Warmtekrachtkoppeling in de glastuinbouw. Economische analyse van de uitbating onder verschillende beheervormen voor twee tuinbouwbedrijven.

Tine Compernolle
 
Warmtekrachtkoppeling in de glastuinbouw, of: hoe het hoofd te bieden aan de toenemende druk van stijgende energieprijzen.
 
Hoewel het plaatsen van een WKK – installatie een investering van een paar miljoen euro inhoudt en die beslissing dus niet over één nacht ijs genomen wordt, is - gegeven de stijgende brandstofprijzen - het plaatsen van een WKK – installatie voor een tuinbouwer het overwegen waard. Of die investeringskost terugverdiend kan worden en wat er nog aan extra inkomsten overblijft op het einde van de rit wordt bepaald aan de hand van de netto contante waarde.

Warmtekrachtkoppeling in de glastuinbouw. Economische analyse van de uitbating onder verschillende beheervormen voor twee tuinbouwbedrijven.

 

Warmtekrachtkoppeling in de glastuinbouw, of: hoe het hoofd te bieden aan de toenemende druk van stijgende energieprijzen.

 

Hoewel het plaatsen van een WKK – installatie een investering van een paar miljoen euro inhoudt en die beslissing dus niet over één nacht ijs genomen wordt, is - gegeven de stijgende brandstofprijzen - het plaatsen van een WKK – installatie voor een tuinbouwer het overwegen waard. Of die investeringskost terugverdiend kan worden en wat er nog aan extra inkomsten overblijft op het einde van de rit wordt bepaald aan de hand van de netto contante waarde. Bovendien levert investeren in een WKK – installatie niet alleen iets op voor de tuinbouwers, ook het milieu wint erbij.

 

Zowel de technische, ecologische als economische aspecten van het plaatsen van een warmtekrachtkoppelinginstallatie (WKK – installatie) worden belicht en dit zowel voor een tomatenteeltbedrijf met een grote warmtebehoefte en een beperkte elektriciteitsvraag als voor een slateeltbedrijf waarbij de warmtevraag beperkt is en dat - omwille van het gebruik van assimilatiebelichting - een relatief groot elektriciteitsverbruik heeft.

 

Technische aspecten

 

Een WKK – installatie bestaat uit een motor, generator en warmtewisselaars: warmte en elektriciteit worden gelijktijdig opgewekt. Gewassen hebben CO2 nodig om te groeien. Opdat de rookgassen van een WKK – installatie zouden voldoen aan de eisen om gebruikt te kunnen worden bij CO2 – bemesting, zal de tuinbouwer een rookgasreiniger moeten voorzien. Het plaatsen van een rookgascondensor is een optie: er wordt meer warmte uit de rookgassen gehaald waardoor het thermisch rendement stijgt. Dit leidt tot een hogere relatieve primaire energiebesparing (RPE) waardoor de tuinbouwer meer warmtekrachtcertificaten (WKC) zal ontvangen.

 

De grootte van een WKK – installatie wordt bepaald aan de hand van een jaarbelastingsduurdiagram. Het te installeren elektrisch vermogen van de WKK – installatie bedraagt 240 kW voor het slateeltbedrijf terwijl het tomatenteeltbedrijf een WKK – installatie zou moeten installeren van 1,2 MW.

 

Ecologische aspecten

 

Het plaatsen van een WKK – installatie is brandstofbesparend. De RPE geeft weer met welk percentage het brandstofverbruik van de WKK – installatie lager ligt dan wanneer dezelfde hoeveelheid warmte en elektriciteit gescheiden (door een elektriciteitscentrale en een verwarmingsketel) opgewekt zouden worden. Voor het tomatenteeltbedrijf bedraagt de RPE 22% indien er geen rookgascondensor geplaatst wordt. Is deze er wel, dan zal de RPE 28% bedragen. Voor het slateeltbedrijf ligt de RPE lager. Zonder rookgascondensor bedraagt de RPE 20%, met rookgascondensor 27%.

 

Daarnaast levert het plaatsen van een WKK – installatie een bijdrage aan het halen van de Vlaamse WKK – doelstelling. Het Vlaams klimaatbeleidsplan 2006 – 2012 stelt dat Vlaanderen zich engageert om de uitstoot van schadelijke stoffen met 22,2 Mton CO2 – equivalenten te verminderen. Hiertoe zal een kwart van de elektriciteitsproductie dienen voort te komen uit hernieuwbare energiebronnen (6%) en WKK. Om het effect van het plaatsen van een WKK – installatie op de luchtkwaliteit te bepalen, wordt de uitstoot van CO2 door de WKK – installatie verminderd met de vermeden uitstoot van de verwarmingsinstallatie en elektriciteitscentrale én met de hoeveelheid CO2 nodig om de gewassen te bemesten. Door het tomatenteeltbedrijf zou er jaarlijks 2.198,36 ton CO2 minder uitgestoten worden, voor het slateeltbedrijf gaat het om een reductie van 443,03 ton CO2. Bovendien is omwille van rookgasreiniging de uitstoot van andere schadelijke stoffen zoals NOX, HC en CO beperkt.

 

Economische aspecten

 

Om te bepalen of het plaatsen van een WKK – installatie economisch haalbaar is, wordt de netto contante waarde (NCW) als evaluatiemaatstaf toegepast: hoeveel blijft er van de jaarlijkse inkomsten die voortvloeien uit het plaatsen van een WKK – installatie nog over nadat de jaarlijkse uitgaven en de investeringskost opgevangen zijn?

 

De investeringskost omvat de kost van de WKK – installatie, de rookgasreiniger, de buffertank en eventueel de rookgascondensor. De exploitatiekosten van de WKK – installatie, de aankoop van ureum voor de werking van de rookgasreiniger en de brandstofkosten vormen de jaarlijkse uitgaven. Inkomsten voor de tuinbouwer zijn afkomstig uit de warmteopbrengst, de verkoop van WKC en elektriciteit en overheidssteun.

 

Voor beide tuinbouwers levert het plaatsen van een WKK – installatie met rookgascondensor een hogere NCW op dan het plaatsen van een WKK – installatie zonder rookgascondensor. Met rookgascondensor wordt er een hoger thermisch rendement bereikt waardoor er meer WKC toegekend worden en er meer jaarlijkse inkomsten voortvloeien uit de verkoop ervan.

 

Voor het tomatenteeltbedrijf wordt ook nagegaan welke beheervorm economisch het meest interessant is. De tuinbouwer kan de WKK – installatie volledig in eigen beheer uitbaten, maar het is ook mogelijk dat er een derde investeerder tussenkomt. Uit de economische analyse blijkt dat de hoogste NCW wordt verkregen indien de tuinbouwer de uitbating zelf uitvoert. De reden hiervoor ligt bij de warmteopbrengst. Voor de tuinbouwer wordt het totaal van de warmteproductie als opbrengst beschouwd, terwijl de vergoeding die de derde investeerder vraagt -indien deze de WKK – installatie volledig financiert- slechts 33% van de totale warmteproductie bedraagt. De tuinbouwer hoeft geen vergoeding voor poolvorming te betalen en krijgt bovendien een verhoogde investeringsaftrek en steun uit het VLIF toegekend.

 

Omdat de prijs van een WKC en de gas –en elektriciteitsprijzen door de markt bepaald worden, is het belangrijk na te gaan hoe de NCW verandert indien er wijzigingen in deze parameters optreden. Uit de sensitiviteitsanalyse blijkt dat indien de waarde van een WKC op €27 (het gegarandeerde minimum) bepaald is, investeren in een WKK – installatie nog steeds haalbaar is voor beide tuinbouwers. In de glastuinbouw is de grootste kost de verwarmingskost en omwille van de stijgende energieprijzen wordt de winstmarge van deze tuinbouwers steeds kleiner. Het plaatsen van een WKK – installatie kan een oplossing bieden: uit de eindverhandeling blijkt dat indien gas –en elektriciteitsprijzen stijgen, de NCW voor de tuinbouwers eveneens stijgt en investeren in een WKK – installatie interessanter wordt.

 

Tot besluit kan er gesteld worden dat voor beide tuinbouwers het plaatsen van een WKK – installatie met rookgascondensor de hoogste NCW oplevert. Na rekening gehouden te hebben met de jaarlijkse uitgaven en de investeringskost, blijft er in dat geval het meest aan inkomsten over. Wat de beheervorm betreft, is het aangeraden de uitbating in eigen beheer uit te voeren. Dit betekent een zwaardere administratieve last maar ook een inspanning die beloond wordt: de tuinbouwer is niet afhankelijk van contracten aangegaan door derden, kan ad hoc beslissingen nemen en alle inkomsten komen hem toe.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bibliografie

Bibliografie

 

Cogen Vlaanderen. (2006). Basishandboek warmtekrachtkoppeling. Opgevraagd op 20 augustus 2007, van de volgende website:

http://www2.vlaanderen.be/ned/sites/economie/energiesparen/doc/wkk_basi…

 

Commissie AMPERE. (2000). Hoofdrapport, sectie D4 Warmte – Kracht Koppeling. Opgevraagd op 5 mei 2007, van de volgende website:

http://mineco.fgov.be/energy/ampere_commission/Rapport_nl.html

 

Derden, A., Goovaerts, L., Vercaemst P., Vrancken K. (2005). Beste Beschikbare Technieken (BBT) voor de glastuinbouw. Gent, Academia Press. Opgevraagd op 4 mei 2007, van de volgende website:

http://www.emis.vito.be/EMIS/media/bbt_rapport_glastuinbouw_volledig_ra…

 

Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur. (2003). Het klimaat verandert. U ook? Vlaams Klimaatbeleidsplan 2006 – 2012. Opgevraagd op 7 mei 2008 van de volgende website:

http://www.lne.be/themas/klimaatverandering/toncontract/vkp_2006-2012_d…

 

 

 

Universiteit of Hogeschool
Toegepaste Economische Wetenschappen
Publicatiejaar
2008
Share this on: