Motivatie voor handhygiëne: een steekproef.

Eline De Vuyst
Persbericht

Motivatie voor handhygiëne: een steekproef.

MOTIVATIE VOOR HANDHYGIËNE: EEN STEEKPROEF

 

De Vuyst Eline

Verpleegkundige op de dienst geriatrie – ASZ-campus Geraardsbergen

Studente Kader- en Managementopleiding VBVK academiejaar 2004-2005

 

Samenvatting:

De kennis over handhygiëne bij de verpleegkundigen, de verzorgenden en de logistiek assistenten is klein.  Daarom wordt het minder toegepast dan nodig.

De directie stelt te weinig materiaal ter beschikking en niet telkens het juiste.  Men kan handhygiëne niet toepassen zoals de richtlijnen het voorschrijven.

De patiënten en de media lijken mondiger te zijn geworden, maar op gebied van handhygiëne komt dit niet voldoende tot uiting.  De media moet de bevolking inlichten over hoe gevaarlijk bacteriën wel zijn en hoe men de overdracht ervan eenvoudig kan bestrijden door handhygiëne toe te passen.

 

Inleiding:

Het is te weinig geweten hoe belangrijk handhygiëne is.  Dit kan men merken aan verschillende zaken zoals het niet verwijderen van juwelen en het polshorloge, de handen niet ontsmetten tussen de verzorging van 2 patiënten,…

Wat men ook niet weet is dat 1 patiënt die een infectie opdoet op de intensieve afdeling de overheid 50 000 euro kost.  En dat er jaarlijks meer dodelijke slachtoffers vallen door ziekenhuisinfecties dan in het verkeer.  Meer handhygiëne zou een enorme besparing betekenen in de gezondheidszorg.

Daarom leek het mij interessant om na te gaan waarom handhygiëne zo weinig wordt toegepast.

 

Methodologie:

Bij het onderzoek werden 2 vragenlijsten gebruikt.  Eén met betrekking tot het aanwezige materiaal op dienst en één met betrekking tot de motivatie van handhygiëne.

In het geval van handhygiëne kan motivatie door de volgende factoren worden beïnvloed:

plaats, kwaliteit en hoeveelheid van de spoelbakken, zeep, handdoeken en handontsmettingsmiddel;

vergeetachtigheid;

kennis over handhygiëne en over de producten die nodig zijn voor handhygiëne;

kennis over de wijze van overdracht van micro-organismen;

de totale bestaffing en de bedbezetting op de dienst;

de prioriteit van de zorg ten opzichte van handhygiëne;

de gewoonten en normen voor het dragen van juwelen;

de ervaring met huidirritatie en de uitdroging van de handen na handhygiëne.

 

De eerste vragenlijst heb ik samen met de hoofdverpleegkundige ingevuld.  Deze vragenlijst werd afgenomen op 8 verschillende diensten: spoedopname, materniteit, intensieve zorgen, geriatrie, sp-dienst (revalidatie), orthopedie, inwendige en chirurgie.

De tweede vragenlijst is ingevuld door 22 verpleegkundigen A1,

11 verpleegkundigen A2, 6 verzorgenden en 1 logistiek assistente.  Iedereen heeft deze afzonderlijk ingevuld zodanig dat er geen overleg mogelijk was.  Dit is belangrijk omdat deze vragenlijst een reeks kennisvragen bevat.  Per dienst werden er 5 personeelsleden bevraagd.

 

Resultaten:

De resultaten van de eerste vragenlijst zijn de volgende:

 

De mogelijkheid om de handen te ontsmetten is klein.  Er zijn gemiddeld 10 flacons handalcohol in gebruik per dienst.

Op de meeste diensten is er geen handalcohol aanwezig in de kamers.  Men zal de handen minder ontsmetten bij de verzorging van een patiënt.  Het is tijdrovend om telkens naar de gang te gaan om de handen te ontsmetten tijdens de verzorging van één patiënt.

 

 

Niet alle wasbakken worden optimaal gebruikt op de diensten omdat er niet overal zeep en handalcohol aanwezig is. 

 

Om te bewijzen dat er te weinig materiaal aanwezig is op de diensten om de handen te ontsmetten heb ik berekend hoe dikwijls de handen worden ontsmet per patiënt per ligdag.

 

Uit de resultaten van de grafiek kan men besluiten dat er te weinig handalcohol wordt gebruikt!  Op spoed wordt slechts bij 1 op de 10 patiënten handontsmetting gedaan en op intensieve, waar de meest kritische patiënten verblijven, worden de handen nog niet eens 2 keer per patiënt per verblijfsdag ontsmet!  Eén van de oorzaken hiervan kan zijn dat er te weinig flacons handalcohol aanwezig zijn op de diensten.

 

De resultaten van de tweede vragenlijst zijn de volgende:

 

Dit zijn de resultaten:

30% heeft minder dan 5/10, 42,5% heeft 5/10 en 27,5% heeft meer dan 5/10.

De kennis bij de medewerkers is erg laag.

Dit beseft niet iedereen.  Om dit te bewijzen heb ik gevraagd wat ze van hun eigen kennis vinden.

 

 

77,5 % vindt zijn eigen kennis goed.  Dat is vrij veel ten opzichte van 27,5 % die meer heeft dan 5/10.

 

De resultaten in verband met de motivatie zijn de volgende:

6 personen van de 40 bevraagde personen heeft last van uitdroging van de handen.  De oorzaak hiervan kan zijn dat men te weinig handcrème gebruikt.  Iedereen moet de handen minimum 2 keer per dag, op het werk, inwrijven met handcrème;

7 personen van de 40 bevraagde personen heeft last van huidirritatie.  Dit kan het gevolg zijn van het te weinig gebruiken van handcrème of een allergie op de producten;

11 personen vergeten aan handhygiëne te doen.  De oorzaak hiervan kan de lage kennis zijn;

5 personen dragen handschoenen en doen daarom weinig aan handhygiëne.  Handschoenen zijn geen alternatief voor handhygiëne.  Ook als men handschoenen draagt moet men de richtlijnen van handhygiëne blijven volgen;

1 persoon vindt handhygiëne tijdverlies.  De oorzaak hiervan kan zijn dat de kennis te laag is.  Er vallen veel slachtoffers ten gevolge van het niet naleven van de voorschriften;

8 personen vinden het te druk om aan handhygiëne te doen.  Het valt op dat meer dan de helft van de bevraagde personen van de spoedopname het te druk vinden.  Er is hier een taak weggelegd voor de hoofdverpleegkundige van de spoedopname en de directie om naar een oplossing te zoeken;

3 personen vinden handalcohol geen goed product en bij 1 persoon bevalt de zeep niet.  Men kan nagaan waarom deze niet bevalt.  De reden kan zijn dat de handen te weinig worden ingewreven met handcrème, allergische reacties,…;

3 personen vinden het materiaal, om de handen aan af te drogen niet het geschikte.  In het ziekenhuis gebruikt men een verdeler met stof op rol.  Dit is niet het juiste materiaal om aan handhygiëne te doen en het voelt ruw aan.  Er is hier een taak weggelegd voor de ziekenhuishygiëniste en de directie om nieuw en efficiënter materiaal aan te kopen;

2 personen van de 40 bevraagde personen vinden dat de patiënt op de eerste plaats komt en handhygiëne op de 2de plaats.  De oorzaak hiervan is te weinig kennis.  Als men aan geen goede handhygiëne doet kan men de patiënt niet goed verzorgen.  Enkel door de goede handhygiëne komt de patiënt op de eerste plaats;

Iedereen ziet het nut van handhygiëne in.

 

Besluit:

Uit al deze items kan men nagaan dat de kennis van de medewerkers en van de directie te klein is.  Er wordt te weinig en niet telkens het juiste materiaal aangereikt.

Er moet meer materiaal worden aangekocht.  Hierbij denk ik aan handalcohol en houders om aan de muur te bevestigen, grote horloges met secondewijzer om aan de muur omhoog te hangen of kleine horloges om aan de werkkledij te bevestigen zodanig dat men het polshorloge kan verwijderen,…

7 personen van de 40 bevraagde personen vonden de handcrème niet goed.  Men kan onderhandelen om een andere soort aan te kopen.

Er moeten procedures worden uitgeschreven over de juiste techniek van de handontsmetting en het wassen van de handen.  Er moeten sancties opgelegd worden als men de juwelen en het polshorloge niet verwijderd.  Een beloning kan men ook geven.  De kans dat de gedragsverandering behouden blijft is groter.

De kennis van de medewerkers moet vergroten.  Dit kan men doen door bijscholing te geven.  Om ervoor te zorgen dat het resultaat van de bijscholing niet te snel verloren gaat kan men posters omhoog hangen.  Deze kunnen de techniek beschrijven of de aandacht trekken om niets te vergeten, zoals het wassen van de handen, het ontsmetten van de handen, de handen inwrijven met handcrème,….

En ten slotte moet men er voor zorgen dat de patiënt mondiger wordt.  Dit kan men bekomen door het maken van folders, posters,…  De bedoeling hiervan is dat de patiënt het geheugen opfrist van de arts en de verpleegkundige door te vragen of hun handen proper zijn.

 

Zeker weten dat handhygiëne meer zal worden toegepast.

Bibliografie

Literatuurlijst:

 

Uitgegeven bronnen

Regionaal Platform Ziekenhuishygiëne West-Vlaanderen, Standaardvoorzorgmaatregelen, 2002, 27p.

 

Onuitgegeven bronnen

 

Vanschoenwinkel, R., cursus: Wetenschappelijk onderzoek, Brussel, Erasmus Hogeschool Brussel, academiejaar 2003 – 2004, 8p.

De Raeve, P., Vanschoenwinkel, R., De Clercq, G., Lips, T., Het Verpleegkundig Wetenschappelijk Onderzoek – praktisch bekeken, Diegem, Wittock M., 1998, 277p.

 

Internetartikels

 

www.cdc.gov/download/hand_hygiëne_core.ppt

 

Tijdschriftartikels

Detiffe, A., Standaardregels naleven?  Een dagelijkse krachttoer!, healthcare magazine, 5, 2004,10-13.

Claeys, K., Kwaliteitsverbetering door een vernieuwd handhygiëne beleid, NOSO – info, 5, 2001, 7.

Gerlagh, B., Patiënten-GVO-model voor de verhoging van compliance bij handhygiëne, NOSO – info, 5, 2001, 7.

Gordts, B., Verslag van de “studiedag ziekenhuishygiëne”, NOSO – info, 5, 2001, 5.

Dr. Schuermans, A., Algemene voorzorgsmaatregelen en compliance,

NOSO – info, 5, 2001, 5-6.

 

Universiteit of Hogeschool
Kader -en managementopleiding tot hoofdverpleegkundige
Publicatiejaar
2008
Share this on: