22 februari). De Morgen, 8.

Denolf, W. (2006, 30 augustus). Het evenwicht van Raf Simons. Weekend Knack, 50-58.

De Potter, P. (1999, 5 mei). Dirk Van Saene: Tijd voor wat anarchie. Weekend Knack, 34-38.

du Roselle, B. (1980). La Mode. Paris: Imprimerie Nationale.

Elster, J. (1983). Sour grapes: Studies in the subversion of rationality. Cambridge: Cambridge University Press.

Entwistle, J. (2002). The aesthetic economy: The production of value in the field of fashion modelling. Journal of Consumer Culture, 2(3), 317-339.

Entwistle, J. & Rocamora, A. (2006). The field of fashion materialized: A study of London fashion week. Sociology, 40(4), 735-751.

Fashion department, Royal Academy of Fine Arts, Hogeschool Antwerpen (n.d.). The Antwerp fashion department: Philosophy. Op 28 april 2008 van http://www.antwerp-fashion.be/about/index.asp.

Flügel, J.C. (1930). The psychology of clothes. Londen: Hogarth Press.

Fortassier, R. (1988). Les écrivains français et la mode: De Balzac à nos jours. Paris: Presses Universitaires de France.

Fowler, B. (1997). Pierre Bourdieu and cultural theory: Critical investigations. London, Thousand Oaks, New Delhi: Sage.

Fresh force – fresher fashion from the Academy of Antwerp (1988, oktober). i-D Magazine, 63, 53-63.

Giroux, H. (1983). Power and resistance in the new sociology of education: Beyond theories of social and cultural reproduction. Curriculum Perspectives, 2, 1-13.

Govaerts, A. (1987, 1 oktober). De wereld ontdekt ‘Antwerpse Zes’. De Morgen, 25.

Govaerts, A. (2003, september). Hoe Belgisch is 20 Jaar Mode dit is Belgisch? De Morgen Magazine, DMM 28-36.

Gross, M. (1986, 25 maart). Notes on fashion. The New York Times, C14.

Grumbach, D. (1993). Histoires de la mode. Paris: Editions de Seuil.

Grumbach, D., Parmal, A.P., Ward, S. & Whitley, L. (2006). Fashion Show: Paris Style. Boston: MFA Publications.

Hamou, N. (1998, 16 januari). Paris mise sur les jeunes talents pour demeurer la capital de la mode. La Tribune, 9.

Harker, R., Mahar, C. & Wilkes, C. (Eds.) (1990). An introduction to the work of Pierre Bourdieu: The practice of theory. Basingstoke, Hampshire, Houndmills, London: MacMillan.

Hénin, J. (1990). Paris Haute Couture. Paris: Editions Philippe Olivier.

Herten, L. (1988, 2 april). Een Limburger maakt mode in Parijs. De Standaard, 10.

Hollander, A. (1993). Seeing through clothes. Berkeley: University of California Press.

Hollander, A. (1994). Sex and suits. New York: Alfred A. Kopf.

Honneth, A., Kocyba, A. & Schwibs, B. (1986). The struggle for symbolic order: An interview with Pierre Bourdieu. Theory, Culture and Society, 3 (3), 35-51.

Horn, M.J. & Gurel, L. (1975). The second skin. Boston: Houghton-Mifflin.

Horyn, C. (2006, 27 augustus). Ann of Antwerp. The New York Times, 242-245.

Horyn, C. (2007). Antwerpse mode en identiteit: This is how it really is. In 6+ Antwerpse mode in het Vlaams parlement (113-121). Gent: Ludion.

Jenkins, R. (1982). Pierre Bourdieu and the reproduction of determinism. Sociology, 16 (2), 270-281.

Jenkins, R. (1992). Pierre Bourdieu. London, New York: Routledge.

Jones, K. (1989). Martin Margiela. i-D Magazine, The High Spirits issue, 59.

Kawamura, Y. (2004). The Japanese revolution in Paris fashion. Oxford: Berg.

Kawamura, Y. (2005). Fashion-ology: An introduction to fashion studies. Oxford: Berg.

Kawamura, Y. (2005b). Sociological discourse and empirical studies of fashion. In Y. Kawamura, Fashion-ology: An introduction to fashion studies (19-37). Oxford: Berg.

Kemps, L. (1998, 4 maart). Veronique Branquinho. Weekend Knack, 42-46.

Kleren hoeven niet serieus te zijn: Het debuut van Dries Van Noten. (1982, 20 januari). Knack, 131-133.

Koenig, R. (1973). The restless image: A sociology of fashion. Londen: George Allen & Unwin, Ltd.

La cote des acheteurs profesionnels: Les masters de mars 2008 (2008, 26 februari). Journal du Textile, n. 1948, 41.

La cote des créateurs: L’évolution durant les 5 derniѐres années (2005, 21 februari). Journal du Textile, n. 1821, 52.

La cote des créateurs: L’évolution durant les 5 derniѐres années (2008, 26 februari), Journal du Textile, n. 1948, 42.

Lahire, B. (Ed.) (1999). Le travail sociologique de Pierre Bourdieu: Dettes et critiques. Paris: La Découverte & Syros.

Lane, J.F. (2000). Pierre Bourdie: A critical introduction. London, Sterling Virginia: Pluto Press.

Le vent du Nord soufflé sur la mode. (1998, 7 september). Elle, 161-164.

Lipovetsky, G. (1994). The empire of fashion. Princeton, NJ: Princeton University Press.

Lobenthal, J. (1990). Radical rags: Fashions of the sixties. New York: Abbeville Press.

Lobrano, A. (1992. 21-22 mei). Belgium: How the ugly duckling grew up. International Herald Tribune, 17.

Lopes, P.D. (1992). Innovation and diversity in the popular music industry, 1969-1990. American Sociological Review, 57, 561-571.

Lynam, R. (Ed.) (1972). Couture: An illustrated history of the great Paris designers. New York: Doubleday & Co.

Lyotard, J.F. (1992). The postmodern explained to children: Correspondence 1982-1985. Sydney: Power Publications.

Maison Martin Margiela signs a partnership agreement with l’Oréal (2008, 17 maart). Geraadpleegd op 28 april 2008 op www.maisonmartinmargiela.com.

Manzoni, I. (2007, 30 januari). Dries Van Noten aborde Paris par la rive gauche. Journal du Textile, n. 1902, 6.

McRobbie, A. (1998). British fashion design: Rag trade or image industry? London: Routledge.

Menkes, S. (1989, 17 januari). Creating another new look for Dior. International Herald Tribune, 7.

Menkes, S. (1996, 20-21 januari). High stakes for Galliano – and couture. International Herald Tribune, 8.

Menkes, S. (1998, 23 juni). Structuring creativity: Antwerp’s cradle of design. International Herald Tribune, 15.

Menkes, S. (2004, 7 oktober). The collections / Paris: Fash flash. International Herald Tribune, 10.

Miles, S. (2006, 3 april). Seizing the moment: Belgian designers chart growth plans. Women’s Wear Daily, 1-4.

Moerkerke, T. (2001, 21 februari). Saint in modeland. Weekend Knack, 34-36.

Modestylist in België. (1986, 1 maart). De Morgen, 4-5.

Murk, N. (1999, 10 maart). Modedames. Weekend Knack, 42-48.

Murphy, R. (2003, 9 oktober). Is Belgian avant-garde out of fashion? Women’s Wear Daily. 1 & 10.  

Murphy, R. (2007, lente). Dries in bloom. Women’s Wear Daily, 90-91.

Murphy, R. (2007, 23 januari). Van Noten goes own his way in Paris. Women’s Wear Daily, 8.

Murphy, R. (2007b, 4 juli). The new garde. Women’s Wear Daily, 90-92.

Nystrom, P.H. (1928). Economics of fashion. New York: The Ronald Press Company.

O’Neill, A. (2007). London: After a fashion. Chicago: The University of Chicago Press.

Opening (n.d.). Geraadpleegd op 28 april 2008 op www.maisonmartinmargiela.com.

Panofsky, E. (1967). Architecture gothique et pensée scholastique. Vert.: P. Bourdieu. Paris: Editions de minuit.

Pels, D. (1989). Inleiding: Naar een reflexieve sociale wetenschap. In D. Pels (Ed.), Opstellen over smaak, habitus en het veldbegrip (7-22). Amsterdam: Van Gennep.

Petterson, R. (1994). Culture studies through the production perspective: Progress and Prospects. In D. Crane (Ed.), The sociology of culture: Emerging theoretical perspectives (163-190). Cambridge, MA: Blackwell.

Renson, I. (2002, 11 september). De debuterende zes. Weekend Knack, 32-43.  

Renson, I. (2003, 10 september). Terugkijken op 20 jaar. Weekend Knack, 88-96. 

Revenge of the Antwerp Six. (1987, december). DNR The Magazine, 24-29.

Robbins, D. (2000). Courrѐges, the fashion system and anti-semiology. In D. Robbins, Bourdieu and culture (80-92). Londen: Sage Publications.

Rocamora, A. (2002). Fields of fashion: Critical insights into Bourdieu’s sociology of culture. Journal of Consumer Culture, 2(3), 341-362.

Rocamora, A. (2002b). Le Monde’s discours de mode: Creating the créateurs. French Cultural Studies, 13(37), 83-98.

Rocamora, A. (2006). Paris, Capital de la mode: Representing the fashion city in the media. In C. Breward & D. Gilbert (Eds.), Fashion’s World Cities (43-54). New York, Oxford: Berg.

Rosas/Anne Teresa De Keersmaeker (2002). Doornik: La Renaissance du Livre.

Rose, T. (1993). Frocks on the block. Fashion Weekly, July 29: 8.

Rossaert, I. (1999, 23 augustus). “Mode is een roeping”: Antwerpse school is absolute wereldtop. De Standaard, 15.

Sepulchre, C. (1992, 1 september). Le filon vert pourrait deboucher sur une impasse. Journal du Textile, 1298, 60-64.

Simmel, G. (1957[1904]). Fashion. The American Journal of Sociology, LXII, 6, mei, 541-558.

Spencer, H. (1966[1896]). The principles of sociology, Volume II. New York: D. Aooleton and Co.

Spindler, A.M. (1993, 25 juli). Coming apart. The New York Times, 1-9.

Steele, V. (1985). Fashion and eroticism. Oxford: Oxford University Press.

Steele, V, (1988). Paris fashion: A cultural history. Oxford: Oxford University Press.

Steele, V. (1991). Women of fashion: Twentieth-century designers. New York: Rizzoli International Publications.

Steele, V. (1999). Paris fashion: A cultural history. New York, Oxford: Berg.

Sumner, W.G. (1940[1906]). Folkways: A study of the sociological importance of usages, manners, customs, mores and morals. Boston: Ginn and Company.

Tarde, G. (1903). The laws of imitation. New York: Henry Holt.

Teddern, S. (n.d.). Fashion’s fresh faces. Sphere, 42-45.

The jury (n.d.). Geraadpleegd op 25 april 2008 op www.antwerp-fashion.be/jury/index.asp.

The light of an old city shines on new ideas (2001, 12 augustus). The Washington Post, F4.

The new guard (2000, juli). Vogue USA, 131-151.

Toennies, F. (1963[1887]). Community and society. New York: Harper and Row.

Tout beau… tout Belge (1990-1991, december-januari). Jardin des Modes, 58-60.

Veblen, T. (1953). The theory of the leisure class: An economic study of institutions. New York: Modern Library.

Veillon, D. (1990). La mode sous l’Occupation. Paris: Editions Payot.

Verdès-Leroux, J. (1998). Le Savant et le politique: Essai sur le terrorisme de Pierre Bourdieu. Paris: Grasset.

Vinken, B. (2005). Fashion zeitgeist, trends and cycles in the fashion system. New York, Oxford: Berg.

Vinken, B. (2007). Amazing grace: Martin Margiela en de Antwerpse school. In 6+ Antwerpse mode in het Vlaams parlement (211-221). Gent: Ludion.

von Ihering, R. (1883). Der Zweck im Recht II. In W. Benjamin (1999). The Arcades Project, vol.1, Fashion. Cambridge: Belknap Press.

Vreeland, D. (1983). ‘Introduction’ to Yves Saint Laurent. New York: Clarkson N. Potter & The Metropolitan Museum of  Art.

Wacquant, L.D. (1989). Towards a reflexive sociology: A workshop with Pierre Bourdieu. Sociological Theory, 7 (1), 26-63.

Weisman, K. (1998, 14 oktober). Chambre’s new face. Women’s Wear Daily, 24.

White, H. & White, C. (1965). Canvases and careers: Institutional changes in the French painting world. New York: John Wiley.

White, H.C. (2002). Markets from networks: Socioeconomic models of production. Princeton: Princeton University Press.

Wilkes, C. (1990). Bourdieu’s class. In R. Harker, C. Mahar, C. Wilkes (Eds.), An introduction to the work of Pierre Bourdieu: The theory of practice (109-131). Basingstoke, Hampshire, Houndsmills, London: MacMillan.

Windels, V. (1993, 18 juni). Marthe Van Leemput neemt afscheid van de Antwerpse mode-akademie: De laatste pas. De Standaard Magazine, 24-25.

Windels, V. (1996). Fenêtre ouverte sur le monde: La section mode de l’Académie des Beaux-Arts dAnvers. Septentrion: Arts et culture de Flandre et des Pays-Bas, 25(1), 87-92.

Windels, V. (2001). Jonge Belgische mode. Gent: Ludion.

Windels, V. (2005, 5 maart). Off presentaties tijdens de Parijse modeweek: Geen hype, wel statements. De Standaard, Cultuur & Media, 34.

Windels, V. (2006, 5 juli). President Didier Grumbach gelooft in zijn modefederatie. De Standaard, C2 - C3.

Windels, V. (2007, 27 januari). Wars van alle trends. De Standaard, DSM 8 – 9.

Windels, V. (2007b, 19 april). Haute couture van de vlooienmarkt. De Standaard, C5.

Windels, V. (2008, mei). Bruno Pieters. Elle Nederland, 70-73.

Wolff, J. (1993). The social production of art. New York: New York University Press.

Ziegert, B. (1991). American clothing: Identity in mass culture, 1840-1990. Human Ecology Forum, 19 (Spring), 5-9, 31-32.

Zolberg, V. & Cherbo, J.M. (Eds.) (2000). Ousider art: Contesting boundaries in contemporary culture. Cambridge: Cambridge University Press.

6+ Antwerpse mode in het Vlaams parlement (2007). Gent: Ludion.

 

 

 

Bibliografie

Bibliografie

Accardo, A. (1997). Introduction à la sociologie critique. Bordeaux: Editions Le Mascaret.

Anderson, J. (2003, november). Walter Van Beirendonck. i-D Magazine, 106-115.

Anspach, K. (1967). The why of fashion. Ames, Iowa: Iowa State University Press.

Baelden, P. & Van Dyck, P. (2003, 22 januari). Rubens op spitzen. Weekend Knack, 16-23.

Baelden, P. (2004, 8 september). Wat is Belgische mode? Weekend Knack, 118-122.

Baelden, P. (2005, 20 april). De impact van de Zes wordt nog onderschat. Weekend Knack, 16-22.

Baudoux-Gérard, F. (1984). Mary Prijot: Elle a fait s’épanouir en Belgique la creation de mode. Bron onbekend, B66-B70.

Baudot, F. (1999). Fashion: The twentieth century. New York: Universe.

Belgische ontwerpers in het buitenland (2003, 10 september). Weekend Knack, 301-306.

Bell, Q. (1976[1947]). On human finery. Londen: Hogarth Press.

Blumer, H. (1969). Fashion: From class differentiation to collective selection. The Sociological Quarterly, 10(3), 275-291.

Bogart, A. (1988, 3 mei). The Antwerp Six. Elle USA, 288-290.

Bonnewitz, P. (1997). Premières leçons sur la sociologie de Bourdieu. Paris: Presses Universitaires de France.

Bourdieu, P. (1958). Sociologie de l’Algérie. Paris: Presses Universitaires de France.

Bourdieu, P. (1972). Esquisse d’une théorie de la pratique: Précédé de trois études d’ethnologie kabyle. Genève, Paris: Librairie Droz.

Bourdieu, P. (1975). Méthode scientifique et hiérarchie sociale des objets. Actes de la recherche en sciences sociales. 1, 4-6.

Bourdieu, P. & Delsaut, Y. (1975). Le couturier et sa griffe: Contribution à une théorie de la magie.  Actes de la recherche en sciences sociales, 1(1), 7-36.

Bourdieu, P. (1979). La distinction: Critique sociale du judgement. Paris: Les Editions de Minuit.

Bourdieu, P. (1980). Le sens pratique. Paris: Les Editions de Minuit.

Bourdieu, P. (1981). Questions de sociologie. Paris: Les Editions de Minuit.

Bourdieu, P. (1981b). Haute Culture et haute couture. In P. Bourdieu, Questions de sociologie (196-206). Paris: Les Editions de Minuit.

Bourdieu, P. (1985). The social space and the genesis of groups. Social Science Information, 24 (2), 195-220.   

Bourdieu P. (1989a). De sociologie als stoorzender: Een gesprek met Pierre Thuillier. In D. Pels (Ed.), Opstellen over smaak, habitus en het veldbegrip (33-50). Amsterdam: Van Gennep.

Bourdieu, P. (1989b). Vive la crise! Een pleidooi voor heterodoxie in de sociale wetenschappen. In D. Pels (Ed.), Opstellen over smaak, habitus en het veldbegrip (51-66). Amsterdam: Van Gennep.

Bourdieu, P. (1989c). Economisch kapitaal, cultureel kapitaal, sociaal kapitaal. In D. Pels (Ed.), Opstellen over smaak, habitus en het veldbegrip (120-141). Amsterdam: Van Gennep.

Bourdieu, P. (1989d). De sociale ruimte en de genese van ‘klassen’. In D. Pels (Ed.), Opstellen over smaak, habitus en het veldbegrip (142-170). Amsterdam: Van Gennep.

Bourdieu, P. (1990). The Logic of practice. Cambridge: Polity Press.

Bourdieu, P. (1991). Language & symbolic power. Cambridge: Polity Press.

Bourdieu, P. (1992). Les règles de l’art: Genèse et structure du champ littéraire. Paris: Seuil.

Bourdieu, P. & Wacquant, L. J. D. (1992). An invitation to reflexive sociology. Cambridge: Polity Press.

Bourdieu, P. & Wacquant, L. J. D. (1992b). Argumenten: Voor een reflexieve maatschappij wetenschap. Amsterdam: Sua.

Bourdieu, P. (1993). La Misère du Monde. Paris: Editions de Seuil.

Bourdieu, P. (1993b). The field of cultural production, or: The economic world reversed. In R. Johnson (Ed.), The field of cultural production: Essays on Art and Literature (29-73). Cambridge: Polity Press.

Bourdieu, P (1993c). The production of belief: Contribution to an economy of symbolic goods. In R. Johnson (Ed.), The field of cultural production: Essays on Art and Literature (74-111). Cambridge: Polity Press.

Bourdieu, P. (1993d). The market of symbolic goods. In R. Johnson (Ed.), The field of cultural production: Essays on Art and Literature (112-141). Cambridge: Polity Press.

Bourdieu, P. (1998). Contre-feux: Propos pour server à la résistance contre l’invasion néo-libérale. Paris: Raisons d’agir - Liber éditions.

Breward, C., Ehrman, E. & Evans, C. (2004). The London look: Fashion from street to catwalk. London: Yale University Press.

Breward, C. & Gilbert, D. (Eds.) (2006). Fashion’s World Cities. New York, Oxford: Berg.

Brouns, J. (2003, 30 augustus). Interview met Marina Yee. De Standaard Magazine, 20-24.

Brouns, J. (2007, 11 juli). De rainbowwarrior. Weekend Knack, 18-19.

Buyck, L. (1983, 2 maart). Mode is geen kunst: Margiela en de twijfel van de jonge ontwerper. Knack, 125-126.

Chapsal, M. (1989). La chair de la robe. Paris: Fayard.

Codd, J. (1990). Making distinctions: The eye of the beholder. In R. Harker, C. Mahar, C. Wilkes (Eds.), An introduction to the work of Pierre Bourdieu: The theory of practice (132-159). Basingstoke, Hampshire, Houndsmills, London: MacMillan.

Collections (n.d.). Geraadpleegd op 12 april 2008 op www.waltervanbeirendonck.com/HTML/COLLECTIONS/collections.html.

Conseils et Analyses Stratégiques (1990). La haute couture et la prêt-à-porter de luxe. Paris: Precepta.

Cook, R (2000). The mediated manufacture of an ‘avant-garde’: A Bourdieusian analysis of the field of contemporary art in London, 1997-9. In B. Fowler (Ed.), Reading Bourdieu on society and culture (164-186). Oxford: Blackwell Publishers.

Couturiers and fashion designers (n.d.). Geraadpleegd op 2 april 2008 op http://www.modeaparis.com/va/couturiers/index.html.

Crane, D. (1987). The transformation of the avant-garde: The New York art world 1940-1985. Chicago: University of Chicago Press.

Crane, D, (1993). Fashion design as an occupation. Current Research on Occupations and Professions, 8, 55-73.

Crane, D. (1997). Globalization, organizational size, and innovation in the French luxury fashion industry: Production of culture theory revisited. Poetics, 24: 393-414.

Crane, D. (2000). Fashion and its social agendas: Class, gender and identity in clothing. Chicago, London: The University of Chicago Press.

Davis, F. (1992). Fashion, culture and identity. Chicago: University of Chicago Press.

Debo, K. & Loppa, L. (2005). Belgian fashion. In V. Steele (Ed.), Encyclopedia of clothing and fashion: Volume I (142-146). New York: Thomson Gate.

Debo, K. (2007). De Antwerpse modeacademie: Van lokale opleiding mode- en toneelkostuumontwerp tot internationaal gerenommeerde modeschool. In 6+ Antwerpse mode in het Vlaams parlement (35-42). Gent, Ludion.

Deeny, G. (1995, 19 mei). Nurturing the next wave. Women’s Wear Daily, 1.  

de Marly, D. (1980). The history of haute couture, 1850-1950. New York: Holmes & Meier.

De Marly, D. (1990). Christian Dior. London: B.T. Batsford.

De modemakers van morgen. (1995, 22 februari). De Morgen, 8.

Denolf, W. (2006, 30 augustus). Het evenwicht van Raf Simons. Weekend Knack, 50-58.

De Potter, P. (1999, 5 mei). Dirk Van Saene: Tijd voor wat anarchie. Weekend Knack, 34-38.

du Roselle, B. (1980). La Mode. Paris: Imprimerie Nationale.

Elster, J. (1983). Sour grapes: Studies in the subversion of rationality. Cambridge: Cambridge University Press.

Entwistle, J. (2002). The aesthetic economy: The production of value in the field of fashion modelling. Journal of Consumer Culture, 2(3), 317-339.

Entwistle, J. & Rocamora, A. (2006). The field of fashion materialized: A study of London fashion week. Sociology, 40(4), 735-751.

Fashion department, Royal Academy of Fine Arts, Hogeschool Antwerpen (n.d.). The Antwerp fashion department: Philosophy. Op 28 april 2008 van http://www.antwerp-fashion.be/about/index.asp.

Flügel, J.C. (1930). The psychology of clothes. Londen: Hogarth Press.

Fortassier, R. (1988). Les écrivains français et la mode: De Balzac à nos jours. Paris: Presses Universitaires de France.

Fowler, B. (1997). Pierre Bourdieu and cultural theory: Critical investigations. London, Thousand Oaks, New Delhi: Sage.

Fresh force – fresher fashion from the Academy of Antwerp (1988, oktober). i-D Magazine, 63, 53-63.

Giroux, H. (1983). Power and resistance in the new sociology of education: Beyond theories of social and cultural reproduction. Curriculum Perspectives, 2, 1-13.

Govaerts, A. (1987, 1 oktober). De wereld ontdekt ‘Antwerpse Zes’. De Morgen, 25.

Govaerts, A. (2003, september). Hoe Belgisch is 20 Jaar Mode dit is Belgisch? De Morgen Magazine, DMM 28-36.

Gross, M. (1986, 25 maart). Notes on fashion. The New York Times, C14.

Grumbach, D. (1993). Histoires de la mode. Paris: Editions de Seuil.

Grumbach, D., Parmal, A.P., Ward, S. & Whitley, L. (2006). Fashion Show: Paris Style. Boston: MFA Publications.

Hamou, N. (1998, 16 januari). Paris mise sur les jeunes talents pour demeurer la capital de la mode. La Tribune, 9.

Harker, R., Mahar, C. & Wilkes, C. (Eds.) (1990). An introduction to the work of Pierre Bourdieu: The practice of theory. Basingstoke, Hampshire, Houndmills, London: MacMillan.

Hénin, J. (1990). Paris Haute Couture. Paris: Editions Philippe Olivier.

Herten, L. (1988, 2 april). Een Limburger maakt mode in Parijs. De Standaard, 10.

Hollander, A. (1993). Seeing through clothes. Berkeley: University of California Press.

Hollander, A. (1994). Sex and suits. New York: Alfred A. Kopf.

Honneth, A., Kocyba, A. & Schwibs, B. (1986). The struggle for symbolic order: An interview with Pierre Bourdieu. Theory, Culture and Society, 3 (3), 35-51.

Horn, M.J. & Gurel, L. (1975). The second skin. Boston: Houghton-Mifflin.

Horyn, C. (2006, 27 augustus). Ann of Antwerp. The New York Times, 242-245.

Horyn, C. (2007). Antwerpse mode en identiteit: This is how it really is. In 6+ Antwerpse mode in het Vlaams parlement (113-121). Gent: Ludion.

Jenkins, R. (1982). Pierre Bourdieu and the reproduction of determinism. Sociology, 16 (2), 270-281.

Jenkins, R. (1992). Pierre Bourdieu. London, New York: Routledge.

Jones, K. (1989). Martin Margiela. i-D Magazine, The High Spirits issue, 59.

Kawamura, Y. (2004). The Japanese revolution in Paris fashion. Oxford: Berg.

Kawamura, Y. (2005). Fashion-ology: An introduction to fashion studies. Oxford: Berg.

Kawamura, Y. (2005b). Sociological discourse and empirical studies of fashion. In Y. Kawamura, Fashion-ology: An introduction to fashion studies (19-37). Oxford: Berg.

Kemps, L. (1998, 4 maart). Veronique Branquinho. Weekend Knack, 42-46.

Kleren hoeven niet serieus te zijn: Het debuut van Dries Van Noten. (1982, 20 januari). Knack, 131-133.

Koenig, R. (1973). The restless image: A sociology of fashion. Londen: George Allen & Unwin, Ltd.

La cote des acheteurs profesionnels: Les masters de mars 2008 (2008, 26 februari). Journal du Textile, n. 1948, 41.

La cote des créateurs: L’évolution durant les 5 derniѐres années (2005, 21 februari). Journal du Textile, n. 1821, 52.

La cote des créateurs: L’évolution durant les 5 derniѐres années (2008, 26 februari), Journal du Textile, n. 1948, 42.

Lahire, B. (Ed.) (1999). Le travail sociologique de Pierre Bourdieu: Dettes et critiques. Paris: La Découverte & Syros.

Lane, J.F. (2000). Pierre Bourdie: A critical introduction. London, Sterling Virginia: Pluto Press.

Le vent du Nord soufflé sur la mode. (1998, 7 september). Elle, 161-164.

Lipovetsky, G. (1994). The empire of fashion. Princeton, NJ: Princeton University Press.

Lobenthal, J. (1990). Radical rags: Fashions of the sixties. New York: Abbeville Press.

Lobrano, A. (1992. 21-22 mei). Belgium: How the ugly duckling grew up. International Herald Tribune, 17.

Lopes, P.D. (1992). Innovation and diversity in the popular music industry, 1969-1990. American Sociological Review, 57, 561-571.

Lynam, R. (Ed.) (1972). Couture: An illustrated history of the great Paris designers. New York: Doubleday & Co.

Lyotard, J.F. (1992). The postmodern explained to children: Correspondence 1982-1985. Sydney: Power Publications.

Maison Martin Margiela signs a partnership agreement with l’Oréal (2008, 17 maart). Geraadpleegd op 28 april 2008 op www.maisonmartinmargiela.com.

Manzoni, I. (2007, 30 januari). Dries Van Noten aborde Paris par la rive gauche. Journal du Textile, n. 1902, 6.

McRobbie, A. (1998). British fashion design: Rag trade or image industry? London: Routledge.

Menkes, S. (1989, 17 januari). Creating another new look for Dior. International Herald Tribune, 7.

Menkes, S. (1996, 20-21 januari). High stakes for Galliano – and couture. International Herald Tribune, 8.

Menkes, S. (1998, 23 juni). Structuring creativity: Antwerp’s cradle of design. International Herald Tribune, 15.

Menkes, S. (2004, 7 oktober). The collections / Paris: Fash flash. International Herald Tribune, 10.

Miles, S. (2006, 3 april). Seizing the moment: Belgian designers chart growth plans. Women’s Wear Daily, 1-4.

Moerkerke, T. (2001, 21 februari). Saint in modeland. Weekend Knack, 34-36.

Modestylist in België. (1986, 1 maart). De Morgen, 4-5.

Murk, N. (1999, 10 maart). Modedames. Weekend Knack, 42-48.

Murphy, R. (2003, 9 oktober). Is Belgian avant-garde out of fashion? Women’s Wear Daily. 1 & 10.  

Murphy, R. (2007, lente). Dries in bloom. Women’s Wear Daily, 90-91.

Murphy, R. (2007, 23 januari). Van Noten goes own his way in Paris. Women’s Wear Daily, 8.

Murphy, R. (2007b, 4 juli). The new garde. Women’s Wear Daily, 90-92.

Nystrom, P.H. (1928). Economics of fashion. New York: The Ronald Press Company.

O’Neill, A. (2007). London: After a fashion. Chicago: The University of Chicago Press.

Opening (n.d.). Geraadpleegd op 28 april 2008 op www.maisonmartinmargiela.com.

Panofsky, E. (1967). Architecture gothique et pensée scholastique. Vert.: P. Bourdieu. Paris: Editions de minuit.

Pels, D. (1989). Inleiding: Naar een reflexieve sociale wetenschap. In D. Pels (Ed.), Opstellen over smaak, habitus en het veldbegrip (7-22). Amsterdam: Van Gennep.

Petterson, R. (1994). Culture studies through the production perspective: Progress and Prospects. In D. Crane (Ed.), The sociology of culture: Emerging theoretical perspectives (163-190). Cambridge, MA: Blackwell.

Renson, I. (2002, 11 september). De debuterende zes. Weekend Knack, 32-43.  

Renson, I. (2003, 10 september). Terugkijken op 20 jaar. Weekend Knack, 88-96.  

Revenge of the Antwerp Six. (1987, december). DNR The Magazine, 24-29.

Robbins, D. (2000). Courrѐges, the fashion system and anti-semiology. In D. Robbins, Bourdieu and culture (80-92). Londen: Sage Publications.

Rocamora, A. (2002). Fields of fashion: Critical insights into Bourdieu’s sociology of culture. Journal of Consumer Culture, 2(3), 341-362.

Rocamora, A. (2002b). Le Monde’s discours de mode: Creating the créateurs. French Cultural Studies, 13(37), 83-98.

Rocamora, A. (2006). Paris, Capital de la mode: Representing the fashion city in the media. In C. Breward & D. Gilbert (Eds.), Fashion’s World Cities (43-54). New York, Oxford: Berg.

Rosas/Anne Teresa De Keersmaeker (2002). Doornik: La Renaissance du Livre.

Rose, T. (1993). Frocks on the block. Fashion Weekly, July 29: 8.

Rossaert, I. (1999, 23 augustus). “Mode is een roeping”: Antwerpse school is absolute wereldtop. De Standaard, 15.

Sepulchre, C. (1992, 1 september). Le filon vert pourrait deboucher sur une impasse. Journal du Textile, 1298, 60-64.

Simmel, G. (1957[1904]). Fashion. The American Journal of Sociology, LXII, 6, mei, 541-558.

Spencer, H. (1966[1896]). The principles of sociology, Volume II. New York: D. Aooleton and Co.

Spindler, A.M. (1993, 25 juli). Coming apart. The New York Times, 1-9.

Steele, V. (1985). Fashion and eroticism. Oxford: Oxford University Press.

Steele, V, (1988). Paris fashion: A cultural history. Oxford: Oxford University Press.

Steele, V. (1991). Women of fashion: Twentieth-century designers. New York: Rizzoli International Publications.

Steele, V. (1999). Paris fashion: A cultural history. New York, Oxford: Berg.

Sumner, W.G. (1940[1906]). Folkways: A study of the sociological importance of usages, manners, customs, mores and morals. Boston: Ginn and Company.

Tarde, G. (1903). The laws of imitation. New York: Henry Holt.

Teddern, S. (n.d.). Fashion’s fresh faces. Sphere, 42-45.

The jury (n.d.). Geraadpleegd op 25 april 2008 op www.antwerp-fashion.be/jury/index.asp.

The light of an old city shines on new ideas (2001, 12 augustus). The Washington Post, F4.

The new guard (2000, juli). Vogue USA, 131-151.

Toennies, F. (1963[1887]). Community and society. New York: Harper and Row.

Tout beau… tout Belge (1990-1991, december-januari). Jardin des Modes, 58-60.

Veblen, T. (1953). The theory of the leisure class: An economic study of institutions. New York: Modern Library.

Veillon, D. (1990). La mode sous l’Occupation. Paris: Editions Payot.

Verdès-Leroux, J. (1998). Le Savant et le politique: Essai sur le terrorisme de Pierre Bourdieu. Paris: Grasset.

Vinken, B. (2005). Fashion zeitgeist, trends and cycles in the fashion system. New York, Oxford: Berg.

Vinken, B. (2007). Amazing grace: Martin Margiela en de Antwerpse school. In 6+ Antwerpse mode in het Vlaams parlement (211-221). Gent: Ludion.

von Ihering, R. (1883). Der Zweck im Recht II. In W. Benjamin (1999). The Arcades Project, vol.1, Fashion. Cambridge: Belknap Press.

Vreeland, D. (1983). ‘Introduction’ to Yves Saint Laurent. New York: Clarkson N. Potter & The Metropolitan Museum of  Art.

Wacquant, L.D. (1989). Towards a reflexive sociology: A workshop with Pierre Bourdieu. Sociological Theory, 7 (1), 26-63.

Weisman, K. (1998, 14 oktober). Chambre’s new face. Women’s Wear Daily, 24.

White, H. & White, C. (1965). Canvases and careers: Institutional changes in the French painting world. New York: John Wiley.

White, H.C. (2002). Markets from networks: Socioeconomic models of production. Princeton: Princeton University Press.

Wilkes, C. (1990). Bourdieu’s class. In R. Harker, C. Mahar, C. Wilkes (Eds.), An introduction to the work of Pierre Bourdieu: The theory of practice (109-131). Basingstoke, Hampshire, Houndsmills, London: MacMillan.

Windels, V. (1993, 18 juni). Marthe Van Leemput neemt afscheid van de Antwerpse mode-akademie: De laatste pas. De Standaard Magazine, 24-25.

Windels, V. (1996). Fenêtre ouverte sur le monde: La section mode de l’Académie des Beaux-Arts dAnvers. Septentrion: Arts et culture de Flandre et des Pays-Bas, 25(1), 87-92.

Windels, V. (2001). Jonge Belgische mode. Gent: Ludion.

Windels, V. (2005, 5 maart). Off presentaties tijdens de Parijse modeweek: Geen hype, wel statements. De Standaard, Cultuur & Media, 34.

Windels, V. (2006, 5 juli). President Didier Grumbach gelooft in zijn modefederatie. De Standaard, C2 - C3.

Windels, V. (2007, 27 januari). Wars van alle trends. De Standaard, DSM 8 – 9.

Windels, V. (2007b, 19 april). Haute couture van de vlooienmarkt. De Standaard, C5.

Windels, V. (2008, mei). Bruno Pieters. Elle Nederland, 70-73.

Wolff, J. (1993). The social production of art. New York: New York University Press.

Ziegert, B. (1991). American clothing: Identity in mass culture, 1840-1990. Human Ecology Forum, 19 (Spring), 5-9, 31-32.

Zolberg, V. & Cherbo, J.M. (Eds.) (2000). Ousider art: Contesting boundaries in contemporary culture. Cambridge: Cambridge University Press.

6+ Antwerpse mode in het Vlaams parlement (2007). Gent: Ludion.

 

 

 

Universiteit of Hogeschool
Moraalwetenschappen
Publicatiejaar
2008
Share this on: