Evaluatie van een klinische testbatterij bij professionele dansers. Een vergelijkende studie tussen dansers met en zonder pijnklachten

Margot De Kooning
 
Welke danser loopt fysieke klachten op?
 
Iedereen heeft wel eens het beeld gezien van een danser die met een enorme snelheid hoog de lucht inspringt om vervolgens met een vloeiende reeks bewegingen gracieus neer te komen. Maar wat als die danser valt en zijn enkel breekt? Dit zou het einde van zijn danscarrière kunnen betekenen.

Evaluatie van een klinische testbatterij bij professionele dansers. Een vergelijkende studie tussen dansers met en zonder pijnklachten

 

Welke danser loopt fysieke klachten op?
 
Iedereen heeft wel eens het beeld gezien van een danser die met een enorme snelheid hoog de lucht inspringt om vervolgens met een vloeiende reeks bewegingen gracieus neer te komen. Maar wat als die danser valt en zijn enkel breekt? Dit zou het einde van zijn danscarrière kunnen betekenen. Als we op voorhand kunnen voorspellen wie gekwetst zal raken, kunnen we dit proberen te voorkomen.
 
 
Dans is een vorm van kunst waarbij bewegingen worden uitgevoerd die het lichaam zwaar op de proef stellen zoals sprongen, zeer snelle bewegingen en onnatuurlijke bewegingen. Daarnaast hebben professionele dansers ook een zwaar trainingsschema. De vele uren repetitie en voorstellingen zorgen samen gemakkelijk voor 30 uur dansen per week. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel dansers lijden onder lichamelijke klachten en letsels.
 
De meeste letsels bij dansers zijn niet ernstig zoals bijvoorbeeld een spierverrekking of lichte verstuiking en het dansen moet hiervoor maar een korte tijd onderbroken worden. Maar mist de danser hierdoor enkele trainingen of misschien een auditie of voorstelling, dan is dit alvast negatief voor zijn carrière. Ernstige letsels zoals een heup die uit de kom schiet of een hernia in de rug kunnen echter het einde van de danscarrière betekenen.
 
Aan het Hoger Instituut voor Dans in Lier volgen de studenten de opleiding tot professioneel danser. Uit onderzoek uitgevoerd bij deze studenten bleek dat het mogelijk was om het risico op letsels te bepalen aan de hand van een fysiek onderzoek. Aan het begin van het schooljaar voert een kinesitherapeut fysieke testen uit bij de studenten. Zo wordt er gekeken naar de ademhaling, de rug en het bekken. Hierbij is vooral de stabiliteit van de rug of rugcontrole van groot belang. Een danser met een goede rugcontrole kan zijn rug op een correcte manier bewegen tijdens het dansen. Het zijn ondermeer de buik-, rug- en bekkenbodemspieren die bijdragen tot een goede rugcontrole. Ook de ademhaling speelt bij de rugcontrole een rol. Kunnen de buik- en rugspieren de rug niet goed controleren, dan moeten de ademhalingsspieren zoals het middenrif die taak voor een deel overnemen. Dit is dan duidelijk te zien tijdens de oefeningen waarbij de danser even zal stoppen met ademen.
Een stabiele rug is de basis voor bewegingen van het hele lichaam. Als een danser een grote zwaai beweging van zijn been wil uitvoeren maar zijn rug niet volledig onder controle heeft, zal de beweging mogelijk fout lopen waardoor de danser een letsel kan oplopen.
Of de rugcontrole goed is, kunnen we bepalen met fysieke testen. Wanneer het dus ergens fout loopt met de rugcontrole zal de danser een minder goede score behalen op de fysieke testen, op deze manier is het dan mogelijk te bepalen of hij een groter risico heeft om letsels op te lopen.
 
Tijdens het onderzoek kregen de studenten wekelijks extra trainingen. Het aanleren van een goede rugcontrole was een van de onderdelen die tijdens deze trainingen aan bod kwamen. De studenten werden aangeleerd hun buik- en rugspieren op een juiste manier te gebruiken en de rug in een correcte manier te houden tijdens de vele dansbewegingen die zij moeten uitvoeren. De bedoeling van deze training was de rugcontrole van de studenten te verbeteren zodat het risico op letsels zou verminderen.
 
 
Dansers raken regelmatig gekwetst maar met enkele fysieke testen kunnen we die dansers eruit halen die een hoger risico hebben om letsels op te lopen. Zo kunnen we preventief te werk gaan nog voor dat zij gekwetst raken. Een vorm van preventie is het trainen van de rugcontrole. Deze training heeft als doel het risico op letsels te verminderen door de rugcontrole te verbeteren. Met minder letsels kunnen deze dansers zich helemaal op hun carrière richten.

Bibliografie

 

Roussel NA, Nijs J, Mottram S, Van Moorsel A, Truijen S, Stassijns G. Altered
lumbopelvic movement control but not generalized joint hypermobility is associated
with increased injury in dancers. A prospective study. Man Ther. 2009 Jan 27.
[Epub ahead of print]
 
Hincapié CA, Morton EJ, Cassidy JD. Musculoskeletal injuries and pain in dancers:
a systematic review. Arch Phys Med Rehabil. 2008 Sep;89(9):1819-29.
 
Koutedakis Y, Jamurtas A. The dancer as a performing athlete: physiological
considerations. Sports Med. 2004;34(10):651-61.
 
Panjabi MM. The stabilizing system of the spine. Part II. Neutral zone and instability
hypothesis. J Spinal Disord. 1992 Dec;5(4):390-6;
 
Roussel N, Nijs J. Een afwijkend ademhalingspatroon bij patiënten met lagerugklachten
en het chronische-vermoeidheidssyndroom: een indicatie voor
fysiotherapie? Jaarboek Fysiotherapie Kinesitherapie 2007. Houten: Bohn Stafleu
van Loghum, 2007: 92-107
 
Zazulak BT, Hewett TE, Reeves NP, Goldberg B, Cholewicki J. The effects of core
proprioception on knee injury: a prospective biomechanical-epidemiological study.
Am J Sports Med. 2007 Mar;35(3):368-73.
 
Richardson C, Hodges P, Hides J. Therapeutic exercise for lumbopelvic
stabilization, a motor control approach for the treatment and prevention of low
backpain. Churchill Livingstone, 2004

Universiteit of Hogeschool
Master in de kinesitherapie
Publicatiejaar
2009
Kernwoorden
Share this on: