Menopauze: niet louter ellende,...

Karoline Rassschaert
Menopauze: niet louter ellende,...
De menopauze is de tijd in het leven van elke vrouw wanneer de menstruatie definitief stopt. Tijdens de menopauze zal het vrouwelijk lichaam geleidelijk minder hormonen produceren. Dit gebeurt meestal tussen de vijfenveertig en vijfenvijftig jaar.
Een vrouw zal haar menopauze bereikt hebben wanner ze gedurende twaalf maanden geen menstruatie meer heeft gehad.
 
Door de veranderingen in hormoonconcentraties is het mogelijk dat de vrouw klachten ondervind. De ernst en de duur van deze klachten is afhankelijk van vrouw tot vrouw.

Menopauze: niet louter ellende,...

Menopauze: niet louter ellende,...

De menopauze is de tijd in het leven van elke vrouw wanneer de menstruatie definitief stopt. Tijdens de menopauze zal het vrouwelijk lichaam geleidelijk minder hormonen produceren. Dit gebeurt meestal tussen de vijfenveertig en vijfenvijftig jaar.

Een vrouw zal haar menopauze bereikt hebben wanner ze gedurende twaalf maanden geen menstruatie meer heeft gehad.

 

Door de veranderingen in hormoonconcentraties is het mogelijk dat de vrouw klachten ondervind. De ernst en de duur van deze klachten is afhankelijk van vrouw tot vrouw. Verder spelen ook het tijdstip waarop men in menopauze is gegaan en de manier waarop een belangrijke rol in het voorkomen van symptomen. Zo zal een vrouw met een premature menopauze, voor de leeftijd van 37 jaar, te kampen hebben met meer en hevigere klachten.

 

Om het geheel van veranderingen en klachten te begrijpen, moet men over een voldoende kennis hebben van de fysiologie van het vrouwelijk voortplantingsstelsel en de hormonen. Men merkt op dat tijdens de menopauze de vrouwelijke hormonen oestron en oestradiol sterk afnemen en dat de concentratie FSH en LH toeneemt, dit als gevolg van het wegvallen van  de ovariële productie van oestrogenen.

De mannelijke hormonen, testosteron, androstendion en DHEAS, zullen ook in hoeveelheid afnemen. Dit zal echter later gebeuren omdat de androgeen productie in de ovaria nog een tijd blijft voortduren.

 

De veranderingen die optreden zijn vaak het onmiddellijk gevolg van een daling in de hormoonspiegels. De belangrijkste klachten die vrouwen ondervinden zijn:

-         verandering in de menstruele cyclus

-         warmteopwellingen in het aangezicht, de nek en de borst

-         nachtelijk zweten

-         vaginale veranderingen

Verder zullen er nog klachten optreden die niet rechtstreeks het gevolg zijn van veranderingen in de hormoonspiegels, maar meer het gevolg zijn van het ouder worden. Vele vrouwen schrijven deze klachten echter toe aan de menopauze.

 

Zoals algemeen bekend is osteoporose één van de belangrijkste lange termijn gevolgen van het wegvallen van de oestrogeenproductie. Men kan hier preventief te werk gaan door middel van een gezonde levensstijl en voldoende beweging. Men kan in geval van een tekort aan calcium voedingssupplementen aanraden.

 

Men kan voor de behandeling van  menopausale klachten een opdeling maken in twee groepen. Aan de ene kant heeft men de vrouwen die ervoor kiezen om hun menopauze op een natuurlijke wijze te lijf te gaan. Men heeft binnen deze groep verschillede mogelijkheden zoals kruiden, lichaamsbeweging, voedingssupplementen, mind en body therapie,…

De andere groep van vrouwen zal ervoor kiezen hun menopauze op een meer medische manier te benaderen. Ze kiezen voor een hormoonvervangende therapie. Deze bestaat erin de hormonen die het lichaam niet of onvoldoende produceert aan te vullen.

Men merk dat deze laatste groep de laatste jaren aan het krimpen is. Dit als gevolg van  de publicaties van verschillende studies die hormoontherapie afraden als gevolg van de negatieve effecten die deze met zich mee kan brengen.

Men kan echter stellen dat zowel de natuurlijke als de medische behandeling van menopauze hun voor- en nadelen hebben.

 

De vraag of de menopauze een vloek of een zege is, kent eigenlijk geen absoluut antwoord. Veel hangt af van de ingesteldheid van de vrouw en het verloop van de menopauze op zich. Verder speelt de voorbereiding op de menopauze een belangrijke rol. Zo blijkt dat vrouwen die zich goed hebben voorbereid op de menopauze meer open staan voor de veranderingen en minder hinder ondervinden van de klachten die zich voordoen. Dit omdat ze weten wat hun te wachten staat.

 

We hebben als vroedvrouw eigenlijk maar een  beperkte rol in het hele menopausale gebeuren. We kunnen wel een belangrijke rol spelen in de voorbereiding van vrouwen die naar de menopauze toe gaan. Hier kunnen we het voorbeeld van Nederland volgen en een extra opleiding voorzien tot menopauze deskundige. Zodat vrouwen met hun problemen en vragen niet altijd naar de gynaecoloog moeten maar ook bij de vroedvrouw terecht kunnen.

Uit onderzoek blijkt immers dat maar weinig vrouwen hun menopauze durven te bespreken met hun arts.

 

Als de huidige trend zich blijft verder zetten, zullen meer en meer vrouwen 1/3 van hun leven in menopauze doorbrengen en blootgesteld worden aan de gevolgen van de menopauze.

De menopauze is een keerpunt in het leven van de vrouw. Het leggen  van een goede fundering onder de gezondheid van de tweede levenshelft, het zorgen voor zichzelf en de zoektocht naar een goed evenwicht behoren tot de uitdagingen van de menopauze.

Bibliografie

 

Referenties

 

ACOG (2003) Midlife transitions: a guide to approaching menopause. Geraadpleegd op 11 januari 2008, http://www.medem.com/medlb/article_detaillb.cfm

 

Akkuzu,G. Eroğlu, K. (2005). The effect of education and counselling services on compliance to therapy of women taking hormone therapy for the first time. Menopause, 12 (6) p. 763-773.

 

Armitage, M., Nooney, J., Evans, S.(2003). Recent concerns surrounding HRT. Clinical Endocrinology, 59 p. 145-155.

 

Avis, N.E., Stellato, R., Crawford, S. et al. (2001). Is there a menopausal syndrome ? Menopausal status and symptoms across racial/ethnic groups. Social Science and Medicine, 52 p. 345-356.

 

Barentsen R. (2002), Geslachtshormonen van de vrouw, geraadpleegd op 10 november 2007, http://europe.obgyn.net. enjst. 5)

ewezen dat wat we eten en hoe we het bereiden een invloed kan hebben op onze gezondheid. an kn ika. alaisia

 

Bonnet, N., Gadois, C., McCoskey, E., et al. (2007). Protective effect of β-blockers in postmenopausal women : influence on fractures, bone density, micro and macroarchitecture. Bone, 40 p. 1209 – 1216.

 

Busch, H. Rosenhagen, S., Collins, A. et al.(2003). Menopausal transition and psychological development. The Journal of The Norht American Menopause Society, 10 (2) p. 179-187.

 

Cannata, M.L., Atteritano, M., Cancellieri, F. et al. (2007). Effects of the phytoestrogen genistein on hot flashes, endometrium, and vaginal epithelium in postmenopausal women : a 1-year randomized, double blind, placebo-controlled study. Menopause, 14 (4) p. 648-655.

 

Carroll, D.G. (2006). Nonhormonal Therapies for hot flashes in menopause. American Family Physician, 73 (3) p. 457- 463.

 

Carlson, K.J. (2004). The new Harvard guide to women’s health. Harvard, The Harvard University press.

 

Cheng, M.H., Lee, S.J., Wang, S.H. et al. (2007). Does menopausal transition affect the quality of life? A longitudinal study of middle-aged women in Kinmen. Menopause, 14 (5) p. 885-890.

 

Chung, D.J., Kim, H.Y., Park, K.H., et al. (2007). Black cohosh and St. John’s Wort (Gynoplus ®) for climacteric symptoms. Yonsei Medical Journal, 48 (2) p. 289 – 294.

 

Davis, S.R. (2003). Menopause: new therapies. MJA, 178 p. 634-637

 

Davis, S.R., Dennerstein, L. Heiman, J.R. et al. (2005). The role of testosterone therapy in postmenopausal women: position statement of The North American Menopause Society. The Journal of the North American Menopause Society, 12(5) p. 497-511.

 

Davis,S.R., Dintale,I., Rivera-Woll,L., et al. (2005). Postmenopausal hormone therapy : from monkey glands to transdermal patches. Journal of Endocrinology, 185 p. 207-222.

 

Davison, S., Davis, S.R. ( 2003). Hormone replacement therapy: current controversies. Clinical Endocrinology, 58 p. 249-261.

 

De Baene, L.(2004). Position statement van de international menopausal society en de Britische Menopause Society op de WHI en MWS study. Geraadpleegd op 13 oktober 2007, http://www.vvog.be/menopauze.htm.

 

De Groote,G., Mariën, R. (2006). Laboratoriumgids 2006. Brussel, Curé.

 

De Jong,F.H., Van der Wal, R.(2003). Inhibine, een venster op de voortplanting. Geraadpleegd op 10 november 2007, http://www.nvml.nl/html/archief.asp?ID=50.

 

Demeulemeester, L.(2007). UZ Brussel: laboratoriumgids. Geraadpleegd op 29 december 2007, http://www.azvub.be/dept/ALG/LABOGIDS/lgindex.htm.

 

De Vos, C. (2004). De nieuwe menopauze. Antwerpen, The house of Books.

 

Devroey, P. Geenen, M. (2004). Buik op kinderslot. Leuven, Van Halewijck.

 Buik op kinderslot. en Groot woordenboek der nederlandse .be/menopauze.

Duffy, C., Perez,K., Partridge,A., (2007). Implications of phytoestrogen intake for breast cancer. A cancer Journal for Clinicians, 57 p. 260-277.

 

Dull, P. (2006). Hormone replacement therapy. Clinincs in Office Practice, 33 (4) p. 953-963.

 

Ekström, H. (2005). Trends in middle-aged women’s reports of symptoms, use of hormone therapy and attitudes towards it. Maturitas, 52 p. 154-164.

 

FDA.(2005). Menopause and Hormones. Geraadpleegd op 18 augustus 2007, http://www.fda.gov/womens/menopause/mht-fs.html.

 

Eustache, I. (2007). Menopauze: tibolon, een aparte aanpak. Geraadpleegd op 22 december 2007,http://www.egezondheid.be/nl/tijdschrift_gezondheid/sante_gezondheid_vr….

 

Finkler, K.(2007). An application of the theory of life’s lesions to the study of the menopausal transition. The Journal of The North American Menopause Society, 14(4) p. 769-776.

 

Geerts, G., Heestermans, H. (2006). Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal. (20ste druk). Antwerpen – Utrecht, Van Dale Lexicografie.

 

Geller, S.E., Studee, L.(2005). Botanical and dietary supplements for menopausal symptoms: What works, what doesn’t?, Journals of Womens Health, 14(7) p. 634-649.

 

Geller,S.E., Studee,L. Chandra, G. (2005). Knowledge, attitudes and behaviors of healthcare providers for botanical and dietary supplement use for postmenopausal health. Menopause, 12 (1) p. 49-55.

 

Gezondheid NV, (2006), De menopauze, geraadpleegd op 20 mei 2007, www.gezondheid.be/menopauze.

 

Glenville, M. (2002). Een natuurlijk alternatief bij klachten in de menopauze. Weert, Van Buuren uitgeverij.

 

Gracia,C.R., Sammel, M.D., Freeman, E.W. et al. (2005). Defining Menopause status: creation of a new definition to identify changes of the menopausal transition. Menopause, 12 (2) p. 128-135.

 

Grisso,J.A., Freeman, E. Maurin,B. et al. (1999). Racial differences in menopause information and the experience of hot flashes. Journal of General Internal Medicine, 14 (2) p. 98-103.

Hall, L., Clark Callister, L., Berry, J.A., et al.(2007). Meanings of menopause: cultural influences on perception and management of menopause. Journal of holistic Nursing, 25 (2) p. 106 – 118.

 

Jinping, X. Bartoces, M. Neale, A.V. et al. (2005). Natural history of Menopause symptoms in primary care patients: a metronet study. Journal of American Board Family Practice, 18 p. 374-382.

 

Jochems, A.A.F., Joosten, F.W.M.G. (2003). Zakwoordenboek der geneeskunde. (27ste druk). Doetichem, Elsevier gezondheidszorg.

 

Kirchman, L.L. Geskens, G.G. De Groot, R.P. (2003). Anatomie en fysiologie van de mens. (15de druk). Maarssen, Elsevier gezondheidszorg.

 

Koert, W., De Groot,A.(2007). Metabolisme van testosteron, dihydrotestosteron, estron en estradiol. Geraadpleegd op 14 maart 2008, http://www.ergogenics.org/anabolenboek.html

 

Koninckx, P. (2003). Menopauze en hormonale substitutie. Geraadpleegd op 12 mei 2007, http://www.gynsurgery.org/cgi-bin/ols.topics.html.

 

Krishna, S.(2002). Attitudes towards menopause and hormone replacement therapie in different cultures. International congress series 1229 p. 207 – 214.

 

Kurzer, M.S.(2003). Phytoestrogen supplement use by women. American Society for Nutritional sciences. 133 p. 1983-1986.

 

Leunen, M. (2006).Gynaecologie [niet gepubliceerde cursus]. Jette, Erasmushogeschool campus Jette, Departement gezondheidszorg.

 

Lewin, K.J., Sinclair,H.K., Bond, C.M. (2002). Women’s knowledge of and attitudes towards hormone replacement therapy. Family Practice, 20(2) p. 112-119.

 

Lewis,C.E. (2000). Overview of women’s decision making regarding elective hysterectomy, oophorectomy, and hormone replacement therapy. Journal of Women’s Health and Gender-based Medicine. 9 (12) p. 5-14.

 

Li, C., Samsioe, G., Borgfeldt, C. et al. (2003). Menopause- related symptoms: What are the background factors? A prospective population-based cohort study of Swedish women (The Women’s Health in Lund Area Study). American Journal of Obstetrics and Gynaecology, 189 p. 1646-1653.

 

Lindh-Astrand, L., Brynhildsen, J., Hoffman, M., et al. (2007). Knowledge of reproductive physiologie and hormone therapy in 53-54 year old Swedish women: a population based study. Menopause, 14 (6) p. 1039 – 1046.

Lobo, A., Archer, D.F., Ettinger, B. et al.(2003). Role of progestogen in hormone therapy for postmenopausal women: position statement of The North American Menopause Society.The Journal of The North American Menopausal Society, 10 (2) p. 113-132.

 

Loprinzi, C.L., Stearns, V., Barton, D. (2005). Centrally active nonhormonal hot flash therapies.The American Journal of Medicine, 118 (12B) p. 1185-1235.

 

Low Dog, T. (2005). Menopause: a review of botanical dietary supplements.The American Journal of Medicine, 118 (12B) p. 985-1085.

 

Makhlouf Obermeyer, C., Reher, D., Saliba, M. (2007). Symptoms, menopause status, and country differences: a comparative analysis from DAMES. Menopause, 14 (4) p. 788-797.

 

McKee, J. Warber, S.L. (2005). Integrative therapies for menopause. Southern Medical Journal, 98 (3) p. 319- 325.

 

McMillan, T.L., Saralyn, M. (2004). Complementary and alternative medicine and physical activity for menopausal symptoms. Journal of the American medical women’s association, 59 p. 270-277.

 

Meire, M.(2001). Menopauze, het laatste taboe?. Groot-Bijgaarden, Globe.

ger, B. et al.(2003). Role of progestogen in hormone therapy for postmenopausal women: position sta

Melby, K.M., Lock, M., Kaufert, P. (2005). Culture and symptom reporting at menopause. Human Reproduction Update, 11(5), p. 495-512.

 

Moskowitz, D.(2006). A comprehensive review of the safety and efficacy of bioidentical hormones for the management of menopause and related health risks. Alternative medicine review, 11 (3) p. 208 – 223.

 

National istitute of healt-office of diatery supplements (2006) Questions and answers bout black cohosh and the symptoms of menopause. Geraadpleegd op 11 januari 2008, http://ods.od.nih.gov/factsheets/blackcohosh.asp

nd management of menopause. ze belangrijke periode in hun leven de baa

Neven, P.( 2004). Heden en toekomst van selectieve oestrogeen receptor modulatoren. Geraadpleegd op 8 december 2007.http://www.kuleuven.be/ vesaliusonline/ tekst%20neven. htm

 

Northrup, C. (2001), De overgang als bron van kracht. Bloemendaal, Altamira - Becht

 

NUFF, (2004), The Uterus. Geraadpleegd op 12 december 2007, http://nuff.org/health_theuterus.htm.

 

Panay,N., Rees, M. (2006). Alternatives to HRT for management of symptoms of the menopause. Royal College of Obstetricians and Gynaecologists. Geraadpleegd op 14 augustus 2007, http://www.rcog.org.uk/index.asp?PageID=1561.

 

Papaioannou, S., Cochrane, G.W., Purdie, D.W.(2003). Selective oestrogen receptor modulators: an update. Royal College of Obstetricians and Gynaecologists, 5 p. 200-203

 

Pines, A., Berry, E.M. (2007). Exercise in the menopause: an update. Climacteric, 10 (2) p. 42 – 46.

 

Pines, A., Sturdee, D.W., Birkhäuser, M.H. et al. (2007). IMS Update recomandations on postmenopausal hormone therapy. Climacteric, 10 p. 181-194.

 

Proesmans, W.(2004). Preventie tijdens de jeugd van osteoporosis op latere leeftijd. Geraadpleegd op 13 oktober 2007, http://www.vvog.be/osteoporose.htm.

 

Randolph,J.F., Sowers,M., Bondarenko, I.V. et al. (2004). Change in Estradiol and Follicle-stimulating hormone across the early menopausal transition: effects of ethnicity and age. The journal of Endocrinology and Metabolism, 89 (4) p. 1555-1561.

 

Randolph, J.F., Sowers, M., Gold, E.B. et al. (2003). Reproductive hormones in the early menopausal transition: relationship to ethnicity, body size and menopausal status.The journal of Endocrinology and metabolism, 88 (4) p. 1516-1522.

 

Richters, A. (2006). De menopauze als bio-cultureel en politiek proces: wensen en behoeften van migrantenvrouwen. Vlaams- Nederlands tijdschrift Cultuur, Migratie en Gezondheid, 3(2) p. 16- 32.

 

Rigby,A.J., Stafford, R.S. (2007). Women’s awareness and knowledge of hormone therapy post- Women’s Health Initiative. Menopause, 14 (5) p. 853-858.

 

Rotem, M., Kushnir, T., Levine, R. et al.(2005). A psycho-educational program for improving women’s attidudes and coping with Menopause symptoms. JOGNN, 34 p. 233-240.

 

Rymer, J., Morris, E.P.(2000). Menopausal symptoms. British Medical Journal, 321 p. 1516-1519.

 

Santoro, N. Brockwell, S. Johnston, J. et al. (2007). Helping midlife women predict the onset of het final menses: SWAN, the study of Women’s Health Across the Nation. Menopause, 14 (3) p. 415-424.

 

Smith, M. (2003). Vrouw in de menopauze. Tielt, Lannoo.

 

Struben, F. (2000). De overgangsjaren van de vrouw. België, Deltas.

 

Sturdee, D.W. (2004). The facts of hormone therapy for menopausal women. Verenigd koninkrijk, The Parthenon publishing group.

 

Sturdee, D.W.(2005). New developments in HRT: low-dose therapies. Royal College of Obstetricians and Gynaecologists, 7, p. 40-43

 

Sutter,E.,Verhoef,M.J., Bockmuehl, C. et al. (2007). Women’s approaches to evaluating complementary and alternative therapies for menopausal symptoms. Canadian Family Physician, 53 p. 84-90.

 

Thurston, R.C. (2007). SSRIs for menopausal hot flashes: a promise yet to be delivered. Menopause, 14 (5) p. 820 – 822.

 

Tournaye, H. (2007). Fertiliteit pathologie [niet gepubliceerde cursus]. Jette, Erasmushogeschool campus Jette, Departement gezondheidszorg.

 

VanCalster, J.(2003). Hormonale substitutietherapie: Europees wetenschappelijk advies. Geraadpleegd op 12 december 2007, http://www.afigp.fgov.be.

 

Vankrunkelsven, P. (2002). Hormonale substitutietherapie tijdens de menopauze: tijd voor een pauze. Geraadpleegd op 15 september 2007, http://vankrunkelsven.be/teksten/it0002.htm.

 

Vankrunkelsven, P.(2007). Hormoongebruik daalt bij vrouwen. Geraadpleegd op 11 januari 2008, http://www.vankrunkelsven.be/web/index

 

Van Solkema, B.G.H. (2001). Hormonale substitutie rond de menopauze. Pharma selecta, 13 (4) p. 18-24.

 

VanVlokhoven, P. (2004). Menopauze (Een scriptie in het kader van de accupunctuuropleiding van de NAAV, richting TCM).

 

Vermeulen, J. (2007). Fertiliteit methodiek [niet gepubliceerde cursus]. Jette, Erasmushogeschool campus Jette, Departement gezondheidszorg.

 

Vitiello, D., Naftoilin, F., Taylor, H.S. (2007). Menopause: developing a rational treatment plan. Gynecological Endocrinologie, 23 (12) p. 682 – 691.

 

Wang, R.Y.C., Ho, Y., Lee, S-L., (2001). Process for extracting estrogens from pregnant mare urine. Geraadpleegd op 25 december 2007, http://www.wipo.int/pctdb/en/wo.

 

Wendum, J. (2001), De menopauze, Antwerpen – Baarn, Hadewijck.

 

Wikipedia Foundation. Inc. (2007). Folliculogenesis. Geraadpleegd op 11 januari 2008, http://en.wikipedia.org/wiki/Folliculogenesis (2001), De menopauze, Antwerpen - Baarn,urope.obgyn.net.

 

 

Universiteit of Hogeschool
Bachelor Vroedkunde
Publicatiejaar
2008
Share this on: